< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Vervoersvoorzieningen WVG; actieradius en vermogen scootmobiel; zorgplicht.

Uitspraak



97/10900 WVG

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

A, wonende te B, appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Appellant is op bij aanvullend beroepschrift aangegeven gronden in hoger beroep gekomen van een door de Arrondissementsrechtbank te Arnhem onder dagtekening 9 oktober 1997 tussen partijen gewezen uitspraak (de aangevallen uitspraak), inhoudende niet-ontvankelijkverklaring van het beroep, voorzover gericht tegen het niet verstrekken van een voltmeter en voor het overige ongegrondverklaring van het beroep tegen gedaagdes besluit van 13 december 1995.

Namens gedaagde is op 26 maart 1998 een verweerschrift ingediend.

Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 15 januari 1999, waar partijen niet zijn verschenen.

II. MOTIVERING

Aan appellant, geboren in 1953, is door gedaagde bij besluit van 13 juli 1995 een electrische driewieler, een zogeheten scootmobiel, toegekend, met een maximumsnelheid van 8 km per uur en een actieradius van 24 km. De eerder in het kader van artikel 57, tweede lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet door de toenmalige bedrijfsvereniging aan appellant toegekende scootmobiel met een snelheid van 12 km per uur en een actieradius van 40 km was aan vervanging toe. Naast de scootmobiel is aan appellant gebruik van het in de gemeente Arnhem bestaande systeem van collectief aanvullend vervoer toegekend alsmede een tegemoetkoming in de kosten van vervoer per taxi c.q. eigen vervoer ten bedrage van f 845,-- per jaar.

Appellant heeft beroep aangetekend tegen de toekenning van het lichte type scootmobiel en heeft verzocht om toekenning van een scootmobiel met hogere snelheid en grotere actieradius. Tevens heeft appellant verzocht om een voltmeter.

De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het bestreden besluit in stand gelaten, overwegende dat -samengevat- appellant met het totaal van de hem toegekende vervoersvoorzieningen in staat moet worden geacht binnen het naaste woon- en leefmilieu in aanvaardbare mate deel te nemen aan het leven van alledag. De aan appellant toegekende scootmobiel is daarbij een adequate en tevens de goedkoopste voorziening, waarbij de rechtbank nog heeft opgemerkt dat niet aan alle bij appellant levende wensen kan worden tegemoetgekomen en dat van appellant gevergd kan worden dat hij zich zekere beperkingen getroost.

In hoger beroep is appellant opgekomen tegen de uitspraak van

de rechtbank met als voornaamste grief dat hij een scootmobiel met een hogere snelheid en een groter vermogen nodig heeft, omdat hij de scootmobiel zeer intensief gebruikt, hetoversteken te langzaam gaat en daarmee onveilig zou zijn en hij niet gelijke snelheid kan maken ten opzichte van naast hem fietsende gezinsleden.

De Raad oordeelt als volgt.

Op grond van de zich onder de gedingstukken bevindende gegevens houdt de Raad het er voor appellant ten tijde voor dit geding van belang met de hem toegekende vervoersvoorzieningen in aanvaardbare mate kon deelnemen aan

De Raad ziet in de door appellant naar voren gebrachte bezwaren tegen de hem toegekende scootmobiel geen aanleiding om aan te nemen dat appellant hierdoor ernstig in zijn vervoersmogelijkheden zou worden belemmerd. De toegekende scootmobiel heeft naar het oordeel van de Raad een voldoende grote actieradius, waarbij wordt benadrukt dat voor de grotere afstanden gebruik kan worden gemaakt van het collectief vervoer en de vrij aan te wenden financiële vergoeding. Hierbij wordt aangetekend dat aan het op de Wet voorzieningen gehandicapten (WVG) gebaseerde stelsel van vervoersvoorzieningen, zoals dat in de gemeente Arnhem bestaat, inherent is dat van een betrokkene kan worden gevergd dat hij of zij zich zekere beperkingen getroost.

Dat appellant met een zwaarder type scootermobiel sneller en

verder kan komen is ontegenzeggelijk waar, echter met toekenning door gedaagde van het lichtere type –overeenkomstig het toen geldende beleid- is gedaagde naar het oordeel van de Raad gebleven binnen de grenzen van de in de WVG omschreven op de gemeente rustende zorgplicht.

In hetgeen in hoger beroep verder naar voren is gebracht en ook overigens in de gedingstukken heeft de Raad geen aanknopingspunten kunnen vinden om tot een andersluidend oordeel te komen.

De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht .

Beslist wordt mitsdien als volgt.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr M.I. 't Hooft als voorzitter en mr D.J. van der Vos en Th.M. Schelfhout als leden, in tegenwoordigheid van mr S.A.M. Schoenmaker-Zehenpfenning als griffier en uitgesproken in het openbaar op 19 februari 1999.

(get.) M.I. 't Hooft.

(get.) S.A.M. Schoenmaker-Zehenpfenning.

LK


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature