< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Kort geding, toelating tot het onderwijs. Vordering (meerderjarige) leerling, aan wie de toegang tot de school sinds de kersvakantie is ontzegt, tot toelating (voortgezet) onderwijs afgewezen. Hoewel niet kan worden vastgesteld welk aandeel eiseres in de op school rondom haar persoon ontstane commotie heeft gehad, acht de voorzieningenrechter het, gelet op de omstandigheid dat er het lopende schooljaar nog slechts vier lesweken telt, niet in het belang van de school, de medeleerlingen, maar ook niet in dat van eiseres, haar weer tot het reguliere onderwijs toe te laten. Bij dit oordeel is mede in aanmerking genomen dat eiseres zelf verwacht dat haar terugkeer op school tot twee weken onrust zal leiden, dat haar inschrijving als leerling van de school na dit schooljaar van rechtswege afloopt en dat het door haar gevolge thuisonderwijs niet naadloos aansluit op het klassikale onderwijs en dat de school heeft aangeboden de begeleiding bij het thuisonerwijs, zo eiseres dat wenst, te intensiveren.

Uitspraak



Rechtbank DEN HAAG

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/441870 / KG ZA 13-465

Vonnis in kort geding van 31 mei 2013

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. J.M. Stevers te Leiden,

tegen:

de stichting

Stichting S. Adelbert College,

gevestigd te Wassenaar,

gedaagde,

advocaat mr. M.R.A. Dekker te Den Haag.

1 Het procesverloop

Eiseres heeft gedaagde op 7 mei 2013 doen dagvaarden om op 30 mei 2013 te verschijnen ter zitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. De zaak is op die datum behandeld en er is op 31 mei 2013 door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking.

2 De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 30 mei 2013 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1.

Eiseres (hierna ook wel ‘[eiseres]’), die sinds [geboortedag] 2013 meerderjarig is, is sinds 1 augustus 2012 als leerling ingeschreven bij gedaagde (hierna ook wel ‘de Stichting’), een school voor voortgezet onderwijs. Voordien is [eiseres] ingeschreven geweest bij meerdere andere instellingen voor voortgezet onderwijs.

2.2.

De plaatsing van [eiseres] in de vijfde klas van de vwo-afdeling van de Stichting is geschied voor één schooljaar, het schooljaar 2012/2013. De toelatingsbrief van 12 juli 2012, gericht aan de ouders van [eiseres], vermeldt daarnaast als voorwaarde voor die toelating dat [eiseres] dient voort te gaan met ondersteuning door professionele hulpverlening.

2.3.

Met ingang van het schooljaar 2012/2013 heeft [eiseres] onderwijs gevolgd bij de Stichting.

2.4.

Met ingang van 21 december 2012 heeft de Stichting [eiseres] de toegang tot de school ontzegd.

2.5.

Bij brief van 8 februari 2013 heeft de Stichting aan de ouders van [eiseres] meegedeeld dat zij geen basis meer ziet om [eiseres] op school toe te laten, maar dat zij wel tot het einde van het schooljaar ingeschreven kan blijven als leerling van de school en dat de Stichting haar de rest van het schooljaar zal begeleiden in haar onderwijsleerproces. De Stichting schrijft dat [eiseres] na het schooljaar zal worden uitgeschreven als leerling van de school en dat de termijn van de gesloten overeenkomst niet zal worden verlengd. De brief vermeldt voor zover hier relevant het volgende:

“Helaas moeten we constateren dat[eiseres'] school bezoek aan het Adelbert College vanaf half oktober zeer turbulent is verlopen. Zo is er tijdens de Frankrijkreis al veel commotie rondom haar ontstaan en is zij in de periode voor de kerstvakantie in verband gebracht met zeer verwerpelijk gebruik van de sociale media en internet. De reacties hierop hebben geleid tot een onhoudbare situatie op school, zowel voor[eiseres] als voor medeleerlingen.

Intensieve begeleiding door de school en inschakeling van Jeugdzorg en GGZ hebben deze situatie niet weten te keren. Uiteindelijk gaf de politie na de kerstvakantie bij de schoolleiding aan dat zij, op grond van berichten op het internet, niet konden instaan voor[eiseres'] veiligheid op school. Het advies aan ons was daarom om haar niet op school toe te laten. Dat advies hebben wij opgevolgd.

In het contact tussen school, Jeugdzorg en de GGZ in januari bleek dat er van begeleiding door de hulpverlening geen sprake is. We hebben begrepen dat[eiseres] zelf heeft aangegeven geen hulp nodig te hebben. Hiermee is zij één van de voorwaarden voor verblijf op onze school niet nagekomen.”

2.6.

Bij brief van 22 februari 2013 heeft de advocaat van [eiseres] bezwaar gemaakt tegen de weigering tot toelating tot de school. In deze brief schrijft de advocaat onder meer dat [eiseres] de voorwaarden voor toelating met betrekking tot hulpverlening wel heeft nageleefd en dat de beschuldigingen aan het adres van [eiseres] ongefundeerd zijn.

2.7.

Bij brief van 11 april 2013 hebben de ouders van [eiseres] aan de Stichting meegedeeld dat een aantal met naam genoemde medeleerlingen van [eiseres] op school en op internet roddels over haar verspreiden

2.8.

Bij brief van 16 mei 2013 heeft de Stichting aan [eiseres] meegedeeld dat haar aanwezigheid op school absoluut onwenselijk is en dat de Stichting voornemens is haar per einde schooljaar van school te verwijderen en haar tot het einde van het schooljaar te schorsen. Als reden voor de voorgenomen verwijdering en schorsing wordt verwezen naar de Frankrijkreis, twitterberichten en het ontbreken van hulpverlening. De brief vermeldt voor zover hier relevant het volgende:

“Met name door jouw gedrag op de reis naar Parijs, door - seksueel zeer expliciete - tweets en doordat medeleerlingen stellig menen dat jij bedreigend c.q. pestend hebt gereageerd nadat zij afwijzend reageerden op jouw tweets, heb jij je onmogelijk gemaakt bij de medeleerlingen. (…) Wij hebben kennis genomen van een aantal van jouw tweets (de meeste tweets heb je, volgens collega-leerlingen, al verwijderd) en wij zijn geschokt door de inhoud daarvan. Dergelijk wangedrag is onacceptabel en het is naar onze mening niet vreemd dat die tweets grote impact op jouw medeleerlingen hebben gehad.

(…)

Gedurende de periode van schorsing zullen wij doorgaan met het bieden van huiswerk, begeleiding en toetsing zodat je het volledige programma van dit schooljaar per einde schooljaar afgerond zal hebben. Op die manier bieden wij je de mogelijkheid om een overgangsrapport naar 6 VWO te behalen.”

2.9.

Nadat de Stichting [eiseres] in het bijzijn van haar advocaat en haar moeder heeft gehoord, heeft de Stichting bij brief van 27 mei 2013 aan [eiseres] meegedeeld dat zij heeft besloten haar met toepassing van artikel 14 Inrichtingsbesluit WVO per einde schooljaar 2012 /2013 van school te verwijderen en haar op grond van artikel 15 lid 4 Inrichtingsbesluit WVO tot het einde van het schooljaar de toegang tot de school te ontzeggen. Deze brief vermeldt voor zover hier relevant het volgende:

“Ik begrijp dat het jouw woord tegen het woord van de andere leerlingen is. In die zin heb ik niet de illusie de waarheid vast te kunnen stellen omtrent wat er werkelijk is gebeurd.

Desalniettemin acht ik het onwaarschijnlijk dat een grote groep leerlingen van alles zou verzinnen, leugens over jou zouden verkondigen en dat jij alleen de waarheid zou spreken.

Die inschatting wordt versterkt door het volgende. Bij het horen gaf jij met grote stelligheid aan dat je dit soort problemen nooit eerder hebt gehad. Bij de overdracht aan onze school (bij de start van dit schooljaar) hebben wij echter informatie gekregen van de scholen voor voortgezet onderwijs waar jij hiervoor hebt gezeten: (…). Daarbij hebben wij vernomen dat er destijds op het Bonaventuracollege, bij de affaire ‘Bona Bezems’, ook politieonderzoek is gedaan waarbij de politie de pc van de familie [eiseres] in beslag heeft genomen. Kennelijk heeft dat politieonderzoek destijds (ook) niets opgeleverd, maar de overeenkomst met de huidige problemen is frappant.

Belangrijker dan de onaannemelijkheid van jouw verklaringen, is voor mij het gegeven dat jouw reactie het ordeprobleem niet weerlegt, dat op school ontstaat zodra jij aanwezig bent. (…)

In de afgelopen weken hebben wij ook kunnen constateren dat er, wanneer jij onder schooltijd op school kwam in verband met huiswerk of toetsen, er al ordeproblemen ontstonden in klassen wanneer één of meerdere leerlingen jou zagen. Er is inmiddels zo veel te doen geweest rondom jou, dat er onmiddellijk consternatie ontstaat. Ik durf nog niet te denken aan wat er zou gebeuren wanneer jij weer in de klas aanwezig zou zijn. Dit klemt temeer omdat uit jouw reacties in ieder geval wel blijkt dat jij ook heel negatief denkt over jouw schoolgenoten. Je gaat er vanuit dat er sprake is van grootschalig pestgedrag jegens jou. (...)

Het is in het belang van alle betrokkenen om een dergelijk heftige situatie niet op zijn beloop te laten en maar te bezien hoe het escaleert. Praktisch bezien is het niet mogelijk om een andere maatregel te treffen waarmee alle betrokken leerlingen uit elkaar worden gehaald.”

2.10.

Tussen februari 2013 en heden heeft [eiseres] thuis onderwijsstof bestudeerd. Daarnaast zijn er toetsen afgenomen en is zij incidenteel op school geweest voor individuele begeleiding.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert – zakelijk weergegeven – te bepalen dat zij door de Stichting wordt toegelaten tot de school en tot het volgen van onderwijs, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van de Stichting in de proceskosten.

3.2.

Daartoe stelt [eiseres] het volgende. De ontzegging van de toegang tot de school is een verwijdering, noch een schorsing noch een ontzegging in de zin van het toepasselijke leerlingenstatuut. De Stichting was dan ook niet gerechtigd eiseres de toegang tot de school te ontzeggen. De door de Stichting aangevoerde gronden kunnen ontzegging van de toegang tot de school ook niet dragen. Uit niets blijkt dat de ontstane commotie te wijten is aan [eiseres]. Zo zijn de door de Stichting aangehaalde twitterberichten niet afkomstig van [eiseres] maar van een zogenoemd trollaccount. De Stichting heeft nagelaten deugdelijk onderzoek te verrichten. [eiseres] heeft er recht op en een spoedeisend belang bij om, ook nu er dit schooljaar feitelijk nog maar vier lesweken resteren, op school onderwijs te volgen, aangezien klassikaal onderwijs haar beter past dan thuisonderwijs en de uitvoering van het thuisonderwijs door de Stichting tekortschiet.

3.3.

De Stichting voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4 De beoordeling van het geschil

4.1.

In deze procedure moet worden beoordeeld of de Stichting gehouden is [eiseres] toe te laten tot de school en tot het (reguliere) onderwijs.

4.2.

Bij de beoordeling staat voorop dat de Stichting als onderwijsinstelling bij de uitoefening van haar taak om de veiligheid, rust en orde op school te handhaven een zekere mate van beleidsvrijheid heeft. Deze vrijheid vindt haar grens daar waar geoordeeld moet worden dat de Stichting niet in redelijkheid tot het gevoerde beleid of een getroffen maatregel heeft kunnen komen. Bij de beoordeling van de redelijkheid van de aan [eiseres] opgelegde maatregel is enerzijds de aanleiding voor de maatregel en het aandeel van [eiseres] daarin van belang en anderzijds de gevolgen van het een en ander voor alle betrokken. Bij de voorliggende vordering tot (weder)toelating tot het reguliere onderwijs moeten bovendien de daarbij betrokken belangen van zowel [eiseres] als de Stichting en haar (overige) leerlingen worden gewogen.

4.3.

De omstandigheid dat de ontzegging van de toegang tot de school – zonder dat sprake is van schorsing of verwijdering – niet is voorzien in het leerlingenstatuut of in het Inrichtingsbesluit WVO – maakt de ontzegging niet zonder meer onrechtmatig. De bij brief van 8 februari 2013 omschreven regeling waarbij [eiseres] in de gelegenheid is gesteld onderwijs op afstand te volgen is te beschouwen als een tijdelijke regeling, die minder verstrekkend is dan een verwijdering of een schorsing. Indien [eiseres] in een eerder stadium een formeel besluit had verlangd, dan lag het op haar weg om de Stichting daarnaar te vragen. Daar komt bij dat de Stichting inmiddels een verwijderingsbesluit en een schorsingsbesluit in de zin van het Inrichtingsbesluit WVO heeft genomen, zodat de maatregel thans door voormeld besluit wordt bestreken. Ter beoordeling ligt voor of de Stichting in redelijkheid tot de ontzegging heeft kunnen komen.

4.4.

De voorzieningenrechter begrijpt de door de Stichting aangevoerde gronden aldus dat zij op grond van de commotie die (naar aanleiding van de Frankrijkreis en het gebruik van sociale media) is ontstaan rondom van [eiseres] het onverantwoord acht dat [eiseres] tijdens schooltijden op school aanwezig is en dat zij daarnaast van oordeel is dat [eiseres] niet geschikt is voor normaal onderwijs. Dat er commotie is rondom haar persoon wordt door [eiseres] erkend. Partijen verschillen evenwel van mening over de vraag of [eiseres] nu de oorzaak of slechts het slachtoffer van deze commotie is. Tegenover het standpunt van de Stichting dat de voorgeschiedenis van [eiseres], haar gedrag tijdens de Frankrijkreis en de inhoud van de twitterberichten erop wijzen dat [eiseres] de bron van de commotie moet zijn geweest, heeft [eiseres] aangevoerd dat zij juist het slachtoffer is van een massale pesterij en dat de gewraakte twitterberichten niet van haar afkomstig zijn. Aan [eiseres] moet worden toegegeven dat de Stichting niet over harde bewijzen beschikt waaruit onomstotelijk volgt dat [eiseres] de (deels overgelegde grove seksueel getinte) twitterberichten heeft verzonden en andere handelingen heeft verricht die ertoe zouden hebben geleid dat een aantal leerlingen van de Stichting bij de politie aangifte heeft gedaan van bedreiging en belediging. De persoonlijke indrukken van diverse betrokkenen en de niet nader onderbouwde stelling dat het taalgebruik in die berichten overeenkomt met het taalgebruik van [eiseres] tijdens de Frankrijkreis zijn in dat verband onvoldoende. Hetzelfde geldt met betrekking tot het gestelde advies van de politie ‘dat gelet op de dreigende escalatie tussen leerlingen onderling niet kon worden ingestaan voor de veiligheid op school van [eiseres]’. Niet is gesteld of gebleken waarop dat advies is gestoeld, of de betreffende omstandigheden nog onverminderd aanwezig zijn en of het politieonderzoek tot enig resultaat heeft geleid. Dat de gelijkenissen met de door de Stichting aangehaalde affaire ‘Bona Bezems’ frappant zouden zijn, overtuigt evenmin, aangezien de betrokkenheid van [eiseres] bij die affaire – naar aanleiding waarvan zij wel door de politie is gehoord maar de zaak tegen haar is geseponeerd – niet vaststaat. De juistheid van de (niet nader onderbouwde) mededeling dat de politie destijds zou hebben vastgesteld dat de intimiderende en/of discriminerende filmpjes afkomstig waren van het IP-adres van de familie van [eiseres] – hetgeen door [eiseres] wordt betwist – kan in deze procedure niet worden vastgesteld. Daar staat tegenover dat [eiseres] niet heeft weersproken dat zij tijdens de Frankrijkreis onderwerp van commotie is geweest, dat zij (grove) seksueel getinte uitlatingen heeft gedaan en dat zij (in ieder geval) destijds actief was op twitter en andere sociale media. Anders dan [eiseres] kennelijk meent, kan uit de vermelding van de naam ‘[alias]’ boven de geprinte twitterberichten niet worden afgeleid dat [eiseres] deze berichten niet heeft verzonden.

4.5.

Al met al kan – zoals de Stichting reeds in de onder 2.9 vermelde brief van 27 mei 2013 heeft geschreven – niet worden vastgesteld welk aandeel [eiseres] in de commotie heeft gehad. Een en ander neemt niet weg dat zij nog altijd het middelpunt van de commotie is, hetgeen ook door [eiseres] wordt erkend. [eiseres] heeft ook niet weersproken dat haar incidentele verschijning in het schoolgebouw ook nu nog consternatie oplevert. Dit betekent dat opheffing van de schorsing ertoe zal leiden dat op school opnieuw commotie en onrust ontstaat. De eigen verwachting van [eiseres] is dat er gedurende twee weken onrust zal zijn wanneer zij weer tot de lessen wordt toegelaten. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het onder die omstandigheden, en juist gelet op het feit dat het lopende schooljaar nog slechts vier lesweken telt, niet in het belang van de Stichting, de medeleerlingen van [eiseres] maar ook niet in dat van [eiseres] om haar weer toe te laten tot het onderwijs. Bij dit oordeel is mede in aanmerking genomen dat – gelet op de voorwaardelijke toelating – ervan uitgegaan moet worden dat de inschrijving van [eiseres] als leerling bij de Stichting van rechtswege aan het einde van het schooljaar afloopt, zodat haar belang bij toelating tot de school op dit moment nog slechts zeer beperkt is. Daar komt bij dat de Stichting onweersproken heeft gesteld dat het thuisonderwijs [eiseres] niet naadloos aansluit op het klassikale onderwijs, zodat een toelating tot school in dit stadium van het schooljaar ook om die reden tot problemen zal leiden en de Stichting heeft aangeboden de begeleiding van [eiseres], zo zij dat wenst, te intensiveren. Het komt de voorzieningenrechter dan ook niet verantwoord voor om [eiseres] en haar medeleerlingen gedurende twee van de vier resterende weken van het schooljaar bloot te stellen aan onrust die de voorbereiding op de eindtoetsen slechts zal verstoren.

4.6.

Slotsom van het voorgaande is dat de vordering van [eiseres] moet worden afgewezen. Zij zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt eiseres in de kosten van dit geding, aan de zijde van gedaagde tot dusver begroot op € 1.405-, waarvan € 816,- aan salaris advocaat en € 589,- aan griffierecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. van der Helm en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2013.

WJ


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature