< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

BIZ-heffing. In de verordening is geen stichting of vereniging aangewezen als subsidie-ontvanger

waarmee een afdwingovereenkomst is afgesloten. De rechtbank acht de Verordening in zijn geheel onverbindend.

Aanslag BIZ-bijdrage vernietigd.

Uitspraak



RECHTBANK MAASTRICHT

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/388

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 november 2012 in de zaak tussen

[eiseres], te Hoensbroek, eiseres

en

de heffingsambtenaar van stadsregio Parkstad Limburg, verweerder

(gemachtigden: mr. M.G.G. Hilkens en M.C.M. Frenken).

Procesverloop

Bij besluit van 31 december 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een aanslag BIZ-bijdrage als bedoeld in de Verordening Bedrijven Investeringszone [naam bedrijf] (Verordening) voor belastingjaar 2011 opgelegd ten aanzien van het object [adres]. De aanslag bedraagt € 600

Bij besluit van 2 februari 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de aanslag ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juli 2012. Eiseres is in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

De gemeenteraad van de gemeente Heerlen heeft op 6 december 2011 de Verordening BI-zone [naam bedrijf] 2011 (Verordening) vastgesteld. De Verordening is gebaseerd op de Experimentenwet BI-zones. Bij de Verordening is een Bedrijven Investeringszone (BIZ) ingesteld. Hierbij is een BIZ-heffing ingevoerd. De datum van ingang van deze heffing is 1 januari 2011.

Voor de uitvoering van de activiteiten in de BIZ hebben de gemeente Heerlen en de Stichting BIZ [naam bedrijf] (stichting) op 16 november 2010 de Uitvoeringsovereenkomst Bedrijven Investeringszone [naam bedrijf] (Uitvoeringsovereenkomst) gesloten.

De Verordening houdt onder meer in:

Artikel 2

“Aanwijzing vereniging (stichting)

De Stichting BIZ [naam bedrijf] (hierna: stichting) wordt aangewezen als stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet”.

Artikel 3

“Aard van de belasting

Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone”.

Artikel 4

“Belastbaar feit en belastingplicht

1. De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van 5 jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen.

2. De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken”.

Artikel 13

“Subsidievaststelling

1. De subsidie wordt verstrekt aan de stichting [naam] voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst.

2.De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ- bijdragen, verminderd met de daarmee samenhangende perceptiekosten.

3. in de Uitvoeringsovereenkomst worden nadere regels gesteld over de wijze van bevoorschotting en de verrekening van meer- en minderopbrengsten van de ontvangen BIZ-bijdragen”.

De Uitvoeringsovereenkomst houdt onder meer in:

Artikel 2

“doel van de uitvoeringsovereenkomst

De stichting en de gemeente werken samen met de intentie om te komen tot een economische structuurversterking en het vergroten van de aantrekkelijkheid van het [adres 1], ten dienste van haar inwoners en bezoekers. Het centrum is afgebakend conform de als bijlage toegevoegde kaart”.

Artikel 3

“aanvang en duur van de uitvoeringsovereenkomst

1.Deze uitvoeringsovereenkomst wordt aangegaan voor de periode van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2015”.

Artikel 4

“de stichting

1.De stichting staat ervoor in dat zij voldoet en zal blijven voldoen aan de eisen van deWet en de Verordening, met name aan de vereisten, neergelegd in de artikelen 7 en 8 van de Wet, en dat zij geen andere activiteiten zal ontplooien dan in art. 5 vermeld”.

Artikel 5

“subsidie

1.De stichting dient jaarlijks een schriftelijk verzoek om subsidie in, met bijbehorende begroting en activiteitenplan op hoofdlijnen...

2.Overeenkomstig de bovenvermelde subsidiebeschikking bedraagt de jaarlijkse subsidie de gerealiseerde opbrengst van de BIZ-bijdragen voor de uitvoering van de in het activiteitenplan genoemde en tussen stichting en gemeente overeengekomen activiteiten...

4.De stichting staat ervoor in dat de BIZ-subsidie wordt aangewend – en uitsluitend wordt aangewend – voor de activiteiten zoals genoemd in het door de gemeente goedgekeurde activiteitenplan – voor zover die activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven in overeenstemming zijn met de Wet, de Verordening, de Beschikking en de Statuten.

5.Indien aan het eind van een subsidieperiode een deel van de op die periode betrekking hebbende BIZ-subsidie niet is besteed, kan de gemeente toestemming geven dat deel te verschuiven naar de volgende periode. Indien op enig moment geen BIZ subsidie meer wordt verstrekt, zal de stichting het aan het eind van de laatste subsidieperiode niet bestede bedrag, na aftrek van alle door de gemeente goedgekeurde kosten, naar rato terugbetalen aan de heffingsplichtigen die voor de laatste subsidieperiode de BIZ-bijdrage hebben betaald”.

Artikel 6

“verantwoording

De stichting draagt zorg voor een sluitende begroting en jaarrekening en voert een transparante administratie. In geval van afwijkingen in de realisatie van de overeengekomen contractafspraken, neemt de stichting initiatief tot overleg met de gemeente. Bij negatieve afwijkingen heeft het college het recht de subsidie lager vast te stellen dan verleend, tenzij de stichting kan aantonen dat de oorzaken van de afwijking buiten haar invloedssfeer liggen”.

Artikel 8

“wanprestatie/overmacht

1.Ieder der partijen is gerechtigd deze subsidie-uitvoeringsovereenkomst en daarmee de subsidierelatie te beëindigen, indien de andere partij, na schriftelijk in gebreke te zijn gesteld waarbij een redelijke termijn wordt gegeven, in ernstige mate tekort schiet in de nakoming van een of meer krachtens deze overeenkomst op die partijen rustende verplichtingen, tenzij er sprake is van overmacht n de zin van artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek.

2.De bepalingen uit de Experimentenwet BI-zones en de Algemene Wet Bestuursrecht zijn hierbij van toepassing, en worden door ieder der partijen in acht genomen”.

Artikel 9

“wettelijke grondslag

Op de subsidieverlening is de Experimentenwet BI-zones en de Algemene wet bestuursrecht van toepassing”.

Eiseres was op 1 januari 2011 gebruiker van de onroerende zaak gelegen aan de [adres]. Deze onroerende zaak is gelegen in het bij de Verordening aangewezen gebied waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven.

Verweerder heeft op grond van de Verordening aan eiseres een aanslag BIZ-bijdrage opgelegd.

In geschil is of van eiseres terecht een BIZ-bijdrage is geheven.

Eiseres heeft onder meer aangevoerd dat de BIZ-bijdrage ten onrechte in geheven en heeft voor haar motivering van dit standpunt verwezen naar de uitspraak van de Rechtbank Assen van 29 maart 2012, LJN BW0841. In deze uitspraak oordeelde de rechtbank dat in de betreffende kwestie niet was voldaan aan artikel 7, derde lid, van de Experimentenwet BI-zones, omdat in de uitvoeringsovereenkomst niet was bepaald dat de Stichting Ondernemersfonds centrum Beilen verplicht was de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie werd verstrekt.

Verweerder is van mening dat in dit geval, gelet op de bewoordingen van artikel 5 van de Uitvoeringsovereenkomst, afdwingbaar is welke activiteiten de stichting verricht. Wanneer de stichting de subsidie voor andere activiteiten verricht dan in het activiteitenplan vermeld staan, kan de gemeente hiertegen stappen ondernemen en de subsidie intrekken.

De rechtbank overweegt als volgt.

De Experimentenwet BI-zones is tot stand gekomen bij wet van 19 maart 2009 ( Stb. 2009/165), houdende tijdelijke regels voor experimenten met een gebiedsgerichte bestemmingsheffing ten behoeve van aanvullende activiteiten van samenwerkende ondernemers mede in publiek belang. Artikel 1, eerste lid, van de Experimentenwet BI-zones bepaalt dat de gemeenteraad onder de naam BIZ-bijdrage een heffing kan instellen ter zake van binnen een bepaald gebied in de gemeente (BI-zone) gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. Volgens het tweede lid van dit artikel is de BIZ-bijdrage een belasting die strekt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone. De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken, aldus het derde lid.

In de Memorie van Toelichting wordt artikel 1 van de Experimentenwet BI-zones als volgt toegelicht:

“Dit artikel bevat de expliciete bevoegdheid de belasting op te leggen zoals die wordt geëist door artikel 132, zesde lid, van de Grondwet, geeft de belastinggrondslag en karakteriseert de belasting als een bestemmingsheffing. De heffingsverordening zal nader moeten specificeren om welk gebied het gaat, welke activiteiten worden uitgevoerd, welke vereniging of stichting deze activiteiten uit zal voeren, welke kosten hieraan verbonden zijn en wat de hoogte van de heffing zal bedragen. Ook worden eisen gesteld aan het soort te subsidiëren activiteiten, naar verwachting vooral op het gebied van leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en veiligheid (zie ook paragraaf 7.1.2 in het algemene deel). Een belangrijke beperking is ook dat het moet gaan om behartiging van een publiek belang in de openbare ruimte. (…)”

(MvT, Kamerstukken II 2007/2008, 31 430, nr. 3).

Artikel 7 van de Experimentenwet BI-zones bepaalt:

“1.De opbrengst van de belasting wordt als subsidie verstrekt aan de bij de verordening aangewezen vereniging of stichting. De perceptiekosten kunnen hierop in mindering worden gebracht.

2.De verordening wijst uitsluitend als vereniging of stichting aan:

a. een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid:

1° waarvan alle beoogde bijdrageplichtigen lid zijn of dit desgewenst met onmiddellijke ingang kunnen worden,

2° waarvan de contributie op jaarbasis niet hoger is dan € 50?, en

3° die als statutaire doelstelling uitsluitend heeft het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in artikel 1, tweede lid , of

b. een stichting:

1° waarvan ten minste tweederde van de leden van het bestuur bestaat uit beoogde bijdrageplichtigen, en

2° die als statutaire doelstelling uitsluitend heeft het uitvoeren van activiteiten als bedoeld in artikel 1, tweede lid.

3.In aanvulling op het tweede lid wijst de verordening uitsluitend een vereniging of stichting aan waarmee de gemeente ter uitvoering van de verordening een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten, waarin is bepaald dat de subsidie-ontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie wordt verstrekt.

4.De raad stelt bij verordening de nodige regels, met inbegrip van de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de subsidie wordt verstrekt.”.

Artikel 4:36, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat in de overeenkomst kan worden bepaald dat de subsidie-ontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is verleend.

De gemeenteraad van de gemeente Heerlen heeft in de Verordening de stichting BIZ [naam] aangewezen als subsidie-ontvanger. De gemeente Heerlen heeft met de stichting een uitvoerings-overeenkomst gesloten. In artikel 5 van de Uitvoeringsovereenkomst is bepaald dat de stichting de subsidie alleen voor activiteiten zoals vermeld in het goedgekeurde activiteitenplan mag aanwenden. Anders dan verweerder meent, kan naar het oordeel van de rechtbank echter niet worden gezegd dat in dit artikel een afdwingbepaling ten aanzien van de te verrichten activiteiten is opgenomen nu op de stichting geen verplichting is komen te rusten deze activiteiten daadwerkelijk uit te voeren.

Ook overigens kan naar het oordeel van de rechtbank in de Uitvoeringsovereenkomst geen afdwingbepaling worden gelezen. Dit leidt tot de conclusie dat in de Verordening geen vereniging of stichting is aangewezen waarmee een uitvoeringsovereenkomst is gesloten waarin is bepaald dat de subsidie-ontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is verleend.

Uit het voorgaande volgt dat niet is voldaan aan de door de formele wetgever in het bepaalde in artikel 7, derde lid, van de Experimentenwet BI-zones neergelegde voorwaarde voor de BIZ-heffing. Dit heeft naar het oordeel van de rechtbank tot gevolg dat geen BIZ-heffing kan plaatsvinden. De rechtbank acht de Verordening daarom in zijn geheel onverbindend.

Het voorgaande brengt mee dat er geen wettelijke grondslag bestaat voor het heffen van een BIZ-bijdrage van eiseres. De rechtbank zal de aanslag BIZ-bijdrage daarom vernietigen.

De overige beroepsgronden van eiseres behoeven geen behandeling meer.

Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond.

Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

-verklaart het beroep gegrond;

-vernietigt het bestreden besluit;

-herroept de aanslag BIZ-bijdrage van 31 december 2011 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

-draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 42,- aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Oosterman, rechter, in aanwezigheid van mr. A.G.P.M. Zweipfenning, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

27 november 2012

w.g. A. Zweipfenning w.g. Oosterman

Voor eensluidend afschrift:

de griffier:

Afschrift verzonden aan partijen op: 27 november 2012

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature