< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Art. 526.1 Sv. Verzoekschrift tot regeling van rechtsgebied. Het verzoekschrift stelt de vraag aan de orde welke rechter bevoegd is tot kennisneming van het door verdachte ingestelde h.b. Deze vraag is door het Hof Leeuwarden en de Militaire Kamer van het Hof Arnhem in tegengestelde zin beantwoord, zodat zich een geval voordoet a.b.i. art. 525.1 aanhef en onder 2 Sv. Het door de verdachte ingestelde beroep is niet gericht tegen een vonnis van de Militaire Kamer van de Rb. te Arnhem, maar tegen een vonnis van de Ktr in de Rb. Leeuwarden. Gelet op art. 60 RO is het Hof Leeuwarden bevoegd tot kennisneming van het h.b. tegen dit vonnis. De Militaire Kamer van het Hof Arnhem heeft derhalve terecht geoordeeld dat hij niet bevoegd is tot kennisneming van het onderhavige h.b. en het Hof Leeuwarden daartoe wel bevoegd is. De HR verklaart dat het Hof Leeuwarden bevoegd is tot kennisneming van het onderhavige h.b.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



20 november 2012

Strafkamer

nr. S 11/04004 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het verzoekschrift van de Advocaat-Generaal bij het Gerechtshof te Arnhem, ingekomen bij de Hoge Raad op 2 december 2011, tot regeling van rechtsgebied als bedoeld in art. 526, eerste lid, Sv in de zaak van:

[Verdachte] (hierna te noemen: de verdachte), geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1. Het verzoek

De Advocaat-Generaal bij het Gerechtshof te Arnhem heeft zich op de voet van art. 77 RO in verbinding met art. 526, eerste lid, Sv tot de Hoge Raad gewend met een verzoek tot regeling van rechtsgebied.

2. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het Gerechtshof te Leeuwarden bevoegd zal verklaren te beslissen op het in de onderhavige zaak ingestelde hoger beroep.

3. Beoordeling van het verzoek

3.1. Uit de stukken van het geding blijkt dat:

a. de Kantonrechter in de Rechtbank Leeuwarden de verdachte bij vonnis van 20 augustus 2009 ter zake van "overtreding van het bepaalde bij artikel 20, aanhef en onder a van het RVV 1990" heeft veroordeeld tot een geldboete van € 430,-, subsidiair 8 dagen hechtenis, en de tenuitvoerlegging heeft gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf;

b. de verdachte op 21 augustus 2009 hoger beroep heeft ingesteld tegen dit vonnis;

c. het Gerechtshof te Leeuwarden op 11 februari 2011 het onderzoek voor onbepaalde tijd heeft geschorst en de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, Militaire Kamer, heeft verwezen, en daartoe heeft overwogen:

"[D]at het hof Leeuwarden in beginsel niet bevoegd is de onderhavige zaak te behandelen, nu de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde feit militair was. De militaire kantonrechter van de rechtbank Arnhem was bevoegd om de zaak in eerste aanleg te behandelen. De militaire kamer van het Hof Arnhem is bevoegd om het hoger beroep te behandelen."

d. de verdachte is gedagvaard om op 10 november 2011 ter terechtzitting van het Gerechtshof te Arnhem, Militaire Kamer, te verschijnen;

e. het Gerechtshof te Arnhem, Militaire Kamer, zich onbevoegd heeft verklaard om kennis te nemen van het hoger beroep, en daartoe heeft overwogen:

"Nu het vonnis waarvan beroep is gewezen door de commune kantonrechter, is de militaire kamer van het gerechtshof onbevoegd kennis te nemen van het daartegen gerichte hoger beroep."

3.2. Het verzoekschrift stelt de vraag aan de orde welke rechter bevoegd is tot kennisneming van het door de verdachte ingestelde hoger beroep. Het Gerechtshof te Leeuwarden en het Gerechtshof te Arnhem, Militaire Kamer, hebben deze vraag in tegengestelde zin beantwoord, zodat zich een geval voordoet als bedoeld in art. 525, eerste lid aanhef en onder 2º, Sv.

3.3. Op grond van art. 68 RO is de Militaire Kamer van het Gerechtshof te Arnhem bevoegd tot het behandelen en beslissen van zaken waarin vonnis is gewezen door de Militaire Kamer van de Rechtbank Arnhem. Het door de verdachte ingestelde hoger beroep is niet gericht tegen een vonnis van de Militaire Kamer van de Rechtbank Arnhem maar tegen een vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank Leeuwarden. Gelet op het bepaalde in art. 60 RO is het Gerechtshof te Leeuwarden bevoegd tot kennisneming van het hoger beroep tegen dit vonnis.

3.4. Uit het vorenstaande volgt dat het Gerechtshof te Arnhem, Militaire Kamer, terecht heeft geoordeeld niet bevoegd te zijn tot kennisneming van het onderhavige hoger beroep en dat het Gerechtshof te Leeuwarden daartoe wel bevoegd is.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart dat het Gerechtshof te Leeuwarden bevoegd is tot kennisneming van het onderhavige hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 november 2012.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature