< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verbod om te vissen met de visfuik: artikel 28b van de Uitvoeringsregeling Visserijwet 1963.

Niet geoordeeld kan worden dat de minister in redelijkheid niet tot het voorschrift van artikel 28b van de Uitvoeringsregeling heeft kunnen komen. Het voorschrift is ook niet in strijd met artikel 1 van het Eerste protocol bij het EVRM. Verzoek om ontheffing van het verbod is op goede gronden afgewezen.

Uitspraak



UITSPRAAK

RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/1609

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 oktober 2012 in de zaak tussen

de vennootschap onder firma

(NAAM BEDRIJF)., te (woonplaats), eiseres,

gemachtigde: (naam gemachtigde),

en

de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2011 (primair besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om haar een ontheffing te verlenen voor het gebruik van de aalfuik afgewezen.

Bij besluit van 22 februari 2012 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard met de motivering dat ook de visfuik onder het verbod valt en daarvoor aan eiseres geen ontheffing kan worden verleend.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 augustus 2012.

Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Daarnaast is als adviseur (naam persoon) verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

(naam persoon) en (naam persoon).

Overwegingen

1. De onderneming van eiseres is gericht op binnenvisserij. Eiseres beviste het zogenaamd “Woudrichems Viswater” en het Kantwater van de Bergsche Maas met aalfuiken om aal, schubvis en wolhandkrab te kunnen vangen.

Met ingang van 1 april 2011 bepaalt artikel 54c, eerste lid, van de Visserijwet 1963 dat de minister maatregelen kan treffen met betrekking tot vis die via voedering, drenking, inademing of een andere vorm van blootstelling een schadelijke stof heeft opgenomen, of waarvan wordt vermoed dat hij deze heeft opgenomen, of die het gevaar loopt de stof op te nemen, en daarmee een ernstig gevaar voor mens, dier en milieu kan opleveren.

Het tweede lid bepaalt dat de maatregelen, bedoeld in het eerste lid zijn, (a.) een verbod op het vissen, en (b.) een verbod op het voorhanden en in voorraad hebben van vis.

Het derde lid, aanhef en onder a bepaalt dat de maatregelen kunnen worden voorgeschreven

voor een daarbij aan te wijzen vissoort.

Met ingang van 1 april 2011 bepaalt artikel 5a van de Uitvoeringsregeling Visserijwet 1963 (Uitvoeringsregeling) dat als vissoort als bedoeld in artikel 54c, derde lid, onderdeel a van de wet de aal en de wolhandkrab worden aangewezen.

Artikel 28b, eerste lid, aanhef en onder b en i, van de Uitvoeringsregeling bepaalt dat het verboden is te vissen in de wateren genoemd in bijlage 16 met de (b) aalfuik en (i) visfuik.

In bijlage 16 bij de Uitvoeringsregeling zijn onder meer de Bergsche Maas, de Afgedamde Maas en de Waal genoemd.

Bij brief van 31 oktober 2011 heeft eiseres aan verweerder verzocht om haar een ontheffing te verlenen voor het oogsten van schubvis met aangepaste visfuiken in het Woudrichems Viswater en het Kantwater van de Bergsche Maas.

Artikel 35a van de Uitvoeringsregeling bepaalt -voor zover van belang- dat de minister op aanvraag ontheffing kan verlenen van het bepaalde in artikel 28b voor het verrichten van onderzoek.

Bij het primaire besluit heeft verweerder het verzoek afgewezen. Verweerder heeft daaraan ten grondslag gelegd dat uit de aanvraag niet blijkt dat eiseres de visserij met de aalfuik gaat uitoefenen ten behoeve van onderzoek en/of monitoring, afvissingen of baggerwerkzaamheden.

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit en het bezwaar op 8 februari 2012 telefonisch toegelicht.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij overwogen dat hoewel in het primaire besluit ten onrechte de aalfuik is genoemd, ook de visfuik onder het verbod valt en daarvoor aan eiseres geen ontheffing kan worden verleend.

2. Eiseres heeft aangevoerd dat zij als gevolg van het vangstverbod voor aal een groot deel van haar inkomsten mist. Eiseres wil daarom optimaal gebruik maken van de visrechten voor schubvis. Schubvis kan met verschillende vistuigen worden gevangen. Het gebruik van een aantal van die vistuigen is inmiddels verboden, het gebruik van andere vistuigen is ter plaatse niet mogelijk. Feitelijk leidt het verbod op aal- en wolhandkrabvangst ertoe dat de mogelijkheden om op schubvis te vissen zodanig zijn beperkt dat nagenoeg sprake is van een beroepsverbod, terwijl nog wel vergoedingen voor het visrecht moeten worden betaald. Het verbod is daarom in strijd met het beginsel van proportionaliteit. Het verbod op het gebruik van de aangepaste visfuiken vormt een ongeoorloofde inbreuk op de economische positie van eiseres. Daarnaast is het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel, nu verweerder daarin ten onrechte heeft overwogen dat controle op de aanpassingen van de fuiken te intensief zou zijn. Bij de uitvoering van het Aalbeheerplan is gebleken dat controle goed mogelijk is.

3. Niet in geschil is dat het verbod om met visfuiken te vissen het eveneens onmogelijk maakt om op schubvis te vissen met aangepaste visfuiken waaruit de aal en wolhandkrab kan ontsnappen.

De rechtbank begrijpt, mede gelet op de toelichting ter zitting, dan eiseres zich op het standpunt stelt dat artikel 28b eerste lid, aanhef en onder b van de Uitvoeringsregeling onverbindend is, omdat het daarin neergelegde verbod verder strekt dan in het licht van artikel 54c, eerste lid, van de Visserijwet 1963 noodzakelijk is. Daarnaast maakt het verbod een ongeoorloofde inbreuk maakt op het eigendomsrecht van eiseres, zoals neergelegd in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europese Verdrag ter bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM).

De Uitvoeringsregeling is een ministeriële regeling en dus een algemeen verbindend voorschrift. Over dergelijke niet door de wetgever in formele zin gegeven voorschriften kan een rechter oordelen dat die onverbindend zijn op de grond dat sprake is van zodanige willekeur dat de minister, gelet op alle relevante belangen, in redelijkheid niet tot de voorschriften heeft kunnen komen. Bij deze toetsing dient de rechter terughoudendheid te betrachten (Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS), 17 juni 2009,

LJ-nummer BI8438, te raadplegen via www.rechtspraak.nl).

Niet geoordeeld kan worden dat de minister in redelijkheid niet tot het voorschrift van artikel 28b van de Uitvoeringsregeling heeft kunnen komen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat uit de Memorie van Toelichting bij de tijdelijke wijziging van de Visserijwet (Kamerstukken II, Memorie van Toelichting, 2010-2011, 32 568, nr 3) en uit de toelichting bij de Uitvoeringsregeling (Stcr. 2011, nr. 5691) volgt dat de minister heeft onderkend dat het verbod om (onder meer) met visfuiken te vissen, ook gevolgen heeft voor de vangst van andere soorten dan de aal en wolhandkrab. De minister heeft gelet op de bescherming van de volksgezondheid het belang bij de effectiviteit van het vangstverbod laten prevaleren. De rechtbank acht dit niet onredelijk, te meer niet nu schubvis ook met andere vistuigen kan worden gevangen, die niet verboden zijn.

Het voorschrift van artikel 28b van de Uitvoeringsregeling is ook niet in strijd met

artikel 1 van het Eerste protocol bij het EVRM. Die bepaling laat onverlet de toepassing van wetten die noodzakelijk kunnen worden geacht om het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang, zoals de volksgezondheid, te reguleren. De gevolgen van het verbod zijn daarnaast niet van dien aard dat daarmee een ongeoorloofde inbreuk wordt gemaakt op het eigendomsrecht van eiseres. Ter zitting heeft is namens eiseres erkend dat, hoewel eiseres daaraan niet de voorkeur geeft, zij schubvis kan vangen met de zegen.

Van het in artikel 28b van de Uitvoeringsregeling neergelegde verbod om te vissen met de visfuik kan verweerder op grond van artikel 35a van de Uitvoeringsregeling ontheffing verlenen. De bevoegdheid daartoe is echter beperkt tot de situatie waarin de visfuik wordt gebruikt voor het doen van onderzoek. De verwijzing door eiseres naar de mogelijkheid van vrijstelling voor het vissen met een aalfuik, zoals neergelegd in artikel 32a van de Uitvoeringsregeling, maakt dat niet anders. Ook goede controlemogelijkheden kunnen er niet toe leiden dat verweerder bevoegd is ontheffing te verlenen voor situaties, anders dan het doen van onderzoek. Nu vast staat dat eiseres de ontheffing niet heeft gevraagd ten behoeve van onderzoek en verweerder niet bevoegd is om in situaties anders dan ten behoeve van onderzoek ontheffing te verlenen, heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor een ontheffing op goede gronden afgewezen.

4. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, in aanwezigheid van

mr. W.J.C. Goorden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2012.

mr. W.J.C. Goorden, griffier mr. T. Peters, rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature