Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

12/1740

Loonbelasting

Vanwege ontbreken kilometeradministratie zijn terecht loonheffingen nageheven bij de inhoudingsplichtige. Geen sprake van het ontbreken van een nieuw feit in de inkomstenbelasting, waardoor een naheffingsaanslag loonheffingen niet meer mogelijk zou zijn. Geen opzet, wel grove schuld.

Uitspraak



RECHTBANK BREDA

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 12/1740

Uitspraakdatum: 21 september 2012

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Oost-Brabant, kantoor ’s-Hertogenbosch,

de inspecteur.

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.De inspecteur heeft aan belanghebbende over het tijdvak 1 april 2008 tot en met

31 december 2009 een naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd (aanslagnummer: [nummer]), alsmede bij gelijktijdige beschikkingen heffingsrente vastgesteld en een vergrijpboete opgelegd van € 1.800.

1.2.De inspecteur heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van

6 maart 2012 de naheffingsaanslag en de heffingsrente gehandhaafd en de boete verminderd tot € 896.

1.3.Belanghebbende heeft daartegen bij brief van 12 april 2012, ontvangen bij de rechtbank op 16 april 2012, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 310.

1.4.De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2012 te Eindhoven.

Aldaar zijn verschenen en gehoord, namens belanghebbende, [de dga], vergezeld van [gemachtigde], en namens de inspecteur, [gemachtigde]

1.6.Belanghebbende heeft een pleitnota overgelegd en voorgedragen.

1.7.De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en een mondelinge uitspraak aangekondigd op 24 augustus 2012.

1.8.De rechtbank heeft bij brief van 24 augustus 2012 partijen bericht dat schriftelijk uitspraak gedaan zal worden.

2.Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1.Belanghebbende is een besloten vennootschap die haar bedrijfsactiviteiten voornamelijk uitoefent in [plaats]. Enig aandeelhouder en directeur is [de dga] (hierna: de dga). Zij woont in [woonplaats].

2.2.Op de balansen van belanghebbende over 2008 en 2009 staat onder andere een [de auto] (hierna: de auto), die bij de start van de onderneming op

[datum] 2008 vanuit privé is ingebracht. De auto heeft een cataloguswaarde van € 28.500.

2.3.Op 17 oktober 2009 is de auto, samen met een andere Saab, ingeruild voor een nieuwe Saab (kenteken [kenteken]). Vanaf 20 oktober 2009 wordt geen auto meer als zakelijk aangemerkt. De dga declareerde de zakelijke ritten sindsdien bij belanghebbende tegen € 0,19 per kilometer.

2.4.De inspecteur heeft op 30 mei 2011 een boekenonderzoek bij belanghebbende aangekondigd dat op 15 juni 2011 is begonnen.

2.5.De inspecteur heeft met dagtekening van 24 augustus 2011 de definitieve aanslag inkomstenbelasting over 2009 aan de dga opgelegd.

2.6.De inspecteur heeft op 1 september 2011 een concept rapport opgesteld naar aanleiding van voornoemd boekenonderzoek en op 6 oktober 2011 het definitieve rapport.

De inspecteur heeft daarin geconcludeerd dat in de loonadministratie van belanghebbende over het privé-gebruik van de auto geen bijtelling heeft plaatsgevonden en dat geen rittenadministratie is bijgehouden en tevens aangekondigd de daarom verschuldigde loonheffingen na te heffen.

2.7.De inspecteur heeft met dagtekening 15 november 2011 de loonheffingen nageheven (€ 5.390), alsmede heffingsrente berekend (€ 345) en, wegens opzet, een vergrijpboete opgelegd van 50% maar deze gematigd naar € 1.800.

3.Geschil

3.1.In geschil is het antwoord op de vragen of de naheffingsaanslag en de boete terecht en tot op het juiste bedrag zijn opgelegd.

3.2.Belanghebbende beantwoordt de vragen ontkennend. De inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan. De berekening van de verschuldigde belasting als zodanig is niet in geschil.

3.3.Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.

3.4.Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vernietiging van de naheffingsaanslag, de beschikking heffingsrente en de boetebeschikking.

3.5.De inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4.Beoordeling van het geschil

De nageheven belasting

4.1.1.Belanghebbende heeft zich op het standpunt gesteld dat weliswaar geen rittenadministratie is bijgehouden maar dat het uitsluitend zakelijk gebruik van de auto ook op een andere manier kan worden aangetoond. Belanghebbende heeft daarvoor een achteraf gereproduceerde agenda uit het programma Outlook overgelegd alsmede achteraf opgestelde berekeningen over het gereden aantal kilometers, afgeleid van gemiddelde brandstofkosten en routeplanners.

4.1.2.Artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 bepaalt dat als een auto ook voor privé-doeleinden ter beschikking is gesteld het voordeel daarvan wordt gesteld op ten minste 25% van de waarde van de auto. Het vierde lid van dit artikel bepaalt dat als uit een rittenadministratie of anderszins blijkt dat de auto op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé wordt gebruikt er geen bijtelling plaats vindt. Dit houdt in dat een bijtelling alleen achterwege blijft als belanghebbende overtuigend aan kan tonen dat de auto voor niet meer dan 500 kilometer voor privé-doeleinden is gebruikt.

4.1.3.De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende niet aan deze zware bewijslast heeft voldaan. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat weliswaar het bewijs ook anders dan met een rittenadministratie geleverd kan worden, maar dat de stukken die belanghebbende heeft overgelegd geen overtuigend bewijs vormen. Immers, de overgelegde kilometerspecificatie geeft geen exact overzicht van de verreden zakelijke kilometers maar berust op schattingen en meer of minder globale berekeningen. Ook met hetgeen belanghebbende hier verder over heeft verklaard en overgelegd wordt niet overtuigend aangetoond dat de auto voor niet meer dan 500 kilometer privé gebruikt is. Deze beroepsgrond van belanghebbende faalt.

4.2.1.Belanghebbende heeft zich voorts beroepen op het ontbreken van een nieuw feit. Immers, zo stelt zij, de inspecteur was naar aanleiding van gesprekken met belanghebbende al in 2010 op de hoogte van het ontbreken van een kilometeradministratie. Tevens heeft de inspecteur, zo betoogt belanghebbende verder, haar niet op de gevolgen van het ontbreken daarvan gewezen.

4.2.2.De rechtbank stelt voorop dat een nieuw feit voor het naheffen van loonheffingen in beginsel niet vereist is. Naar de rechtbank begrijpt heeft belanghebbende bedoeld te stellen dat een nieuw feit voor de inkomstenbelasting ontbreekt en dat er om die reden geen ruimte meer is een naheffingsaanslag loonheffingen op te leggen (vlg. oa. Hoge Raad, 10 februari 1993, nr. 27.813, www.rechtspraak.nl, LJN: ZC5251). Volgens belanghebbende, zo begrijpt de rechtbank had de inspecteur die de aanslag inkomstenbelasting heeft vastgesteld door de gesprekken in 2010 en door het lopende boekenonderzoek op de hoogte kunnen en ook moeten zijn dat er bijtelling voor privé gebruik van de zakelijke auto moest plaatsvinden. Deze wetenschap verhindert dan navordering op grond van artikel 16, eerste lid, van de AWR en dan kunnen ook geen loonheffingen meer worden nageheven, aldus belanghebbende.

4.2.3.De rechtbank is van oordeel dat van een inspecteur mag worden verwacht dat hij zich bij het vaststellen van een aanslag inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekeringen (IB/PH) op de hoogte stelt van alle gegevens die zich in een dossier van een belastingplichtige bevinden. Dit kan met zich meebrengen dat die inspecteur, als daar aanwijzingen voor zijn, een collega op het gebied van een andere belastingsoort dient te raadplegen. Dit na te laten kan, zo is de rechtbank van oordeel, aan het aanwezig zijn van een nieuw feit in de weg staan of een ambtelijk verzuim opleveren.

4.2.4.De rechtbank is van oordeel dat de in 4.2.3 geschetste situatie zich hier niet voorgedaan heeft. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat weliswaar vast is komen te staan dat belanghebbende in 2010 over diverse aspecten van de loonheffingen correspondentie heeft gevoerd met de inspecteur loonheffingen, maar dat niet is vast komen te staan dat daar op ondubbelzinnige wijze gesproken is over de problematiek van het privé-gebruik auto en de al dan niet aanwezigheid en de gevolgen van het ontbreken van een rittenadministratie. De rechtbank wijst hiervoor op een brief van de inspecteur van

18 oktober 2010 waarin deze verwijst naar gevoerde correspondentie en waarin hij zijn goedkeuring geeft over het aspect gebruikelijk loon. In die brief wordt met geen woord gerept over de problematiek van het privé gebruik auto. Derhalve is niet aannemelijk dat de inspecteur destijds iets aan het dossier van belanghebbende of aan dat van haar dga heeft toegevoegd wat het privé-gebruik auto betreft.

De rechtbank neemt ook in aanmerking dat het boekenonderzoek bij belanghebbende wel op 15 juni 2011 is begonnen, maar dat ten tijde van het opleggen van de aanslag IB/PH nog geen (concept-)rapport gereed was. De rechtbank is van oordeel dat in deze situatie het de inspecteur van de inkomstenbelasting niet tegengeworpen kan worden dat hij zich mogelijk bij het vaststellen van de aanslag inkomstenbelasting voor de dga niet heeft laten informeren door de inspecteur loonheffingen die de controle bij belanghebbende heeft uitgezet. Belanghebbendes beroepsgrond faalt. Voor zover belanghebbende zich heeft willen beroepen op schending van het in rechte opgewekte vertrouwen dat haar geen naheffingsaanslag loonheffingen opgelegd zou worden faalt het om dezelfde redenen.

De boete

4.3.1.De inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat belanghebbende opzettelijk geen loonheffingen over het privé-gebruik van de auto heeft afgedragen. Dit omdat, aldus de inspecteur, geen enkel bewijs bestond over het lagere privé-gebruik dan 500 kilometer per jaar en bovendien de relevante regelgeving algemeen bekend is. De inspecteur heeft ook gesteld dat belanghebbende de fiscale nadelige effecten van het privé-gebruik auto terzijde heeft gesteld maar wel van de voordelige kanten daarvan heeft geprofiteerd. Naar de rechtbank begrijpt heeft de inspecteur zijn subsidiaire stelling dat sprake is van grove schuld niet laten vallen.

4.3.2.De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur niet bewezen heeft dat sprake is geweest van opzet of voorwaardelijk opzet, of van kwade trouw. Voormelde redenen acht de rechtbank daarvoor niet voldoende. De verklaring ter zitting van de dga van belanghebbende dat zij niet opzettelijk heeft afgezien van het aangeven van het privé gebruik auto acht de rechtbank geloofwaardig. De rechtbank is wel van oordeel dat sprake is van grove schuld. Het valt belanghebbende in ernstige mate te verwijten dat zij zich bij de aanvang van de onderneming blijkbaar niet dan wel onvoldoende heeft laten informeren over de toepasselijke regelgeving terwijl dit van een startende ondernemer wel verwacht mag worden. De boete dient te worden verminderd. De rechtbank acht een boete van € 400 passend en geboden.

4.3.3.Tussen de aankondiging van de boete, in het concept controlerapport van

1 september 2010, en het doen van uitspraak door de rechtbank is een periode verstreken van bijna twee jaar en één maand. Daarmee is de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM met bijna een maand overschreden. Gelet op de hoogte van de boete is de geconstateerde overschrijding met deze vaststelling voldoende gecompenseerd.

4.4.Gelet op het vorenstaande dient het beroep gegrond te worden verklaard voor zover het de boete betreft en voor het overige ongegrond.

5.Proceskosten

De rechtbank ziet aanleiding de inspecteur te veroordelen in de proceskosten die belanghebbende redelijkerwijs voor de behandeling van het beroep heeft moeten maken. Deze zijn, op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht, de reiskosten op basis van het openbaar vervoer tweede klasse, te weten € 17,50. Overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn gesteld noch gebleken.

6.Beslissing

De rechtbank:

-verklaart het beroep gegrond voor zover het de boete betreft;

-vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover het de boetebeschikking betreft;

-vermindert de boete tot € 400;

-verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

-veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van

€ 17,50;

-gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 310 aan deze vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 21 september 2012 door mr . drs. M.M. de Werd, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Mies, griffier.

De griffier, de rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 02 oktober 2012

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, vijfde lid en artikel 28, zevende lid AWR ).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature