< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. Een van de vragen die speelt, is of het ontbindingsverzoek moet worden afgewezen vanwege de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte.

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

beschikking ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek

in de zaak van

[verzoekster],

gevestigd te Botlek-Rotterdam

verzoekster,

gemachtigde: mr. J.D. de Rooij,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. R. Craenen.

Partijen worden hierna aangeduid als “[verzoekster]” en “[verweerder]”.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Op 24 augustus 2012 is ter griffie van deze rechtbank ontvangen het verzoekschrift, met bijlagen, van [verzoekster] strekkende tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder].

1.2 Op 21 september 2012 is ter griffie van deze rechtbank ontvangen het verweerschrift van [verweerder], met bijlagen.

1.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 september 2012. Namens [verzoekster] is verschenen mevrouw [I], manager Marketing & Sales, en mevrouw

[B]. Zij werden bijgestaan door de gemachtigde. [verweerder] is in persoon verschenen en hij werd bijgestaan door zijn gemachtigde. Zowel de gemachtigde van [verzoekster] als [verweerder] hebben zich ter zitting bediend van een pleitnotitie die door hen is overgelegd. Van hetgeen verder ter zitting is verhandeld heeft de griffier aantekening gehouden.

2. De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1 [verzoekster] opereert wereldwijd op het gebied van transport en opslag van chemicaliën, minerale oliën, dierlijke vetten en andere speciale producten.

2.2 [verweerder], geboren op [geboortedatum], is op 12 augustus 1974 in dienst getreden bij (een rechtsvoorganger van) [verzoekster]. [verweerder] was laatstelijk werkzaam in de functie van Declarant. Het loon van [verweerder] bedraagt thans € 6.319,44 bruto per maand, inclusief vakantietoeslag.

2.3 Als Declarant houdt [verweerder] zich -onder meer- bezig met het verrichten van douaneformaliteiten, opdat commerciële, administratieve en operationele bedrijfshandelingen douanetechnisch uitvoerbaar zijn en de organisatie voldoet aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.

2.4 Op 22 juni 2009 had [verweerder] vanwege een ziekmelding een afspraak met zijn behandelend casemanager en zijn leidinggevende. Het gesprek was bedoeld om te praten over de reintegratie van [verweerder]. [verweerder] heeft echter eenzijdig dit gesprek niet laten doorgaan. Bij brief van 23 juni 2009 is [verweerder] hierop aangesproken doo[C] (Manager HRM, hierna [C]) en is hem gevraagd om een verklaring.

2.5 Bij brief van 30 september 2009 schrijft [C] aan [verweerder] dat hij zich op maandag 29 september 2009 niet bij zijn leidinggevende heeft ziekgemeld, maar bij een directe collega. Voorts schrijft [C] dat zijn leidinggevende vervolgens heeft geprobeerd om [verweerder] telefonisch te bereiken, hetgeen niet is gelukt. Aan [verweerder] is verzocht om direct contact op te nemen met zijn leidinggevende.

2.6 [verweerder] heeft op 18 januari 2010 contact opgenomen met zijn leidinggevende en aangegeven dat hij die dag niet in de gelegenheid was om zijn werkzaamheden aan te vangen vanwege een lekkage in zijn garage. Op 19 januari 2010 heeft [verweerder] contact opgenomen met een collega en heeft toen aangegeven die dag niet naar zijn werk te komen.

2.7 [verzoekster] heeft per koerier met bevestiging van ontvangst op 19 januari 2010 [verweerder] schriftelijk opgeroepen om zich op 20 januari 2010 om 08.45 uur bij zijn leiding-gevende te melden vanwege zijn ongeoorloofde afwezigheid op 19 januari 2010. Tevens is hem daarbij een schriftelijke waarschuwing gegeven en is als sanctie een verlofdag van zijn verlofbudget afgeschreven.

2.8 Bij brief van 21 januari 2010 schri[D] (Manager HRM, hierna [D]) aan [verweerder] dat hij zich op 20 januari 2010 niet heeft gemeld bij zijn leidinggevende en dat hem daarom een tweede waarschuwing wordt gegeven.

2.9 Op 25 januari 2010 heeft er een corrigerend gesprek plaatsvonden, dat schriftelijk is vastgelegd en welk verslag door [verweerder] is getekend voor gezien. Uit dit verslag blijkt dat met [verweerder] is gesproken over de regels ten aanzien van verlofaanvraag, ziekmelding en is [verweerder] aangeraden om hulp te zoeken vanwege zijn privé-problemen. Tevens is aangegeven dat als het gedrag nogmaals voorkomt, [verweerder] een waarschuwing zal worden gegeven en de volgende waarschuwing direct zal leiden tot ontslag.

2.10 Bij brief van 16 maart 2010 is [verweerder], conform artikel 8 ‘Corrigerend optreden’ van het personeelshandboek, opgeroepen om te verschijnen op 17 maart 2010 vanwege ongeoorloofde afwezigheid op 15 en 16 maart 2010. In die brief is aangegeven dat tijdens dat gesprek [verweerder] een officiële waarschuwing zal krijgen.

2.11 [verweerder] is niet verschenen op 17 maart 2010. Bij brief van diezelfde dag is

[verweerder] een officiële waarschuwing gegeven. Voorts is [verweerder] opgeroepen om te verschijnen op 18 maart 2010.

2.12 Op 18 maart 2010 heeft een gesprek plaatsgevonden waarbij aanwezig waren [H], Van [D] en [verweerder]. Van dit gesprek is een verslag opgemaakt, dat door [verweerder] ‘voor gezien’ is getekend. Uit dit verslag blijkt dat [verweerder], hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, geen uitleg heeft gegeven waardoor zijn gedraging voor [verzoekster] in een ander daglicht is komen te staan. Voorts is de officiële waarschuwing, zoals gegeven bij brief van 17 maart 2010, gehandhaafd.

2.13 [verweerder] heeft zich op 23 juni 2010 bij zijn leidinggevende ziek gemeld met de klacht ‘diaree’.

2.14 Bij brief van 24 juni 2010 met als onderwerp ‘terugkoppeling verzuimbegeleiding’, schrijft [E], bedrijfsarts bij Arbo Unie B.V., dat [verweerder] is uitgenodigd voor het spreekuur op 24 juni 2010, maar dat [verweerder] niet is verschenen. De bedrijfsarts heeft vervolgens op verzoek van [verzoekster] drie keer geprobeerd om telefonisch contact te krijgen met [verweerder], hetgeen niet is gelukt.

2.15 [G]l (Manager HRM, hierna [G]), heeft [verweerder] bij brief van 24 juni 2010 opgeroepen om te verschijnen op 25 juni 2010 voor een gesprek met [H] en [G].

2.16 Bij brief van 25 juni 2010 is [verweerder] op non-actief gesteld. Daarbij is aangegeven dat [verweerder] geen geldige reden(en) heeft gegeven waarom hij zich niet aan de gemaakte afspraken heeft gehouden.

2.17 Bij brief van 27 juni 2010 betuigt [verweerder] zijn spijt voor de gebeurtenissen die in de afgelopen maanden hebben plaatsgevonden. Voorts geeft [verweerder] aan dat de hulp die hij de afgelopen tijd heeft gekregen niet voldoende is geweest en dat hij op een andere manier hulp moet zoeken.

2.18 Bij brief van 29 juni 2010 schrijft [H] dat [verzoekster] nog eenmaal bereid is om [verweerder] in de gelegenheid te stellen om zijn gedrag aan te passen. Daarvoor zal [verweerder] onder begeleiding worden gesteld van een coach. Daarbij is aangegeven dat indien [verweerder] een en ander niet goed nakomt, dit zal leiden tot ontslag op staande voet.

2.19 Op 29 juni 2010 heeft [verweerder] een intakegesprek gehad met mevrouw [J], zijn coach c.q. behandelaar. Uit het opgemaakte verslag blijkt dat [verweerder] al geruime tijd alcoholproblemen heeft, dat hij heeft geprobeerd om deze eerst zelf op te lossen, maar het hem is gebleken dat dit niet haalbaar is. Voorts zal [verweerder] op zoek gaan naar ondersteuning binnen de verslavingszorg om van zijn verslaving af te komen.

2.20 Vanwege het behandeltraject, dat is aangevangen op 30 juni 2010, is [verweerder] deels vrijgesteld van werkzaamheden.

2.21 Bij brief van 2 december 2010 schrijft [H] aan [verweerder], welke brief door [verweerder] is gezien en getekend voor akkoord, dat hoewel sprake is van een terugval, er toch vorderingen worden gemaakt. Deze vorderingen zijn echter niet zodanig dat gesproken kan worden van afronding van het project. De evaluatie van het behandeltraject is daarom verplaatst naar 1 maart 2011.

2.22 Het behandeltraject is op 1 maart 2011 afgerond. Bij brief van 9 maart 2011 is dit schriftelijk aan [verweerder] bevestigd en is daarbij aangegeven dat de gebruikelijke arbeidsvoorwaarden weer van kracht zijn.

2.23 Bij brief van 4 januari 2012 schrijft [I] aan [verweerder] dat hij op 29 november 2011 ongeoorloofd afwezig is geweest, hetgeen met hem is besproken met zijn leiding-gevende. Daarnaast schrijft [I] dat [verweerder] op 1 januari 2012 zonder aankondiging niet bereikbaar is geweest tijdens zijn stand by-dienst, dat [verweerder] op maandag

2 januari 2012 heeft gebeld en toen heeft aangegeven niet te zullen komen, zonder daarvoor een reden te geven en dat het sinds die tijd niet mogelijk is geweest om in contact te treden met [verweerder]. Vanwege het overtreden van de gemaakte afspraken heeft [verweerder] een laatste waarschuwing gekregen. [verweerder] is opgeroepen om zich uiterlijk vrijdag

6 januari 2012 om 15.00 uur te melden bij zijn leidinggevende.

2.24 Bij brieven van 17 januari 2012 en 18 januari 2012 wordt aan [verweerder] bevestigd dat enerzijds zijn recht op bedrijfsvervoer komt te vervallen en anderzijds zijn stand-by vergoeding voor de maanden januari en februari 2012 zal komen te vervallen en dat zijn diensten voor die maanden door zijn collega’s zullen worden waargenomen.

2.25 Bij brief van 6 juli 2012 is [verweerder] geschorst, omdat hij zich op 2 juli 2012 heeft ziekgemeld, terwijl volgens [verzoekster] sprake was van een terugval en [verweerder] hierdoor niet in staat was om naar zijn werk te komen. Aangegeven is dat de schorsing zal worden gebruikt om nader te onderzoeken welke maatregelen er genomen zullen worden en dat dit uiterlijk 12 juli 2012 aan [verweerder] bericht zal worden.

2.26 [verweerder] heeft op maandag 13 en dinsdag 14 augustus 2012 niet gewerkt. [verweerder] heeft die dagen bij zijn leidinggevende verzocht om een vrije dag. Op 14 augustus 2012 heeft [I] zelf [verweerder] met terugwerkende kracht ziek gemeld. [verweerder] is op woensdag 15 augustus 2012 weer op zijn werk verschenen. [verweerder] is daarop door [I] naar huis gestuurd met de mededeling dat zij hem had ziek gemeld.

2.27 Bij brief van 17 augustus 2012 schrijft [G] aan [verweerder] dat is gebleken dat [verweerder] een afspraak met [J] heeft afgezegd en dat hij gestopt is met zijn medicatie. Voorts schrijft [G] dat [verweerder] zich op 13 augustus 2012 heeft afgemeld en dat [verweerder] op 15 augustus 2012 onaangekondigd op zijn werk is verschenen en dat hij toen door mevrouw [I] naar huis is gestuurd. [verweerder] is vervolgens uitgenodigd om op 22 augustus om 16.00 uur te verschijnen voor een gesprek.

2.28 Bij brief van 23 augustus 2012, met als onderwerp ‘beeindiging dienstverband’, schrijft [K] (Managing Director (a.i)) dat [verzoekster] het vertrouwen in [verweerder] heeft verloren, omdat hij een afspraak met [J] heeft afgezegd en tevens is gestopt met zijn medicatie. De brief bevat als bijlage een voorstel om tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen met wederzijds goedvinden.

2.29 [verweerder] zit met ingang van 10 september 2012 ‘intern’ bij [X], een verslavingskliniek in [plaats].

2.30 Op 14 september 2012 heeft [verweerder] een deskundigenoordeel gevraagd met betrekking tot de geschiktheid voor het eigen werk op 23 augustus 2012.

Uit de rapportage van de arbeidsdeskundige van 20 september 2012 blijkt dat het deskundigenoordeel ziek niet ziek, niet in behandeling kan worden genomen, omdat er geen 1e oordeel is.

2.31 Op 20 september 2012 bevestigt d[L] van [X] verslavingszorg schriftelijk aan de gemachtigde van [verweerder] dat [verweerder] in zorg is in verband met alcoholproblematiek. Voorts geeft [L] aan dat [verweerder] zich in januari 2010 vrijwillig heeft aangemeld voor het online-programma alcoholondercontrole en dat [verweerder] in juni 2010 is overgestapt op face-to-face behandeling, welke behandeling in januari 2011 vanwege abstinentie in wederzijds overleg is afgesloten. Begin september 2011 heeft [verweerder] zich heraangemeld in verband met terugval in alcoholgebruik en dat [verweerder] thans klinisch gedetoxificeerd wordt en dat een intensief nazorgtraject en medicamenteuze ondersteuning wordt overwogen. Diagnostisch is er sprake van alcoholafhankelijkheid met lichamelijke afhankelijkheid volgens DSM-IV criteria.

3. Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1 Het verzoek strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, op de kortst mogelijke termijn, wegens gewichtige redenen, bestaande uit veranderingen in de omstandigheden, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van deze procedure.

3.2 Aan haar verzoek legt [verzoekster] het volgende – samengevat weergegeven – ten grondslag. Bij [verweerder] is sprake van een recidiverend alcoholprobleem, hetgeen vanaf medio 2009 begon te leiden tot ongewenst gedrag. [verweerder] was regelmatig ongeoorloofd afwezig en meldde zich onterecht en zonder de ziekteverzuimregels op te volgen ziek. [verweerder] is hierop aangesproken. Toen bleek dat [verweerder] een alcoholprobleem had, is [verzoekster] hem volledig op haar kosten intensieve begeleiding en ondersteuning gaan bieden. [verweerder] is gedurende negen maanden op non-actief gesteld onder doorbetaling van zijn salaris en [verzoekster] heeft een externe coach ingeschakeld, die op haar beurt verslavingszorg heeft geregeld en vele gesprekken met [verweerder] heeft gevoerd. [verweerder] is meerdere malen teruggevallen. Dit maakt hem tot een onzekere factor binnen het team en leidde steeds tot een verstoring van het bedrijfsproces op de afdeling Douanezaken. Op enig moment heeft [verzoekster] de werkzaamheden van [verweerder] aangepast, waardoor de werkdruk op de drie andere collega’s aanmerkelijk werd vergroot. Bij zijn terugval is [verweerder] consequent aangesproken op zijn onacceptabele gedrag en de impact daarvan op de bedrijfsvoering. [verweerder] is vele malen gewaarschuwd en hem is kans na kans gegeven. [verzoekster] heeft er alles gedaan wat van een goed werkgever mag worden verwacht. Toen [verweerder] na zijn laatste terugval aangaf zijn behandeltraject en zijn medicatie te stoppen, was voor [verzoekster] de maat vol. Immers van [verweerder] mag worden verwacht dat hij zich ten volle inzet voor zijn herstel. [verzoekster] is gezien het vorenstaande het vertrouwen in een verdere vruchtbare samenwerking met [verweerder] definitief verloren.

3.3 Gezien de omstandigheden dient de arbeidsovereenkomst te worden ontbonden zonder toekenning van vergoeding aan [verweerder]. [verzoekster] verzoekt rekening te houden met het feit dat zij de afgelopen jaren bijzonder veel tijd, geld en moeite heeft gestoken in het herstel van [verweerder]. Er heeft een intensief begeleidingstraject plaatsgevonden, alsook verslavingszorg is volledig door haar bekostigd. De kosten voor begeleiding door [J] bedragen ruim € 5.000,00.

3.4 [verzoekster] betwist dat sprake is van een opzegverbod. Het verzoek is ingediend twee weken voordat [verweerder] zich op 10 september jl. had laten opnemen. Het verzoek is ook niet ingediend vanwege zijn alcoholverslaving, maar is gebaseerd op een voorgeschiedenis van drie jaar waarin een goede samenwerking onmogelijk is geworden. Daar komt bij dat als de verslaving van [verweerder] moet worden aangemerkt als een ziekte, hij al sinds 2009 ziek is. Dan geldt nu, drie jaar later, het twee jaar durende opzegverbod niet meer. Evenmin geldt het verbod indien het regelmatig ziekteverzuim verstorend werkt op het productieproces of onevenredig zwaar drukt op collega’s.

4. Het verweer

4.1 Het verweer strekt primair [verzoekster] niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek en subsidiair de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder toekenning van een vergoeding op basis van C=0,75. [verweerder] legt daaraan het volgende ten grondslag.

4.2 [verweerder] beroept zich vooreerst op de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte. Hoewel [verweerder] voor 13 en 14 augustus 2012 een verlofdag had aangevraagd, was hij die dagen echter ziek. [verweerder] had op dat moment namelijk last van een terugval. [verweerder] schaamde zich hier echter zo voor, dat hij zich daarom niet wilde ziekmelden. Thans is [verweerder] nog steeds ziek. Dit blijkt uit de door hem overgelegde rapportages. Ten tijde van het indienen van het ontbindingsverzoek op 23 augustus 2012 was [verweerder] dan ook ziek. Daar komt het volgende bij. [verzoekster] erkent de feitelijke ziekmelding van [verweerder], maar aan de andere kant houdt zij de beoordeling van de ziekmelding al zes weken ‘in beraad’. Daarmee blokkeert [verzoekster] echter de mogelijkheid voor [verweerder] om een deskundigenoordeel bij het UWV aan te vragen, omdat geen sprake is van een eerste ziekmelding. Alsdan geldt primair dat van de juistheid van de ziekmelding en het voortduren ervan dient te worden uitgegaan en subsidiair dat als gevolg van de blokkering de bewijslast, ter zake van de vraag of wel of geen sprake is van ziekte op en na maandag 13 augustus 2012, moet worden omgekeerd.

4.3 [verweerder] erkent dat sprake is van een alcoholverslaving. [verweerder] is echter nooit op het werk onder invloed van alcohol geweest. Tot 2009 heeft [verweerder] ook altijd goed gefunctioneerd. Na 2009 tot heden hebben zich een aantal incidenten en onregelmatigheden voorgedaan. Deze hebben zich voorgedaan in periodes dat [verweerder] een poging ondernam om van zijn verslaving af te komen, hetgeen echter niet lukte, waar-door sprake was van een terugval in zijn verslaving. [verweerder] heeft eerst geprobeerd om zelf van zijn verslaving af te komen. Toen dit niet lukte heeft hij professionele hulp ingeschakeld. Zijn terugvallen uitten zich in medische gebreken, zoals bepaalde beperkingen in handelingstempo in het werk alsmede in concentratie en aandachtstoornissen. Inherent aan een verslaving en de pogingen om er van af te komen, is dat sprake kan zijn van terugvallen. Het vorenstaande neemt niet weg dat na 2009 ook periodes zijn aan te wijzen dat [verweerder] zonder problemen heeft gefunctioneerd en een terugval heeft weten te voorkomen. [verweerder] wijst op de periode van 1 maart 2011 tot 29 november 2011 en vanaf januari 2012 heeft [verweerder] ook enkele maanden zonder enige terugval gefunctioneerd. Nadat het in juli 2012 niet goed ging is hij op maandag 13 augustus 2012 weer uitgevallen. Thans is [verweerder] opgenomen en ondergaat hij het DETOX alcohol-programma, een aftercare-programma vanwege een ‘terugval’.

4.4 Volgens [verweerder] is sinds september 2011 in Nederland de “STECR Werkwijzer Verslaving en werk Middelengebruik en (dis)functioneren op het werk” van kracht. Na invoering van deze richtlijn, is niet gebleken van enige betrokkenheid van de bedrijfsarts van [verzoekster] bij zijn problematiek, terwijl de regels voor bedrijfsartsen vanaf september 2011 juist zijn aangescherpt en er meer aandacht is gekomen voor en erkenning van de terugval bij alcoholproblematiek.

4.5 [verweerder] wenst voortzetting van zijn arbeidsovereenkomst. Hij werkt al sinds zijn 17de bij [verzoekster]. Hij vraagt dan ook om een kans om het nazorgtraject te doorlopen. Indien de kantonrechter ontbinding onvermijdelijk acht, dan is [verweerder] van mening dat hem een vergoeding toekomt. In dat verband stelt [verweerder] dat zijn beloning hoger ligt dan € 4.420,59 bruto. Dat is het salaris dat [verweerder] volgens [verzoekster] verdient. Volgens [verweerder] houdt [verzoekster] echter geen rekening met de substantiële toeslagen die hij heeft ontvangen in verband met de door hem gedraaide standby-diensten. Volgens [verweerder] komt het salaris met inachtneming daarvan uit op een bedrag van minimaal € 6.319,44 bruto per maand.

5. De beoordeling

5.1 Op grond van artikel 7:685 lid 1 BW dient de kantonrechter zich ervan te vergewissen of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. [verweerder] beroept zich op de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte, zoals bedoeld in artikel 7:670 BW .

Beoordeeld dient dan ook te worden of [verweerder] op 23 augustus 2012, dat is de datum waarop het verzoek door [verzoekster] is ingediend, ziek was. Indien deze vraag positief wordt beantwoord dient onderzocht te worden of het verzoek verband houdt met de ziekte van [verweerder].

5.2 Tussen partijen is niet in geschil dat [verweerder] lijdt aan een alcoholverslaving, welke verslaving vanaf 2009 van invloed is op het functioneren van [verweerder]. Voorts staat niet ter discussie dat [verweerder] thans nog steeds verslaafd is. Een en ander blijkt ook uit het feit dat [verweerder] zich op 10 september 2012 heeft laten opnemen vanwege zijn verslaving. In de huidige medische wetenschap wordt een alcohol-verslaving gekwalificeerd als een ziekte, zodat dit als uitgangspunt zal worden genomen. Dit betekent in zoverre dat [verweerder] ook op 23 augustus 2012 nog ziek was ten gevolge van zijn alcoholverslaving. In zoverre stuit het verzoek af op de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte.

Daar staat echter tegenover dat de verslaving van [verweerder] vanaf 2009 van invloed is op zijn functioneren en volgens [verweerder] zelf vloeien de incidenten en onregelmatigheden, waarop [verzoekster] zich beroept, ook voort uit zijn ziekte. Een en ander betekent dat sprake is van een ziekte die inmiddels ononderbroken drie jaar duurt. Dat hij gedurende diverse tussenliggende periodes volledig inzetbaar was maakt dat niet anders nu hij vanaf 2009 ononderbroken onder medische behandeling/begeleiding is geweest. Mede gelet op het bepaalde in artikel 7:670 lid 1 sub a BW, waaruit volgt dat het opzegverbod niet geldt indien de werknemer al twee jaar ziek is, zal het beroep van [verweerder] op de reflexwerking van het opzegverbod worden verworpen.

5.3 Vervolgens dient beoordeeld te worden of, zoals [verzoekster] stelt en [verweerder] betwist, er sprake is van gewichtige redenen, bestaande uit een verandering in de omstandigheden, die er toe nopen dat de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn tot een einde dient te komen. [verzoekster] heeft daaraan - kort gezegd - ten grondslag gelegd dat zij het vertrouwen in [verweerder] is verloren. Zij heeft [verweerder] begeleiding geboden om van zijn verslaving af te komen en zij heeft hem in dat verband meerdere kansen geboden. Ondanks dit alles vervalt [verweerder] thans toch weer in zijn verslaving en stopt hij daarbij ook nog eens met zijn behandeltraject en medicatie.

5.4 Vooropgesteld wordt dat gesteld noch gebleken is dat de alcoholverslaving van [verweerder] zijn oorzaak vindt of verband houdt met zijn werk, in die zin dat [verzoekster] verantwoordelijk is dan wel een verwijt kan worden gemaakt met betrekking tot de alcoholverslaving van [verweerder]. Het heeft er de schijn van dat zijn verslaving een oorzaak heeft in de privé-omstandigheden van [verweerder]. Dat neemt echter niet weg dat zowel op de werkgever als op de werknemer bepaalde rechten en plichten rusten in het geval een werknemer kampt met een verslaving. Sinds september 2011 is een en ander vastgelegd in de STECR Werkwijzer “verslaving en werk, middelengebruik en (dis)functioneren op het werk” (hierna de Werkwijzer). In de kern stelt de Werkwijzer dat een verslaafde werknemer van zijn werkgever de gelegenheid moet krijgen voor behandeling en reïntegratie. Anderzijds dient de werknemer mee te werken aan een behandeling om van zijn verslaving af te komen, waarbij de kans aanwezig is dat de werknemer terugvalt in zijn verslaving. Hoewel de Werkwijzer pas sinds september 2011 in gebruik is, neemt dat niet weg dat de rechten en plichten, zoals hierin geformuleerd, ook reeds voor die tijd toepasbaar zijn.

5.5 Uit de stukken blijkt dat vanaf medio 2009 tot juni 2010 er zich een aantal incidenten en onregelmatigheden heeft voorgedaan, die in verband staan met de verslaving van [verweerder]. [verweerder] is in die periode een aantal malen ongeoorloofd afwezig geweest, waarvoor hij een aantal schriftelijke waarschuwingen heeft ontvangen. [verweerder] heeft in die periode geen openheid van zaken gegeven omtrent zijn verslaving. Voor [verzoekster] kon het dan ook niet duidelijk zijn dat de onregelmatigheden daarmee verband hielden. In juni 2010 heeft [verweerder] openheid van zaken gegeven over zijn alcoholverslaving. [verzoekster] heeft daarop in samenspraak met [verweerder] direct een behandeltraject opgestart en zij heeft voor [verweerder] op haar kosten een coach gezocht om hem te begeleiden om van zijn verslaving af te komen. In het kader van zijn behandeltraject is [verweerder] ook tot

1 maart 2011 zo goed als vrijgesteld van het verrichten van zijn werkzaamheden. Vervolgens heeft [verweerder] enkele maanden goed gefunctioneerd, maar is in november 2011 sprake van een terugval, die duurde tot januari 2012. In die periode hebben zich een aantal onregelmatigheden voorgedaan, zoals ongeoorloofde afwezigheid, waarvoor [verweerder] wederom opnieuw schriftelijk is gewaarschuwd. Wel heeft [verzoekster] [verweerder] weer de kans geboden om zijn functioneren te verbeteren, met dien verstande dat zij [verweerder] geen standby-diensten meer heeft laten draaien. Vervolgens gaat het in juli 2012 weer mis en is wederom sprake van een terugval. Thans is [verweerder] opgenomen en wordt hij intern behandeld.

5.6 Uit de hierboven geschetste omstandigheden blijkt dat [verzoekster] [verweerder] vanaf 2009 meerdere malen de kans heeft geboden om zijn functioneren te verbeteren. Ook op die momenten dat sprake was van een terugval en toen nog niet bekend was dat [verweerder] kampte met een alcoholverslaving. Daarnaast heeft [verzoekster] [verweerder] in de gelegenheid gesteld, toen bekend was dat [verweerder] kampte met een alcoholverslaving, om op haar kosten onder intensieve begeleiding van zijn verslaving af te komen, in welke periode [verweerder] tevens vrijgesteld is van zijn werkzaamheden. Toen [verweerder] na zijn behandeltraject weer een terugval had, is hem door [verzoekster] wederom de kans geboden om zijn functioneren te verbeteren. Zij is toen niet direct overgegaan tot het indienen van het onderhavige verzoek. Niet onbegrijpelijk is dan ook dat [verzoekster] thans het vertrouwen in een vruchtbare samenwerking met [verweerder] is verloren aangezien wederom sprake is van een terugval en zij in die zin alles heeft gedaan wat van haar in de gegeven omstandigheden als goed werkgever verwacht mocht worden. Op grond van het vorenstaande is dan ook sprake van een verandering in de omstandigheden van dien aard dat op grond daarvan de arbeidsovereenkomst tot een einde dient te komen. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt dan ook toegewezen

5.7 Omdat de arbeidsovereenkomst ontbonden zal worden op grond van een verandering in de omstandigheden, is de vraag aan de orde of [verweerder] een vergoeding naar billijkheid toekomt. Anders gezegd, welke partij in overwegende mate een verwijt kan worden gemaakt, dat de arbeidsovereenkomst tot een einde dient te komen. Vooropgesteld wordt dat [verweerder] 35 jaar goed heeft gefunctioneerd en dat niet aannemelijk is dat [verweerder] zijn alcoholverslaving zelf heeft gewild. Voorts lijdt [verweerder] aan een ziekte, is hij thans opgenomen en is hij bezig om van zijn verslaving af te komen. Dat neemt echter niet weg dat sinds 2009 sprake is geweest van een aantal incidenten en onregelmatigheden, waarvoor [verweerder] diverse malen is gewaarschuwd. Onregelmatigheden die mede gelet op de aard ervan en de grootte van de afdeling waar [verweerder] werkzaam is, gezorgd zullen hebben voor een verstoring van het bedrijfsproces. Voorts heeft [verweerder] ook niet direct inzicht gegeven in de aard van zijn problemen, maar heeft het bijna anderhalf jaar geduurd voordat hij hierin open is geweest. Daarnaast is [verweerder] ook niet open geweest naar [verzoekster] toen weer sprake was van een terugval. Dit had, gezien de inspanningen die [verzoekster] jegens hem heeft verricht en de hulp die zij hem heeft geboden, wel op zijn weg gelegen.

5.8 Gelet op voornoemde omstandigheden wordt een vergoeding van € 85.000,00 billijk geacht. Omdat een vergoeding wordt toegekend zal [verzoekster] in de gelegenheid worden gesteld om haar verzoek in te trekken. De kantonrechter zal haar daartoe de gelegenheid bieden tot en met 31 oktober 2012

5.9 Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te melden wijze. Indien [verzoekster] het verzoek intrekt, zal zij in de proceskosten worden veroordeeld.

6. De beslissing

De kantonrechter:

stelt [verzoekster] in de gelegenheid het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op

31 oktober 2012 te 12.00 uur ter griffie te ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij;

veroordeelt in dat geval [verzoekster] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] vastgesteld op € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde;

en voor het geval het verzoek niet of niet tijdig wordt ingetrokken:

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 november 2012;

kent aan [verweerder] ten laste van [verzoekster] een vergoeding toe van €?85.000,00 bruto en veroordeelt [verzoekster] deze vergoeding te betalen;

bepaalt dat elk der partijen de eigen kosten van deze procedure draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature