< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Correctienota’s premies werknemersverzekeringen over de jaren 2003, 2004 en 2005 opgelegd aan agrarisch loonbedrijf en uitzendbureau. Voor 2003 en 2004 is de administratie terecht verworpen. Ambtshalve vaststelling verschuldigde premiebedragen over 2003 en 2004 is redelijk. Voor 2005 heeft verweerder te weinig aangevoerd om te concluderen dat de loonadministratie niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Correctienota 2005 terecht opgelegd voor zover deze betrekking heeft op de correctie van de verschuldigde premies ter zake van werknemers met een vals identiteitsbewijs. De correctie over 2005 ter zake van zwarte loonbetalingen dient te vervallen.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/3069

uitspraak van de meervoudige kamer van 14 september 2012 in de zaak tussen

[A] hodn [B] en [C], wonende te [D],, eiser

(gemachtigde: [E]),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 22 augustus 2008 heeft verweerder aan eiser correctienota’s premies werknemersverzekeringen over de jaren 2003, 2004 en 2005 opgelegd.

Bij beslissing op bezwaar met dagtekening 20 april 2009 is het bezwaar tegen de correctienota over 2003 gegrond verklaard en is deze nota verminderd. De correctienota’s over de jaren 2004 en 2005 zijn gehandhaafd.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 28 april 2009, door de rechtbank op dezelfde dag ontvangen, beroep ingesteld. Eiser heeft de gronden van het beroep aan de rechtbank doen toekomen bij brief van 29 mei 2009.

Hangende het beroep heeft de belastinginspecteur bij uitspraken op bezwaar de aan eiser opgelegde naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2003, 2004 en 2005 verminderd. Verweerder heeft hierin aanleiding gezien om met dagtekening 7 oktober 2009 een herziene beslissing op bezwaar af te geven waarbij het bezwaar tegen de correctienota’s over 2004 en 2005 alsnog gegrond is verklaard. Met dagtekening 2 oktober 2009 zijn over 2003, 2004 en 2005 herziene correctienota’s opgelegd.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Eiser heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juni 2012.

Namens eiser zijn verschenen [E], [F] en [G]. Namens verweerder is verschenen [H]., bijgestaan door [I],

[J] en [K]. De zaken van eiser met de procedurenummers

AWB 11/7151, AWB 11/7248, AWB 11/7249 en AWB 11/7250 zijn met toestemming van partijen gelijktijdig ter zitting behandeld.

Overwegingen

Feiten

1. Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast.

2. Eiser exploiteert een agrarisch loonbedrijf en uitzendbureau. De onderneming wordt gedreven in de vorm van een eenmanszaak.

3. Op 13 december 2005 is door de Belastingdienst een boekenonderzoek bij eiser ingesteld. De uitkomsten uit het onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 11 juni 2008 (hierna: het controlerapport), waarvan een afschrift tot de gedingstukken behoort.

4. In het controlerapport wordt onder meer vermeld dat de door de werknemers gewerkte uren per week worden bijgehouden op urenstaten (in de gedingstukken ook wel aangeduid als werkbriefjes). Deze urenstaten worden blanco verstrekt aan de opdrachtgevers en bestaan uit drie delen. Eén deel is bestemd voor de opdrachtgever en één deel is bestemd voor de administratie van eiser. Het derde deel was oorspronkelijk bestemd voor de boekhouder, maar deze maakt hiervan geen gebruik. Het derde deel blijft daarom bij eiser. De op de urenstaten genoteerde uren worden vervolgens door eiser geregistreerd in een excelbestand dat de basis vormt voor de loonadministratie en de facturering. Tijdens het boekenonderzoek is geconstateerd dat een groot deel van de voormelde urenstaten door eiser niet zijn bewaard.

5. In het kader van het boekenonderzoek zijn een aantal opdrachtgevers van eiser bezocht. Bij opdrachtgever [L] zijn urenstaten aangetroffen die afkomstig zijn van eiser. De Belastingdienst heeft deze urenstaten vergeleken met de loonadministratie van eiser. Geconstateerd is dat de namen van de werknemers op de bij [L] aangetroffen urenstaten over 2001 tot en met week 22 van 2003 afwijken van de namen van de werknemers die volgens de loonadministratie van eiser in de desbetreffende periode bij [L] hebben gewerkt.

6. In het controlerapport wordt voorts vermeld dat bij een door de SIOD bij eiser ingesteld onderzoek twee schrijfblokken zijn aangetroffen in een voertuig van eiser. Eén schrijfblok met een sticker “[M]” met gegevens over de periode week 1 tot en met week 16 van 2007 en één schrijfblok “[N]” met gegevens over de periode week 17 van 2006 tot en met week 16 van 2007. Uit deze schrijfblokken blijkt dat in genoemde periode een deel van de overuren en de door anonieme werknemers gewerkte uren buiten de loonadministratie zijn gehouden. Tevens zijn door de SIOD envelopjes met geld aangetroffen waarop de gewerkte uren stonden vermeld en het te betalen loonbedrag dat correspondeerde met het vermelde in de schrijfblokken.

7. Tevens heeft de Belastingdienst bij de controle geconstateerd dat een aantal voor eiser werkzame personen gebruik gemaakt hebben van valse identiteitsbewijzen waarvan kopieën in de loonadministratie van eiser waren opgenomen.

8. Op grond van de bevindingen uit het controlerapport heeft verweerder geconcludeerd dat de administratie van eiser niet als deugdelijke grondslag kan dienen voor de juistheid van de verschuldigde premies. Verweerder heeft voor de onderhavige jaren de administratie van eiser verworpen en een schatting gemaakt van de verschuldigde premies.

9. De correctienota’s hebben betrekking op de volgende correcties.

Over 2003

- loonbetalingen aan anonieme werknemers;

- loonbetalingen die buiten de loonadministratie zijn gehouden;

- loonbetalingen aan werknemers met een vals paspoort.

Over 2004

- loonbetalingen die buiten de loonadministratie zijn gehouden;

- loonbetalingen aan werknemers met een vals paspoort.

Over 2005

- loonbetalingen die buiten de loonadministratie zijn gehouden;

- loonbetalingen aan werknemers met een vals paspoort.

Geschil

10. In geschil is of de correctienota’s terecht aan eiser zijn opgelegd.

11. Eiser stelt zich op het standpunt dat de administratie ten onrechte is verworpen en dat de correctienota’s ten onrechte aan hem zijn opgelegd. Volgens eiser zijn ten aanzien van de werknemers die bij [L] hebben gewerkt ten onrechte premies nageheven. Eiser stelt dat zijn loonadministratie juist is. Hij heeft geen andere werknemers bij [L] te werk gesteld dan de werknemers die in zijn urenregistratie zijn vermeld en van deze werknemers is in de administratie een loonbelastingverklaring en een kopie van het identiteitsbewijs aanwezig. Verder erkent eiser dat hij loon buiten de loonadministratie heeft gehouden, maar dit is volgens eiser slechts gebeurd in de weken waarop de schrijfblokken betrekking hebben, te weten van week 17 van 2006 tot en met week 16 van 2007. Verweerder heeft deze bevindingen ten onrechte geëxtrapoleerd naar andere jaren. Ten slotte is eiser van mening dat ten onrechte premies zijn nageheven ter zake van werknemers met een vals paspoort. Eiser stelt dat hij te dier zake te goeder trouw was. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de correctienota’s.

12. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de administratie terecht is verworpen en dat de correctienota’s terecht aan eiser zijn opgelegd. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

13. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

14. Ingevolge artikel 10, eerste en tweede lid, van de Co ördinatiewet Sociale Verzekering (hierna: CSV) voert de werkgever een administratie met inachtneming van de door de Minister van Sociale zaken en Werkgelegenheid daaromtrent te stellen regels en doet de werkgever, met inachtneming van de door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daaromtrent te stellen regels, opgave van het door de werknemer genoten loon aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). De door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te stellen regels zijn neergelegd in het Loonadministratiebesluit.

15. Indien een werkgever niet, niet juist, of niet volledig voldoet aan een op grond van artikel 10, tweede lid, gestelde verplichting stelt het Uwv ingevolge artikel 12, eerste lid van de CSV ambtshalve het verschuldigde of het alsnog verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie vast. Naar vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is in dat geval een benadering van het premieloon langs de weg van een schatting in beginsel aanvaardbaar.

Correctienota 2003

16. Verweerder stelt dat eiser in 2003 bij opdrachtgever [L] werknemers te werk heeft gesteld die niet in zijn loonadministratie zijn opgenomen. Ingevolge artikel 26b van de Wet op de Loonbelasting 1964 had eiser ter zake van deze werknemers belasting en premie moeten inhouden naar het anoniementarief. Door dit niet te doen, genieten de desbetreffende werknemers in beginsel een voordeel uit dienstbetrekking door de onterechte toepassing van een lager tarief dan volgens de wet voor hen geldt. Eiser heeft dit betwist.

17. Tijdens het boekenonderzoek is geconstateerd dat de namen van de werknemers op de urenstaten over 2001 tot en met week 22 van 2003 aangetroffen bij [L] afwijken van de namen van de werknemers die volgens de loonadministratie van eiser in de desbetreffende periode bij [L] hebben gewerkt. De namen op de urenstaten zijn niet in de loonadministratie van eiser aangetroffen. Eiser heeft hiervoor als verklaring gegeven dat opdrachtgever [L] kennelijk moeite heeft met buitenlandse namen en hij daarom op de urenstaten zelf verzonnen namen heeft ingevuld. In de administratie van eiser was dit niet te verifiëren aangezien eiser de urenstaten over 2001 tot en met week 22 van 2003 ter zake van de werkzaamheden bij [L] niet heeft bewaard. Bovendien blijkt uit het door verweerder overgelegde overzicht met de namen van de werknemers die volgens de facturen bij [L] hebben gewerkt en de namen van werknemers die volgens de urenstaten van [L] in de desbetreffende weken aldaar hebben gewerkt dat er niet alleen een verschil is in namen maar dat er in sommige weken ook een verschil is in het aantal werknemers. Eiser heeft hiervoor geen verklaring gegeven. Verder heeft verweerder gesteld dat op de urenstaten van [L] alleen mannennamen voorkomen, terwijl op de facturen van eiser aan [L] ook vrouwennamen voorkomen. Ook hiervoor heeft eiser geen verklaring gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onder deze omstandigheden tot de gerechtvaardigde conclusie kunnen komen dat eiser in 2003 bij opdrachtgever [L] werknemers te werk heeft gesteld die niet in zijn loonadministratie voorkomen en dat de loonadministratie van eiser in 2003 derhalve onvolledig was. Op grond van artikel 12, eerste lid, van de CSV diende verweerder voor 2003 dan ook ambtshalve het verschuldigde premiebedrag vast te stellen en wel aan de hand van een schatting op basis van alle beschikbare gegevens.

18. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder bij de ambtshalve vaststelling van het verschuldigde premiebedrag over 2003 redelijke uitgangspunten gehanteerd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

19. Zoals hiervoor onder 17 is overwogen, heeft verweerder redelijkerwijze kunnen aannemen dat eiser andere werknemers bij [L] te werk heeft gesteld dan de werknemers die volgens zijn loonadministratie aldaar hebben gewerkt. Nu de namen van even bedoelde andere werknemers niet zijn aangetroffen in de loonadministratie van eiser, had eiser ter zake van deze werknemers belasting en premies moeten inhouden naar het anoniementarief. De correctie is gebaseerd op het aantal uren vermeld op de urenstaten die zijn aangetroffen bij [L] en een bruto uurloon van € 10,01. Dit bruto uurloon is afgeleid uit het gemiddelde netto uurloon zoals dat blijkt uit de loonadministratie van eiser.

20. Uit een onderzoek door de SIOD is voorts naar voren gekomen dat eiser van week 17 van 2006 tot en met week 16 van 2007 loon buiten de loonadministratie heeft gehouden. Eiser heeft dit niet weersproken. Naar het oordeel van de rechtbank is de conclusie van verweerder dat eiser naar alle waarschijnlijkheid ook in eerdere jaren loon buiten de loonadministratie heeft gehouden niet onredelijk. Hierbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat volgens het controlerapport ook in 2005 via Meld Misdaad Anoniem meldingen zijn binnengekomen van zwarte loonbetalingen door eiser. De correctie is gebaseerd op de gegevens uit de schrijfblokken. Op basis van deze gegevens is voor 2007 het percentage niet verantwoorde uren van werknemers die in de loonadministratie van eiser voorkomen (het “[M]” schrijfblok) en het percentage niet verantwoorde uren van werknemers die niet in de loonadministratie van eiser voorkomen (het “[N]” schrijfblok) berekend. Vervolgens zijn deze percentages toegepast op de jaren 2003, 2004 en 2005. Daarbij is voor wat betreft de werknemers die wel in de loonadministratie voorkomen uitgegaan van het gemiddelde netto uurloon uit de loonadministratie van eiser, te weten van € 7,57 voor 2003, € 7,62 voor 2004 en € 7,72 voor 2005. Voor wat betreft de anonieme werknemers is uitgegaan van een netto uurloon van € 6. De rechtbank is van oordeel dat ook deze correctie is gebaseerd op een redelijke schatting.

21. Tevens staat vast dat in 2003 van drie werknemers afschriften van valse identiteitsbewijzen in de administratie van eiser zijn aangetroffen. Daarmee is gegeven dat eiser niet heeft voldaan aan de verplichting van artikel 55, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen , - kort gezegd - inhoudende dat de werkgever de identiteit van de werknemer vaststelt aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en de aard, het nummer en een afschrift daarvan opneemt in zijn administratie. Het niet nakomen van deze verplichting betekent dat eiser ingevolge artikel 26b van de Wet op de Loonbelasting 1964 ten aanzien van deze werknemers loonbelasting en premies had moeten inhouden naar het anoniementarief.

Door dit niet te doen, genieten de desbetreffende werknemers in beginsel een voordeel uit dienstbetrekking door de onterechte toepassing van een lager tarief dan volgens de wet voor hen geldt. Bij beslissing op bezwaar is de correctie terecht verminderd met de nageheven premies ten aanzien van één van de werknemers nu die werknemer illegaal in Nederland verbleef.

Correctienota 2004

22. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich ook voor het jaar 2004 terecht op het standpunt gesteld dat eisers loonadministratie niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Blijkens de loonadministratie wordt meer dan de helft van de lonen contant uitbetaald. De contante loonbetalingen over de maanden november en december zijn echter niet in de kasadministratie verantwoord. Eiser heeft dit weersproken. Volgens eiser is het loon over de periode week 45 tot en met week 48 met een verkeerde omschrijving in de kasadministratie opgenomen. De betaling aan [O] van € 19.962 betreft in werkelijkheid loonbetalingen over week 45 tot en met week 48. Voorts is het loon over de weken 49 tot en met 52 pas begin januari 2005 uitbetaald. Deze loonbetaling is daarom niet in de kasadministratie van 2004 opgenomen. Eiser heeft deze verklaringen evenwel met geen enkel bewijs onderbouwd. Voorts blijkt uit het controlerapport dat ten tijde van de controle sprake was van een kasverschil van € 8.977 tussen het werkelijke kassaldo op 24 april 2007 en het administratieve kassaldo per eind februari 2007. Volgens eiser laat zich dit verklaren doordat in maart en april van 2007 kasstortingen en kasopnames hebben plaatsgevonden die op 24 april 2007 nog niet in het kasboek waren verwerkt. Indien deze verklaring van eiser juist is, dan is er weliswaar mogelijk geen kasverschil maar dan is er twee maanden geen kasadministratie bijgehouden. Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigt dit een en ander de conclusie dat sprake is geweest van een onvolledige kasadministratie. Eiser heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Nu een juiste kasadministratie voor een bedrijf als het onderhavige, waar ook loon contant wordt uitbetaald, onontbeerlijk is, heeft eiser voor 2004 niet voldaan aan zijn administratieplicht. Verweerder heeft derhalve terecht de loonadministratie voor 2004 verworpen en is terecht overgegaan tot een schatting van de in 2004 verschuldigde premies. Daarbij heeft verweerder geen onredelijke uitgangspunten gehanteerd. Voor wat betreft de correctie van het premieloon in verband met de uitbetaling van loon dat niet in de loonadministratie is verantwoord, verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hiervoor onder 20 heeft overwogen. Voor wat betreft de correctie van de premies naar het anoniementarief ten aanzien van werknemers met een vals paspoort, overweegt de rechtbank dat voor het jaar 2004 vaststaat dat van twee werknemers afschriften van valse identiteitsbewijzen in de administratie van eiser zijn aangetroffen. Voor het overige verwijst de rechtbank naar hetgeen zij hiervoor onder 21 heeft overwogen.

Correctienota 2005

23. Wat betreft het jaar 2005 heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank te weinig aangevoerd om te kunnen concluderen dat eisers loonadministratie niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Verweerder heeft gesteld dat de administratie van eiser geen weergave is van de werkelijkheid. Hetgeen verweerder daartoe heeft aangevoerd, acht de rechtbank evenwel onvoldoende om aannemelijk te maken dat de loonadministratie in 2005 geen juiste weergave is van de werkelijkheid. Zo heeft verweerder aangevoerd dat de namen op de facturen aan opdrachtgever [L] niet overeenkomen met de namen op de werkbriefjes die bij [L] zijn aangetroffen. Dit ziet evenwel alleen op 2001, 2002 en week 1 tot en met 22 van 2003. In het controlerapport wordt juist opgemerkt dat in 2005 de namen op de werkbriefjes niet wezenlijk afwijken van de namen in de loonadministratie van eiser. Ook heeft verweerder aangevoerd dat in telefoontaps wordt gesproken over personen die niet in de loonadministratie zijn opgenomen en over werknemers die niet gaan klokken. Deze telefoontaps hebben echter niet plaatsgevonden in 2005. Ook de schaduwadministratie die is aangetroffen in een voertuig van eiser heeft geen betrekking op 2005. Verder heeft verweerder aangevoerd dat volgens getuigenverklaringen sprake is van zwart uitbetaald loon. Nog daargelaten of de getuigen dit inderdaad hebben verklaard, staat hiermee niet vast dat ook in 2005 loon zwart is uitbetaald. Verweerder heeft voor het jaar 2005 derhalve ten onrechte de administratie verworpen en de verschuldigde premies schattenderwijs vastgesteld. Het is daarom aan verweerder om aannemelijk te maken dat de correctienota voor 2005 terecht en tot het juiste bedrag aan eiser is opgelegd.

24. Met betrekking tot de correctie van de verschuldigde premies in verband met loonbetalingen die buiten de loonadministratie zijn gehouden, overweegt de rechtbank als volgt.

25. Tijdens een door de SIOD bij eiser ingesteld onderzoek zijn in een voertuig van eiser twee schrijfblokken aangetroffen waaruit blijkt dat eiser van week 17 van 2006 tot en met week 16 van 2007 een deel van de overuren en door anonieme werknemers gewerkte uren buiten de loonadministratie heeft gehouden. Voorts zijn door de SIOD envelopjes met geld aangetroffen waarop de gewerkte uren stonden vermeld en het te betalen loonbedrag dat correspondeerde met het vermelde in de schrijfblokken. Naar aanleiding van deze bevindingen zijn een aantal (ex-) werknemers door de SIOD verhoord. Een aantal van hen heeft verklaard dat zij iedere betalingsperiode een envelop hebben ontvangen met daarin een geldbedrag dat dient als vergoeding voor gewerkte uren. Daarnaast zijn er verklaringen afgelegd dat bij ten minste één opdrachtgever gebruik gemaakt wordt van een prikklok. Door de desbetreffende werknemers is verklaard dat aan het einde van de dag wordt uitgeklokt, maar dat de werkzaamheden na het “uitklokken” worden voortgezet. De in de avonduren en in het weekeinde gewerkte uren zouden buiten de urenregistratie volgens de prikklok en buiten de loonadministratie van eiser blijven. Alleen de geklokte uren zouden worden verantwoord in de loonadministratie van eiser. De niet geklokte uren worden vastgelegd in de voormelde schrijfblokken. De vergoedingen aan het uitzendbureau voor extra gewerkte uren worden volgens verklaringen van gehoorde werknemers door de opdrachtgever buiten de administratie om (contant) aan eiser betaald. Verweerder heeft uit dit een en ander geconcludeerd dat eiser waarschijnlijk ook in eerdere perioden dan de periode waarop de schrijfblokken betrekking hebben loon buiten de loonadministratie heeft gehouden. Hij neemt hierbij mede in aanmerking dat ook in 2005 via Meld Misdaad Anoniem al meldingen zijn binnengekomen van zwarte loonbetalingen door eiser.

26. Eiser heeft gemotiveerd weersproken dat hij buiten de periode waarop de schrijfblokken betrekking hebben, te weten week 17 van 2006 tot en met week 16 van 2007, loon buiten de loonadministratie heeft gehouden. Eiser stelt zich op het standpunt dat aan de getuigenverklaringen weinig waarde kan worden gehecht. Volgens eiser bevatten de verklaringen tal van onjuistheden. Zo heeft eiser kopieën overgelegd van een aantal facturen met bijbehorende specificaties aan opdrachtgever [P]. Uit deze stukken blijkt dat ook de in de weekenden gewerkte uren worden gefactureerd. Uit de verklaring van getuige [Q] dat in het weekend bij opdrachtgever [P] niet wordt geklokt en dat die uren afzonderlijk worden genoteerd en contant aan de werknemers worden uitbetaald, kan dus niet worden geconcludeerd dat de gewerkte uren in de weekenden buiten de loonadministratie worden gehouden. Ook de verklaring van deze getuige dat hij nooit vakantiegeld heeft ontvangen, is onjuist. Blijkens de arbeidsovereenkomst, waarvan een afschrift aan de rechtbank is overgelegd, is vakantietoeslag en toeslag voor kort verzuim inbegrepen in het netto loon. Ook aan de verklaring van [R] kan volgens eiser weinig waarde worden gehecht. [R] zou tegen opsporingsambtenaren van de SIOD hebben verklaard dat hij door eiser was ontslagen nadat hij om loonopslag had gevraagd. Ook zou hij hebben verklaard dat hij door eiser is bedreigd. De broer van [R] heeft op 24 december 2010 echter verklaard dat [R] is ontslagen omdat hij regelmatig problemen veroorzaakte op de werkvloer. Ook weerspreekt die broer dat eiser [R] heeft bedreigd. Eiser heeft een kopie van de verklaring van de broer van [R] overgelegd. Voorts wijst eiser erop dat

[R] op de vraag hoe en van wie hij weet dat eiser zijn werknemers bij [S] voor een groot deel zwart heeft uitbetaald heeft geantwoord: “Met zwart uitbetalen bedoel ik de lonen die contant uitbetaald worden aan de uitzendkrachten. Ik ga er vanuit dat de illegalen niet wit uitbetaald kunnen worden. Ik heb van diverse uitzendkrachten gehoord en gezien dat zij hun loon in een bruine envelop kregen.” Eiser merkt, terecht, op dat uit het feit dat er loon contant wordt uitbetaald niet kan worden afgeleid dat dit loon zwart wordt uitbetaald. Ook merkt eiser op dat [R] steeds te werk is gesteld bij opdrachtgever [S]. Het is volgens eiser daarom vreemd dat [R] verklaart dat vooral bij [P] een groot gedeelte van de werknemers zwart wordt uitbetaald. Verder merkt eiser op dat voor zover er al illegalen voor hem hebben gewerkt, hij daaraan niet bewust heeft meegewerkt. Met betrekking tot de verklaring van [T] merkt eiser op dat [T] – voor zover hier van belang – het volgende heeft verklaard: “Ik heb van begin af op dezelfde wijze bij [eiser] gewerkt. Vanaf 2000 zijn er geen wijzigingen geweest. De urenlijsten ben ik vanaf ongeveer begin 2006 op verzoek van [eiser] in gaan vullen.” Uit de verklaring van [T] kan volgens eiser dan ook niet worden afgeleid dat eiser vanaf 2000 op dezelfde wijze heeft gewerkt. [T] heeft slechts verklaard dat hij zelf vanaf 2000 op dezelfde wijze heeft gewerkt. Verder wijst eiser erop dat de verklaring van [T] dat hij vanaf begin 2006 urenlijsten is gaan bijhouden overeenkomt met de periode waarop de schrijfblokken betrekking hebben.

27. Hoewel de veronderstelling van verweerder dat eiser waarschijnlijk ook in eerdere perioden dan de periode waarop de schrijfblokken ziet loon buiten de loonadministratie heeft gehouden niet geheel onredelijk is, heeft hij naar het oordeel van de rechtbank met hetgeen hij heeft gesteld en de stukken die hij heeft overgelegd tegenover de weerspreking door eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser inderdaad ook in 2005 loon buiten de loonadministratie heeft gehouden. Het premieloon voor 2005 is derhalve ten onrechte gecorrigeerd met loonbetalingen die buiten de loonadministratie zijn gehouden.

28. Met betrekking tot de correctie van de verschuldigde premies ter zake van werknemers met een vals identiteitsbewijs overweegt de rechtbank dat tussen partijen niet in geschil is dat in de administratie van het jaar 2005 valse paspoorten zijn aangetroffen van de werknemers [U], [V] en [W]. Het geschil beperkt zich op dit punt dan ook tot de vraag of eiser redelijkerwijs had moeten onderkennen dat de door deze werknemers overgelegde paspoorten vals waren. In het controlerapport wordt te dier zake het volgende vermeld:

“Door de Vreemdelingenpolitie te Venlo is op 28 mei 2006 een persoon met de Oekraïense nationaliteit aangetroffen die in het bezit was van kopieën van vervalste Duitse paspoorten, waaronder één exemplaar op naam van [U]. De aangehouden persoon heeft verklaard dat hij in de periode 1998 t/m 2002, tegen betaling, een kopie heeft gemaakt van het Duitse paspoort van eerdergenoemde [U]. Tijdens het kopiëren heeft de Oekraïner zijn eigen pasfoto op het document bevestigd. Met deze kopie kon hij vervolgens gemakkelijker aan werk komen. In de periode van 22 december 2004 t/m 20 januari 2005 heeft hij gewerkt bij [eiser]. De inhoudingsplichtige heeft verklaard dat hij altijd het originele paspoort van een werknemer controleert en vervolgens kopieert ten behoeve van de loonadministratie. Indien hij dat bij [U] ook gedaan zou hebben zou hij zeker gemerkt hebben dat de pasfoto was opgelegd. Kennelijk is dit niet gebeurd. Indien hij de kopie van het legitimatiebewijs, dat hem daarvoor in de plaats ter identificatie is aangeboden, kritisch had bekeken zou hem opgevallen zijn dat de lengte van de persoon vermeld op het paspoort niet overeen kwam met de lengte van de werknemer. Redelijk deskundig als hij op het gebied van identiteitsbewijzen is, had hij moeten zien dat de naam van de werknemer niet in de pasfoto stond vermeld, hetgeen wel gebruikelijk is bij Duitse paspoorten. Bovendien had het hem op moeten vallen dat de werknemer volgens het (kopie)paspoort [U] heet (met dubbel s) en hij de loonbelastingverklaring heeft getekend met de naam [X] (met een enkele s).

(…)

In 2005 is een werknemer in dienst die gebruik maakt van het Duitse paspoort van

[W]. Het paspoort van [W] is als vermist opgegeven. Indien de inhoudingsplichtige een kopie van het identiteitsbewijs ter verificatie naar de Marechaussee zou hebben gefaxt zou gebleken zijn dat het identiteitsbewijs als vermist was opgegeven. Als de inhoudingsplichtige de gegevens vermeld op het hem voorgelegde identiteitsdocument gecheckt zou hebben met de persoon die zich als [W] voordeed zou hij gemerkt moeten hebben dat hij met een ander dan [W] te maken had. Indien hij de handtekening op het (kopie)paspoort zou hebben vergeleken met de handtekening op de loonbelastingverklaring zou het hem op zijn gevallen dat de handtekening op het paspoort [W] luidt, terwijl de werknemer de loonbelastingverklaring heeft getekend met de naam [Y] (met dubbel t en enkele 1).

In 2005 is een werknemer in dienst die gebruik maakt van het Duitse paspoort van

[V]. Het paspoort van [V] is als vermist opgegeven. Indien de inhoudingsplichtige een kopie van het identiteitsbewijs ter verificatie naar de Marechaussee zou hebben gefaxt zou gebleken zijn dat het identiteitsbewijs als vermist was opgegeven. Als de inhoudingsplichtige de gegevens vermeld op het hem voorgelegde identiteitsdocument gecheckt zou hebben met de persoon die zich als [V] voordeed zou hij gemerkt moeten hebben dat hij met een ander dan [V] te maken had. Indien hij de handtekening op het (kopie)paspoort zou hebben vergeleken met de handtekening op het arbeidscontract zou het hem op zijn gevallen dat de handtekening op het paspoort [V] luidt, terwijl de werknemer het arbeidscontract heeft getekend met de naam [Z] (zonder i).”

29. Eiser heeft de voormelde bevindingen niet weersproken. Gezien deze bevindingen heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat het voor eiser redelijkerwijs kenbaar moet zijn geweest dat de door genoemde werknemers overgelegde paspoorten vals waren. De stelling van eiser dat er per dienstjaar een verloop is van 300 werknemers en dat er dan wel eens enkele illegalen door de controle kunnen glippen, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. Op een inhoudingsplichtige rust een zekere verantwoordelijkheid om de juistheid van de door de werknemer verstrekte gegevens betreffende naam, adres, woonplaats of identiteit te onderzoeken. Dat er per jaar een groot verloop is, ontslaat de inhoudingsplichtige niet van deze onderzoeksplicht. Hieruit volgt dat de correctienota’s over 2005 terecht is opgelegd voor zover deze betrekking heeft op de verschuldigde premies ten aanzien van de werknemers [U], [V] en [W].

Slotsom

30. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard voor zover het betrekking heeft op de correctienota over 2005 en dient het beroep voor het overige ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

31. Eiser heeft verzocht om vergoeding van de kosten van bezwaar en beroep. Voor de in de bezwaarfase gemaakte kosten heeft verweerder bij zijn beslissing op bezwaar reeds een vergoeding van € 644 toegekend. Voor een hogere vergoeding van de in de bezwaarfase gemaakte kosten ziet de rechtbank geen aanleiding. Voor de beroepsfase stelt de rechtbank de kosten op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 874 (1 punt voor het indienen van het beroep, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 437 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond voor zover het is gericht tegen de beslissing op het bezwaar tegen de correctienota voor 2005;

- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

- vernietigt de beslissing op bezwaar voor zover deze de correctienota voor 2005 betreft;

- draagt verweerder op opnieuw op het bezwaar tegen de correctienota voor 2005 te beslissen overeenkomstig hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 874, te betalen aan eiser;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 41 aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.J. van Leijenhorst, voorzitter, mr. M.A. Dirks en

mr. I. Obbink-Reijngoud, leden, in aanwezigheid van mr. W.M.M.A. van der Vegt, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 september 2012.

Wegens verhindering van de voorzitter is deze uitspraak ondertekend door mr. M.A. Dirks.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature