< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Geen recht meer op ziekengeld. Niet ongeschiktheid voor haar werk als gevolg van zwangerschap en/of bevalling. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen.

Uitspraak



11/1071 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 5 januari 2011, 10/4528 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 17 oktober 2012

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.H. Samama, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 september 2012. Namens appellante is mr. Samama verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante is werkzaam geweest als kamermeisje in een hotel voor 38 uur per week. Op [datum] 2009 is zij via een keizersnede bevallen van een tweeling. Appellante heeft tot 4 november 2009 een uitkering ontvangen op grond van de Wet arbeid en zorg. Aansluitend is haar een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend in verband met ongeschiktheid voor haar werk als gevolg van zwangerschap en/of bevalling.

1.2. Appellante is op 13 april 2010 op het spreekuur gezien door verzekeringsarts R.P. van Straaten. Deze heeft, mede op basis van informatie van dr. J. Lind, de behandelend gynaecoloog van appellante, geconcludeerd dat appellante weliswaar ongeschikt is voor haar werk, maar dat deze ongeschiktheid geen direct gevolg is van de zwangerschap en/of bevalling. Bij echografisch onderzoek van de buik zijn geen afwijkingen geconstateerd en injecties met kenacort/lidocaïne hebben niet geholpen. Dit laatste wijst in de visie van de verzekeringsarts op een psychogene oorzaak van de buikklachten van appellante. In overeenstemming hiermee heeft het Uwv bij besluit van 13 april 2010 aan appellante meegedeeld dat zij met ingang van 14 april 2010 geen recht meer heeft op ziekengeld.

1.3. Appellante heeft tegen het besluit van 13 april 2010 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 17 juni 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellante, onder verwijzing naar een rapportage van bezwaarverzekeringsarts F.L. van Duijn van 31 mei 2010, ongegrond verklaard. De bezwaarverzekeringsarts heeft dossieronderzoek gedaan en appellante onderzocht. Daarnaast heeft de bezwaarverzekeringsarts overleg gepleegd met arts-assistent gynaecologie Danhof. Deze heeft de bezwaarverzekeringsarts meegedeeld dat er geen duidelijke oorzaak voor de pijnklachten van appellante gevonden is en dat pijnklachten in verband met een beknelde zenuw zouden moeten reageren op de gegeven injecties, terwijl dit niet is gebeurd. De bezwaarverzekeringsarts heeft geconcludeerd dat het karakter van de buikklachten van appellante duidelijk anders is dan bij eerder onderzoek en dat geen relatie meer te leggen is met het litteken, noch met diepere buikproblematiek die terug te voeren is op zwangerschap of bevalling.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, onder verwijzing naar de rapportages van de verzekeringsarts en van de bezwaarverzekeringsarts, overwogen dat uit hun onderzoeken voldoende gegevens naar voren zijn gekomen om tot een afgewogen oordeel te komen. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien het medisch onderzoek door beide artsen onzorgvuldig te achten. Anders dan appellante heeft de rechtbank in het gegeven dat de verzekeringsarts eerder voor de werkgever van appellante werkzaam is geweest geen aanleiding gezien zijn onafhankelijkheid in twijfel te trekken. De rechtbank heeft de stelling van appellante dat bedrijfsarts T. den Daas heeft gesteld dat haar arbeidsongeschiktheid het gevolg is van zwangerschap of bevalling niet onderschreven. De rechtbank heeft in dit verband gewezen op de aantekening van deze bedrijfsarts naar aanleiding van het spreekuur van 5 augustus 2010, waarin deze stelt dat doordat de gynaecoloog de MRI-scan en de echo heeft gebruikt voor de diagnostiek en lidocaïne-injecties heeft toegediend in het litteken, het verband tussen de zwangerschap en de klachten op losse schroeven is komen te staan en de oorzaak van de pijnklachten niet meer aantoonbaar is.

3. In hoger beroep heeft appellante verwezen naar hetgeen zij in beroep heeft aangevoerd. Zij heeft verzocht de aangevallen uitspraak te vernietigen en te bepalen dat zij op en na 14 april 2010 recht heeft op ziekengeld.

4.1. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, is een herhaling van hetgeen zij reeds in beroep naar voren heeft gebracht. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Nu appellante in hoger beroep geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd, ziet de Raad geen aanleiding tot een andersluidend oordeel te komen.

4.2. Uit hetgeen is overwogen in 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht .

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden als voorzitter en J.J.T. van den Corput en A.I. van der Kris als leden, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2012.

(getekend) C.P.J. Goorden

(getekend) D. Heeremans


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature