< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Verwerping niet-ontvankelijkheidsverweer. Niet kan worden gezegd dat de verbalisanten doelbewust in strijd met de waarheid hebben verklaard.

Vrijspraak. Belastende verklaringen van verbalisanten worden op onderdelen weersproken door de verklaringen van hun collega's, daarnaast worden de belastende verklaringen van verbalisanten niet ondersteund door technisch en/of tactisch bewijs.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825657-10

Datum uitspraak: 18 oktober 2012

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

wonende te [adres] (België).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 oktober 2012.

Op 6 april 2012 heeft een onderzoek ter terechtzitting in een andere samenstelling plaatsgevonden.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 10 maart 2011.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstippen op of omstreeks 23 december 2010 in de

gemeente(n) Valkenswaard en/of Eersel, althans in Nederland, (telkens) ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met

voorbedachten rade [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] (beiden agenten van

politie Brabant zuid-oost) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk

letsel toe te brengen, meermalen althans eenmaal (telkens) tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm

beraad en rustig overleg, met een personenauto op die [verbalisant 1] en/of

[verbalisant 2] is/zijn in- en/of afgereden, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 28 7 /289/302/45/47 Sr)

3.

hij op of omstreeks 23 december 2010 in de gemeente Valkenswaard ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning en/of een bedrijfspand

(gelegen aan de [adres 1]) weg te nemen goederen en/of geld van

verdachtes en/of zijn medeverdachtes gading, geheel of ten dele toebehorende

aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning

en/of dat bedrijfspand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen

en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking

en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen een

muur en/of het dak van die woning/dat bedrijfspand heeft

opengebroken/geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

[artikel 311 jo 45 Wetboek van Strafrecht ];

4.

hij in of omstreeks de periode van 27 augustus 2010 tot en met 23 december

2010 te Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning

gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of

horloges en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan {benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het

weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door

middel van braak, verbreking en / of inklimming;

(artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht )

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 27 augustus 2010 tot en met 23 december

2010 te Helmond, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, een mobiele telefoon en/of horloges en/of

geld heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl

hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden

krijgen van die/dat mobiele telefoon en/of horloges en/of geld wist(en),

althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf

verkregen goed(eren) en/of geld betrof;

(artikel 416/417bis van het Wetboek van Strafrecht )

Ten gevolge van een kennelijke schrijffout in de dagvaarding is het tweede feit op de dagvaarding genummerd '3.' in plaats van '2.' en is het derde feit op de dagvaarding genummerd '4.' in plaats van '3.'. De rechtbank leest dit als de feiten '2' en '3' en zal deze nummering hierna ook telkens op deze wijze vermelden.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie ten aanzien van de feiten 1 en 2 op de dagvaarding.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft - kort gezegd - het navolgende aangevoerd.

De verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben beiden in strijd met de waarheid verklaard dat verdachte en zijn medeverdachte hebben geprobeerd hen te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door met een auto op hen in te rijden. Dit hebben ze niet één keer verklaard, maar meerdere malen en zij hebben dit onder ambtseed danwel ambtsbelofte gedaan. Zij hebben vervolgens aangifte daarvan gedaan. De inconsistente, leugenachtige verklaringen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] worden weersproken door het technisch onderzoek en worden niet bevestigd door de verklaringen van hun collega's. De sneeuw die nacht is de redding voor verdachte geweest. Uit sneeuwsporen immers, blijkt dat de auto die door verdachte werd bestuurd niet in de richting van de verbalisanten is gereden, in ieder geval niet met hoge snelheid.

De verdediging concludeert dat de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] bewust onwaarheden hebben verteld, kennelijk om achteraf te verantwoorden dat zij die nacht in de richting van verdachte en zijn medemedeverdachte of hun auto hebben geschoten. Er is zodanig vaak en gericht geschoten, dat het een wonder mag heten dat de verdachten nog leven.

In een rechtsstaat moet men erop kunnen vertrouwen dat een verbalisant naar waarheid verklaart. De verbalisanten hebben kennelijk om hun eigen straatje schoon te vegen, doelbewust en met grove veronachtzaming van verdachtes belangen, aan verdachtes recht op een behoorlijke behandeling van zijn zaak tekort gedaan door in strijd met de waarheid te verklaren. De zwaarste sanctie dient in dit geval te worden toegepast. Het openbaar ministerie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vervolging, gelet op het bepaalde in artikel 359a lid 1 onder c van het Wetboek van Strafvordering en artikel 6 van het EVRM .

Het standpunt van de officier van justitie

De verdediging voert aan dat de sneeuwval in of voorafgaand aan die nacht de redding voor verdachte is geweest.

De twijfel die ik heb met betrekking tot het bewijs in deze zaak, is zeker niet alleen op het sporenonderzoek in de sneeuw gebaseerd. Er is veel meer in het dossier. Ook aan de kant van de politie is kritisch naar de zaak gekeken. Er heeft een intern onderzoek plaatsgevonden en de verbalisanten zijn nog een keer bij de rechter-commissaris gehoord.

Dat de verbalisanten in strijd met de waarheid hebben verklaard en daarmee doelbewust hebben geprobeerd de verdachte te benadelen, kan ik niet opmaken uit het dossier. In hun beleving is het gebeurd zoals zij hebben verklaard.

Tijdens de toetsing van de voorlopige hechtenis is deze zaak een aantal keren beoordeeld door een rechter. De getuigenverhoren bij de rechter-commissaris zijn ter beschikking gesteld aan de raadkamer. Als toen evident was dat er sprake was van een doelbewuste of grove veronachtzaming van verdachtes belangen, dan was dit zeker een punt geweest in raadkamer. Er is toen echter een voldoende zware verdenking vastgesteld door de raadkamer.

De officier van justitie is van mening dat er geen sprake is van schending van de rechten van de verdachte zoals bedoeld in de zogenaamde 'Zwolsman-criteria'. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht het verweer van de raadsvrouwe niet te volgen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beoordeling van het verweer van de verdediging dient de vraag te worden beantwoord of er sprake is van een dermate ernstige inbreuk op de beginselen van een goede procesorde, waarbij doelbewust of met grove veronachtzaming van verdachtes belangen is tekort gedaan aan diens recht op een behoorlijke behandeling van zijn zaak, dat de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie geboden is.

De rechtbank is van oordeel dat daarvan in dit geval geen sprake is. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De rechtbank stelt vast dat er vóór de aanhouding van verdachte en zijn medeverdachte sprake is van twee incidenten, die hierna afzonderlijk zullen worden besproken.

Incident 1 betreft het incident op de parkeerplaats van de Albert Heijnvestiging, gelegen aan de [adres 2] te Valkenswaard, waarbij twee keer in de richting van of op de auto van verdachte is geschoten door verbalisant [verbalisant 2].

De verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] hebben verklaard dat de VW Golf met daarin verdachte en zijn medeverdachte , werd gestart nadat door [verbalisant 1] sneeuw aan de buitenzijde van het raam aan de bestuurderszijde was geveegd en met een zaklamp in de auto was geschenen. De auto reed toen eerst vooruit tegen een stoeprand en daarna achteruit, aldus verbalisanten. [verbalisant 1] heeft nog bij de rechter-commissaris verklaard dat hij zijn collega buiten de auto zag staan op het moment dat hij de sneeuw wegveegde. Hij heeft zijn collega niet zien staan op het moment dat de auto achteruit reed.

[verbalisant 2] heeft verklaard hij uit het dienstvoertuig is gestapt op het moment dat [verbalisant 1] het raam van de auto, met daarin verdachte, schoonveegde. De bestuurder van de VW Golf startte de auto, reed eerst vooruit en daarna achteruit in zijn richting.

Bij dit incident waren geen andere politieambtenaren aanwezig.

Verdachte en de medeverdachte ontkennen dat er met de auto achteruit is gereden.

Uit het proces-verbaal VerkeersOngevals Analyse blijkt dat op de plaats waar de Volkswagen Golf (hierna: VW Golf) geparkeerd heeft gestaan, nagenoeg geen (verse) sneeuw is aangetroffen. Verderop, op ongeveer 75 centimeter vanaf de middenstrook, was sneeuw weggeworpen naar achteren. De sneeuw was weggeworpen door het spinnen van de voorwielen van de Volkswagen bij het vooruit rijden.

Het technisch bewijs bevestigt niet de stelling van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] dat de VW Golf achteruit is gereden. Het technisch bewijs sluit echter ook niet uit dat er met de VW Golf achteruit is gereden. Andere technische of tactische bewijsmiddelen waaruit de rijrichting van de VW Golf kan blijken, ontbreken.

Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld welke rijbewegingen de auto van verdachte op de parkeerplaats van de Albert Heijn heeft gemaakt en derhalve geen uitspraak kan worden gedaan omtrent het waarheidsgehalte van de verklaringen van de verbalisanten over het op één van hen inrijden.

Incident 2 betreft het incident op de [adres 3] te Westerhoven, waarbij door verbalisant [verbalisant 1] zestien keer is geschoten.

[verbalisant 1] heeft bij de rechter-commissaris op 1 maart 2011 verklaard dat de VW Golf eerst vooruit op verbalisant [verbalisant 2] is ingereden en daarna achteruit op hem is ingereden. [verbalisant 1] is vóór het achteruit rijden al gaan schieten, omdat hij bang was dat zijn collega zou worden overreden door de VW Golf.

In zijn proces-verbaal bevindingen heeft hij aanvankelijk verklaard dat de VW Golf eerst achteruit reed en daarna vooruit, maar in een aanvullend proces-verbaal van 8 februari 2011 heeft [verbalisant 1] dit aangepast en gemeld dat het eerder foutief is gerelateerd. Bij de rechter-commissaris heeft hij verklaard dat hij een week na het incident heeft geconstateerd dat het eerder gerelateerde niet klopte. Door vakantie, ziekte en het eerst willen raadplegen van een ervaren collega is het aanvullend proces-verbaal, aldus [verbalisant 1], pas op 8 februari 2011 opgemaakt.

Verbalisant [verbalisant 2] heeft zowel in zijn proces-verbaal bevindingen als bij de rechter-commissaris verklaard dat de VW Golf vol gas richting hem gereden kwam. Daarna reed de VW Golf achteruit richting collega [verbalisant 1].

Bij dit incident waren tevens de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] aanwezig.

[verbalisant 3] bevestigt dat de VW Golf vooruit is gereden en daarna achteruit.

Bij het vooruit rijden stond verbalisant [verbalisant 2] naar zijn mening niet aan de voorzijde van het voertuig. Hij vond niet dat er op dat moment nog een bedreigende situatie was voor de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1].

[verbalisant 4] heeft niet gezien dat de VW Golf op [verbalisant 2] is ingereden.

Zij heeft wel gezien dat de auto achteruit is gereden om weg te komen, waarbij de snelheid van de auto naar haar mening op dat moment niet bedreigend was voor verbalisant [verbalisant 1].

Het is blijkens het proces-verbaal VerkeersOngevals Analyse technisch niet mogelijk gebleken aan de hand van de aangetroffen sporen de voertuigbewegingen van de VW Golf voor wat betreft het incident op de [adres 3] vast te stellen.

De verdachte en de medeverdachte ontkennen op de verbalisanten te zijn ingereden.

De rechtbank constateert dat de verklaringen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] enerzijds en de verklaringen van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] anderzijds op onderdelen tegenstrijdigheden bevatten.

Deze tegenstrijdigheden hebben consequenties met betrekking tot de weging van het bewijs. Zij kunnen echter niet leiden tot de conclusie dat er doelbewust in strijd met de waarheid is verklaard.

Alle verbalisanten hebben verklaard dat achteruit is gereden. Alleen [verbalisant 4] heeft niet gezien dat vooruit is gereden. Dat de rijbewegingen van de auto door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] wél en door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] níet als bedreigend zijn ervaren en aangemerkt, houdt niet noodzakelijkerwijs in dat één lezing waar en de andere lezing onwaar is. In het verloop der gebeurtenissen, het was een hectische situatie die nacht, hebben [verbalisant 1] en [verbalisant 2] de situatie anders ervaren en ingeschat dan hun collega's en zij vreesden voor hun leven. Dat zij dit ook op deze wijze in hun proces-verbaal bevindingen hebben gerelateerd en in de betreffende aangiften en bij de rechter-commissaris hebben verklaard, kan naar het oordeel van de rechtbank niet tot de conclusie leiden dat de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] doelbewust in strijd met de waarheid hebben verklaard.

Dat verbalisant [verbalisant 1] op 8 februari 2011 een herstelproces-verbaal heeft opgemaakt, doet hieraan niets af.

Ook overigens blijkt niet uit het dossier dat de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] in strijd met de waarheid hebben verklaard, zoals door de raadsvrouwe is gesteld.

Ten aanzien van de incidenten 1 en 2

De rechtbank heeft bij haar oordeel ook betrokken dat uit het uitgewerkte verslag van het portofonisch communicatieverkeer op 23 december 2010 tussen 01.29.11 uur en 04.45.19 uur tussen onder meer de politie-eenheid 50.23 ([verbalisant 2] en [verbalisant 1]) met de meldkamer van de Regiopolitie Brabant Zuid-Oost blijkt dat om 03.26.40 wordt gemeld dat een Golfje wordt aangetroffen waar personen in zaten. Om 03.27.32 wordt gemeld dat er schoten zijn gelost. Om 03.27.44 wordt gemeld: 'omdat ze achteruit op mij inreden heb ik geschoten. Ze reden op ons in. Let op die mannen zijn hartstikke gek. Die reden op ons in.'

Om 03.33.28 wordt gemeld dat er opnieuw schoten zijn gelost.

Om 03.33.42 wordt gemeld: 'Ja, voertuig reed opnieuw op ons in. Opnieuw geschoten.'

Gelet op het korte tijdsbestek tussen de incidenten en de meldingen van de verbalisanten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] aan de meldkamer dat er op hen is ingereden, leidt de rechtbank af dat er heet van de naald is gerapporteerd. Dit duidt naar het oordeel van de rechtbank, anders dan door de raadsvrouwe is gesuggereerd, niet op overleg of op het op elkaar afstemmen van de verklaringen van deze verbalisanten, teneinde zichzelf in een intern politieonderzoek of een strafrechtelijk onderzoek vrij te pleiten.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat uit het geheel van processen-verbaal, overige stukken en hetgeen de raadsvrouwe naar voren heeft gebracht, de conclusie dat de verklaringen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] leugenachtig zijn, niet kan worden getrokken. Derhalve is geen sprake van ernstige schendingen van beginselen van een goede procesorde, waarbij doelbewust of met grove veronachtzaming van verdachtes belangen tekort is gedaan aan diens recht op een behoorlijke behandeling van zijn zaak.

De rechtbank stelt overigens vast dat de wijze waarop de achtervolging en de aanhouding van de verdachte hebben plaatsgevonden op onderdelen niet getuigt van een aanpak die men van professionele beroepsuitoefenaars mag verwachten. De vraag of daarbij strafbare feiten zijn gepleegd, gaat het toetsingskader in deze zaak echter te buiten.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn ook voor het overige ten aanzien van de feiten 1 en 2 geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsvrouwe tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging ten aanzien van de feiten 1 en 2.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie ten aanzien van feit 3 op de dagvaarding.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in haar vervolging ten aanzien van feit 3 primair en subsidiair.

Verdachte is voor dit feit al veroordeeld door de politierechter op 15 juni 2012 (onder parketnummer 01/839428-10). Opnieuw vervolgen voor dit feit is in strijd met artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe van verdachte is het, ten aanzien van feit 3, met de officier van justitie eens dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard ten aanzien van

feit 3.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal het openbaar ministerie ten aanzien van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde feit niet-ontvankelijk verklaren in haar vervolging, nu verdachte bij vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch op 15 juni 2012 onder parketnummer 01/839428-10 voor dit feit reeds is veroordeeld.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Het standpunt van de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

- vrijspraak;

- afwijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [verbalisant 1],

[verbalisant 2] en [benadeelde 1];

- beslag retour aan de beslagene(n).

Ten aanzien van feit 3:

niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

- primair: niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie,

- subsidiair: vrijspraak.

- afwijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [verbalisant 1],

[verbalisant 2] en [benadeelde 1].

Ten aanzien van feit 3 primair en subsidiair:

- niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie.

Het oordeel van de rechtbank.

Vrijspraak

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde ontbreekt het wettig en overtuigend bewijs, gelet op de tegenstrijdigheden tussen de verklaringen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] enerzijds en de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] anderzijds (ten aanzien van het hiervoor beschreven incident 2) en het feit dat de belastende verklaringen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] niet in doorslaggevende mate worden ondersteund door technisch en/of tactisch bewijs (ten aanzien van de hiervoor beschreven incidenten 1 en 2).

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde ontbreekt het wettige bewijs dat de verdachte betrokken is geweest bij de poging tot diefstal met braak.

Beslag.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de in beslag genomen goederen.

De vorderingen van de benadeelde partijen [verbalisant 1] en [verbalisant 2].

Nu verdachte van de hem onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zal worden vrijgesproken, dienen de benadeelde partijen in hun vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De benadeelde partijen zullen telkens worden verwezen in de kosten door de verdachte in deze strafzaak gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1].

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft bij mailbericht d.d. 28 april 2011 het parket van de officier van justitie laten weten de vordering benadeelde partij in te trekken. Gelet hierop laat de rechtbank de in eerste instantie door [benadeelde 1] ingediende vordering benadeelde partij buiten beschouwing.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 3 (feit 4 op de dagvaarding) primair en subsidiair:

Verklaart het openbaar ministerie niet ontvankelijk in haar vervolging.

T.a.v. de feiten 1 en 2 (feiten 1 en 3 op de dagvaarding):

Vrijspraak.

T.a.v. feit 1:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [verbalisant 1] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden

begroot op nihil.

T.a.v. feit 1:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [verbalisant 2] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden

begroot op nihil.

Teruggave van de in beslag genomen goederen, te weten:

- de goederen vermeld onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11 en 12 op de lijst van

in beslag genomen goederen, welke lijst aan dit vonnis is gehecht en als hier

ingevoegd en herhaald dient te worden beschouwd, aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H.P.G. Wielders, voorzitter,

mr. M.A. Waals en mr. C.A. Mandemakers , leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken op 18 oktober 2012.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature