< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Doega-zaak: meer dan 20 feiten, gepleegd op locaties verspreid door heel Nederland. In deze zaken hanteerden de daders een min of meer vaste werkwijze om een inbraak c.q. kluiskraak te plegen bij voornamelijk supermarkten. Deze vaste werkwijze kenmerkte zich onder meer door een voorverkenning, de insluiting van een mededader, en door de verdere uitvoering van de inbraak.

Uitspraak



RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/712102-11; 16/600152-10 (tul) [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 oktober 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1991] te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats]

gedetineerd in de P.I. Utrecht, Huis van Bewaring, locatie Wolvenplein

raadsman mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 18, 24 en 25 september 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Daarna is het onderzoek ter terechtzitting gesloten op 25 september 2012, waarbij de uitspraakdatum is bepaald op 9 oktober 2012.

Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Ten aanzien van feit 1: in de periode van 26 november 2011 tot en met 27 november 2011 met anderen in de Dirk van den Broek te Hoofddorp heeft ingebroken;

Ten aanzien van feit 2: in de periode van 14 december 2011 tot en met 15 december 2011 met anderen in het Kruidvat te Hoogvliet heeft ingebroken;

Ten aanzien van feit 3: in de periode van 6 januari 2012 tot en met 7 januari 2012 met anderen in de Plusmarkt te Roosendaal heeft geprobeerd in te breken;

Ten aanzien van feit 4: in de periode van 22 januari 2012 tot en met 23 januari 2012 met anderen in de Deen supermarkt te Uithoorn heeft ingebroken;

Ten aanzien van feit 5: op 30 januari 2012 met een ander in de Karwei te Oosterhout gereedschap heeft gestolen;

Ten aanzien van feit 6: in de periode van 1 februari 2012 tot en met 2 februari 2012 met anderen in de C1000 te Zoetermeer heeft ingebroken;

Ten aanzien van feit 7: in de periode van 15 augustus 2011 tot en met 14 februari 2012 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie;

Ten aanzien van feit 8: zich in de periode van 16 augustus 2011 tot en met 14 februari 2012 heeft schuldig gemaakt aan witwassen.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de zaak, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. De officier van justitie heeft daartoe, kort samengevat, gewezen op:

- de gevolgde modus operandi bij de ten laste gelegde feiten en in de andere zaken in het onderzoek Doega,

- de gedane herkenningen, die door verbalisanten die verdachte reeds kenden zijn gedaan en die zij betrouwbaar acht,

- het vastgestelde telefoongebruik door verdachte en medeverdachten,

- de gemaakte tijdlijn naar aanleiding van telecomanalyse en bewakingsbeelden,

- de in dit onderzoek relevante getapte telefoongesprekken en

- de processen-verbaal van stemherkenning betreffende de medeverdachten.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van de feiten 1 tot en met 8 kan komen en wijst daarbij onder meer op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De raadsman is van mening dat de processen-verbaal van beeldherkenning onbetrouwbaar zijn, dat de uitvoeringshandeling die aan verdachte toegerekend zouden kunnen worden eventueel onder medeplichtigheid vallen en niet onder de ten laste gelegde kwalificatie medeplegen en dat het ten laste gelegde witwassen niet los van de andere feiten gezien kan worden, omdat de ten laste gelegde vermogensdelicten en het witwassen onder eenzelfde wilsbesluit vallen.

4.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe het volgende.

De vindplaatsvermeldingen van de onderstaande bewijsmiddelen verwijzen naar de doorlopende paginanummers van een (zaaks)dossier, zoals bijvoorbeeld ‘p. 1 van Einddossier, Algemeen, map 1’ of ‘p. 1 van 09Delftplus’ (oftewel pagina 1 van het dossier 09Delftplus (zaak 1) met dossiernummer PL0910-2012087226), tenzij anders is vermeld. De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

Voor zover er sprake is van het bestaan van beeldmateriaal in de vorm van camerabeelden, zijn deze beelden ook door de rechtbank bekeken.

Onderzoek 09Doega11

Op 30 oktober 2011 werd onder leiding van een officier van justitie van het arrondissementsparket Utrecht een onderzoek gestart onder de naam 09Boni11, naar aanleiding van een aangifte waaruit bleek dat men kennelijk voorbereidingshandelingen trof voor een overval op supermarkt Boni, gevestigd in Utrecht. In het kader van dit onderzoek werden op vordering van een officier van justitie en met machtiging van de rechter-commissaris van het arrondissement Utrecht, diverse telefoons getapt. Gedurende het onderzoek bleek uit de afgeluisterde gesprekken in combinatie met de paallocaties en het door het team ingestelde onderzoek, dat in dat onderzoek in beeld gekomen personen zich kennelijk tevens bezig hielden met het plegen van insluipingen en (dak)inbraken in onder andere supermarkten. Daarnaast bleek dat de verdachten die in onderzoek 09Boni11 naar voren kwamen, deel uit maakten van een criminele jeugdgroep uit de stad Utrecht waarnaar op 27 september 2011 een onderzoek was gestart onder de naam 09Doega11. Derhalve werd besloten het onderzoek naar deze insluipingen en (dak)inbraken voort te zetten onder de naam 09Doega11.

Modus Operandi

Door het onderzoeksteam 09Doega11 zijn meer dan 20 feiten, gepleegd op locaties verspreid door heel Nederland, in behandeling genomen. Uit het onderzoek naar deze zaken kwam naar voren dat de daders een min of meer vaste werkwijze hanteerden om een inbraak c.q. kluiskraak te plegen. Deze vaste werkwijze, de modus operandi, kenmerkte zich onder meer door een voorverkenning, de insluiting van een mededader, en door de verdere uitvoering van de inbraak.

Voorverkenning:

Uit de afgeluisterde gesprekken, in combinatie met de gegevens voortkomend uit de historische printgegevens en in combinatie met de beschikbaar gestelde beelden van de diverse supermarkten, bleek dat een inbraak over het algemeen voorafgegaan werd door één of meerdere voorverkenningen.

Een voorverkenning werd over het algemeen uitgevoerd door twee tot vier personen. Een voorverkenning was kennelijk bedoeld om te onderzoeken of het betreffende pand geschikt was voor een inbraak c.q. insluiping. Uit de incidenten die door het onderzoeksteam werden onderzocht bleek dat de verdachten bij deze voorverkenning met name op zoek waren naar het magazijn, kennelijk om vast te kunnen stellen waar de alarmkabels van het alarm zich bevonden. Dit gezien het feit dat bij iedere (geslaagde) inbraak de alarmkabels waren gesaboteerd. Daarnaast bleek uit onderzoek van een bij een verdachte in beslag genomen computer dat op de site Google naar diverse supermarkten door heel Nederland was gezocht.

Insluiting:

Nadat een voorverkenning was gedaan vond over het algemeen een insluiting plaats. Eén van de personen liet zich insluiten in de meterkast of magazijnruimte van het betreffende pand. Vervolgens werd door deze persoon gewacht tot de winkel was gesloten en al het personeel van de betreffende winkel het pand had verlaten. Daarna, al dan niet op (telefonische) aanwijzingen van een ander, knipte of zaagde deze persoon de alarmkabels door, kennelijk om te voorkomen dat er een alarm af zou gaan. Gedurende de tijd dat de persoon ingesloten was in het betreffende pand terwijl het personeel daar nog aanwezig was, werd het pand van buitenaf door één of meerdere personen vermoedelijk in de gaten gehouden. Dit is onder meer af te leiden uit diverse telefooncontacten met de ingesloten persoon.

Tevens bleek dat de mededaders veelal op afstand wachtten totdat duidelijk was dat het alarm onklaar was en er kennelijk geen gevaar voor betrapping meer was. Uit de geslaagde inbraken/kluiskraken werd duidelijk dat de ingesloten persoon het pand na het doorknippen van de alarmkabels verliet. Enkele uren later werd de inbraak/kluiskraak dan afgemaakt, waarbij gebruik werd gemaakt van professioneel gereedschap.

Inbraak:

Nadat het alarm was uitgeschakeld en hierop niet door de beveiliging en/of politie werd gereageerd, vond het vervolg van de inbraak plaats. Uit het onderzoek is gebleken dat dit vermoedelijk op de volgende manier gebeurde. De dader die ingesloten was knipte/zaagde de alarmkabels door, kwam uit de meterkast/magazijn ruimte, rende enkele malen door het pand (kennelijk om te onderzoeken of het alarm daadwerkelijk was uitgeschakeld), opende de nooddeur en zorgde dat die van buitenaf te openen was en verliet het pand. Na enkele uren maakten de daders de inbraak af, al dan niet inclusief een (poging tot) kluiskraak. Daarnaast is gebleken dat men tijdens de inbraak kennelijk gebruik maakte van personen die buiten op de uitkijk stonden om de medeverdachten die in het pand met de inbraak bezig waren tijdig te kunnen waarschuwen indien de politie en/of beveiliging ter plaatse zou komen. Voor de communicatie onderling werd daarbij onder andere gebruik gemaakt van portofoons terwijl de mobiele telefoons dan kennelijk waren uitgeschakeld.

Beeldherkenning

In het onderzoek 09Doega11 bevinden zich in de meeste deelonderzoeken processen-verbaal van herkenning van een of meer verdachten die werden herkend van (foto’s van) camerabeelden gemaakt op de plaats delict. In de ‘Aanvulling op het Einddossier’ zijn processen-verbaal van bevindingen opgenomen met daarin een nadere toelichting door de betreffende verbalisanten op de totstandkoming van de herkenningen. Over de herkenningen en de omstandigheden waaronder de herkenningen tot stand zijn gekomen en de wijze waarop processen-verbaal zijn opgemaakt is bij de rechter-commissaris voorts de teamleider van het onderzoek 09Doega11, [getuige 1], als getuige gehoord.

De raadsman heeft de betrouwbaarheid van de gedane herkenningen gemotiveerd betwist.

De rechtbank overweegt voor wat betreft de betrouwbaarheid van de herkenningen in dit onderzoek als volgt.

De herkenningen betreffen (gezichts)herkenningen van een voor de desbetreffende getuige (in casu: telkens een verbalisant van politie) bekend gezicht. De desbetreffende verbalisanten hebben bij de gedane herkenningen steeds aangegeven dat ze de desbetreffende verdachte uit hoofde van hun werk bij de politie al kenden vóórdat ze de foto’s/bewegende beelden zagen. Ook is aangegeven hoe lang en hoe ze de herkende verdachte kenden.

De rechtbank merkt op dat in het algemeen een bekende herkennen makkelijker is dan een herinnering aan een gezicht verwoorden of een onbekende herkennen. De strenge eisen die aan een (foto)Oslo-confrontatie worden gesteld hoeven dan ook niet in gelijke mate te worden gesteld aan een herkenning van een bekende. Dat neemt echter niet weg dat ook bij herkennen fouten gemaakt kunnen worden en dat zorgvuldig gekeken dient te worden hoe en onder welke omstandigheden een herkenning tot stand is gekomen.

De rechtbank merkt allereerst op dat de waarneming en opslag van informatie in het geheugen in positieve zin wordt beïnvloed door de taak van de waarnemer en datgene wat voor hem/haar interessant is. In casu is die taak telkens de handhaving van de openbare orde en de opsporing, meer in het bijzonder in een of meer specifieke wijk(en) van de stad Utrecht, wijken waar de desbetreffende verdachten woonachtig zijn. In het onderhavige onderzoek worden diverse verdachten bovendien (veelal) door meerdere verbalisanten herkend, zodat deze herkenningen elkaar ook ondersteunen. De herkenningen zijn allemaal gedaan op basis van beelden die aan het dossier zijn toegevoegd.

De rechtbank waardeert het bewijsmiddel ‘proces-verbaal bevindingen, betreffende een beeldherkenning’, voor zover gedaan door een verbalisant die relateert dat hij/zij verdachte ‘kent’ en op beelden herkent, in beginsel dan ook als betrouwbaar. Daar waar door de verdediging een concreet en specifiek verweer ten aanzien van een herkenning is gevoerd zal de rechtbank daar bij het desbetreffende feit nader op in gaan.

Hierna zal de rechtbank, in het kader van hetgeen hierboven is overwogen, de bewijsmiddelen weergeven en nader motiveren waarom zij tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten komt.

Feit 1: 09Hoofddorp

Voorverkenning en herkenning verdachte

Op donderdag 24 november 2011 te 17.45 uur wordt op de Keizer Karelweg in Amstelveen een personenauto van het merk Skoda met kenteken [kenteken] staande gehouden. In de auto zitten vier personen: verdachte, persoon 1, persoon 3 en persoon 4. Ze verklaarden dat ze iemand op gingen halen van Schiphol, ze wisten geen vluchtnummer en aankomsttijd. Tijdens de staandehouding zag de politie in het voertuig een paar handschoenen, zwarte sportschoenen en een zwarte jas liggen.

Nog geen twee uur later (19.43 uur respectievelijk 19.44 uur) komen dezelfde vier personen in twee groepjes van twee de supermarkt Dirk van den Broek te Hoofddorp binnen.

De personen 1, 3 en 4 worden elk door meerdere verbalisanten herkend. Persoon 2 wordt door meerdere verbalisanten herkend als zijnde verdachte. Op de camerabeelden is te zien dat de vier personen elkaar ontmoeten in een gangpad en hier met elkaar staan te praten. Te zien is dat om 19.53 uur persoon 3 en persoon 4 samen de supermarkt Dirk van den Broek verlaten en dat om 19.56 uur persoon 1 en verdachte samen de supermarkt Dirk van den Broek verlaten. Voorts is te zien dat om 20.03 uur persoon 1 en verdachte bij de achteringang van het magazijn staan en naar binnen kijken door de geopende deur. Te zien is dat om 20.14 uur persoon 1 en verdachte via de achteringang het magazijn van de supermarkt betreden, waarna persoon 1 de deur van de meterkast opent en naar binnen gaat. Te zien is dat verdachte blijft wachten tot persoon 1 weer naar buiten komt. Te zien is dat persoon 1 na enige tijd weer naar buiten komt en dat persoon 1 en verdachte via de achteringang het magazijn weer verlaten.

Verbalisant [verbalisant 1] herkent de persoon door hem aangeduid als dader 2 als zijnde verdachte. De rechtbank constateert dat de foto’s en beelden op grond waarvan de herkenning is gedaan , scherp zijn en dat verdachte met onverhuld gezicht volledig in beeld is. [verbalisant 1] verklaart dat hij verdachte in het verleden meerdere malen heeft aangesproken, gecontroleerd dan wel aangehouden en dat hij hem op de beelden herkent aan zijn postuur, lichaamshouding en gelaat. Verdachte is ook door meerdere andere verbalisanten ([verbalisant 2] , [verbalisant 3] , [verbalisant 4] , [verbalisant 5] ) herkend op het beeldmateriaal. De rechtbank acht deze herkenningen betrouwbaar, mede gelet op de samenhang met de andere bewijsmiddelen.

Bezien in verband met de bovenomschreven modus operandi en het feit dat er in de nacht van 26 op 27 november 2011 een inbraak in bovengenoemde supermarkt heeft plaatsgevonden, is de rechtbank op basis van de hiervoor weergegeven redengevende feiten en omstandigheden van oordeel dat door verdachte op 24 november 2011 samen met drie andere personen een voorverkenning in de supermarkt Dirk van den Broek is gedaan voor een later te plegen inbraak.

Insluiting, inbraak

Op camerabeelden is te zien dat op 26 november 2011 om 19.33 uur dezelfde persoon 1 als van de voorverkenning en verdachte samen met een ander, persoon 5, via de achteringang het magazijn van de supermarkt Dirk van den Broek te Hoofddorp betreden. Op de beelden is te zien dat persoon 1 zich laat insluiten in de meterkast en dat verdachte samen met persoon 5, de meterkast kennelijk op slot doet en dat verdachte en persoon 5 via de achteringang van het magazijn weer vertrekken.

Uit de aangifte en het onderzoek op de plaats delict is gebleken dat zich in de supermarkt een meterkast bevindt en dat deze meterkast van buitenaf is af te sluiten met een schuif aan de bovenzijde.

Voorts is op de beelden te zien dat verdachte en persoon 5 de achteringang van het magazijn betreden en dat verdachte een breekijzer onder zijn jas heeft. Te zien is dat verdachte en persoon 5 in het magazijn kennelijk worden betrapt door een personeelslid van de supermarkt en dan, na even met het personeelslid gepraat te hebben, vervolgens om 19.41 uur de achteringang van het magazijn verlaten.

Vervolgens is op camerabeelden te zien dat op 27 november 2011 om 00.13 uur een man (persoon 1) de meterkast uitkomt en het magazijn in loopt. Om 2.01 uur opent hij een deur van de achteringang van het magazijn. Te zien is dat om 4.15 uur drie personen in de richting van de achteringang van het magazijn lopen. Zij trekken onderweg daar naar toe handschoenen aan en zetten bivakmutsen op. Tenslotte is op de beelden te zien dat vanaf de achteringang van het magazijn vier personen met een aantal zakken met vermoedelijk daarin de buit weglopen richting de openbare weg.

Op 27 november 2011 deed [aangever 1] namens Dirk van den Broek aangifte van inbraak in de winkel Dirk van den Broek aan de Markenburg 97 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer. Aangever heeft verklaard dat op 26 november 2011 omstreeks 20.45 uur alles in en aan het pand intact en afgesloten was. Het alarm werd geactiveerd en op

27 november 2011 omstreeks 07.15 uur werd ontdekt dat er was ingebroken. Aangever kwam in de winkel en zag een grote ravage. Aan de buitenzijde van het pand was geen braakschade. Aangever vertelt vervolgens wat hij op de veilig gestelde videobeelden heeft gezien. Dit komt overeen met de hierboven vermelde beschrijving van die beelden.

Op zondag 27 november 2011 omstreeks 00.13 uur is een melding binnengekomen van storing in het alarm. Op dat moment is op de videobeelden te zien dat de man die zich had laten insluiten in de meterkast, de meterkast uitkomt. Te zien is dat hij met een soort portofoon door de winkel loopt. Aangever zag dat er in de meterkast een kabel van een telefooncentrale die alarmmeldingen doorgeeft was doorgeknipt. Aangever zag ook dat sirenes van de muur en het plafond waren afgeslagen. Aangever heeft geconstateerd dat alle sigaretten, scheermesjes en batterijen waren weggenomen uit een afgesloten kast, mogelijk geopend met een sleutel. Hij zag dat de deur naar het kaskantoor opengebroken was. Dit is ook op videobeelden te zien. In het kaskantoor was een kast opengebroken, waarin de sleutels lagen van de sigarettenautomaat. Ook is geprobeerd met een sleutel de grote kluis te openen. Er is een camera vernield in het kaskantoor, de kast waar de recorders staan is opengebroken en een computerkast, versterker, terminal en twee routers zijn weggenomen. Een bijlage met de weggenomen goederen is opgenomen in het dossier, ondermeer inhoudende een geldbedrag van 9.298 euro.

Uit het proces-verbaal van vaststellen identiteit gebruiker telecommunicatie is gebleken dat de aansluiting met telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: *[telefoonnummer]) voornamelijk gebruikt werd door [verdachte]. Dit blijkt uit het hierna volgende:

- Uit een afgeluisterd telefoongesprek blijkt dat op 5 december 2011 de gesprekspartner van de gebruiker *[telefoonnummer] deze gebruiker naar diens achternaam vraagt. De gebruiker van *[telefoonnummer] antwoordt: ‘[verdachte]’, waarna hij zijn naam ook nog eens tweemaal spelt. Daarna spreekt de gesprekspartner de gebruiker van *[telefoonnummer] aan met [verdachte] en vraagt deze naar diens geboortedatum. De gebruiker van *[telefoonnummer] antwoordt: 22-4-1991 . Verdachte, [verdachte], is geboren op [1991].

- Verdachte is op 11 januari 2011 (de rechtbank begrijpt: 11 januari 2012) aangehouden terzake van een poging tot diefstal (zaaksdossier 09Koog). Bij hem is toen een telefoon aangetroffen en in beslaggenomen met het IMEI-nummer [nummer]. Bij zijn heenzending is deze telefoon aan hem teruggegeven. Tijdens het tappen van het telefoonnummer *[telefoonnummer] werd dit IMEI-nummer meegezonden .

- Verdachte [verdachte] is op 7 februari 2011 (de rechtbank begrijpt 7 februari 2012) aangehouden te Gramsbergen. In de auto waarin hij had gezeten werd een telefoon aangetroffen, waarin onder “eigen” het telefoonnummer *[telefoonnummer] stond vermeld .

- De gebruiker van *[telefoonnummer] voert op 16 december 2011 om 17.49 uur een telefoongesprek met het telefoonnummer [telefoonnummer]. Hij zegt in dit telefoongesprek dat hij bij de Bijenkorf is, afdeling Hugo Boss . Verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 7] hebben de camerabeelden van Bijenkorf te Utrecht bekeken die zijn opgenomen op 16 december 2011 tussen 17.30 en 18.00 uur. Zij herkennen daarop verdachte. Deze beelden zijn ook ter terechtzitting bekeken op verzoek van de verdediging. Verdachte heeft ter zitting verklaard zichzelf op die beelden te herkennen .

Op 24 november 2011 is, zoals uit de hierboven genoemde bewijsmiddelen volgt, verdachte betrokken geweest bij de voorverkenning in de Dirk van den Broek te Hoofddorp. Om 19.29 uur straalt zijn nummer (*[telefoonnummer]) dan ook aan op een paallocatie te Hoofddorp. Uit bovengenoemde bewijsmiddelen volgt verder dat verdacht op 26 november 2011 aanwezig is bij de insluiting van een persoon in de meterkast van de supermarkt. Op 26 november 2011 straalt het telefoonnummer van verdachte (*[telefoonnummer]) eveneens aan in Hoofddorp, te weten om 21.45 uur.

Op vrijdag 25 november 2011 belt een persoon met het nummer *[telefoonnummer] om 23.03 uur naar verdachte. De persoon met nummer *[telefoonnummer] zegt tegen verdachte dat hij “die ander” heeft gesproken en dat die niet meer mee wil gaan. Verdachte zegt dat hij dat weet en dat het sowieso voor vandaag niet doorgaat. Nummer *[telefoonnummer] zegt daarop dat hij morgen belt. Vervolgens vindt de inbraak plaats in de nacht van 26 op 27 november 2011 en straalt de telefoon van verdachte voor een groot gedeelte die nacht geen paallocatie aan. Op 27 november 2011 straalt de telefoon van verdachte om 08.04 uur weer in Utrecht aan.

Naar het oordeel van de rechtbank duiden bovenvermelde bewijsmiddelen erop dat verdachte, behalve bij de voorverkenning en de insluiting, ook bij de feitelijke uitvoering van de inbraak betrokken is geweest en wel zodanig dat van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeplegers kan worden gesproken. Verdachte heeft in de periode gelegen tussen de voorverkenning en de inbraak telefonisch contact met een medeverdachte gehad die eveneens bij de voorverkenning betrokken was en voert met hem een gesprek dat naar het oordeel van de rechtbank gaat over het tijdstip waarop de inbraak zal worden uitgevoerd. Daarnaast heeft hij zijn medeverdachte geholpen bij de insluiting 26 november 2011, waardoor de rechtbank overtuigd is van zijn wetenschap ten aanzien van de inbraak die die nacht zou gaan plaatsvinden.

Verdachte heeft bij de politieverhoren en tijdens de terechtzittingen van 21, 24 en 25 september 2012 de gelegenheid gehad om uitleg te geven op vragen over de bovengenoemde bevindingen en verbanden die op zijn betrokkenheid wijzen, maar hij heeft ervoor gekozen om zich te beroepen op zijn zwijgrecht, hoewel naar het oordeel van de rechtbank die bevindingen en verbanden om een uitleg schreeuwen. Onder deze omstandigheden werkt zijn zwijgen tegen hem.

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte schuldig is aan het medeplegen van de inbraak.

Feit 2: 09Hoogvliet

Op 16 december 2011 deed [aangever 2], namens Kruidvat, aangifte van inbraak in het Kruidvat, gelegen aan de Binnenban 20 28 te Hoogvliet, gemeente Rotterdam.

Zij heeft verklaard dat zij op 14 december 2011 de winkel omstreeks 17.45 uur heeft afgesloten.

Op 15 december 2011 kwam zij omstreeks 05.55 uur bij de winkel om deze te openen. Zij zag dat het licht in de winkel aan was en toen zij de deur opende hoorde zij het alarm niet ‘tikken’. Ze zag dat de alarmbel op de grond lag, terwijl deze normaal aan het plafond aan de voorzijde van de winkel zit. Deze was kennelijk van het plafond geslagen. Ze zag dat de deur tussen het magazijn en de winkel open stond. Zij liep om het pand heen en zag dat de magazijndeur aan de achterzijde van het pand helemaal open stond. Hierop heeft zij de politie gebeld. Zij zag dat de twee kliko’s wegwaren en dat de inhoud ervan op straat lag. Binnen zag zij dat de daders vermoedelijk binnen waren gekomen via de kelder. De kelder zit onder het magazijn. Het viel aangeefster op dat er een steen was verwijderd, vermoedelijk om vanaf de gang met boxen zicht te krijgen in het magazijn. In het magazijn staat een stalen kooi met sigaretten en dure toiletartikelen. Aangeefster zag dat deze kooi was opengebroken en dat er veel goederen waren verdwenen. Verder zag aangeefster dat men geprobeerd had twee kluizen open te slijpen. Enkel de stalen wand was opengeslepen. Aangeefster zag dat in de winkel onder andere parfum, sigaretten en scheermesjes weggenomen waren en dat er een flinke ravage was. De totale waarde van de gestolen goederen is € 20.992,35.

Uit onderzoek aan het alarmsysteem bleek dat de blauwe telefoonkabel van KPN welke het Kruidvat van het alarm voorziet was doorgeknipt.

Het onderzoek 09Doega11, zoals hierboven omschreven, was al in volle gang ten tijde van de inbraak in het Kruidvat te Hoogvliet in de nacht van 14 op 15 december 2011. De modus operandi is bekend bij het onderzoeksteam.

Er worden telefoons getapt en op 14 december 2011 vindt er een gesprek plaats tussen de gebruiker van nummer [telefoonnummer] (verder te noemen: *[telefoonnummer]) en de gebruiker van nummer 06-2644[nummer] (verder te noemen: *[nummer]). In bedoeld gesprek van 14 december 2011 (20.13:52 uur) vraagt *[nummer] aan *[telefoonnummer] of deze alsjeblieft iets voor verdachte en ‘die andere’ wil doen. Alsjeblieft, zegt *[nummer], het is echt ‘kankerbelangrijk’ en ‘kankermooi’ en hij zegt dat het ‘van binnenuit’ is en dat het ‘niet heel ver bij rotje is’. Als de ander ‘rotje’ niet begrijpt en vraagt hoeveel kilometer antwoordt *[nummer]: ‘40 kilometer’.

Het in het kader van het onderzoek getapte telefoonnummer *[telefoonnummer] (van verdachte; de rechtbank verwijst hiervoor naar hetgeen hieromtrent is opgemerkt bij feit 1 (09Hoofddorp)) straalt op 14 december 2011 vanaf 22.42 uur aan op een mastlocatie te Hoogvliet. Dit nummer (*[telefoonnummer]) straalt tot 15 december 08.03 uur in Hoogvliet aan, waarna het nummer zich verplaatst naar Utrecht.

Naar aanleiding van deze gegevens is er onderzoek gedaan naar bedrijfsinbraken te Hoogvliet en is gebleken dat in het Kruidvat te Hoogvliet in de nacht van 14 op 15 december 2011 is ingebroken.

Uit nader onderzoek is gebleken dat het nummer [telefoonnummer] (verder te noemen: *[telefoonnummer]) zich tezamen met het nummer van verdachte (*[telefoonnummer]) verplaatst in de richting van Hoogvliet, alwaar het toestel op 14 december 2011 te 22.18 uur die dag voor het eerst in Hoogvliet aanstraalt. Vervolgens gaat de gebruiker van *[telefoonnummer] op 15 december 2011 te 08.32 uur, wederom tegelijk met verdachte, vanuit Hoogvliet terug naar Utrecht.

Bovengenoemd getapt nummer *[telefoonnummer] straalt van 14 december 2011 om 20.34 uur tot 15 december 2011 06.02 uur geen mast aan, maar om 06.02 uur straalt dit nummer een mast aan op een locatie in Hoogvliet.

Uit diverse tapgesprekken welke plaatsvonden vanaf 11 december 2011 tot en met 14 december 2011 blijkt dat verdachte contact opneemt met *[telefoonnummer] en bespreekt dat hij gebeld is over morgen. Hierbij wordt gezegd dat zondag te opvallend is. Op 13 december 2011 belt verdachte naar *[telefoonnummer] en zegt dat ze morgen gaan naar de plek waar ze eerst maandag heen zouden gaan. Op 14 december 2011 wordt er in de loop van de ochtend en het begin van de middag gebeld tussen *[telefoonnummer], verdachte en *[telefoonnummer]. In deze gesprekken gaat het over vervoer regelen. Tot ongeveer 21.00 uur die dag vinden er gesprekken plaats waarin de gebruikers van deze nummers afspraken maken om elkaar te treffen waarna de mastlocaties waarop hun telefoons aanstralen verplaatsen in de richting van Hoogvliet.

De rechtbank concludeert hieruit dat verdachte en de gebruikers van *[telefoonnummer] en *[telefoonnummer] naar Hoogvliet zijn gegaan en zich op 14 december 2011 van 22.18 uur tot 15 december 2011 te 07.54 uur hebben opgehouden in Hoogvliet, zeer dicht bij de plaats alwaar het Kruidvat gevestigd is.

Op 15 december 2011 om 10.00 uur stralen de drie genoemde telefoonnummers weer een mast in Utrecht aan. Om 10.54 uur vindt er vervolgens een gesprek plaats tussen *[telefoonnummer] en *[telefoonnummer].

*[telefoonnummer] geeft daarin de ander opdrachten om spulletjes in de tas te doen. De ander zegt dat hij politie zag en een stukje is gaan lopen en de spullen niet in de tas heeft kunnen doen.

De rechtbank stelt op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen vast dat drie personen, waaronder verdachte, telefonisch contact gehad met elkaar vóór de inbraak en ná de inbraak en in de buurt van het Kruidvat zijn geweest gedurende tijdstippen waarop de winkel voor het gewone publiek gesloten is en gedurende welke tijd de inbraak is voltooid. De rechtbank concludeert hieruit dat verdachte tezamen met anderen de diefstal met braak heeft gepleegd.

Feit 3: 09Roos

Op zaterdag 7 januari 2012 deed [benadeelde ], eigenaar van [naam] supermarkt te [woonplaats], aangifte van een poging tot inbraak in zijn winkel. Hij verklaarde dat op 6 januari 2012 omstreeks 20.45 uur de winkel werd afgesloten. Op zaterdag 7 januari 2012 omstreeks 06.30 uur zag aangever dat er een lekkage was in het magazijn, waardoor er veel regenwater naar binnen was gelopen. Hij zag dat er boven de meterkast en de ruimte waar een transformator staat een gat in het dak zat. Aangever heeft hieruit geconcludeerd dat getracht was in zijn winkel in te breken door een gat in het dak te maken. Het alarm van de winkel was niet afgegaan. Aangever verklaarde voorts dat hij op camerabeelden drie mannen heeft gezien die om 00.56 uur aan de zijde van de G-bergen over de parkeerplaats naar de zijkant van de winkel liepen. Eén van deze personen had zwart haar, aan de zijkanten kort opgeschoren en bovenop zijn hoofd langer. Deze persoon leek erg op de persoon die staat op de beelden eerder deze week (3 januari 2012). Deze personen liepen het doodlopende gedeelte naast de winkel in. Aangever zag ze niet meer terugkomen. Aangever verklaarde voorts dat op de beelden was te zien dat er een paar keer een politieauto langsreed en verbond hieraan de conclusie dat de inbrekers mogelijk gestoord zijn tijdens de poging tot inbraak. Door verbalisant [verbalisant 8] is in aanvulling op de aangifte verklaard dat van een regenpijp de bevestigingsbeugel is afgebroken en dat op het dak boven het magazijn het dakleer en isolatiemateriaal is verwijderd en dat met een knipvoorwerp een deel is ingeknipt .

Verbalisant [verbalisant 1] heeft de camerabeelden bekeken, die zijn opgenomen vanaf diverse locaties in de supermarkt [naam] en in en rondom het winkelcentrum waarin de supermarkt is gevestigd. Op deze beelden is te zien dat op dinsdag 3 januari 2012 tussen 18.27 uur en 18.28 uur een kleine personenauto het parkeerterrein op komt rijden en daar parkeert. Vervolgens lopen twee personen bij deze auto vandaan. Deze personen lopen om 18.29 uur een straat in die gebruikt wordt voor laden en lossen, betreden om 18.30 uur het winkelcentrum en gaan om 18.38 uur de supermarkt [benadeelde ] binnen via de hoofdingang. Deze personen bevinden zich vervolgens van 18.39 uur tot 18.44 uur in de supermarkt, één van hen weegt bananen. Tussen 18.44:22 uur en 18.44:47 uur is te zien dat de twee personen in het magazijn van de supermarkt lopen. Eén van hen voelt aan een roldeur en kijkt in de richting van het plafond. De ander kijkt meerdere keren in de richting van het plafond. Om 18.45 uur verlaten beide mannen de winkel via de kassa, zonder iets af te rekenen. Omstreeks 18.48 uur stappen zij in de auto en rijden daarmee weg van het parkeerterrein .

Verbalisant [verbalisant 3] , wijkagent te Utrecht, verbalisant [verbalisant 9] en verbalisant [verbalisant 1] herkennen de beide mannen van de beelden. Eén van deze mannen, degene die aan een roldeur voelde, herkennen zij als verdachte.

De verdachten die op de beelden zijn herkend worden door de politie gekoppeld aan telefoonnummers. Aan verdachte wordt het telefoonnummer [telefoonnummer] (verder: *[telefoonnummer]) toegeschreven. Aan de andere op de beelden herkende verdachte wordt het telefoonnummer [telefoonnummer] (verder: *[telefoonnummer]) toegeschreven.

Voor de koppeling van het telefoonnummer *[telefoonnummer] aan verdachte [verdachte] wordt verwezen naar hetgeen hieromtrent bij feit 1 (09Hoofddorp) is opgemerkt.

Uit een analyse van de telecomgegevens blijkt dat het nummer *[telefoonnummer] op 3 januari 2012 van 18.10 uur tot 18.42 uur zendmasten aanstraalt in Roosendaal.

Verbalisant [verbalisant 11], belast met het afluisteren van tapgesprekken, heeft de opgenomen gesprekken van het nummer *[telefoonnummer] op 3 januari 2012 nogmaals afgeluisterd. Zij herkent in alle op 3 januari 2012 tussen 10.42 uur en 19.45 uur gevoerde telefoongesprekken de stem van de vaste gebruiker, die bij haar bekend staat als verdachte.

Op beelden van bedoelde Plus supermarkt van zaterdag 7 januari 2012 is te zien dat een persoon, die geheel in het donker is gekleed, om 00.26 uur en om 00.34 uur in het beeld van één van de camera’s verschijnt. Tussen 00.48 uur en 00.56 uur is op de camera’s te zien dat déze persoon, samen met twee anderen die eveneens in het donker gekleed zijn, een straat inloopt die gebruikt wordt voor laden en lossen.

Verbalisant [verbalisant 3] voornoemd, verbalisant [verbalisant 9] en verbalisant [verbalisant 1] herkennen verdachte als één van de drie mannen en wel als degene die in beeld verschijnt om 00.26 uur en 00.34 uur.

Tussen 02.28 uur en 02.30 uur is te zien dat een drietal donkergeklede personen het dak van een winkel afkomt en in de passage van het winkelcentrum terechtkomt. Alle drie dragen een bivakmuts. Omstreeks 02.30 uur verlaten deze personen het winkelcentrum .

Verbalisant [verbalisant 1] concludeert uit de kleding dat de drie personen die tussen 00.48 uur en 00.56 uur worden gezien dezelfde personen zijn als die tussen 02.28 uur en 02.30 uur in de passage van het winkelcentrum lopen . De rechtbank heeft de beelden die door de politie zijn omschreven ook bekeken en heeft gezien dat er in een groep van drie personen één persoon naar beneden springt en dat een ander persoon een tas bij zich heeft waaruit een op een koevoet gelijkend voorwerp steekt. Deze personen zijn dezelfde personen als de drie personen op de beelden, waarop verdachte herkend is. Dit blijkt onder andere uit het feit dat de langste persoon op beide beelden witte schoenen aan heeft en een lichtgekleurde capuchon op heeft.

Het telefoonnummer *[telefoonnummer] dat door de politie wordt toegeschreven aan verdachte straalt op 7 januari 2012 om 00.44 uur, om 00.49 uur, om 00.54 uur, om 00.59 uur, om 01.29 uur, om 01.59 uur en om 02.29 uur zendmast Driehoekstraat 1 aan in Roosendaal .

Verbalisant [verbalisant 11] voornoemd heeft de opgenomen gesprekken van het nummer *[telefoonnummer] rond de poging inbraak op 7 januari 2012 nogmaals afgeluisterd. Zij herkent in het op 6 januari 2012 om 17.30 uur gevoerde gesprek en in het op 7 januari 2012 om 05.51 uur gevoerde gesprek de stem van de vaste gebruiker, die bij haar bekend staat als verdachte.

De rechtbank acht gelet op bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak in de Plus supermarkt te Roosendaal. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de herkenningen van de betreffende verbalisanten, gelet op de duidelijkheid van de beelden en op het voorkomen van verdachte ter terechtzitting. De drie herkenningen ondersteunen bovendien elkaar en worden daarnaast ondersteund door de telecomgegevens. Uit die laatste gegevens blijkt immers dat het aan verdachte toegeschreven telefoonnummer in Roosendaal ter plaatse is op het tijdstip en nabij de plaats waar verdachte wordt herkend. Dat het telefoonnummer *[telefoonnummer] van verdachte is lijdt geen enkele twijfel, gelet op hetgeen hierboven daaromtrent is opgemerkt. Gelet op de stemherkenning door [verbalisant 11] kan daarnaast worden aangenomen dat het ook verdachte zelf is geweest die op de tijdstippen waar het om gaat zijn telefoon bij zich heeft gehad.

Verdachte heeft zich op 3 januari 2012 in het magazijn van de Plus supermarkt begeven samen met een ander. Dat is een plek waar klanten niets te zoeken hebben. Verdachte heeft bovendien aan een roldeur gevoeld en naar het plafond gekeken in het magazijn. Hieruit concludeert de rechtbank dat verdachte samen met een ander bezig is geweest met een zogenoemde voorverkenning voor een inbraak, temeer nu hij geen andere verklaring voor zijn aanwezigheid in het magazijn heeft gegeven. Verder is verdachte aanwezig op de plaats delict als te zien is dat een man van het dak af springt. Voor zijn aanwezigheid midden in de nacht aldaar heeft hij geen enkele verklaring gegeven’

Feit 4: 09Uithoorn

Op 24 januari 2012 deed [aangever 3], namens Deen Supermarkt, aangifte van inbraak in de supermarkt Deen, gelegen aan het Legmeerplein 18 te Uithoorn.

Aangever heeft verklaard dat er in de nacht van 22 januari 2012 op 23 januari 2012 is ingebroken. Uit hetgeen hij aantrof en uit de door hem bekeken beelden van beveiligingscamera’s concludeerde aangever dat de daders zich de toegang hebben verschaft door middel van het maken van gaten in het dak van de supermarkt. Het eerste gat was wat klein. Daarnaast was een groot gat gemaakt van ongeveer 70x70 centimeter. Aangever vermoedde dat dit is gebruikt voor het naar binnen gaan in de supermarkt. Nadat de daders zich in de supermarkt lieten zakken zijn ze uitgekomen op de meterkast. Ze hebben het dak van de meterkast verwijderd en hierop hebben zij de kabels van de KPN lijn doorgeknipt, aldus aangever. Deze kabels worden gebruikt voor de alarminstallatie die is aangesloten op de winkel. Aangever stelde verder vast dat de zijdeur van het magazijn was opengebroken. Ook was de sigarettenkast opengebroken en daaruit waren diverse sloffen sigaretten weggenomen ter waarde van in totaal 5.355,10 euro. Hierna zijn de daders naar het kaskantoor gegaan en hebben hiervan de deur opengebroken. In het kaskantoor stond een kluis en de daders hebben de zijkant van de kluis met een slijptol opengeslepen. De eerste laag van de kluis is van metaal. De tweede laag is van beton. De tweede laag hebben de daders opengemaakt door middel van een drilboor. Aangever heeft de drilboor later gevonden en afgegeven aan de politie. De derde laag van de kluis is eveneens van metaal en die hebben de daders opengeslepen. In de kluis stonden lades van de kassa’s en er lagen plastic zakjes in met de inhoud van de cashbox. In totaal is er uit de kluis aan cash geld weggenomen een bedrag van € 11.838,95. Door het gebruik van de slijptol met de kluis zijn artikelen ter waarde van € 110,- (postzegels en briefkaarten) onverkoopbaar geworden. De daders hebben zelfs brandmelders afgeplakt met plastic.

Op camerabeelden van zondagochtend 22 januari 2012 zag aangever dat omstreeks 01.50 uur drie jonge mannen, donker gekleed met capuchons, naar de supermarkt liepen.

De jongens bleven heen en weer lopen en hadden zakken bij zich met daarin vermoedelijk gereedschap. Om 06.15 uur zijn de daders weggegaan. Aangever vermoedt dat de daders op zondagochtend gaten in het dak van de supermarkt hebben gemaakt. Op 23 januari 2012 om 00.06 uur kwamen ze weer terug. Op camerabeelden is te zien dat wederom drie jongens naar het pand liepen en hun gezicht verborgen hielden. De zijdeur werd van binnenuit opengebroken. Twee jongens liepen via deze deur naar binnen. Later ziet aangever op de beelden dat het om vijf daders gaat. Vier zijn er in de supermarkt en één blijft buiten staan. De buit deden de daders in plastic zakken. Eén dader had een portofoon bij zich. Tot 06.15 uur zijn de daders bezig geweest met de inbraak. Op maandag 23 januari 2012 tegen 07.00 uur is de inbraak ontdekt.

Een bijlage met de weggenomen goederen is opgenomen in het dossier.

De gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] (verder aangeduid als: *[telefoonnummer]) stuurt op 22 januari 2012 om 19.37 uur een sms bericht naar de gebruiker van telefoonnummer *[telefoonnummer] (uit hetgeen hieromtrent onder feit 1 (09Hoofdorp) is opgemerkt volgt dat dit het nummer van verdachte is) met onder meer de tekst: “uithoorn deen.”

Op 22 januari 2012 om 20.04 uur belt de gebruiker van nummer *[telefoonnummer] met de gebruiker van het telefoonnummer *[telefoonnummer]. *[telefoonnummer] zegt: “met lange, kom je naar buiten.” Hierop wordt buiten afgesproken. De telefoonnummers *[telefoonnummer] (van verdachte), *[telefoonnummer] en *[telefoonnummer] stralen dan in Utrecht aan.

Vanaf 22 januari 2012 na 21.44 uur tot 23 januari 2012 te 8.53 uur straalt het nummer *[telefoonnummer] geen telefoonpaal meer aan. Bijzonder is dat het nummer *[telefoonnummer] vanaf 22 januari 2012 na 22.23 uur tot 23 januari 2012 om 7.17 uur evenmin een telefoonpaal aanstraalt. Ook nummer *[telefoonnummer] straalt op 22 januari 2012 vanaf 22.23 uur tot 23 januari 2012 om 06.43 uur geen telefoonpaal meer aan.

In die tijd –dat genoemde telefoons geen paal aanstralen- vindt er een inbraak plaats, zo blijkt uit de aangifte van [aangever 3].

Op 23 januari 2012 om 20.23 uur heeft *[telefoonnummer] telefonisch contact met de gebruiker van het telefoonnummer *[telefoonnummer]. *[telefoonnummer] vertelt dat hij niks geslapen heeft.

Op 23 januari 2012 om 22.01 uur hebben de gebruiker van *[telefoonnummer] (verdachte) en de gebruiker van *[telefoonnummer] contact met elkaar. In dit gesprek zegt de gebruiker van *[telefoonnummer] (verdachte) dat hij pas om 05.00 uur sliep en dat hij op zijn vader en moeder zweert dat hij alles in totaal heeft en dat hij net naar de bank is gegaan. Om 22.15 uur hebben de gebruikers van deze twee telefoonnummers weer contact. Ze hebben een woordenwisseling over dat het moet kloppen, want het is nog nageteld en dat de gebruiker van *[telefoonnummer] komt tot 1000 euro, duizend en tien euro.

Op 24 januari 2012 om 12.36 uur bellen *[telefoonnummer] en de gebruiker van *[telefoonnummer] elkaar. Zij zetten de discussie voort over een bedrag dat niet klopt.

*[telefoonnummer] zegt: “jij valt mij lastig over die centen, ze zijn niet daar in de schuur vriend”.

*[telefoonnummer] zegt: “ze moeten daar wel zijn vriend. Ik heb ze daar gezet vriend.”

*[telefoonnummer] zegt: “ik heb opgeruimd.”

*[telefoonnummer] zegt: “waar is die andere tas”

*[telefoonnummer] zegt: “luister, je hebt voor mijn neus, voor mijn neus toch. We zijn met twee van

die dingen weg gelopen. Ga ik je flessen voor zoiets.”

*[telefoonnummer] zegt: “er waren drie stuks ervan en daar waren er meer van, begrijp je, die is

weg.”

*[telefoonnummer] zegt: “je bent gewoon beroofd in de auto waar je bij zat.”

Door verbalisanten worden foto’s van de camerabeelden van de supermarkt Deen te Uithoorn bekeken welke ten tijde van de inbraak opgenomen zijn. Daarop zijn meerdere personen te zien.

Verbalisant [verbalisant 2] verklaart dat hij de persoon aangeduid als dader 2 herkent als verdachte. Hij herkent verdachte aan zijn gelaat, lichaamsbouw danwel gezichtsuitdrukking. Hij kent verdachte. Verdachte is namelijk door hem in het verleden meerdere malen aangesproken, gecontroleerd danwel aangehouden. Op maandag 23 januari 2012 heeft verbalisant [verbalisant 2] verdachte staande gehouden. Verdachte reed alleen als bestuurder in een personenauto. [verbalisant 2] zag dat verdachte een bril droeg. Deze bril had sterke overeenkomsten met de bril verdachte tijdens de kluiskraak droeg.

Verbalisant [verbalisant 12] verklaart dat hij de persoon aangeduid als dader 2 herkent als verdachte. Hij herkent verdachte aan zijn gelaat, omdat hij verdachte in het verleden meerdere malen heeft aangesproken, gecontroleerd danwel aangehouden. Het laatste persoonlijk contact was op 17 november 2011, omstreeks 03.00 uur te Utrecht. Hij kent verdachte sinds ongeveer vier jaar. Hij kent hem omdat hij hem wel eens heeft aangehouden en omdat hij hem op straat veel tegen kwam.

Verbalisant [verbalisant 13] verklaart eveneens dat hij verdachte als dader 3 (zelfde foto’s als die gebruikt zijn onder noemer ‘dader 2’ in het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 2]) herkent.

De rechtbank stelt vast dat de foto’s en de beelden op grond waarvan de bovengenoemde herkenningen zijn gedaan, voldoende scherp zijn. De rechtbank acht deze herkenningen betrouwbaar, mede gelet op de samenhang met de andere bewijsmiddelen.

In het dossier is een foto opgenomen van een zwarte glimmende jas die bij de huiszoeking op de slaapkamer van verdachte is aangetroffen (foto’s B). Op foto A is een jas te zien die verdachte tijdens de inbraak in de Deen supermarkt te Uithoorn heeft gedragen. De rechtbank constateert dat de jas die onder verdachte in beslag is genomen sterke uiterlijke overeenkomsten vertoont met de jas op de beelden van de inbraak.

De rechtbank stelt op grond van bovenstaande bewijsmiddelen vast dat verdachte tezamen met anderen de inbraak in de supermarkt Deen te Uithoorn heeft gepleegd.

Verdachte heeft zowel voorafgaand aan de inbraak als erna contact gehad met mededaders. Hij heeft met hen over de buit gesproken en hij is op de camerabeelden herkend door drie verbalisanten. Hij heeft eerder volgens de werkwijze van de vaste modus operandi zoals bovenomschreven met anderen inbraken gepleegd en gepoogd te plegen. Dit alles maakt dat kan worden gesproken over een bewuste en nauwe samenwerking.

Feit 5: 09Oosterhout

Op 31 januari 2012 deed [aangever 4], bedrijfsleidster bij Karwei te Oosterhout, aangifte van diefstal van een metaalzaagje met een oranje handvat van het merk Skandia, type 71.704.06. Zij verklaarde dat zij op dinsdag 31 januari 2012 camerabeelden heeft bekeken die de dag daarvoor, op maandag 30 januari 2012 in de winkel waren opgenomen. Zij verklaarde dat zij op die beelden, die 18 minuten achterlopen op de werkelijke tijd, heeft gezien dat op maandag 30 januari 2012 om 19.57 uur, twee lichtgetinte mannen de winkel in kwamen lopen. Deze mannen liepen samen richting het middenpad en daarna direct door naar de gereedschapsafdeling. Aangeefster zag op de beelden dat één van de mannen een zaagje uit een van de schappen pakte. De andere man ging met zijn lichaam voor zijn metgezel staan, kennelijk met het doel het zicht van de camera weg te nemen. Aangeefster zag vervolgens dat beide mannen het gangpad uitliepen, terwijl geen van hen het zaagje nog in zijn handen had. Beide mannen passeerden de kassa’s zonder af te rekenen en verlieten de winkel, waarna zij wegrenden.

Verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 11] zijn op 31 januari 2012 naar bouwmarkt Karwei toe gegaan en zijn samen met aangeefster naar het schap waar een van de verdachten een ijzerzaag had gepakt gelopen. Nadat aangeefster enkele metaalzaagjes had gescand heeft zij aan de verbalisanten te kennen gegeven dat zij één metaalzaagje miste, omdat er nog één zaagje in het schap hing, terwijl er twee aanwezig zouden moeten zijn .

De betreffende beelden zijn ook door de [verbalisant 9] en [verbalisant 11] uitgekeken . Zij beschrijven dat de medeverdachte een glimmend voorwerp met een gedeeltelijk oranje kleur uit een van de schappen pakt. Zij beschrijven dat zij zien dat het artikel niet wordt teruggelegd en dat de medeverdachte toen deze wegliep het artikel niet meer in zijn handen had. De rechtbank heeft de beelden eveneens bekeken. Op de beelden heeft de rechtbank gezien dat de medeverdachte een op een zaag gelijkend voorwerp uit het schap pakt, dat dit voorwerp niet wordt teruggelegd en dat geen van beide verdachten daarna bij het weglopen het voorwerp zichtbaar in zijn handen heeft.

Verbalisant [verbalisant 1] en verbalisant [verbalisant 9] herkennen de twee mannen die op de beelden voorkomen. Een van deze mannen herkennen zij als verdachte. Zij verklaren tevens dat zij ambtshalve met verdachte bekend zijn, omdat zij hem in het verleden meerdere malen hebben aangesproken en gecontroleerd.

De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is om aan de herkenning te twijfelen, gelet op de goede kwaliteit van de beelden en het feit dat de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 9] verklaren verdachte ambtshalve te kennen.

Met betrekking tot de door de verdediging geopperde theoretische mogelijkheid dat de ijzerzaag mogelijk op een andere plek in de winkel is achtergelaten c.q. teruggelegd overweegt de rechtbank dat de wederrechtelijke wegnemingshandeling reeds is voltooid met het wegnemen van de ijzerzaag uit het schap en het vervolgens weglopen van het schap zonder dat de ijzerzaag nog zichtbaar wordt vastgehouden. Daarmee is de ijzerzaag immers uit de macht van de rechtmatige eigenaar gehaald. Bovendien vindt de door de verdediging geopperde theoretische mogelijkheid geen steun in de verklaring van de verdachte en in het feit dat er een ijzerzaag wordt gemist.

De rechtbank acht gelet op het vorenstaande bewezen dat verdachte zich samen met de medeverdachte schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een ijzerzaag.

Feit 6: 09Zoetermeer

Getuige [getuige 2], werkzaam bij de C1000 te Zoetermeer, heeft verklaard dat hij op 1 februari 2012 om 19.15 uur twee jongens in de winkel zag die constant om zich heen keken. Jongen 1 was ongeveer 25 jaar oud, 1.90 meter lang en had een Marokkaans uiterlijk. Jongen 2 was ongeveer 22 jaar oud, 1.70 meter lang en had eveneens een Marokkaans uiterlijk. [getuige 2] hoorde van collega [getuige 3] dat hij die jongens ook had gezien. [getuige 3] vertelde dat ze zich vreemd gedroegen en constant heen en weer in een pad liepen, maar niets pakten. Ze keken de hele tijd om zich heen. Dit pad bevindt zich achter in de winkel en geeft toegang tot het magazijn. [getuige 2] hoorde van [getuige 3] dat jongen 2 opeens in het magazijn stond. Omstreeks 19.45 uur is [getuige 2] samen met [getuige 3] naar buiten gelopen om spullen binnen te halen. Toen zij weer naar binnen liepen, zagen zij jongen 1 naar buiten lopen. Jongen 2 liep op dat moment niet bij hem. Zij hebben jongen 2 niet zien vertrekken. Omstreeks 20.00 uur werd de toegang tot de winkel voor klanten afgesloten. Omstreeks 21.15 uur heeft [getuige 2] de achterdeur vergrendeld door middel van een stalen balk. Vervolgens heeft hij het alarm erop gezet. Hij heeft zelfs nog geluisterd dat het alarm er echt op ging. Daarna heeft hij de winkel afgesloten door middel van een rolluik en slot en sleutel. Hij heeft de winkel onbeschadigd en in goede orde achtergelaten.

Op 2 februari 2012 deed [aangever 5], namens de C1000, aangifte van inbraak in de supermarkt C1000, gelegen aan de Groen-Blauwlaan 109 te Zoetermeer.

Hij heeft verklaard dat op 1 februari 2012 te 21.45 uur de C1000 door [getuige 2] is afgesloten. De winkel is in goede orde achtergelaten. Op donderdag 2 februari 2012 om 6.45 uur werd aangever gebeld door de slager [A]. Hij vertelde dat er ingebroken was in de C1000. Aangever is naar de C1000 gegaan en zag dat de kantoren overhoop gehaald waren. Hij zag dat de kluis was opengebroken. Hij zag dat de tabakskast in het magazijn was opengebroken. Aangever zag dat er tabak miste. Vervolgens ging aangever via het kantoor van de afdelingsmanager naar het ondernemerskantoor waar aangever zag dat de patchkast, automatiseringskast, kapot gemaakt was. Hij zag dat de server eruit getrokken was. De goten, waar de kabels in gaan, waren vernield. De harde schijf was uit de server gehaald. De computer waar de camerabeelden worden opgeslagen was nog geheel intact.

Aangever constateerde dat vijf camera’s vernield waren en dat bij de kassa’s de tabaksvoorraden opengebroken waren. Hij zag dat er tabak miste. Hij zag dat de nooduitgang bij de slagerij open stond, maar verder was er geen braakschade geconstateerd.

Uit de aanvulling op de aangifte volgt dat de totale schade € 62.001,36 bedraagt. Er is een bedrag van € 26.276,21 weggenomen aan contanten (omzet deel) en een bedrag van

€ 17.392,35 aan contanten (kasgeld deel) en voor € 2.211,84 aan tabaksgoederen. Eveneens is een lege verpakking scheermesjes aangetroffen.

Verbalisant [verbalisant 14] kwam op 2 februari 2012 ter plaatse. Hij trof meerdere kassalades en afroomkluisjes aan. Hij zag dat de lades en afroomkluisjes waren verbroken en verbogen. Hij had van de alarmcentrale vernomen dat op 2 februari 2012 te 21.00 uur het alarm van de C1000 werd losgekoppeld van de telefoonlijn en dus niet meer kon functioneren. [verbalisant 14] zag voorts dat een bewegingssensor in de meterkast was afgeplakt met een witte sticker of tape. Uit de patchkast in het kantoor waren harde schijven weggenomen. Op de camerabeelden, welke opgenomen zijn in de C1000, zag verbalisant van Rijn dat op 2 februari 2012 om 01.20 uur, 3 personen in donkere kleding vanaf de nooddeur via de broodafdeling de C1000 binnen kwamen rennen. Hij zag dat de achterste persoon een koevoet in zijn hand had. Twee personen betraden de kluisruimte en draaiden de camera weg die in de kluisruimte hangt.

Verbalisanten [verbalisant 15] en [verbalisant 16] kwamen direct na de inbraakmelding ter plaatse. Zij constateerden dat de nooduitgang op een kier stond. Zij zagen dat er naast de deur van de nooduitgang een stuk karton van 15 bij 40 centimeter lag.

In het onderzoek 09Doega 11 werd het telefoonnummer [telefoonnummer] (verder te noemen: *[telefoonnummer]) getapt. In het kader van het onderzoek naar 09Zoetermeer bleken de gesprekken die op 2 februari 2012 te 04.28 uur en te 04.37 uur via dit telefoonnummer werden gevoerd van belang. De gesprekken werden gevoerd met de gebruiker van telefoonnummer 06-[telefoonnummer] (verder te noemen: *[telefoonnummer]).

Op 1 februari 2012 om 19.47 uur belt de gebruiker van nummer *[telefoonnummer] met verdachte (*[telefoonnummer]). *[telefoonnummer] vraagt aan verdachte : “Heb je een waggie”en “luister ga naar die ene”. “Haal al die spullen vandaar weg.” En verdachte reageert daarop: “Alles van daar weg?” “Ik ga ze niet bij mij thuis zetten. Ik kom zo meteen naar jou toe.”

Op 1 februari 2012 om 21.53 uur belt de gebruiker van nummer *[telefoonnummer] met *[telefoonnummer]. De gebruiker van nummer *[telefoonnummer] straalt op dat moment aan op een zendmast in Zoetermeer.

*[telefoonnummer] zegt: He, luister, geef twee van die dinges. Als het aan mij lag ging je mee. Ik zweer op Allah ze gaan jou niet mee laten, geloof mij nou. Luister, ik zeg tegen jou ik weet precies wat hier is. Het is niet van mij, maar ik weet precies wat hier is e dinges. Ze komen die twee dingen halen toch, wij zijn met vijf man. Ik maak met jou goed he dinges man. Je kan niet mee vriend, begrijp dat man. [naam], ik laat jou zometeen horen. Ze geven mij belletje en dan zeg ik ga naar hem.

*[telefoonnummer] zegt in dit telefoongesprek tegen de gebruiker van *[telefoonnummer]: 2 van die dingen is goed, helemaal niks meer? Okee dan is het toch helemaal geregeld. Ik ga mee he. Ik ga sowieso mee, kofferbak handboeien bij hem en bij mij waar hij gaat ga ik ook. Hitie je ben een sukkel. Je moet gewoon zeggen ik kan niet mee, ik moet met nog iemand. Klaar. Zit je daar nu? Zit je al? Het is toch niet van jou? Laat mij dan ook weten. Je klinkt nu net of ik een onbekende ben. Wat is er nou Hitie. Zeg maar die spullen zijn toch van mij he vriend? Ik heb jou betaald. Ik ben moeilijk. Weet je waarom. Ik wil niet aan de kant geschoven worden.

Ik wil gewoon mee. Hoe laat, bel mij.

In een gesprek met de gebruiker van *[telefoonnummer] zegt *[telefoonnummer] op 1 februari 2012 om 23.29 uur: Sowieso die sigaretten, en de rest, die scheermesjes, je weet toch, die zijn voor mij heh. Maar jij laadt alles voor mij. En dan later moet je mij het adres geven.

Uit bovenvermeld gesprek tussen de gebruikers van nummer *[telefoonnummer] en *[telefoonnummer], maakt de rechtbank op dat *[telefoonnummer] graag mee wil doen aan iets, maar dat de gebruiker van *[telefoonnummer] dat afhoudt, maar wel aan verdachte vraagt om iets klaar te zetten dat dan door andere opgehaald zal worden. *[telefoonnummer] vraagt aan de gebruiker van *[telefoonnummer] of hij al zit. Gelet op de modus operandi verstaat de rechtbank dat verdachte aan zijn gesprekspartner vraagt of hij al in een locatie zit waar een inbraak zal plaatsvinden. *[telefoonnummer] is op de hoogte van de op handen zijnde inbraak en wil hier graag aan meedoen.

De gebruiker van het nummer *[telefoonnummer] straalt op 1 februari 2012 om 19.35 aan op een zendmast in Zoetermeer. Dit nummer blijft aanstralen in Zoetermeer tot 2 februari 2012 om 4.49 uur. Daarna wordt er tussen 05.00 uur en 05.47 uur aangestraald langs de route van Zoetermeer naar Utrecht.

*[telefoonnummer] straalt tot 2 februari 2012 om 04.37 uur aan op een paallocatie te De Bilt. Vanaf dat punt verplaatst *[telefoonnummer] zich naar Zoetermeer, alwaar hij om 05.17 uur een paallocatie aanstraalt. Om 06.27 is *[telefoonnummer] terug in De Bilt. Deze verplaatsing van *[telefoonnummer] komt precies overeen met de inhoud van de telefoongesprekken die op dat moment worden gevoerd met de gebruiker van *[telefoonnummer] die zich gedurende die tijd in Zoetermeer bevond.

Op 2 februari 2012 om 04.28 uur belt *[telefoonnummer] namelijk met *[telefoonnummer]. Hij zegt: En? Waar Zoetermeer? Nee, ik heb geen tomtom. Nu, nu, nu. Sms mij nu die adres. Heb je alles klaar gelegd voor mij?

Zijn gesprekspartner zegt tegen *[telefoonnummer]: Gas, gas, Zoetermeer. Ik heb alles opgeruimd en alles zit in de zakken en staat bij de deur. Als je snel gast dan kom je ons hier nog tegen. Ik sms jou die straat. De deur aan de achterkant in de hoek is open. Schrijf de staat op: Blauw witstraat. Het is een C11.

Op 2 februari 2012 om 04.37 uur wordt er tussen *[telefoonnummer] en *[telefoonnummer] een gesprek gevoerd waarbij op de achtergrond van de gebruiker van *[telefoonnummer] een stem zegt: “ga hier naar rechts”.

Om 05.01 uur wordt er tussen *[telefoonnummer] en *[telefoonnummer] een gesprek gevoerd waarbij de telefoon met nummer *[telefoonnummer] overgegeven wordt aan een ander. Deze ander zegt: “He jongen, Zoetermeer volgen en dan eraf toch? Berke Rose wat?

De stem van de persoon die kennelijk bij de gebruiker van *[telefoonnummer] in de auto zit en op weg naar Zoetermeer is, wordt herkend door verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 7] als zijnde verdachte. Zij herkenden de stem die meerdere malen in de gesprekken op de achtergrond te horen was.

Vervolgens worden er tussen 04.43 uur en 05.04 uur weer enkele gesprekken gevoerd tussen *[telefoonnummer] en de gebruiker van nummer *[telefoonnummer]. De gehele route vanaf de A12 naar de locatie alwaar de buit verstopt is, is per telefoon doorgegeven aan *[telefoonnummer]. Uiteindelijk zegt *[telefoonnummer]: [naam], ik heb ze…

Verbalisanten hebben de uitgeluisterde route nagereden en komen uit bij het elektriciteitskastje waar de buit verstopt zou zijn geweest. De route, zoals in de tapgesprekken verwoord, komt overeen met de waarnemingen van verbalisanten bij het narijden ervan.

De rechtbank stelt vast dat de gebruiker van *[telefoonnummer] en verdachte samen in de auto zitten op het moment dat bovenvermelde gesprekken gevoerd worden.

De rechtbank concludeert daaruit dat de route die door de gebruiker van *[telefoonnummer] is doorgegeven aan de gebruiker van *[telefoonnummer] deze gebruiker rechtstreeks van de A12 naar een elektriciteitshuisje vlak bij de in die zelfde nacht overvallen C1000 te Zoetermeer leidt. Dat is ook de plek waar blijkens de inhoud van voornoemde tapgesprekken buit is neergezet.

Verdachte heeft bij de politieverhoren en tijdens de terechtzitting van 18 september 2012 de gelegenheid gehad om uitleg te geven op vragen over de bovengenoemde bevindingen en verbanden die op zijn betrokkenheid wijzen, maar hij heeft ervoor gekozen om zich te beroepen op zijn zwijgrecht. Onder deze omstandigheden werkt het zwijgen van verdachte tegen hem. De rechtbank concludeert dat verdachte al op de hoogte was van de geplande inbraak en meeging om de buit op te halen. Verdachte heeft op voorhand eveneens contact met de mededader(s). Na de gepleegde inbraak wordt zijn mededader meteen door een dader ingeseind en worden er goederen klaargelegd. Hij gaat er op aanwijzing van een mededader, samen met een ander, naar toe en haalt de klaargelegde goederen weg terwijl en mede waardoor de inbraak wordt voltooid. Ook al is verdachte niet daadwerkelijk gedurende de hele inbraak aanwezig, maken de gedragingen dat hij goederen voor de daders regelt en dat hij met een deel van de buit er vandoor gaat, dat de rechtbank verdachte ziet als medepleger van de inbraak in de C1000 te Zoetermeer.

De rechtbank acht aldus het onder 6 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Feit 7: Criminele organisatie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 7 heeft begaan en heeft hierbij gelet op het volgende.

Naar vaste rechtspraak is een criminele organisatie een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, welke tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Samenwerkingsverband en structuur

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de misdrijven die binnen het onderzoek 09Doega11 zijn onderzocht, gepleegd door een groep van kennelijk goed op elkaar ingespeelde personen die in wisselende samenstellingen deelnemen aan het plegen van die misdrijven. Aldus is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een samenwerkingsverband.

De rechtbank verwijst hiervoor allereerst naar hetgeen hierboven onder het kopje “modus operandi” is opgemerkt. Uit de modus operandi blijkt immers dat de inbraken en de pogingen daartoe telkens in nauwe samenwerking tussen de verschillende daarbij betrokken deelnemers worden voorbereid en uitgevoerd. Enkele van deze deelnemers zijn betrokken bij een groot aantal van de door het samenwerkingsverband gepleegde misdrijven en vormen aldus de harde kern. Daarnaast zijn er deelnemers die bij één of enkele misdrijven, gepleegd door dit samenwerkingsverband, betrokken zijn. Gezien het feit dat bij meerdere van deze misdrijven een of meer dezelfde deelnemers betrokken zijn, kan gesteld worden dat het samenwerkingsverband een zekere structuur heeft. Uit het onderzoek blijkt ook dat indien deelnemers aan de uitvoering van een (poging)inbraak zijn verhinderd (09Doetje), er een beroep op anderen gedaan kan worden die de taken dan overnemen.

Zekere duurzaamheid

Blijkens de respectieve zaaksdossiers dateert het eerste in bedoelde samenwerkingsverband gepleegde feit van medio augustus 2011, en het laatste van begin februari 2012. Het samenwerkingsverband is derhalve ongeveer een half jaar actief geweest, waarmee naar het oordeel van de rechtbank eveneens is voldaan aan het vereiste dat sprake is van een zekere duurzaamheid.

Oogmerk

Dat het oogmerk van het samenwerkingsverband het plegen van diefstallen door middel van braak/verbreking/insluiping is behoeft geen betoog, nu aan dat oogmerk blijkens de respectieve zaaksdossiers veelvuldig uitvoering is gegeven. Voor wat betreft het verwijt dat er tevens sprake was van het oogmerk tot het plegen van het misdrijf van witwassen, merkt de rechtbank het volgende op. Bij meerdere voltooide inbraken is (een aanzienlijke) buit gemaakt. Bij geen van de in het onderzoek 09Doega11 betrokken verdachten is echter enige traceerbare buit aangetroffen. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat het niet anders kan dan dat de door (de leden van) het samenwerkingsverband gemaakte buit door (een of meerderen van) hen is witgewassen.

Deelname

Volgens bestendige rechtspraak is van deelneming aan een criminele organisatie sprake indien een persoon behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel in de criminele activiteiten daarvan heeft, dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het doel van het samenwerkingsverband. Vereist is bovendien dat de deelnemer in zijn algemeenheid weet dat het samenwerkingsverband het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft.

Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit het feit dat een persoon aantoonbaar betrokken is bij één of meerdere door de organisatie gepleegde misdrijven -die zich kenmerken door een hoge mate van coördinatie en samenwerking bij de uitvoering- voort, dat deze persoon als deelnemer aan de organisatie kan worden aangemerkt. Hij heeft dan immers actief aan de verwezenlijking van het doel van de organisatie bijgedragen. Uit die actieve bijdrage vloeit eveneens voort dat hij op de hoogte is van het oogmerk van de organisatie, temeer nu ten aanzien van elk van de verdachten die deelneming aan de criminele organisatie wordt verweten de betrokkenheid bij méérdere gepleegde feiten bewezen is verklaard.

Voor verdachte geldt dat de rechtbank ten aanzien van hem wettig en overtuigend bewezen acht dat hij heeft deelgenomen aan meerdere binnen het criminele samenwerkingsverband gepleegde misdrijven. Derhalve heeft hij samen met anderen deelgenomen aan een criminele organisatie. Gelet op voornoemde data waarbinnen het samenwerkingsverband actief is geweest, komt de rechtbank ten aanzien van verdachte tot een bewezenverklaring van de hem ten laste gelegde periode.

In de verfeitelijking van de ten laste gelegde deelname aan de criminele organisatie staan de namen genoemd van andere deelnemers aan die organisatie. De rechtbank zal die namen in de bewezenverklaring overnemen voor zover de rechtbank thans ten aanzien van die andere deelnemer(s) één of meerdere binnen het verband van de organisatie gepleegde misdrijven bewezen acht. Daartoe verwijst de rechtbank tevens naar het in de zaken van deze verdachte(n) heden gewezen vonnis.

Feit 8: Witwassen

Uit een zich in het persoonsdossier van verdachte bevindende huurovereenkomst blijkt dat verdachte op 3 februari 2012 een Volkswagen Golf, kenteken [kenteken] heeft gehuurd bij Centraal Autoverhuur B.V. te Rotterdam. Hij heeft de huursom van

€ 2300,- contant betaald . Een medewerkster van Centraal Autoverhuur, I. Alleblas, heeft tegenover de politie verklaard dat de betreffende Volkswagen Golf voor de deur van het verhuurbedrijf was achtergelaten met de sleutels in het voertuig, dat nadien er diverse malen tevergeefs is geprobeerd telefonisch contact op te nemen met verdachte en dat de borg niet is terugbetaald .

Verdachte heeft daarnaast op 25 januari 2012 een Volvo V50, kenteken [kenteken] gehuurd bij Second Car Lease te Oosterhout. De huursom van € 1150,- en de borgsom van

€ 500,- zijn door hem contant betaald . De directeur van Second Car Lease, [directeur], heeft op 30 maart 2012 tegenover de politie verklaard dat de Volvo door de politie in beslag is genomen omdat er iemand zonder rijbewijs in reed en dat hij op 31 januari 2012 de Volvo door een takelbedrijf terug heeft laten brengen naar zijn bedrijf. Hierna is aan verdachte € 850,- terugbetaald, in verband met de deels niet gebruikte huurperiode. In totaal is dus door verdachte € 800,- betaald voor de huur van de Volvo .

Daarnaast heeft verdachte in september 2011 een Audi A5, kenteken [kenteken] gehuurd bij Celik Holding B.V. De huurprijs bedroeg € 1.000,- .

Op 5 september 2011 heeft verdachte een bedrag van € 438,70 gestort op zijn Rabobankbankrekening met nummer [nummer]. Diezelfde dag heeft hij een bedrag van

€ 430,- van zijn rekening gepind. Op 23 januari 2012 heeft verdachte via een stortingsapparaat een bedrag van € 1.053,20 gestort op genoemde Rabobankrekening. Diezelfde dag, drie minuten later, is van die rekening een bedrag van € 1.050,- gepind .

De rechtbank acht uit de hierboven met betrekking tot zaaksdossier 09Uithoorn opgesomde bewijsmiddelen wettig en overtuigen bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een inbraak op 22/23 januari 2012 in een supermarkt te Uithoorn, waarbij een kluis is opengebroken en een groot geldbedrag is buitgemaakt. Op 23 januari 2012 wordt door de gebruiker van het telefoonnummer dat aan verdachte toegeschreven (*[telefoonnummer]; zie hierboven) een telefoongesprek gevoerd met de gebruiker van het telefoonnummer dat aan een mede-verdachte van die inbraak wordt toegeschreven. In dat gesprek zegt verdachte dat hij naar de bank is gegaan en wordt gesproken over een bedrag van

€ 1.050,-.

Uit afschriften van zijn bankrekening blijkt dat er in de periode van 1 juli 2011 tot 1 februari 2012, naast bovengenoemde contante stortingen, slechts elke maand een bedrag van € 70,- aan zorgtoeslag op zijn bankrekening is bijgeschreven . Verdachte heeft na zijn aanhouding tegenover de politie verklaard dat hij bij zijn ouders woont. Vragen over zijn inkomen heeft hij niet willen beantwoorden .

De rechtbank concludeert uit het bovenstaande dat verdachte tenminste een bedrag van € 4.100,- heeft besteed aan het huren van auto’s, terwijl daar geen aantoonbaar legaal inkomen tegenover staat. De huursommen zijn veelal contant betaald. Eerst ter zitting heeft verdachte [verdachte] verklaard dat de huur van de auto’s bedoeld was om zijn zwangere zuster –die in Etten-Leur woont- in staat te stellen haar partner, die in België gedetineerd is, te bezoeken en dat hij het geld voor de huur van de auto’s van zijn vader, moeder en zuster heeft gekregen. De rechtbank acht deze verklaring, die op geen enkele wijze is onderbouwd of geconcretiseerd en eerst ter terechtzitting naar voren is gebracht, ongeloofwaardig.

Nu de rechtbank, zoals uit de bewijsmiddelen opgesomd in de hierboven genoemde zaaksdossiers blijkt, wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan een aantal inbraken, waarbij veel buit en ook contant geld is buitgemaakt, en heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, terwijl er geen legale bron van inkomsten aannemelijk is geworden die het bezit van een bedrag van € 4.100,- aan contant geld kunnen verklaren, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat het betreffende bedrag van misdrijf afkomstig is en dat verdachte dat wist. Aldus heeft hij zich schuldig gemaakt aan witwassen.

4.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

(deelonderzoek 09Hoofddorp)

in de periode van 26 november 2011 tot en met 27 november 2011 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in supermarkt Dirk van den Broek (gelegen aan de Markenburg 97) heeft weggenomen sigaretten en scheermesjes en batterijen en een geldbedrag (ongeveer 9300,- euro) en een versterker en twee routers, toebehorende aan supermarktketen Dirk van den Broek, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en een valse sleutel (te weten het openbreken van de deur naar het kaskantoor van die supermarkt en braak op een kast in dat kaskantoor en het met een uit dat kaskantoor weggenomen sleutel openen van de automaat met sigaretten);

2.

(deelonderzoek 09Hoogvliet)

in de periode van 14 december 2011 tot en met 15 december 2011 te Hoogvliet, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een Kruidvatwinkel (gevestigd aan de Binnenban 20 28) heeft weggenomen een grote hoeveelheid sigaretten/rookwaar en toiletartikelen en geurartikelen en andere

winkelgoederen (met een totale waarde van ongeveer 21.000 euro), toebehorende aan "Kruidvat", waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door braak, door:

- de toegangsdeur naar de opslagruimte in de kelder van voornoemde Kruidvatwinkel te verbreken en

- vervolgens de (beveiligings/alarm)kabel door te knippen en

- vervolgens een stalen kooi met daarin sigaretten en dure toiletartikelen open te breken;

3.

(deelonderzoek 09Roos)

in de periode van 3 januari 2012 tot en met 7 januari 2012 te Roosendaal, ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een supermarkt (gevestigd aan het Tolbergcentrum 172) weg te nemen goederen van hun/zijn gading en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan supermarkt Plus en zich daarbij de toegang tot die supermarkt te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel, tezamen en in vereniging met anderen, als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) getracht zich de toegang tot die supermarkt te verschaffen via het (platte) dak van die supermarkt door

- (op een plaats gelegen boven de meterkast/een transformator van die supermarkt), het dakleer en/of de onderliggende dakisolatie weg te knippen, althans te verwijderen, en

- de onder die dakisolatie liggende laag van de dakbedekking van die supermarkt (gedeeltelijk) weg te knippen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

4.

(deelonderzoek 09Uithoorn)

in de periode van 22 januari 2012 tot en met 23 januari 2012 te Uithoorn, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een supermarkt (gevestigd aan het Legmeerplein 18) heeft weggenomen een grote hoeveelheid

sigaretten/rookwaar (ter waarde van ongeveer 5.335,10 euro) en een hoeveelheid geld (11.838,95 euro) toebehorende aan "supermarkt Deen", waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door braak en inklimming, door

- gaten in het dak van die supermarkt te maken en vervolgens door een van die gaten die supermarkt binnen te gaan (ter hoogte van de meterkast) en

- vervolgens de kabels van de alarminstallatie door te knippen en

- door (tussen)deuren in die supermarkt open te breken en

- de kluis van die supermarkt {waarin het geld was opgeborgen} open te boren

en te slijpen;

5.

(deelonderzoek 09Oosterhout)

op of omstreeks 30 januari 2012 te Oosterhout, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in een bouwmarkt gevestigd aan de Meerstoep 4) heeft weggenomen een metaalzaagje toebehorende aan bouwmarkt Karwei;

6.

(deelonderzoek 09Zoetermeer)

in de periode van 1 februari 2012 tot en met 2 februari 2012 te Zoetermeer, tezamen en in

vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een C1000 supermarkt (gevestigd aan de Groen-Blauwlaan 109) heeft weggenomen een grote hoeveelheid sigaretten/rookwaar (ter waarde van 2.211,84 euro) en een hoeveelheid geld (te weten een bedrag van 26.276, 21 euro en een bedrag van 17.392,35 euro) en een hoeveelheid scheermesjes en een harde computerschijf,toebehorende aan de C1000 supermarkt en/of [aangever 5], waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of inklimming,

door

- het zich laten insluiten in die supermarkt en

- na sluitingstijd en nadat het personeel die supermarkt had verlaten het vernielen van een patchkast en het doorknippen van draden van de alarminstallatie en het openzetten van de nooduitgang van die winkel en het door die geopende nooduitgang die winkel binnengaan en

- het openbreken, althans forceren van een of meer (zogenaamde) afroomkluisje(s) en het openbreken, althans forceren van de sigaretten/rookwaarkasten en

- het openbreken, in elk geval forceren, van een kluis (in het kassakantoor);

7.

in of omstreeks de periode van 15 augustus 2011 tot en met 14 februari 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die werd gevormd door hem, verdachte, en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en/of een of meer ander(en),

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten

- het plegen van diefstallen door middel van braak/verbreking/insluiping in

supermarkten;

- witwassen van (grote) hoeveelheden geld en/of goederen;

8.

hij in of omstreeks de periode van 16 augustus 2011 tot en met 14 februari 2012, te Utrecht, althans in Nederland, een voorwerp, te weten een geldbedrag aan contanten van 4100 euro, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid

5.1 De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op.

Ten aanzien van feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel;

Ten aanzien van feit 2 en 6: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Ten aanzien van feit 3: Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Ten aanzien van feit 4: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming.

Ten aanzien van feit 5: Diefstal door twee of meer verenigde personen;

Ten aanzien van feit 7: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Ten aanzien van feit 8: Witwassen.

5.2 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt om vrijspraak.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier voltooide zeer brutale inbraken in supermarkten c.q. winkels, die op geraffineerde en professionele manier zijn uitgevoerd. Daarbij is veel schade aangericht en is voor een groot bedrag aan geld en goederen buitgemaakt. Verdachte heeft met deze delicten te kennen gegeven geen enkel respect voor het eigendom van anderen te hebben en zijn eigen materiële belangen boven die van anderen te stellen. Feiten, zoals door verdachte gepleegd, hebben een grote impact op de getroffen eigenaren en het personeel van de supermarkt/winkels en brengen gevoelens van onveiligheid teweeg in de samenleving. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak in een supermarkt in Roosendaal, een winkeldiefstal in Oosterhout, witwassen en heeft hij deelgenomen aan een criminele organisatie.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten en de hoeveelheid daarvan, een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd is, uit oogpunt van genoegdoening aan de slachtoffers en de samenleving, alsook uit oogpunt van generale en speciale preventie.

In de persoon van de verdachte heeft de rechtbank, ondanks zijn nog jonge leeftijd, geen reden voor matiging van de straf gevonden. Verdachte heeft een zeer aanzienlijk strafblad van zeven pagina’s waarop vermogens en geweldsdelicten staan. Op 7 juni 2007 is hij veroordeeld tot een jeugddetentie van 121 dagen en is hem een PIJ-maatregel opgelegd wegens geweldsdelicten. Nadien is hij wederom veroordeeld tot gevangenisstraf wegens een inbraak in een woning. Het strafblad van verdachte werkt strafverzwarend. Verdachte heeft daarnaast geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor hetgeen hij heeft gedaan. Hij heeft een berekenende proceshouding aangenomen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf zoals in het dictum van dit vonnis vermeld gerechtvaardigd. Deze straf is in overeenstemming met straffen die in soortgelijke zaken en onder vergelijkbare omstandigheden worden opgelegd en wijkt om die reden af van de eis van de officier van justitie. Voor een voorwaardelijk deel, anders dan de gebruikelijke regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, is naar het oordeel van de rechtbank geen plaats, gelet op de duur van de op te leggen gevangenisstraf. Te zijner tijd, als verdachte zijn schuld aan de maatschappij heeft ingelost, staat het hem vrij om met het oog op een voorwaardelijke invrijheidstelling met de reclassering afspraken te maken voor hulp en begeleiding.

7 De benadeelde partijen

De benadeelde partij [benadeelde ] vordert een schadevergoeding van € 1.866,68 voor feit 3. De officier van justitie heeft gehele toewijzing van de vordering gevorderd.

De raadsman heeft primair om vrijspraak verzocht en voorts de vordering van de benadeelde partij niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

[B], vordert namens de benadeelde partij Deen Supermarkt B.V. een schadevergoeding van € 14.448,90 voor feit 4.

De officier van justitie heeft gehele toewijzing van de vordering gevorderd.

De raadsman heeft primair om vrijspraak verzocht en voorts de vordering van de benadeelde partij niet betwist.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

8 Het beslag

8.1 De verbeurdverklaring

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen goederen verbeurd zullen worden verklaard. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen goederen terug kunnen naar verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de in de bijlage II genoemde in beslag genomen voorwerpen moeten worden verbeurdverklaard, nu de bewezen verklaarde feiten zijn begaan en voorbereid met behulp van deze dan wel soortgelijke voorwerpen. De rechtbank merkt daarbij het volgende op. Het is op basis van het dossier niet mogelijk om met betrekking tot elk onder verdachte in beslag genomen voorwerp concreet te bepalen of het dat specifieke voorwerp is geweest met behulp waarvan de bewezen verklaarde feiten zijn begaan of voorbereid. Gelet evenwel op de vergelijkbare aard van de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen, afgezet tegen de wijze waarop het bewezen verklaarde feit is voorbereid en uitgevoerd -waarbij communicatiemiddelen een belangrijke rol hebben gespeeld-, is de rechtbank van oordeel dat de verbeurdverklaring ten aanzien van alle in beslag genomen voorwerpen heeft te gelden.

9 De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van (na aftrek van een reeds omgezette en verrichte werkstraf van 40 uur) 32 dagen die bij vonnis van de politierechter d.d. 15 juni 2010 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 16/600152-10 ten uitvoer zal worden gelegd.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en komt derhalve niet toe aan de bespreking van een eventuele tenuitvoerlegging.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

10 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14g, 24 c, 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 140, 310, 311 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Ten aanzien van feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of een valse sleutel;

Ten aanzien van feit 2 en 6: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Ten aanzien van feit 3: Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Ten aanzien van feit 4: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming.

Ten aanzien van feit 5: Diefstal door twee of meer verenigde personen;

Ten aanzien van feit 7: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Ten aanzien van feit 8: Witwassen.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf (5) jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 1 tot en met 8 (bijlage II);

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van de politierechter d.d. 15 juni 2010 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 16/600152-10, te weten 52 dagen gevangenisstraf minus de door de politierechter d.d. 13 september 2011 deels ten uitvoer gelegde en in werkstraf omgezette straf voor de duur van 40 uren, voor het overige ten uitvoer zal worden gelegd, te weten 32 dagen gevangenisstraf.

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde ] van € 1866,68 ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 7 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde ] van € 1866,68 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 28 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

- veroordeelt verdachte tot betaling aan [B], namens Deen Supermarkt B.V. van € 14.448,90 ter zake van materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 23 januari 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van [B], namens Deen Supermarkt B.V. € 14.448,90 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 107 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.A.C. Koster, voorzitter, mr. M.A.A.T. Engbers en mr. M.A.E. Somsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P. Groot-Smits, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 9 oktober 2012.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature