< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Toestemming verwijdering van een orgaan ex artikel 5 Wet op de orgaandonatie

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Meervoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 12-7257

Zaaknummer: 427958

Datum beschikking: 1 oktober 2012

Toestemming verwijdering van een orgaan ex artikel 5 Wet op de orgaandonatie

Beschikking op het op 26 september 2012 ingekomen verzoekschrift van het

Willem-Alexander Kinderziekenhuis LUMC.

Het verzoekschrift heeft betrekking op de minderjarige:

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];

kind van:

[de moeder],

de moeder,

die het ouderlijk gezag alleen uitoefent,

en erkend door

[de vader],

de vader,

beiden wonende te [adres vader en moeder].

De minderjarige woont bij de ouders.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, waarbij zich bevinden

- een ondertekende medische verklaring van de behandelend arts dat het te verwijderen orgaan beenmerg betreft, hetgeen een regenererend orgaan is, waarvan verwijdering geen blijvende gevolgen zal hebben voor de gezondheid van de minderjarige, en welk orgaan ten behoeve is van de neef van de donor, [de ontvanger] (hierna: de ontvanger), waarbij is verklaard dat een aanzienlijke verhoging van de kans op genezing van de ontvanger op geen andere wijze te bereiken is dan door middel van een beenmergtransplantatie;

- een ondertekende verklaring van een kinderpsycholoog dat geen bezwaren zijn gevonden om de minderjarige donor te laten zijn;

- door de ouders van de minderjarige en de minderjarige ondertekende toestemmingsverklaringen.

Beoordeling

Op basis van de overgelegde stukken is de rechtbank van oordeel dat voldoende is vast komen te staan dat

- sprake is van verwijdering van een regenererend orgaan;

- de verwijdering geen blijvende gevolgen heeft voor de gezondheid van de minderjarige;

- dat de ontvanger in levensgevaar verkeert, welk levensgevaar niet op een andere wijze even goed kan worden afgewend;

- dat de ouders en de minderjarige op duidelijke wijze mondeling en schriftelijk zijn geïnformeerd over de aard en het doel van de verwijdering en de te verwachten gevolgen voor de donor;

- de ouder met gezag en de minderjarige toestemming hebben gegeven voor de verwijdering.

De rechtbank stelt vast dat niet is voldaan aan het in artikel 5, tweede lid, van de Wet op de orgaandonatie gestelde vereiste dat de verwijdering van het orgaan slechts geschiedt ten behoeve van implantatie bij een bloedverwant tot en met de tweede graad. In het onderhavige geval zijn de minderjarige en de ontvanger neven en als zodanig bloedverwanten in de vierde graad.

De rechtbank ziet aanleiding om de verzochte toestemming niettemin te verlenen en overweegt daartoe als volgt.

In de Memorie van Toelichting bij de Wet op orgaandonatie (Tweede Kamer, vergaderjaar 1991-1192, 22358, nr.3) is gesteld dat orgaandonatie bij leven door een minderjarige met nog verder gaande waarborgen voor de donor omgeven dient te worden dan die door een meerderjarige. Deze waarborgen zijn in artikel 5 van de Wet op de orgaandonatie opgenomen. Terwijl bij meerderjarigen slechts geldt dat de donatie moet geschieden ten behoeve van een bepaalde persoon, geldt voor donatie door een minderjarige een beperkte kring van mogelijke ontvangers en is bepaald dat slechts bloedverwanten tot en met de tweede graad ontvanger mogen zijn. De wetgever is ervan uit gegaan - gelet op de hoge eisen die aan de weefselovereenkomst worden gesteld - dat per definitie sprake is van een nauwe familierelatie tussen donor en ontvanger, zodat ook het welzijn van het totale gezins- of familieverband in het geding kan zijn.

Uit de overgelegde stukken komt naar voren dat de broer van de vader van de minderjarige is getrouwd met de zus van de moeder van de minderjarige. De ontvanger is de zoon van deze oom en tante van de minderjarige. Er is derhalve sprake van een zeer nauwe familieband en de beide gezinnen zijn zowel in emotionele zin als voor wat betreft de dagelijkse gang van zaken heel nauw betrokken. De kinderpsycholoog die met de minderjarige donor heeft gesproken komt tot de conclusie dat hij de minderjarige op basis van zijn stevige overkomen en steunende netwerk in staat acht donor te zijn.

Gelet op de wetsgeschiedenis en de bijzondere familieomstandigheden is de rechtbank van oordeel dat toestemming dient te worden verleend voor de verzochte orgaanverwijdering.

Derhalve zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De rechtbank:

verleent toestemming tot verwijdering van beenmerg bij de minderjarige;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A. van Steen, kinderrechter, voorzitter,

mr. J.C. U-A-Sai, kinderrechter en mr. C.L. Strop, kinderrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2012, in tegenwoordigheid van mr. T.B. van Amen, als griffier.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature