< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Geen recht op een IVA-uitkering. Gedingstukken geven geen geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsarts over de belastbaarheid van appellant. Appellant heeft zijn standpunt dat hij meer beperkingen heeft dan aangenomen onvoldoende aannemelijk gemaakt. De bezwaararbeidsdeskundige heeft het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 50,97, waarbij hij bij de berekening van de theoretische resterende verdiencapaciteit rekening heeft gehouden met een urenomvang van de maatman van 54 uur, resulterend in een resterende verdiencapaciteit van € 8,09. Uitgaande van een door appellant gewenste urenomvang van de maatman van 82,39 uur zou de resterende verdiencapaciteit op € 5,31 uitkomen en de mate van arbeidsongeschiktheid op 68%. Op basis van dit arbeidsongeschiktheidspercentage kan immers geen recht ontstaan op een IVA-uitkering en de hoogte van het arbeidsongeschiktheidspercentage dat ten grondslag ligt aan de loongerelateerde WGA-uitkering is niet van belang voor de hoogte van de loongerelateerde uitkering. De urenomvang van de maatman kan wel een rol spelen bij de vaststelling van de hoogte van de WGA-vervolguitkering omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage in dat geval wel van belang is voor de hoogte van de uitkering.

Uitspraak



12/705 WIA-PV

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 december 2011, 11/1621 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Zitting heeft: M.C. Bruning

Griffier: K.E. Haan

Ter zitting zijn verschenen:

- mr. F.W. Verweij, advocaat van appellant

- mr. F.A. Put, vertegenwoordiger van het Uwv

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:

Bij besluit van 6 september 2010 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant met ingang van 24 mei 2010 op grond van artikel 54 van de Wet WIA recht is ontstaan op een WGA-uitkering. Het Uwv heeft het bezwaar van appellant tegen het besluit van 6 september 2010 ongegrond verklaard bij beslissing op bezwaar van 16 juni 2011 (hierna: bestreden besluit). Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

Appellant heeft in hoger beroep verwezen naar de in eerste aanleg en in de bezwaarprocedure aangevoerde gronden. Deze betroffen de stelling dat zijn beperkingen zijn onderschat omdat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is en voorts de stelling dat bij de berekening van de resterende verdiencapaciteit ten onrechte is uitgegaan van een urenomvang van de maatman van 54 uur per week terwijl hij 82,39 uur per week als internationaal vrachtwagenchauffeur heeft gewerkt in de referteperiode.

In hoger beroep heeft appellant geen andere gronden ingediend. Evenmin heeft appellant deze gronden anders onderbouwd dan hij in bezwaar en beroep heeft gedaan.

Terecht heeft de rechtbank overwogen dat de gedingstukken geen aanleiding geven tot twijfel aan de juistheid van de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsarts over de belastbaarheid van appellant per 24 mei 2010 en dat appellant zijn standpunt dat hij meer beperkingen heeft dan aangenomen onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Nu appellant in hoger beroep evenmin een nadere medische onderbouwing heeft gegeven op dit punt dient de rechtbank op dit punt te worden gevolgd.

De bezwaararbeidsdeskundige heeft het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 50,97, waarbij hij bij de berekening van de theoretische resterende verdiencapaciteit rekening heeft gehouden met een urenomvang van de maatman van 54 uur, resulterend in een resterende verdiencapaciteit van € 8,09. Uitgaande van een door appellant gewenste urenomvang van de maatman van 82,39 uur zou de resterende verdiencapaciteit op € 5,31 uitkomen en de mate van arbeidsongeschiktheid op 68%. Er is dan ook geen aanleiding om deze grond inhoudelijk te beoordelen. Op basis van dit arbeidsongeschiktheidspercentage kan immers geen recht ontstaan op een IVA-uitkering en de hoogte van het arbeidsongeschiktheidspercentage dat ten grondslag ligt aan de loongerelateerde WGA-uitkering is niet van belang voor de hoogte van de loongerelateerde uitkering. De urenomvang van de maatman kan wel een rol spelen bij de vaststelling van de hoogte van de WGA-vervolguitkering omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage in dat geval wel van belang is voor de hoogte van de uitkering.

Gelet op het voorgaande treft het hoger beroep geen doel.

Waarvan proces-verbaal.

De griffier De voorzitter

(get.) K.E. Haan (get.) M.C. Bruning

GdJ


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature