< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Wraker heeft aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat hij het vertrouwen in alle rechters van de rechtbank Zutphen verloren heeft door diverse omstandigheden en gegeven beslissingen in eerdere procedures waarbij hij betrokken is geweest. Het bij verzoeker ontstane gebrek aan vertrouwen in alle rechters van de rechtbank Zutphen, rechtvaardigt echter niet de conclusie dat de behandelend rechters zijn zaak niet op onpartijdige wijze zullen behandelen en beslissen. Nu voor het overige tegen de rechters geen gronden zijn aangevoerd, zal de wrakingskamer het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaren.

Uitspraak



beschikking

RECHTBANK ZUTPHEN

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 131141 / KG RK 12-339

Datum beschikking: 9 juli 2012

Beschikking van de meervoudige kamer voor burgerlijke zaken op een verzoek tot wraking als bedoeld in artikel 36 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) op het verzoek van:

[verzoeker],

wonende te Lochem,

verzoeker tot wraking, verder te noemen [verzoeker],

strekkende tot wraking van:

1.1 alle rechters van de rechtbank Zutphen;

1.2 mr. E. Boerwinkel, rechter in de rechtbank Zutphen, sector civiel;

1.3 mr. J.A.M. Strens-Meulemeester, rechter in de rechtbank Zutphen, sector civiel;

1.4 mr. M.J. Vos, rechter in de rechtbank Zutphen, sector civiel.

De rechters sub 1.2 tot en met 1.4 worden gezamenlijk aangeduid als “de behandelende rechters ”.

1. De procedure

1.1. Bij de rechtbank Zutphen is, naar aanleiding van een verzoek van [verzoeker], onder zaaknummer 130178 / HA RK 12-42 een procedure ex artikel 67 van de Faillissementswet (Fw) aanhangig. De behandeling van deze zaak is in handen van de voormelde rechters Boerwinkel, Strens-Meulemeester en Vos. Tijdens de mondelinge behandeling van het artikel 67 Fw verzoek op 15 juni 2012 heeft [verzoeker] een mondeling wrakingsverzoek gedaan. De wrakingsgronden heeft [verzoeker] bij brief van 25 juni 2012, met producties, toegelicht en aangevuld. De behandelde rechters hebben, bij brief van 28 juni 2012, een schriftelijke reactie ingediend.

1.2. Het wrakingsverzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van 2 juli 2012 van de wrakingskamer, waarin de rechters van wie de wraking is verzocht geen zitting hadden. Daarbij was aanwezig [verzoeker], die voornoemd verzoek tot wraking nader heeft gemotiveerd, toegelicht en aangevuld.

2. Het wrakingsverzoek

2.1. [verzoeker] heeft – zakelijk weergegeven – aan zijn wrakingsverzoek op

15 juni 2012 ten grondslag gelegd dat hij het vertrouwen in alle rechters van de rechtbank Zutphen verloren heeft door diverse omstandigheden en gegeven beslissingen in eerdere procedures waarbij hij betrokken was, en waar de onderhavige artikel 67 Fw procedure een uitvloeisel van is. Ten aanzien van de behandeld rechter Vos heeft [verzoeker] tijdens de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek op 2 juli 2012 nog aangevoerd dat deze rechter deel heeft uitgemaakt van een college wat over een eerder artikel 67 Fw verzoek van [verzoeker] heeft geoordeeld, welk verzoek is afgewezen met een motivering die volgens [verzoeker] in strijd is met een andere door de rechtbank Zutphen gegeven (voor [verzoeker] eveneens nadelige) beslissing.

2.2. De behandelde rechters hebben bij brief van 28 juni 2012 laten weten niet in het wrakingsverzoek te berusten en hebben aangevoerd dat wraking van de gehele rechtbank Zutphen rechtens niet mogelijk is. Daarnaast hebben zij betoogd dat de door [verzoeker] aangevoerde wrakingsgronden geen feiten of omstandigheden zijn die de objectieve vrees voor partijdigheid rechtvaardigen.

3. De beoordeling

3.1. Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het eerste deel van het wrakingsverzoek van [verzoeker] richt zich echter niet uitsluitend tegen de behandelende rechter(s) in de zaak waarin het wrakingsverzoek is gedaan, maar tegen alle rechters van de rechtbank Zutphen. [verzoeker] zal gelet op hetgeen hiervoor is overwogen dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek tot wraking van alle rechters van de rechtbank Zutphen.

3.2. Bij de beoordeling van het wrakingsverzoek gericht tegen de behandelende rechters van het van het artikel 67 Fw verzoek, stelt de wrakingskamer voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Het subjectieve standpunt van de betrokken partij dat zulks het geval is, is daarbij niet beslissend. De vrees voor partijdigheid moet, op grond van feiten en omstandigheden, objectief gerechtvaardigd zijn. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt.

3.3. Bij de beantwoording van de vraag of er in het onderhavige geval feiten en omstandigheden zijn waaruit kan worden afgeleid dat de rechterlijke onpartijdigheid van de behandelende rechters schade zou kunnen lijden of die de objectief gerechtvaardige vrees opleveren dat die onpartijdigheid schade lijdt, moet de wrakingskamer uitgaan van concrete, op de betrokken rechters toegespitste feiten en omstandigheden.

3.4. [verzoeker] heeft eerst bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek (op 2 juli 2012) aangevoerd dat de behandelde rechter Vos als lid van een andere meervoudige kamer een eerder artikel 67 Fw verzoek van [verzoeker] heeft behandeld en - voor [verzoeker] negatief - heeft beslist. Op grond van artikel 37 Rv moet een wrakingsverzoek worden gedaan zodra de feiten en omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden en moeten alle feiten en omstandigheden, waarop het wrakingsverzoek is gebaseerd, tegelijk worden voorgedragen. [verzoeker] heeft deze feiten en omstandigheden daarom te laat aangevoerd, zodat de wrakingskamer deze om voormelde redenen buiten de beoordeling van het onderhavige wrakingsverzoek laat.

3.5. Maar ook indien de wrakingskamer met deze (te laat) aangevoerde feiten en omstandigheden wel rekening zou houden, zou de wrakingskamer niet tot een toewijzing van het wrakingsverzoek ten aanzien van de behandeld rechter Vos kunnen komen. De enkele omstandigheid dat de betrokken rechter eerder in andere procedures verzoeken van [verzoeker] heeft behandeld, levert immers geen gerechtvaardigde grond voor (schijn van) vooringenomenheid op. Ook niet als daarbij betrokken wordt dat [verzoeker] in die zaken geen gelijk heeft gekregen of als er wellicht grond is om de juistheid van die uitspraken op onderdelen te betwisten. Voorop gesteld moet worden dat de wrakingskamer van de rechtbank geen appelinstantie is waaraan grieven tegen een inhoudelijke beslissing van een rechter ter beoordeling kunnen worden voorgelegd.

3.6. Als hiervoor vermeld heeft [verzoeker] aan zijn wrakingsverzoek jegens de behandelde rechters ten grondslag gelegd dat hij het vertrouwen in alle rechters van de rechtbank Zutphen verloren heeft door diverse omstandigheden en gegeven beslissingen in eerdere procedures waarbij hij betrokken is geweest. Het bij [verzoeker] ontstane gebrek aan vertrouwen in alle rechters van de rechtbank Zutphen, rechtvaardigt rechtens echter niet de conclusie dat de rechters Boerwinkel, Strens-Meulemeester en Vos zijn 67 Fw verzoek niet op onpartijdige wijze zullen behandelen en beslissen. Nu voor het overige tegen de rechters geen gronden zijn aangevoerd, zal de wrakingskamer het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaren.

3.7. Gelet op het voorgaande komt de wrakingskamer niet toe aan de vraag of aan het wrakingsverzoek, gelet op het bepaalde in artikel 5 Fw juncto 67 Fw een gebrek kleeft.

3.8. [verzoeker] heeft daarnaast aangegeven dat hij – ongeacht de uitkomst van deze beschikking – bij iedere volgende zitting met rechters van de rechtbank Zutphen een wrakingsverzoek zal indienen. De wrakingskamer ziet in deze stelling aanleiding om te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak (kenmerk 130178 / HA RK 12-42 ) niet meer in behandeling zal worden genomen.

4. De beslissing

De wrakingskamer:

I. verklaart het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk;

II. bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in de bodemzaak (kenmerk 130178 / HA RK 12-42 ) niet in behandeling zal worden genomen.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.R. van der Winkel, voorzitter, mr. G. van Eerden en mr. M.M. Lorist, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2012 in tegenwoordigheid van mr. C. van de Lustgraaf, griffier.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature