< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Verlenging TBS met twee jaar.

Index-delicten: verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid en met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd.

Uitspraak



uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/025000-98

Uitspraakdatum: 30 juli 2012

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1947],

verblijvende in het [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 29 december 1999 is betrokkene ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van het gerechtshof Arnhem d.d. 29 november 2010 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 7 maart 2012 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 juli 2012.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige S.T.W. Vlachos en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van dr. J. Lucieer, psychiater, directeur behandeling en plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft en drs. S.T.W. Vlachos, GZ-psycholoog, hoofd behandeling, d.d. 6 februari 2012;

- het psychiatrisch rapport van J.C. Zwemstra, psychiater d.d. 27 januari 2012;

- het psychologisch rapport van A.J. de Groot, klinisch psycholoog d.d. 10 februari 2011;

- de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van de rapportages van de psychiater J.C. Zwemstra, d.d. 29 mei 2012 en de psycholoog A.J. de Groot d.d. 20 juni 2012 opgemaakt op verzoek van de Staatssecretaris van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en ter zitting door de raadsman van de terbeschikkinggestelde overgelegd.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van ‘verkrachting, feitelijke aanranding van de eerbaarheid, met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, telkens meermalen gepleegd’, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het plaatsvervangend hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

“Samenvattende beschrijving m.b.t. het verband tussen stoornis, gevaar, geboden behandeling en de prognose

[terbeschikkinggestelde] is een man bij wie sprake is van een persoonlijkheidsstoornis NAO met antisociale en narcistische kenmerken. Tevens is sprake van seksueel sadisme en een parafilie NAO. [terbeschikkinggestelde] heeft een negatief zelfbeeld, een onveilige hechting, is zeer wantrouwend en vijandig. Als gevolg van een traumatische jeugd heeft [terbeschikkinggestelde] in beperkte mate empathie ontwikkeld. [terbeschikkinggestelde] heeft beperkte vermogens om te gaan met conflicten en krenkingen. Deze gevoelens worden uitgeageerd middels het onmachtig laten voelen van de ander ten tijde van de delicten in seksueel sadistische handelingen.

[terbeschikkinggestelde] heeft in drie klinieken de behandelingen volgens soortgelijke patronen doorlopen. Als gevolg van de ernst van de persoonlijkheidsproblematiek is [terbeschikkinggestelde] nauwelijks in staat zich te begeven in de voor hem zeer krenkende positie van terbeschikkinggestelde. Bovendien ontbreken ziektebesef en inzicht waardoor het nauwelijks tot behandeling van de kernproblematiek komt. Overeenstemming over behandeldoelen ontbreekt in alle klinieken.

Na de afwijzing van de aanvraag longstay heeft [kliniek] de mogelijkheden tot resocialisatie onderzocht. De minimale samenwerking die noodzakelijk worden geacht om tot een veilige resocialisatie te komen, ontbreekt echter en de verwachting is dat [terbeschikkinggestelde] daar niet toe in staat is.

Advies verlenging TBS maatregel.

Wij adviseren u de maatregel met twee jaar te verlengen.”

In voornoemd advies van psychiater J.C. Zwemstra d.d. 27 januari 2012 is onder meer het navolgende gesteld:

“De kliniek en eigenlijk alle externe beoordelaars zien de persoonlijkheidsstoornis als hoofddiagnose. Ondergetekende onderschrijft dit en ook dat de aard van deze stoornis primair een narcistische persoonlijkheidsstoornis is met daarnaast antisociale obsessieve en vermijdende trekken. Daarnaast is er een alcoholafhankelijkheid in remissie binnen te TBS kliniek.

Op basis van de klinische inschatting blijft betrokkene het ongeoorloofde van zijn delict gedragingen niet of nauwelijks inzien, niet open te staan voor behandeling en/of verandering en dus ook niet anders in het leven te staan dan bij de start van de TBS tien jaar terug. Nog steeds is betrokkene een zeer makkelijk krenkbare man (de motor van zijn delictgedrag destijds) en ondanks fysieke klachten zonder TBS kader nog steeds in staat zich te verplaatsen naar landen waar door armoede seks met kinderen laagdrempelig beschikbaar is voor een westerling. Met andere woorden het risico op vergelijkbaar delictgedrag is nog steeds reëel, hoewel door leeftijd en fysiek ongemak wel minder dan voorheen.

Dit bleek ook uit de gestructureerde risicotaxatie van de kliniek uit 2010 (HCR-20 en SVR-20) en nu weer uit een door ondergetekende verrichte HCR-20 op basis van het huidige onderzoek. Betrokkene scoort hierop matig hoog tot hoog, daarbij op alle subschalen (de historische, de klinische en de toekomstgerichte) tot dit scoreniveau komend.

Vanuit de combinatie van de klinische en gestructureerde risico-inschatting komt daarmee nog steeds een duidelijk risicoprofiel naar voren, hoewel door leeftijd en fysieke beperkingen wel minder hoog dan een aantal jaren terug. Deze risico’s zijn echter wel zodanig dat een gericht en begrenzend risicomanagement noodzakelijk blijft.

Het is duidelijk dat het in alle drie klinieken niet is gekomen tot een behandelrelatie en daarmee feitelijk nauwelijks tot behandeling. Gezien het zich steeds herhalende patroon dat betrokkene zijn delicten niet als delicten ziet, en ze daarmee weg rationaliseert, zal dit niet alsnog mogelijk blijken. Dat betekent dat het huidige risicomanagement van de gesloten deur van de Justitiële kliniek de essentie van het risicomanagement is en blijft.

Voortvloeiend uit bovenstaande overwegingen t.a.v. het risicomanagement adviseert ondergetekende de maatregel van TBS met twee jaar te verlengen en ook de verpleging te continueren.”

In voornoemd advies van psycholoog A.J. de Groot d.d. 10 februari 2012 is onder meer het navolgende gesteld:

“Er is sprake van een B-cluster persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. Tevens is er sprake van alcoholafhankelijkheid, in remissie onder toezicht.

Het risico op (seksueel) gewelddadig gedrag is gestructureerd in te schatten:

- binnen het huidige risicomanagement (verblijf kliniek): laag;

- binnen een Forensisch RIBW: matig-hoog;

- vrij, op zichzelf wonend, zonder begeleiding: hoog risico voor de middellange termijn (&gt;1/2 jaar).

Aan zichzelf overgeleverd zal betrokkene vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis moeite hebben om zich sociaal-maatschappelijk te handhaven (betrokkene is gehospitaliseerd en heeft geen steunend netwerk buiten de kliniek), wat de kans vergroot op verloedering en vereenzaming. Vanuit een behoefte aan een intieme relatie met seksualiteit zullen frustraties en spanningen toe kunnen nemen, waarbij het voorstelbaar is dat betrokkene opnieuw naar een land als Roemenië af zal reizen. Onder invloed van alcohol (het is ongewis of betrokkene alcohol zal laten staan) is er een gerede kans om vanuit spannings- en zelfregulatie opnieuw tot seksueel delictgedrag te komen bij minderjarigen.

Ingeschat wordt dat voorzieningen die aan uitstroom van tbs doen en bij betrokkene zouden kunnen passen op dit moment nog te weinig veiligheidsborging kunnen bieden.

Te adviseren valt de maatregel tbs te verlengen met de duur van twee jaar. Geadviseerd wordt het bevel tot verpleging te verlengen.”

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik heb een hartinfarct gehad en ik ben daarna gedotterd. Ik heb nog steeds problemen met lopen. Ik moet medicatie slikken. Ik hoef niet meer op controle bij de cardioloog.

Het loopt helemaal niet in de kliniek. Het gaat hetzelfde als in de andere klinieken. Volgens de behandelaars ligt het aan de patiënt. Dat is al 12 jaar zo.

In een beslissing van twee jaar terug wordt gesproken over een kamercontrole. Ik vind een kamercontrole geen probleem. Het probleem is dat ik continu uit de kleren moet bij drugscontrole en kamercontrole. Dat zien ze als behandelrelatie/vertrouwensband.

Dat is twee jaar geleden al zo en het gebeurt nog steeds.

Dat ik kinderen zou hebben verkracht onder invloed van drugs is de mening van mevrouw de deskundige. Zwemstra zegt dat ik kinderen heb verkracht onder invloed van alcohol.

Als mevrouw de deskundige mij niet opsluit, dan kan ik wat doen.

Ik haak niet af bij het volgen van therapie. Ik wil wel, maar ik mag niet.

De kliniek heeft niet veel inspanningen verricht.

Ik besef niet dat er verkrachtingszaken van jonge kinderen zouden zijn, want ik heb nooit een vonnis daarvoor gehad. Ik heb wel iets met een meisje gehad, maar geen gemeenschap.

Ik heb voorgesteld mij extramuraal te laten behandelen buiten het kader van een terbeschikkingstelling.

Ik moet continu uit de kleren.

De deskundige mevrouw S.T.W. Vlachos, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Het was de bedoeling een samenwerkingsrelatie met hem op te bouwen. Dat gaat tot op zekere hoogte, totdat er een strijd ontstaat en hij boos wordt over allerlei zaken. Er is wel degelijk geprobeerd hem therapie aan te bieden. Deze therapie was niet op dieperliggende behandeling gericht, maar wel op samenwerken. Het komt echter onvoldoende van de grond. Het gaat moeizaam of eigenlijk niet.

Het recidiverisico blijft onverkort aanwezig.

Er is een aanvraag voor de Longstay gedaan door de kliniek. Zwemstra en De Groot kunnen zich in hun rapporten respectievelijk d.d. 29 mei 2012 en 20 juni 2012 vinden in de conclusie van de kliniek en grotendeels in onze diagnostiek. Deze rapporten zijn opgesteld in een ander traject.

Er is contact geweest met een kliniek. Deze kliniek heeft aangegeven dat betrokkene welkom is. We moeten echter eerst het besluit afwachten.

De laatste twee rapporten en de aanvraag voor de Longstay geven ons geen aanleiding het advies tot verlenging met twee jaar te veranderen.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

De situatie zoals deze was bij de eerste twee klinieken heeft zich bij de derde kliniek herhaald. Het is op niets uitgelopen. Inmiddels is een aanvraag voor de Longstay gedaan.

De deskundigen zijn het niet op alle punten eens, maar in ieder geval wel over het recidiverisico. Dit recidiverisico is te borgen door een verlenging met twee jaar.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

De tijd dringt. Wat is er tot nu toe gebeurd?

In 2010 verlengt het gerechtshof de terbeschikkingstelling met 2 jaar.

Nu is er eindelijk een longstay-advies.

Betrokkene is niet erg coöperatief, maar ook de behandelaars hebben gefaald. De terbeschikkinggestelde wordt ouder. Zijn gezondheid gaat achteruit. Hij heeft een hartinfarct gehad en hij heeft diabetes. Deze slechte gezondheid gaat gepaard met de afname van het recidiverisico.

Je kunt je afvragen of je na 12 jaar zonder succes te behandelen niet iets anders moet proberen op basis van menselijke overwegingen.

De longstay is met betrokkene besproken. Daarna is wellicht een longcare aan de orde.

Hij verkeert telkens in onzekerheid. De stress wordt voor hem ondraaglijk.

Ik stel voor de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen om op deze wijze de druk op de ketel te houden voor de kliniek en voor hemzelf. Op deze wijze wordt hem een vooruitzicht gegeven. Wellicht is het tegen die tijd mogelijk een voorwaardelijke beëindiging te realiseren.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige en de adviezen van J.C. Zwemstra d.d. 27 januari 2012 en de psycholoog A.J. de Groot d.d. 10 februari 2011, voor zover hiervoor weergegeven.

Gelet op het vorenstaande, gezien de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

Het uitgangspunt van het Gerechtshof te Arnhem en ook van de rechtbank is dat, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar, de terbeschikkingstelling in principe verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. De behandeling in drie klinieken heeft niet tot het beoogde resultaat geleid. De behandeling is niet van de grond gekomen. Er is inmiddels een longstay voor de terbeschikkinggestelde aangevraagd. De kliniek is in afwachting van een besluit.

De rechtbank stelt vast dat het niet te verwachten is dat binnen een jaar gronden aanwezig zijn die (voorwaardelijke) beëindiging van de terbeschikkingstelling rechtvaardigen. Een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar zou bij betrokkene de verwachting kunnen wekken dat dit wel het geval zou kunnen zijn.

Gelet op het onverminderd aanwezige delictgevaar en het feit dat de verdere behandeling, al dan niet op een longstayafdeling, nog veel tijd in beslag zal nemen, is de rechtbank van oordeel dat een verlenging met een termijn van 2 jaar is geïndiceerd.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M.M. Klinkenbijl, voorzitter,

mr. P.J. Appelhof en mr. H.H.E. Boomgaart, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 juli 2012.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature