Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 6 maart 2012 heeft de deelraad het bestemmingsplan "Groene Staart 2011" vastgesteld.

Uitspraak



201204905/2/R1.

Datum uitspraak: 4 juli 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de stichting Stichting Ons Tweede Thuis (hierna: OTT), gevestigd te Aalsmeer,

verzoekster,

en

de deelraad van het stadsdeel Oost,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 maart 2012 heeft de deelraad het bestemmingsplan "Groene Staart 2011" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft OTT bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 mei 2012, beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft OTT de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De deelraad en [belanghebbenden] hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 juni 2012, waar OTT, vertegenwoordigd door haar [directeur] en bijgestaan door mr. S.A.B. Boer, advocaat te Amsterdam, en de deelraad, vertegenwoordigd door mr. A.E. Jansen, werkzaam bij het stadsdeel, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting [belanghebbenden], bijgestaan door mr. V.J. Leijh, advocaat te Amsterdam, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. OTT wenst schorsing van het plan wat betreft haar perceel Oudekerkerdijk 174-175. Volgens OTT staat het plan ter plaatse ten onrechte het vergunde alsmede het huidige gebruik, zijnde de opvang en verzorging van licht verstandelijk gehandicapten in een tehuis waar zij voor een duur van enkele maanden tot maximaal twee jaar kunnen verblijven, niet toe, terwijl dat gebruik volgens OTT legaal is.

2.3. Aan het perceel Oudekerkerdijk 174-175 is de bestemming "Gemengd" toegekend, voorzien van de aanduiding "specifieke vorm van gemengd - logies".

Ingevolge artikel 4, lid 4.1, van de planregels zijn op deze gronden sportvoorzieningen en spelvoorzieningen toegestaan en ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van gemengd - logies" aan sport- en spelvoorzieningen gerelateerde ondergeschikte logies.

Ingevolge artikel 30, lid 30.4, mag het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, worden voortgezet.

Ingevolge lid 30.7 is lid 30.4 niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

2.4. Op 1 april 2010 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel een bouwvergunning en vrijstelling van het voorgaande bestemmingsplan verleend aan OTT ten behoeve van het perceel Oudekerkerdijk 174-175. Partijen zijn verdeeld over de reikwijdte van deze vrijstelling.

De beantwoording van de vraag welk gebruik onder de vrijstelling was toegestaan vergt nader onderzoek, hetgeen het kader van deze procedure te buiten gaat.

2.5. Gezien het vorenstaande ziet de voorzitter zich gesteld voor de vraag of in afwachting van de uitspraak in de bodemprocedure het bestreden besluit in zoverre dient te worden geschorst.

De voorzitter overweegt dat met schorsing van het bestemmingsplan niet kan worden bereikt wat OTT beoogt met het verzoek. Voor zover het plan vergund gebruik van het perceel Oudekerkerdijk 174-175 niet toestaat, kan het gebruik als zodanig onder het overgangsrecht worden voortgezet. Voor zover het plan niet vergund gebruik van voormeld perceel niet toestaat, kan schorsing er niet toe leiden dat het gebruik gelegaliseerd wordt. Een voorlopige voorziening die met zich brengt dat het plan niet vergund gebruik ter plaatse alsnog mogelijk maakt acht de voorzitter te verstrekkend.

2.6. Gelet op het voorgaande ontbreekt het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening en bestaat aanleiding het verzoek hiertoe af te wijzen.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Nienhuis

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2012

466-668.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature