< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De voorzieningenrechter van de rechtbank Haarlem heeft in de uitspraak van 4 juli 2012 geoordeeld dat de cliënten van Aquilae Zorgmakelaar B.V. in Beverwijk niet in een bestuursrechtelijke procedure kunnen opkomen tegen de beslissing van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om Aquilae een aanwijzing te geven waarin Aquilae wordt opgedragen de zorgverlening te stoppen. De cliënten van Aquilae, die tevreden zijn met de zorgverlening en willen dat die gecontinueerd wordt, kunnen niet aangemerkt worden als belanghebben zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek om voorlopige voorziening dat zij hebben ingediend is daarom afgewezen.

De voorzieningenrechter heeft nog wel, ten overvloede, overwogen dat het rapport van de inspectie voor de Gezondheidszorg op grond waarvan de staatssecretaris haar besluit heeft genomen, op voldoende objectieve wijze tot stand is gekomen. De inspectie is niet alleen afgegaan op klachten, maar heeft haar advies ook gebaseerd op (eerdere) bezoeken, onderzoeken en gesprekken. Ook het feit dat sprake is van tevreden cliënten is door de inspectie betrokken in het rapport. De conclusie van de inspectie blijft evenwel dat de zorgverlening van Aquilae niet voldoet aan kwaliteitseisen die de wet voorschrijft.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Secor bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/2949

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 juli 2012 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] en anderen en hun wettelijk vertegenwoordigers, te [woonplaats], verzoekers

(gemachtigde: mr. B. Parmentier)

en

de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder

(gemachtigde: mr. I.L. de Graaf).

Procesverloop

Bij besluit van 20 juni 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder Aquilae Zorgmakelaar B.V. een aanwijzing gegeven.

Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 juli 2012. Van de zijde van verzoekers zijn verschenen: [namen], allen bijgestaan door hun gemachtigde mr. B. Parmentier. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. I.L. de Graaf, vergezeld van drs. H. van der Wal, beiden werkzaam bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, alsmede door J. Meijer en C.G. de Kok, inspecteurs werkzaam bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (hierna: IGZ). Gemachtigden van de staatssecretaris hebben voorts meegenomen naar de zitting [namen], klagers.

Voorts is verschenen mr. M. van der Staaij, advocaat van Aquilae Zorgmakelaar B.V. (hierna: Aquilae).

Overwegingen

1. Indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed dat vereist.

2. Verweerder heeft aan Aquilae op grond van artikel 8, eerste lid, van de Kwaliteitswet zorginstellingen een aanwijzing gegeven waarin is bepaald dat Aquilae binnen twee weken na dagtekening van het primaire besluit de zorgverlening dient te staken en haar cliënten dient over te dragen aan een andere zorgaanbieder tot het moment dat zij een positief inspectieoordeel heeft ontvangen over de door verweerder geconstateerde gebreken.

3. Verzoekers zijn een groep licht verstandelijk gehandicapte jongeren, waaronder een aantal jonge moeders met kinderen, die allen cliënt zijn van Aquilae en van Aquilae 24-uurszorg ontvangen. Verzoekers zijn woonachtig op de locaties [adressen].

Verzoekers en hun wettelijk vertegenwoordigers bestrijden het oordeel van IGZ dat sprake is van – kortgezegd – gebrek aan kwaliteit en professionaliteit bij Aquilae. Zij zijn juist zeer tevreden met de zorg die aan hen wordt geboden en willen dat deze wordt gecontinueerd. Verweerder heeft zich bij zijn oordeel ten onrechte enkel gebaseerd op klachten en niet geluisterd naar de tevreden cliënten van Aquilae, aldus verzoekers. Zij vragen de voorzieningenrechter om bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de werking van het primaire besluit wordt geschorst tot is beslist op hun bezwaar, zodat Aquilae aan verzoekers de door hen gewenste zorg kan blijven bieden.

4. De voorzieningenrechter ziet zich allereerst geplaatst voor de vraag of verzoekers kunnen worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en of voor hen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen openstaan tegen het primaire besluit.

5. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit wordt betrokken.

Ingevolge artikel 8:1, eerste lid van de Awb , gelezen in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb kan een belanghebbende tegen een besluit bezwaar instellen.

6. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers een zorgovereenkomst hebben gesloten met Aquilae en dat verzoekers en Aquilae gelet hierop een privaatrechtelijke rechtsverhouding hebben. Alhoewel niet in geschil is dat de belangen van verzoekers worden geraakt door het primaire besluit, stelt de voorzieningenrechter vast dat het primaire besluit is gericht tot Aquilae en Aquilae rechtstreeks raakt. Aquilae is in deze de aangewezen partij om tegen het primaire besluit op te komen. Het besluit, waarbij Aquilae is opgedragen de verlening van zorg te staken, heeft voor verzoekers slechts gevolg in verband met hun contractuele relatie met Aquilae, zodat hun belang daarbij niet rechtstreeks is getroffen. Verzoekers hebben een afgeleid belang. Verzoekers kunnen daarom niet als belanghebbende, als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb , worden aangemerkt.

7. Verzoekers zullen, gelet hierop, niet in hun bezwaar kunnen worden ontvangen door verweerder. Onder deze omstandigheden moet het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening worden afgewezen.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

8. Recht doende aan de inhoudelijke gedachtewisseling ter zitting, ziet de voorzieningenrechter aanleiding – gelet op het vorenstaande ten overvloede – nog het volgende te overwegen.

9. De Kwaliteitswet zorginstellingen bevat eisen die ertoe dienen de kwaliteit van de zorgverlening in zorginstellingen te bewaken en te beheersen. Het is de taak van verweerder er op toe te zien dat zorginstellingen voldoen aan deze kwaliteitseisen. IGZ rapporteert hierover aan verweerder. Dit dient plaats te vinden aan de hand van objectieve maatstaven.

10. Verzoekers betogen dat het rapport en advies van IGZ niet op objectieve wijze tot stand is gekomen. Zij voeren daartoe aan dat teveel gewicht is gegeven aan klachten van ex-cliënten en ex-werknemers die bovendien onjuistheden bevatten, en dat de mening van de tevreden cliënten ten onrechte niet is meegewogen.

11. Anders dan verzoekers stellen is het primaire besluit niet enkel gebaseerd op klachten maar ook op meerdere bezoeken, gesprekken en dossieronderzoek van IGZ. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting kan worden afgeleid dat IGZ ook op objectieve wijze heeft geconcludeerd, naar aanleiding van klachten, dat sprake is van een aantal gebreken en tekortkomingen welke zijn weerslag hebben op de kwaliteit van de zorg. Daarbij heeft IGZ de periode van 2008 tot heden betrokken in zijn oordeelsvorming. De directeur van Aquilae heeft deze tekortkomingen ook (deels) erkend.

Het rapport naar aanleiding van het bezoek van 2 april 2012 is wellicht op het punt van de bevindingen tijdens het bezoek van IGZ, de verslagen van door IGZ gevoerde gesprekken en hetgeen feitelijk is gebleken uit het dossieronderzoek summier te noemen, maar dat maakt niet dat het besluit hierop niet mede is gebaseerd. Zoals verweerder ter zitting heeft aangegeven kan de motivering op deze onderdelen naar aanleiding van een eventueel bezwaarschrift van Aquilae – nu het bezwaarschrift van verzoekers zoals volgt uit hetgeen is overwogen onder rechtsoverweging 7. inhoudelijk geen rol zal spelen – worden aangevuld.

De voorzieningenrechter volgt verzoekers voorts niet in hun betoog dat IGZ de belangen van bestaande, tevreden cliënten heeft veronachtzaamd. Uit het rapport van IGZ blijkt wel degelijk dat IGZ ermee bekend is dat cliënten tevreden zijn. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat het enkele feit dat cliënten tevreden zijn over de zorgverlening niet wil zeggen dat de zorgverlening voldoet aan de eisen die zijn gesteld in de Kwaliteitswet zorginstellingen, net zo min als enkel op basis van klachten van ontevreden cliënten zonder meer kan worden geconcludeerd dat niet aan de Kwaliteitswet zorginstellingen wordt voldaan, zoals de gemachtigde van verzoekers terecht heeft gesteld.

12. Gelet op het vorenoverwogene komt het de voorzieningenrechter niet onredelijk voor dat verweerder het rapport van IGZ ten grondslag heeft gelegd aan de aanwijzing.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Y.R. Boonstra-van Herwijnen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2012.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature