Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Infrasructuur en Milieu hebben bij het betreden besluit onder meer besloten dat het bestemmingsplan "Zuidelijke Schil" van de gemeente Leiden als voldoende beschermend wordt aangemerkt. Verweerders waren gelet op art. 36.2 Monumentenwet 1988 niet bevoegd het plandeel met de aanduiding "ontwikkelingslocattie Lorentzhof e.o." van dat bestemmingsplan als beschermd plan aan te wijzen, aangezien dit plandeel, gelet op de uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 november 2010 (LJN: BO5728), tot op heden niet in werking is getreden.

Uitspraak



RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/8526

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 mei 2012 in de zaak tussen

[A] en [B], te Leiden, eisers,

(gemachtigde: mr. R.F Thunnissen),

en

de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Infrastructuur en Milieu, verweerders.

Derde-partij: gemeente Leiden, belanghebbende.

Procesverloop

Bij besluit van 13 april 2011 (hierna: aanwijzingsbesluit) hebben verweerders de Zuidelijke Schil te Leiden aangewezen als beschermd stadsgezicht in de zin van artikel 1, aanhef en onder g, van de Monumentenwet 1988 (Monw), alsmede besloten dat het bestemmingsplan "Zuidelijke Schil" als voldoende beschermend wordt aangemerkt. Hiertegen hebben eisers bezwaar gemaakt. Op 9 augustus 2011 is een hoorzitting gehouden.

Bij besluit van 27 september 2011 (het bestreden besluit) hebben verweerders het bezwaar ongegrond verklaard en het aanwijzingsbesluit in stand gelaten.

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 mei 2012.

Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. El Addouti. Belanghebbende was niet vertegenwoordigd.

Overwegingen

1.1. Eisers zijn eigenaar van de woning [a-straat 1] te Leiden, die zich binnen de begrenzing van het beschermde stadsgezicht bevindt. Het belang van eisers is dan ook rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken. Eisers zijn niet tegen de aanwijzing als zodanig, maar beogen met deze procedure een inhoudelijke wijziging van de bouwplannen voor het gebied Lorentzhof en het bestemmingsplan "Zuidelijke Schil" te bewerkstelligen. In dat verband hebben zij er belang bij dat het bestemmingsplan "Zuidelijke Schil" in ieder geval voor het gebied Lorentzhof niet als beschermend als bedoeld in artikel 36 van de Monw wordt aangewezen.

1.2. De raad van de gemeente Leiden, gedeputeerde staten van Zuid-Holland, de Raad voor Cultuur en de Commissie voor de Duurzame Leefomgeving hebben positief geadviseerd.

1.3. Bij uitspraak van 26 november 2010 (LJN: BO5728) heeft de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Voorzitter van de Afdeling) het tegen het door de raad van de gemeente Leiden bij besluit van 12 november 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Zuidelijke Schil" ingediende verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 21 juni 2010, kenmerk PZH-2010-177618860, voor zover het de goedkeuring van het plandeel met de aanduiding "ontwikkelingslocatie Lorentzhof e.o." betreft, geschorst.

2.1. Artikel 1, aanhef en onder g, van de Monw verstaat onder beschermde stads- en dorpsgezichten: stads- en dorpsgezichten die door Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer als zodanig ingevolge artikel 35 van deze wet zijn aangewezen, met ingang van de datum van publicatie van die aanwijzing in de Nederlandse Staatscourant.

2.2. Artikel 35 van de Monw luidt als volgt:

1. Gehoord de gemeenteraad, gedeputeerde staten en de Raad voor cultuur (de Raad), kunnen Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd stads- of dorpsgezicht en kunnen zij zodanige aanwijzingen intrekken.

2. Onze minister zendt het voorstel tot aanwijzing of intrekking gelijktijdig aan de gemeenteraad, gedeputeerde staten en de Raad. De gemeenteraad brengt advies uit via gedeputeerde staten binnen 6 maanden, gedeputeerde staten binnen 9 maanden en de Raad binnen 12 maanden na verzending van het voorstel.

3. Onze minister en Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer beslissen over aanwijzing of intrekking binnen zestien maanden na verzending van het voorstel.

4. De bekendmaking van een besluit tot aanwijzing of tot intrekking daarvan geschiedt door plaatsing in de Staatscourant. Van het besluit wordt mededeling gedaan in de daarvoor in aanmerking komende dag- of nieuwsbladen en aan de gemeenteraad, gedeputeerde staten en de Raad.

2.3. Artikel 36 van de Monw luidt:

1. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld.

2. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening, Onze minister gehoord, kan worden vastgesteld.

3. (....).

3. In het bestreden besluit is overwogen dat bij de vraag of een bestemmingsplan voldoende beschermend is het bestemmingsplan in zijn totaliteit wordt beoordeeld. Zolang het geen rijksmonumenten betreft, gaat het niet om de fysieke bescherming van objecten, maar is, afhankelijk van de historische ruimtelijke karakteristiek van een gebied, de bescherming van structuur en schaal van belang. Een aanwijzing bevriest niet de huidige situatie en nieuwe ontwikkelingen zijn mogelijk. Bij brief van 10 maart 2010 is de gemeente Leiden meegedeeld dat het ontwerpbestemmingsplan "Zuidelijke Schil" zou voldoen aan de vereisten van een op de bescherming gericht bestemmingsplan, omdat in de gebiedsvisie wordt aangeven dat het beleid binnen het beschermend stadsgezicht is gericht op het behouden en versterken van het historische karakter. Ook zijn de bebouwing, de hoofdstructuur wat water, groen en verkeer betreft gedetailleerd bestemd en is er een aparte cultuurhistorische plankaart in het bestemmingsplan opgenomen. Bovendien is een dubbelbestemming beschermd stadsgezicht opgenomen. De omstandigheid dat een bestemmingsplan nog niet onherroepelijk is staat aan het aanmerken als voldoende beschermend of het nemen van het besluit tot aanwijzing als beschermd stadsgezicht niet in de weg. Nu de bestemmingsplanprocedure een naar aard en inhoud geheel andere procedure betreft dan een aanwijzing van een gebied als beschermd stadsgezicht, bestond geen aanleiding om het gebied Lorentzhof en omgeving buiten de begrenzing van het beschermde stadsgebied te laten. Verder was de rijksdienst bekend met de herontwikkeling van de locatie Lorentzhof. De gemeente heeft rekening gehouden met de opmerkingen die de rijksdienst ter zake heeft gemaakt.

In de aanwijzingsprocedure gaat het primair om de vraag of een gebied voldoende monumentale waarden bezit om voor rijksbescherming in aanmerking te komen. De ontvangen adviezen bevestigen dat de monumentale waarden van het gebied aanwijzing als beschermd stadsgezicht rechtvaardigen. Deze monumentale waarden zijn door eisers niet weersproken.

4.1. Eisers voeren aan dat verweerders er ten onrechte van uit zijn gegaan dat het bestemmingsplan "Zuidelijke Schil" voldoende beschermend is, omdat dat bestemmingsplan ten aanzien van het plan Lorentzhof niet vigerend is.

4.2. De rechtbank overweegt dat, gelet op de in rechtsoverweging 1.3. genoemde uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling, het bestemmingsplan "Zuidelijke Schil" met ingang van 26 november 2010 in werking is getreden met uitzondering van het plandeel met de aanduiding "ontwikkelingslocatie Lorentzhof e.o.". Het daartoe strekkende verzoek van (onder meer) eisers is gedaan op 16 augustus 2010, tegelijk met het instellen van beroep tegen het goedkeuringsbesluit. Ten tijde van het nemen van het aanwijzingsbesluit was het plandeel met de aanduiding "ontwikkelingslocatie Lorentzhof e.o." dus niet in werking getreden en vervolgens geschorst. Voor zover het gaat om de locatie Lorentzhof is dit plan dus tot op heden niet geldend als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Monw.

Aangezien, gelet op artikel 36, tweede lid, van de Monw, uitsluitend geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van artikel 36, eerste lid, van de Monw kunnen worden aangemerkt, waren verweerders in dit geval niet bevoegd het plandeel met de aanduiding "ontwikkelingslocatie Lorentzhof e.o." van het bestemmingsplan "Zuidelijke Schil" als beschermend plan aan te wijzen.

Verweerders waren wel bevoegd om de overige plandelen van dat bestemmingsplan als beschermend aan te wijzen, omdat die plandelen ten tijde van het nemen van het primaire besluit wel vigeerden. Tegen deze plandelen richten de beroepsgronden van eisers zich niet.

5. Het beroep is dan ook gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met artikel 36, tweede lid, van de Monw, voor zover het het plandeel met de aanduiding "ontwikkelingslocatie Lorentzhof e.o." betreft.

6. Aangezien bovenstaand oordeel ertoe leidt dat verweerder nog maar één rechtens juiste beslissing kan nemen, ziet de rechtbank aanleiding zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat het aanwijzingsbesluit van 13 april 2011 wordt herroepen voor zover het het plandeel met de aanduiding "ontwikkelingslocatie Lorentzhof e.o." betreft.

7.1. Verweerders worden in de door eisers gemaakte proceskosten veroordeeld, waarbij met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht het gewicht van de zaak is bepaald op 1 (gemiddeld) en voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (het indienen van een beroepschrift en het verschijnen ter zitting) 2 punten worden toegekend.

7.2. Voor de overige door eisers genoemde proceskosten, te weten reis- en verblijfkosten alsmede verletkosten, komen, eveneens met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht, slechts het bijwonen van de hoorzitting in bezwaar en het verschijnen ter zitting van de rechtbank voor vergoeding in aanmerking.

Voorts acht de rechtbank het gevraagde uurtarief voor de verletkosten onvoldoende gespecificeerd. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 21 maart 2012 (LJN: BV9511) dient voor de verletkosten in dat geval het minimaal te hanteren uurtarief van € 4,54 te worden vergoed.

Dat betekent dat van deze proceskosten slechts de verletkosten gedurende 5 uur (3,5 + 1,5), zijnde € 22,70, en reiskosten over een afstand van 184 km (154 + 30), zijnde € 51,52, worden vergoed. In totaal worden verweerders veroordeeld deze proceskosten te vergoeden tot een bedrag van € 74,22.

Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit, voor zover het het plandeel met de aanduiding "ontwikkelingslocatie Lorentzhof e.o." betreft;

verklaart het bezwaar gegrond en herroept het besluit van 13 april 2011, voor zover het dat plandeel betreft;

bepaalt dat verweerders aan eisers het door hen betaalde griffierecht, te weten € 152,00 vergoeden;

veroordeelt verweerders in de door eisers gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 948,22, welk bedrag aan eisers moet worden vergoed.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, rechter, in aanwezigheid van

drs. A.C.P. Witsiers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2012.

griffier rechter

Afschrift verzonden naar partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature