< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Inkomstenbelasting. Vereiste aangifte is niet gedaan. Omkering bewijslast. Geen reden om de wettelijke bewijsregel te negeren en de bewijslast bij verweerder neer te leggen. Hoogte van door concern gedane privé-uitgaven.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Zaaknummer: AWB 11/1787

Uitspraakdatum: 24 mei 2012

Uitspraak in het geding tussen

[X], wonende te [Z], eiser,

gemachtigde: mr. V.A.M. Klemann,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Holland-Noord/kantoor [P], verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2007 een aanslag (aanslagnummer [#]) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 283.394. Tevens heeft verweerder bij beschikkingen een bedrag van € 10.201 aan heffingsrente in rekening gebracht en een verzuimboete van € 1.134 opgelegd.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 1 februari 2011 de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 257.531. Verweerder heeft de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig verminderd en de verzuimboete gehandhaafd.

1.3. Eiser heeft daartegen bij brief van 14 maart 2011, op voorhand per fax ontvangen bij de Rechtbank Alkmaar op 11 maart 2011, beroep ingesteld. Rechtbank Alkmaar heeft het beroepschrift doorgezonden naar Rechtbank Haarlem op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht .

1.4. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Beide partijen hebben nadere stukken ingediend welke steeds zijn doorgezonden aan de andere partij.

1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2011. Eiser is daar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en [A]. Namens verweerder is verschenen J.P.M.R. van Os, bijgestaan door G. Lenssen.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiser is vanaf 8 december 2006 houder van alle aandelen in en enig directeur van [B] Holding B.V., hierna: de Holding. De Holding houdt alle aandelen in [C] B.V., [D] B.V., [E] B.V. en [B] Holding B.V. h.o.d.n. [F] B.V. i.o. De Holding is bestuurder van deze dochtermaatschappijen. De dochterondernemingen handelen in bouwmaterialen. Al deze bv’s gezamenlijk worden hierna aangeduid als: het concern. Eiser heeft zich inzake het voeren van administratie van het concern laten bijstaan door [A] die tevens de administratie van het concern heeft verzorgd.

2.2. Verweerder heeft een onderzoek gedaan naar de administratie van het concern. Daaruit is gebleken dat een deel van de ontvangsten en betalingen van het concern via twee privérekeningen (hierna: de privérekeningen) van eiser zijn gelopen. Vanuit het concern zijn bedragen overgemaakt naar deze privérekeningen. Eiser heeft vanaf de privérekeningen zakelijke crediteuren betaald. Een deel van die betalingen heeft eiser contant gedaan uit opnames van de privérekeningen. Deze betalingen zijn niet correct geboekt in de administratie van het concern. De administratie van de rekening-courantverhouding tussen eiser en het concern is niet correct bijgehouden. Voorts is gebleken dat het concern facturen heeft voldaan voor eiser. Dit betreffen onder andere kosten van de verbouwing van de woning van eiser door opdrachtgevers die deels ook voor het concern werkten. Ook deze betalingen zijn niet alle correct geboekt in de rekening-courantverhouding tussen eiser en het concern. Daarbij komt dat de verwerking van de administratieve bescheiden een achterstand van enkele maanden vertoonde.

2.3. Eiser is op 26 januari 2008 aansprakelijk gesteld door de Ontvanger voor belastingschulden van de Holding en van [C] B.V. Op deze datum is tevens beslag gelegd op de gehele inboedel en inventaris van het concern en op de administratie van het concern. Vanaf dit moment is eiser de toegang tot de kantoren en tot de administratie van het concern ontzegd.

2.4. Het onderzoek van verweerder naar de administratie van eiser vond eind januari 2008 plaats en er is op 25 april 2008 gerapporteerd. Op 30 januari 2008 is [A] namens eiser aanwezig geweest op het kantoor van het concern en heeft met de controleambtenaar de administratie onderzocht. De inkoopfacturen en contante inkoopbonnen van het concern waren toen aanwezig.

2.5. De Holding en haar dochters zijn op 14 februari 2008 respectievelijk 21 februari 2008 in staat van faillissement verklaard. Vanaf dat moment zijn de administratieve bescheiden van het concern in handen geweest van de curator.

2.6. Op 16 september 2009 heeft eiser de administratie van het concern in ontvangst genomen van de curator. De inventarislijst vermeldt geen ordners met inkoopfacturen van het concern.

2.7. In de bezwaarfase heeft de controleambtenaar het saldo van de onttrekkingen minus de stortingen door eiser voor het jaar 2007 vastgesteld op € 177.155. In dit bedrag is het saldo van de rekening-courantverhouding tussen eiser en de diverse vennootschappen begrepen. Verweerder heeft een bedrag van € 175.913 bij eiser aangemerkt als inkomen uit dienstbetrekking.

2.8. Eisers partner is een van de aandeelhouders van [F] B.V. De schuld in rekening-courant van [F] B.V. aan de Holding bedraagt ultimo 2006 € 78.629 en ultimo 2007 € 168.147. Het verschil is € 89.518.

2.9. Eiser heeft over het jaar 2007 geen aangifte gedaan voor de inkomstenbelasting. Na aanmaning heeft de inspecteur het belastbaar inkomen in box 1 geschat. De aanslag is gedagtekend 3 november 2009. Na indiening van het bezwaarschrift heeft eiser het aangiftebiljet ingevuld en opgestuurd naar de belastingdienst.

3. Geschil

3.1. In geschil is het antwoord op de vraag of het saldo van de onttrekkingen in het jaar 2007 juist is vastgesteld.

3.2. Eiser verzet zich tegen omkering van de bewijslast. Voorts stelt hij zich op het standpunt dat het boekenonderzoek ondeugdelijk is. Daarom is de aanslag onvoldoende en gebrekkig gemotiveerd en dient deze te worden vernietigd. Voorts stelt eiser dat alle bedragen die contant van de privérekeningen zijn opgenomen, zijn besteed aan zakelijke crediteuren. Van de overige door verweerder gestelde onttrekkingen betwist eiser een bedrag van € 25.845,10. Tevens stelt eiser dat de schuld in rekening-courant van [F] B.V. uitsluitend een zakelijke oorzaak heeft. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de belastingaanslag tot een berekend naar een belastbaar bedrag van € 86.987 en vergoeding van gemaakte proceskosten.

3.3. Verweerder heeft de bewijslast omgekeerd omdat eiser geen aangifte heeft gedaan. Voorts is hij van mening dat de aanslag eerder te laag dan te hoog is vastgesteld. Voorzover eiser in het gelijk moet worden gesteld, beroept verweerder zich op interne compensatie met een in box 2 in aanmerking te nemen inkomen van € 89.518 wegens de toename van de rekening-courantschuld van [F] B.V. Verweerders conclusie is dat het beroep ongegrond is.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Artikel 27e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: Awr) bepaalt dat, indien de vereiste aangifte niet is gedaan, de rechtbank de beroepen ongegrond dient te verklaren, tenzij en behoudens in hoeverre blijkt dat de uitspraken op bezwaar onjuist zijn. De rechtbank zal daarom thans beoordelen of de vereiste aangifte door eiser is gedaan.

4.2. Zoals weergegeven onder overweging 2.9 heeft eiser het aangiftebiljet voor de inkomstenbelasting 2007 niet na de aanmaning ingediend doch pas na de indiening van het bezwaarschrift. Dit betekent dat niet tijdig aangifte is gedaan en dit betekent dat niet de vereiste aangifte is gedaan, zoals bedoeld in artikel 27e van de Awr . De door eiser aangevoerde reden dat de cijfers van het concern nog niet vast waren gesteld, snijdt geen hout; voorzover die al relevant waren voor de aangifte van eiser, had eiser uitstel kunnen vragen. Nu eiser niet de vereiste aangifte heeft gedaan brengt de wettelijke bewijsregel met zich dat eiser last heeft te doen blijken dat de uitspraak op bezwaar onjuist is.

4.3. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat hij de bewijslast niet behoort te dragen. Hij stelt dat een deel van de administratieve bescheiden van het concern zijn verdwenen bij de curator zodat eiser buiten zijn schuld niet meer in staat is bewijs te leveren.

4.4. De rechtbank volgt eiser niet in dit standpunt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er administratieve bescheiden zijn verdwenen. De door hem overgelegde getuigenverklaringen bevestigen dat op 26 januari 2008 geen administratie werd gemist. Het aanbod van eiser om deze getuigen te horen, zal de rechtbank passeren. Daarmee is immers niets gezegd over de vraag of er daarna bij de curator administratieve bescheiden zijn verdwenen. Voorts heeft [A] ter zitting desgevraagd niet bevestigd dat er bescheiden verdwenen zijn en heeft eiser zelf jegens de curator niets ondernomen, hetgeen evenmin de stelling dat de curator bescheiden heeft zoekgemaakt, geloofwaardig maakt.

4.5. Evenmin deelt de rechtbank eisers stelling dat de wettelijke bewijsregel in de situatie van eiser een onredelijke uitwerking heeft. Eiser is enig bestuurder van het concern en hij heeft beslist op welke wijze de administratie diende te worden gevoerd. De verantwoordelijkheid voor de administratieve chaos, de fouten en de achterstand in de administratieve verwerking van de rekening-courantverhoudingen, ligt geheel bij eiser. De bewijsnood waarin eiser thans stelt dat hij verkeert, is gevolg van zijn eigen handelen. Er is geen reden de wettelijke bewijsregel te negeren en de bewijslast bij verweerder te leggen.

4.6. Eiser heeft voorts aangevoerd dat het onderzoek niet deugdelijk is omdat de controleambtenaar niet de inkoopbonnen heeft gebruikt, maar met name de digitale vastlegging van de administratie. Daarom is volgens eiser ook de uitspraak op bezwaar onjuist, onzorgvuldig en verkeerd gemotiveerd.

4.7. Op 30 januari 2008 heeft de controleambtenaar met [A] de administratie van het concern doorgewerkt. Bij de stukken bevinden zich lijsten waarop alle mutaties van de privérekeningen van eiser uit de jaren 2006, 2007 en 2008 staan. Deze mutaties zijn door de controleambtenaar stuk voor stuk besproken met [A], danwel eiser. Tevens hebben zij alle mutaties in de rekening-courantverhoudingen tussen eiser en het concern besproken. De controleambtenaar heeft daar waar er onduidelijkheden waren bij derden facturen opgevraagd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met deze werkwijze een deugdelijk en zorgvuldig onderzoek afgeleverd. Nu ook anderszins niet van onzorgvuldigheid of onjuistheid is gebleken, concludeert de rechtbank dat de uitspraak op bezwaar evenmin aan een motiveringsgebrek lijdt.

4.8. Eiser stelt dat de contante opnames van de privérekeningen over de jaren 2006, 2007 en 2008 voor een totaalbedrag van € 90.144 welke door verweerder als privé-uitgaven zijn aangemerkt, wel zakelijke uitgaven zijn. Gezien de op eiser rustende bewijslast, mag van eiser verwacht worden dat hij zelf moeite doet alsnog bescheiden te verzamelen die zijn stellingen ondersteunen. Het uitsluitend innemen van globale stellingen is onvoldoende en de rechtbank verwerpt deze.

4.9. Eiser heeft voorts gesteld dat verweerder ten onrechte een bedrag van € 25.845 dat op facturen is betaald door het concern als privé-uitgaven heeft aangemerkt. Verweerder heeft erkend dat dit geldt voor een bedrag van € 4.347. Het gaat dan om een factuur van [G] van € 1.664,08, een factuur van [H] van € 364,14 en een factuur van [I] van € 2.317,83. Eiser heeft zijn stellingen voor het overige niet onderbouwd, zodat deze in zoverre geen doel treffen.

4.10. Eiser heeft betoogd dat de op de privérekeningen ontstane debetstand ad € 54.555,30 als zakelijke uitgave moet worden aangemerkt. Verweerder heeft echter zijn conclusies gebaseerd op de mutaties in de privérekeningen. Aan de debetstand komt geen zelfstandige betekenis toe.

4.11. Eiser heeft betoogd dat verweerder geen rekening heeft gehouden met de facturen van [J] welke door eiser tijdens het hoorgesprek van 28 oktober 2010 zijn overhandigd aan verweerder. Uit de facturen zou blijken dat ongeveer € 30.000 hiervan zakelijke kosten van het concern zijn. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat onderzoek is gedaan naar de facturen van [J], dat de controleambtenaar een gesprek heeft gehad met de heer [H], die namens [J] optreedt, en dat die heeft verklaard dat hij de gedeclareerde werkzaamheden aan de woning van eiser heeft verricht. Ook op dit punt heeft eiser zijn gelijk niet aangetoond.

4.12. Eiser heeft gesteld dat een onttrekking van € 7.600 bij [J] B.V.i.o. niet als inkomen van eiser kan worden aangemerkt omdat deze vennootschap toebehoorde aan [K]. Eiser heeft niet bestreden dat hij dit bedrag heeft ontvangen noch dat de Holding alle aandelen houdt in deze vennootschap. Derhalve is niet gebleken dat dit bedrag geen inkomen van eiser is.

4.13. Verweerder heeft de schatting van het inkomen van eiser gebaseerd op het onderzoek. De rechtbank is van oordeel dat de werkwijze van verweerder heeft geleid tot een redelijke schatting van het inkomen, temeer daar de mutaties afzonderlijk zijn doorgesproken met eiser en [A]. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden waaruit afgeleid moet worden dat de schatting onredelijk is.

4.14. Uit overweging 4.9 volgt dat het belastbaar inkomen uit werk en woning van eiser met € 4.347 moet worden verlaagd behoudens het beroep van verweerder op interne compensatie. Verweerder stelt dat in box 2 inkomen in aanmerking moet worden genomen vanwege een onttrekking van € 89.518 in 2007. Verweerder baseert deze stelling op de toename van de schuld in rekening-courant van [F] B.V. aan de Holding. Vast staat dat eiser de levenspartner is van een van de aandeelhouders van [F] B.V. Eiser heeft niet bestreden dat [F] B.V. vanaf 2005 geen actieve onderneming meer heeft, behoudens het uitlenen van personeel aan het concern. Evenmin heeft eiser bestreden de stellingen van verweerder dat de vordering in rekening-courant in 2007 van de Holding op [F] B.V. is ontstaan doordat de Holding crediteuren van schuldeisers van [F] B.V. heeft voldaan en dat de achterliggende reden ligt in de relatie tussen eiser en een van de aandeelhouders van [F] B.V. Ter zitting heeft eiser aangevuld dat reeds in 2006 een vordering is ontstaan van de Holding op [F] B.V. doordat de Holding personeelskosten van [F] B.V. heeft voldaan over de periode 22 maart tot en met 31 december 2006. Aldus is aannemelijk geworden dat er geen zakelijke grond is geweest voor de betaling door de Holding aan crediteuren van [F] B.V. en dat de reden voor dit betaling uitsluitend in de aandeelhouderssfeer moet worden gezocht. Daarmee dient de betaling ten behoeve van [F] B.V. als uitdeling te worden beschouwd.

4.15. De belastingheffing over een inkomen ad € 89.518 in box 2 overstijgt ruimschoots de heffing van inkomstenbelasting over € 4.347 in box 1 zodat het beroep van verweerder op interne compensatie slaagt. De aanslag zal in stand blijven en het beroep van eiser dient ongegrond te worden verklaard.

5. Proceskosten

De rechtbank vindt geen aan¬lei¬ding tot een proceskostenvergoeding.

6. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Koole, voorzitter, mr. A.A. Fase en mr. G.H. de Soeten, rechters, in tegenwoordigheid van mr. drs. B.J.E. Lodder, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2012.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature