< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De expliciete ratio van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 december 2000 (LJN AB0575) is (mede) gelegen in de te respecteren wens van betrokkenen om de samenwoning te handhaven. De uitspraak staat, in navolging van de daarin geciteerde opvatting van het kabinet, dan ook in de sleutel van “dwingende redenen van sociale aard – waartoe wij mede rekenen het intact houden van het gezinsverband”. Nu in de onderhavige situatie sprake is van een detachering voor een aanzienlijke tijd – van medio 2010 tot in elk geval medio 2013 en mogelijk tot in 2014 – en niet is betwist dat dagelijks heen en weer reizen tussen B. en H. redelijkerwijs onmogelijk is, waren daarom naar het oordeel van de rechtbank ook in de onderhavige situatie aan de voortzetting van het dienstverband zodanige bezwaren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijze niet van eiseres gevergd kon worden.

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/3674

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 mei 2012 in de zaak tussen

X, te B, eiseres,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder,

gemachtigde: .

Procesverloop

Bij besluit van 15 maart 2011 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd eiseres per 1 november 2010 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) toe te kennen.

Bij besluit van 5 juli 2011 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 mei 2012. Eiseres is verschenen, vergezeld van haar echtgenoot. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. In artikel 24, eerste lid, aanhef en onder a, van de WW is bepaald dat de werknemer voorkomt dat hij verwijtbaar werkloos wordt. Ingevolge artikel 24, tweede lid, aanhef en onder b, van de WW is de werknemer verwijt ¬baar werkloos geworden indien de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de werknemer zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem kon worden gevergd.

2. Het bestreden besluit is gebaseerd op de grond dat eiseres verwijtbaar werkloos is geworden door na de detachering van haar echtgenoot naar de Maasvlakte ontslag te nemen van haar werk in Enschede. Volgens verweerder is er geen sprake van een verhuizing – in dit geval: van H. naar B. – als gevolg van een baanwisseling van de partner zoals bedoeld in de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (hierna: de Raad) van 6 december 2000 (LJN AB0575), aangezien sprake is van een tijdelijke detachering, de woning in H. is aangehouden en eiseres ingeschreven is gebleven in H..

3. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat verweerder aldus een te strikte uitleg geeft aan genoemde uitspraak van de Raad. De expliciete ratio van die uitspraak is immers (mede) gelegen in de te respecteren wens van betrokkenen om de samenwoning te handhaven. De uitspraak staat, in navolging van de daarin geciteerde opvatting van het kabinet, dan ook in de sleutel van “dwingende redenen van sociale aard – waartoe wij mede rekenen het intact houden van het gezinsverband”. Nu in de onderhavige situatie sprake is van een detachering voor een aanzienlijke tijd – van medio 2010 tot in elk geval medio 2013 en mogelijk tot in 2014 – en niet is betwist dat dagelijks heen en weer reizen tussen B. en H. redelijkerwijs onmogelijk is, waren daarom naar het oordeel van de rechtbank ook in de onderhavige situatie aan de voortzetting van het dienstverband zodanige bezwaren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijze niet van eiseres gevergd kon worden. De omstandigheden dat eiseres in H. ingeschreven is blijven staan en daar in de weekeinden met haar echtgenoot verblijft, doen hier niet aan af. Verweerder heeft zich derhalve ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres verwijtbaar werkloos is geworden als bedoeld in artikel 24, tweede lid, aanhef en onder a, van de Werkloosheidswet .

4. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit, onder gegrondverklaring van het beroep, vernietigd dient te worden. Met het oog op door verweerder nog te maken berekeningen zal de rechtbank, zoals besproken ter zitting, niet zelf in de zaak voorzien, maar bepalen dat verweerder een nieuw besluit op het bezwaar neemt, met inachtneming van deze uitspraak.

5. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt zij dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt. Van proceskosten die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond,

- vernietigt het bestreden besluit,

- bepaalt dat verweerder opnieuw op het bezwaar beslist, met inachtneming van deze uitspraak,

- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van € 41,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. dr. P.G.J. van den Berg, rechter, in aanwezigheid van C.E. Delvaux, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2012.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature