< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Tussenbeschikking in een hoger beroep ex artikel 315 Fw met betrekking tot de afkoop van een levensverzekering (artikel 22a Fw).

Uitspraak



beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Insolventienummer: 11/980-982 R

Zaak–/rekestnummer: 398127 / 12-170 FT RK

Beschikking in hoger beroep ex artikel 315 lid 1 Fw van 11 mei 2012

in de schuldsanering van:

1. [partij X],

2. [partij Y],

beiden wonende te Rotterdam,

appellanten,

bewindvoerster: [Z],

advocaat mr. A.W. Dolphijn,

tegen de hierna te noemen beslissingen van 13 en 19 maart 2012 van de rechter-commissaris mr. W.J. Roos - van Toor.

Appellanten worden hierna aangeduid als [X] en [Y] en gezamenlijk als [X en Y].; [Z] wordt hierna aangeduid als de bewindvoerster.

1. Het verloop van de procedure

1.1. De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

- het verzoekschrift houdende hoger beroep van beschikkingen van de rechter-com¬missaris ex artikel 315 lid 1 Fw, ontvan gen d.d. 19 maart 2012;

- het verbeterd en aangevuld verzoekschrift houdende hoger beroep van beschikkingen van de rechter-commissaris ex artikel 315 lid 1 Fw, ontvan gen d.d. 23 maart 2012;

- het advies van de rechter-commissaris d.d. 4 april 2012;

- de fax met bijgevoegde productie 9 van mr. A.W. Dolphijn d.d. 5 april 2012;

- de fax van de bewindvoerster d.d. 6 april 2012;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 april 2012;

- de brief d.d. 24 april 2012 van mr. A.W. Dolphijn met daarbij een akte en producties;

- de brief d.d. 25 april 2012 van de bewindvoerster.

1.2. De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgevonden op 11 april 2012. Op de zitting zijn [X], mr. Dolphijn en de bewindvoerster verschenen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich na de zitting nader uit te laten over de hierna te bespreken lijfrentekoopsompolis. Zij hebben hiervan gebruik gemaakt.

1.3. De rechtbank heeft de uitspraak nader bepaald op heden.

2. Vaststaande feiten

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten:

2.1. [X] is geboren op [datum]. Hij heeft op 18 december 1991 een lijfrente¬koopsompolis afgesloten met een koopsom van fl. 17.459,00 en als einddatum 18 december 2011 (hierna: de oorspronkelijke polis). Deze polis bepaalt onder meer het volgende:

“(…) De verzekering omvat:

A. f 18.961,00 betaalbaar bij overlijden van de verzekerde (rb: [X]) vóór de einddatum. (…)

B. f 77.998,00 betaalbaar op de einddatum, mits de verzekerde dan in leven is. (…)

2. De bedragen sub A en B inclusief de rentebijschrijvingen zullen niet in contanten worden uitgekeerd, doch uitsluitend worden aangewend tot aankoop van één of meer lijfrenten naar keuze van de begunstigden(n). (…)”.

2.2. [X en Y] zijn bij vonnissen d.d. 22 september 2011 toegelaten tot de schuldsanerings¬regeling.

2.3. De Rabobank heeft bij brief d.d. 5 oktober 2011 [X] er op gewezen dat de eind¬datum van de onder 2.1. bedoelde polis naderde en aangegeven dat er een aantal keuze¬mogelijkheden waren hoe om te gaan met het opgebouwde bedrag van € 35.393,95 (stand per 31 juli 2011). In de brief staat dat een uitkering ineens tot de mogelijkheden behoorde.

2.4. Tussen [X en Y]. en de rechter-commissaris is gecorrespondeerd over de wijze waarop met de polis moest worden omgegaan. De rechter-commissaris heeft [X] c.s. bij brief d.d. 9 december 2011 toestemming gegeven uitstel aan de verzekeraar te vragen en hen ver¬zocht voor 1 februari 2012 een stand¬punt in te nemen omtrent de polis.

2.5. Interpolis heeft op 18 december 2011 een nieuwe polis afgegeven (hierna: de nieuwe polis). Deze polis bepaalt onder meer het volgende:

“(…) De verzekering omvat:

€ 35481,00 betaalbaar op 17-02-2012 bij in leven zijn van [[X]]

€ 38933,00 betaalbaar bij overlijden voor 17-02-2012 van [[X]] (…)

Het uit te keren bedrag, betaalbaar bij in leven zijn van de verzekerde op de einddatum, verhoogd met de contractueel overeengekomen overrentedeling of het uit te keren bedrag bij overlijden zal niet in contanten worden uitgekeerd, doch uitsluitend worden aangewend tot aankoop van een of meer lijfrenten naar keuze van de begunstigde(n).”.

2.6. Bij e-mail d.d. 20 april 2012 heeft de Rabobank mr. Dolphijn als volgt bericht:

“(…)

De polis met polisnummer [A] en expiratiedatum 18 december 2011 bij Interpolis (rb: de oorspronkelijke polis) kon inderdaad niet in contacten (rb: bedoeld zal zijn: contanten) worden uitgekeerd.

De polis is voortgezet in polisnummer [B] met expiratiedatum 16 februari 2012 (rb: de nieuwe polis). Het gaat hier om een lijfrenteverzekering.

De heer [X] is nog in beraad over de voortzetting.

Antwoord op vraag 2

Het is juist dat polisnummer [B] met ingangsdatum 18 december 2011 per 17 februari 2012 uitsluitend recht geeft op het afsluiten van een nieuwe lijfrente.”.

3. De bestreden beslissingen en het geschil

3.1. De rechter-commissaris heeft bij brief d.d. 13 maart 2012 aan [X en Y] bericht dat zij had besloten tot volledige afkoop van de lijfrentekoopsompolis. Een verzoek van [X en Y]. tot herroeping althans intrekking van dit besluit teneinde nader overleg mogelijk te maken, heeft de rechter-commissaris bij brief d.d. 19 maart 2012 afgewezen. Deze twee besluiten worden hierna aangeduid als de bestreden besluiten.

3.2. [X en Y]. zijn bij verzoekschrift d.d. 19 maart 2012 in hoger beroep gekomen van de bestreden besluiten. Zij betogen hiertoe, kort gezegd, dat de beslissing van de rechter-com¬missaris strekt tot afkoop van een overeenkomst van levensverzekering als bedoeld in artikel 22a van de Faillissementswet (Fw), dat de door de rechter-commissaris beoogde afkoop voor hen onredelijk benadelend is als bedoeld in voornoemd artikel en dat het recht tot afkoop daarom buiten de boedel valt.

3.3. De rechter-commissaris heeft in haar advies d.d. 4 april 2012 zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een afkoop in de zin van artikel 22a Fw omdat de lijf ¬rentekoopsompolis - na de verlenging in december 2011 - is vrijgevallen op 17 februari 2012. Zij geeft aan dat haar beschikking d.d. 13 maart 2012 (mede) aldus moet worden begrepen. Voor het geval geoordeeld zou worden dat er wel sprake is van een afkoop in voornoemde zin, dan stelt de rechter-commissaris zich op het standpunt dat deze niet onredelijk benadelend is.

3.4. De bewindvoerster heeft zich bij fax d.d. 6 april 2012 verenigd met het (primaire en subsidiaire) standpunt van de rechter-commissaris. Naar aanleiding van de hiervoor onder 2.6 geciteerde e-mail d.d. 20 april 2012 van de Rabobank heeft de bewindvoerster zich op het standpunt gesteld dat er inderdaad sprake is van een afkoop, maar zij handhaaft het standpunt dat deze afkoop niet leidt tot een onredelijke benadeling.

4. De beoordeling

4.1. Het hoger beroep is tijdig ingesteld en [X en Y]. behoren tot de groep van personen die hoger beroep kunnen instellen. [X en Y]. zijn dan ook ontvankelijk in het hoger beroep.

4.2. Centraal in dit hoger beroep staat de vraag wat er moet gebeuren met de nieuwe polis. In de bestreden beslissing d.d. 13 maart 2012 is door de rechter-commissaris besloten dat deze polis dient te worden afgekocht. In haar advies d.d. 4 april 2012 heeft zij aangegeven dat haar beslis¬sing aldus moet worden gelezen dat het geen afkoop in de zin van artikel 22a Fw betreft. Zij voert daartoe, kort gezegd, aan dat uit hoofde van de nieuwe polis per 17 februari 2012 een bedrag van € 35.481,00 is vrijgekomen en dat dit bedrag uitbetaald kan (en daarom moet) worden op de boedel¬rekening. Anders gezegd: het opeisen van een vrij¬gevallen bedrag uit een levensverzekering vormt geen af¬koop van die ver¬zekering, aldus de rechter-commissaris.

4.3. De rechtbank oordeelt als volgt. De nieuwe polis bepaalt - net als de oorspronkelijke polis - dat het op te bouwen bedrag uit¬sluitend kan worden gebruikt voor de aankoop van een of meerdere lijfrentes. In de e-mail d.d. 20 april 2012 van de Rabobank wordt door de Rabobank bevestigd dat de nieuwe polis uitsluitend het recht geeft op het afsluiten van een lijfrente. Deze e-mail is door de bewind¬voerster niet betwist. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat het vrijgekomen bedrag van € 35.481,00 uitsluitend gebruikt kan worden voor het afsluiten van een lijfrentepolis en geen aanspraak geeft op een uitkering in contanten. Dat de Rabobank in haar brief d.d. 5 oktober 2011 had geschreven dat een uitkering onder de oude polis wel mogelijk was, doet aan het voorgaande niet af. Die brief betrof immers slechts een uit¬nodiging voor een adviesgesprek en kan niet afdoen aan de inhoud van de polis (de beide polissen zijn op dit punt niet gelijkluidend, maar komen inhoudelijk wel overeen).

4.4. Nu de polis geen recht geeft op uitbetaling in contanten, doet zich de vraag stellen of een afkoop überhaupt mogelijk is. Dit is relevant omdat de bewindvoerster, ook met toe¬stemming van de rechter-commissaris, noch aan artikel 22a lid 1 Fw (indien van toepassing ) noch aan artikel 296 Fw de bevoegdheid kan ontlenen tot het verrichten van een beschik¬kings¬¬han¬deling aangaande de polis waartoe [X] - de schuld¬sanering weggedacht - zelf niet bevoegd zou zijn geweest. In de hiervoor onder 1.1. genoemde brieven van 24 en 25 april 2012 gaan zowel [X en Y]. als de bewindvoerster er niet op in of een afkoop, ook na het einde van de looptijd van de nieuwe polis, nog mogelijk is. Zij gaan er kennelijk vanuit dat dit het geval is en gaan vervolgens in op de vraag of die afkoop onredelijk benadelend is in de zin van artikel 22a Fw . Het is de rechtbank verder onvoldoende duidelijk of de e-mail van de Rabobank aldus moet worden begrepen dat een afkoop inmiddels niet meer mogelijk is dan wel dat de brief zo moet worden begrepen dat deze niet over een afkoop gaat.

4.5. Gelet op het voorgaande dient de bewindvoerster nader te motiveren op grond waarvan de door haar voorgestane afkoop mogelijk is, zo mogelijk onder overlegging van een nadere opgave van de Rabobank. Zij dient dit binnen 14 dagen na beschikkings¬datum te doen, waarna [X en Y]. vervolgens binnen 14 dagen zullen kunnen reageren. Eerst daarna kan aan de orde komen of dit een afkoop is in de zin van artikel 22a Fw en zo ja, of deze onredelijk bezwarend is.

5. De beslissing

De rechtbank,

- draagt de bewindvoerster op om binnen veertien dagen na beschikkingsdatum bij brief - gericht aan de rechtbank (sector civiel recht, afdeling verzoekschriftadministratie, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam) en aan de wederpartij - nader te motiveren op grond waarvan de door haar voorgestane afkoop mogelijk is;

- houdt alle overige beslissingen aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. N. Doorduijn en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2012.

1876/2624


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature