< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Geen recht meer op ziekengeld. Juiste maatstaf voor “zijn arbeid” gehanteerd. Geen aanleiding om het medisch onderzoek voor onzorgvuldig te houden dan wel de uitkomst daarvan onjuist te achten.

Uitspraak



10/5670 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 9 september 2010, 10/591 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 16 mei 2012.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2012. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door L. den Hartog.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant was werkzaam als kalverenmester toen hij zich voor dit werk heeft ziek gemeld op 28 maart 2007 wegens pijnklachten in armen en voeten op grond waarvan het Uwv appellant een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) heeft toegekend. Nadat appellant zijn werkzaamheden met ingang van 1 januari 2009 had hervat, is het recht op een ZW-uitkering door het Uwv beëindigd. Deze beëindiging staat in rechte vast en maakt geen onderdeel uit van het onderhavige geschil.

1.2. Vervolgens is appellant op 23 oktober 2009 wederom uitgevallen met pijnklachten in beide voeten. Naar aanleiding van deze ziekmelding heeft appellant op 10 december 2009 het spreekuur bezocht van de verzekeringsarts T.L.M. Beissel. Deze arts is tot de conclusie gekomen dat appellant met ingang van 11 december 2009 geschikt kon worden geacht voor zijn laatst verrichte werk van kalverenmester. Bij besluit van 9 december 2009 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat hij dienovereenkomstig met ingang van 11 december 2009 geen recht meer had op ziekengeld.

1.3. Na een herbeoordeling door de bezwaarverzekeringsarts E.J.M. van Paridon, heeft het Uwv bij besluit van 26 januari 2010 (bestreden besluit) het bezwaar van appellant tegen het besluit van 9 december 2009 ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.

3.1. De Raad ziet zich in het onderhavig geding voor de vraag gesteld of appellant met ingang van 11 december 2009 op medische gronden geschikt kon worden geacht voor zijn laatst verrichte werk als kalverenmester voor 28 uur per week. Daartoe oordeelt de Raad als volgt.

3.2. Ingevolge artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld. Volgens vaste rechtspraak moet onder “zijn arbeid” worden verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid.

3.3. De arbeidsdeskundige G.C.J. de Froe heeft in zijn rapport van 13 oktober 2008 van de werkzaamheden die appellant in de functie van kalverenmester verrichte een uitgebreide beschrijving gegeven. Tevens heeft de arbeidsdeskundige te kennen gegeven dat appellant vóór 2007 gemiddeld 70 uur per week werkzaam was als kalverenmester, maar dat hij naar eigen zeggen sinds maart 2007 het aantal uren per week heeft teruggebracht naar ongeveer 28. Gelet op de ziekmelding van appellant per 23 oktober 2009, heeft het Uwv door uit te gaan van de in dit rapport beschreven werkzaamheden van kalverenmester voor 28 uur per week, een juiste maatstaf voor “zijn arbeid” gehanteerd.

3.4. De Raad ziet vervolgens geen aanleiding om het medisch onderzoek voor onzorgvuldig te houden dan wel de uitkomst daarvan onjuist te achten. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat de verzekeringsarts Beissel appellant heeft onderzocht en, behoudens een anatomische afwijkende stand van de voet, geen afwijkingen heeft geconstateerd. Bij zijn onderzoek beschikte de verzekeringsarts over de informatie van de orthopedisch chirurg J.L. Schoen van 12 februari 2008 waaruit blijkt dat sprake is van geringe degeneratieve afwijkingen van de voetwortel waarvoor Schoen appellant aangepast orthopedisch schoeisel heeft voorgeschreven. Nu volgens de verzekeringsarts geen aanwijzingen zijn voor abnormale drukverdeling zoals eeltvorming of clavi, worden met dit aangepast schoeisel de gedeformeerde voeten afdoende ondersteund. Vervolgens heeft de bezwaarverzekeringsarts Van Paridon het dossier bestudeerd, appellant op het spreekuur van 12 januari 2010 onderzocht en informatie opgevraagd bij de huisarts van appellant. De bezwaarverzekeringsarts heeft het beloop van de klachten getoetst aan het medisch journaal, waaruit volgens hem geen nieuwe medische feiten naar voren komen. Daarbij heeft hij opgemerkt dat forse artrose aan de handen niet is aangetoond en er betreffende de voeten ook geen sprake is van medische veranderingen.

Van Paridon heeft daarop geconcludeerd dat op grond van de (nieuwe) medische informatie geen aanleiding bestaat af te wijken van het door de verzekeringsarts ingenomen standpunt. Op grond van het vorenstaande acht de Raad dat het Uwv inzichtelijk en overtuigend heeft gemotiveerd waarom appellant per 11 december 2009 geschikt kon worden geacht voor zijn laatst verrichte werk als kalverenmester voor 28 uur per week. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd maakt dat niet anders. De Raad acht daarbij, gelet op de onder 3.1 verwoorde vraag, van belang dat appellant geen medische gegevens heeft overgelegd op grond waarvan zou moeten worden getwijfeld aan de door de (bezwaar)verzekeringsarts vastgestelde beperkingen.

4. Hetgeen onder 3.2 tot en met 3.4 is overwogen leidt tot de slotsom dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake de vergoeding van de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2012.

(get.) C.P.J. Goorden.

(get.) K.E. Haan.

TM


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature