< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 7 januari 2010 heeft de hoofdbewaarder het resultaat van een bijhouding van de kadastrale registratie aan [appellant] bekendgemaakt.

Uitspraak



201106528/1/A3.

Datum uitspraak: 9 mei 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Eckartsberga (Duitsland),

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Utrecht van 21 april 2011 in zaak nr. 10/664 in het geding tussen:

[appellant]

en

de hoofdbewaarder van het kadaster en de openbare registers.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 januari 2010 heeft de hoofdbewaarder het resultaat van een bijhouding van de kadastrale registratie aan [appellant] bekendgemaakt.

Bij besluit van 18 januari 2010 heeft de hoofdbewaarder het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 21 april 2011, waarvan het proces-verbaal is verzonden op 19 mei 2011, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 26 mei 2011, hoger beroep ingesteld.

De hoofdbewaarder heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 februari 2012, waar [appellant] en de hoofdbewaarder, vertegenwoordigd door mr. K.E. Stassen, werkzaam bij de Dienst voor het Kadaster en de openbare registers, zijn verschenen.

Ter zitting heeft [appellant] verzocht om wraking van mr. P.A. Offers.

Dit verzoek is door een kamer, bestaande uit drie andere leden van de Afdeling, bij uitspraak van 22 maart 2012 (in zaak nr. 201106528/2/A3) afgewezen.

Bij brieven van 2 april 2012 heeft [appellant] nadere gronden van het hoger beroep ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een nadere zitting op 13 april 2012 aan de orde gesteld.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1 van het Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) heeft iedere natuurlijke of rechtspersoon recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht. De voorgaande bepalingen tasten echter op geen enkele wijze het recht aan, dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen of boeten te verzekeren.

Ingevolge artikel 3:89, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek , voor zover thans van belang, geschiedt de voor overdracht van onroerende zaken vereiste levering door een daartoe bestemde, tussen partijen opgemaakte notariële akte, gevolgd door de inschrijving daarvan in de daartoe bestemde openbare registers.

Ingevolge artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Kadasterwet , voor zover thans van belang, is de bewaarder belast met het bijwerken van de basisregistratie kadaster.

Ingevolge artikel 53 vindt bijwerking plaats als bijhouding, dan wel als vernieuwing.

Ingevolge artikel 54, eerste lid, aanhef en onder a, vindt bijhouding, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, plaats op grond van veranderingen blijkens in de openbare registers ingeschreven stukken, voor zover die betrekking hebben op onroerende zaken en rechten, waaraan die zaken zijn onderworpen.

Ingevolge artikel 56 wordt de wijze van bijwerking, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur geregeld in dier voege:

a. dat na een inschrijving de bijwerking terstond aanvangt, en

b. dat tenminste ingeval een bijwerking leidt tot het wijzigen of aanvullen van de in de basisregistratie kadaster vermeld staande gegevens betreffende de eigenaars of beperkt gerechtigden, de kadastrale aanduiding dan wel de grootte, in de registratie wordt vermeld op grond van welk ingeschreven of ander stuk een bijwerking heeft plaatsgevonden.

Ingevolge artikel 39, eerste lid, van de Kadasterregeling 1994 (hierna: de Regeling), voor zover thans van belang, geschiedt wijziging of aanvulling van de in de kadastrale registratie vermelde gegevens inzake een perceel, met inachtneming van het tweede lid.

Ingevolge het tweede lid, voor zover thans van belang, worden, indien de inschrijving in de openbare registers een wijziging betreft in de rechtstoestand naar burgerlijk recht, dan wel een wijziging of aanvulling van de gegevens omtrent een rechthebbende en die inschrijving aanleiding geeft tot een wijziging of aanvulling van de in de kadastrale registratie vermelde gegevens, laatstbedoelde gegevens met het ingeschreven stuk in overeenstemming gebracht.

2.2. Op 24 december 2009 is een akte van veiling bij inzet en afslag met betrekking tot het perceel kadastraal bekend gemeente IJsselstein, sectie E, nummer 1943 ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster in het register hypotheken 4 deel 57673 nummer 33. Vervolgens is op 5 januari 2010 een proces-verbaal inzake verbetering clerical error ingeschreven in het register hypotheken 4 deel 57740 nummer 68. Naar aanleiding van deze inschrijvingen heeft de hoofdbewaarder de registratie met betrekking tot dat perceel in de basisregistratie kadaster bijgewerkt door doorhaling van de naam van [appellant] als de daartoe gerechtigde. Bij het besluit van 7 januari 2010 heeft de hoofdbewaarder [appellant] van deze bijhouding van de basisadministratie kadaster op de hoogte gesteld.

2.3. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 1 december 2010 in zaak nr. 201004049/1/H3, overwogen dat in deze bestuursrechtelijke procedure uitsluitend de vraag voorligt of de hoofdbewaarder overeenkomstig artikel 39, tweede lid, van de Regeling de gegevens van het betreffende perceel in de kadastrale registratie in overeenstemming heeft gebracht met de gegevens van dit perceel in de openbare registers. De inschrijving van de akte van veiling bij inzet en afslag en het proces-verbaal inzake verbetering clerical error in de openbare registers staat in deze procedure niet ter beoordeling. De rechtmatigheid van het optreden van de Fortis Bank en de betrokken notaris bij de verkoop van het perceel ligt evenmin ter beoordeling voor. Voor zover [appellant] hiertegen wenst op te komen, dient hij zich tot de burgerlijke rechter te wenden. De hoofdbewaarder heeft in dezen slechts een lijdelijke rol en het behoort niet tot zijn taak om te controleren of de verklaring van de notaris inhoudelijk juist is, aldus de rechtbank.

2.4. [appellant] betoogt dat de rechtbank aldus heeft miskend dat deze lijdelijke rol onverlet laat dat de hoofdbewaarder van de bijwerking van de kadastrale registratie had moeten afzien, dan wel deze ongedaan had moeten maken, nu hij met het tegen het besluit van 7 januari 2010 gemaakte bezwaar ervan in kennis is gesteld dat de inschrijving van de akte van veiling bij inzet en afslag in de openbare registers ten onrechte heeft plaatsgevonden. [appellant] voert hiertoe aan dat hij als de in die registers aangewezen eigenaar van het betreffende perceel voor die inschrijving geen toestemming heeft verleend en dat ook een voor die inschrijving noodzakelijke rechterlijke machtiging ontbreekt. Volgens [appellant] heeft de rechtbank voorts miskend dat hij door de bijwerking van de kadastrale registratie is geschaad in zijn eigendomsrecht, als bedoeld in artikel 1 van het eerste Protocol bij het EVRM.

2.4.1. Niet in geschil is dat de hoofdbewaarder de gegevens van het betreffende perceel in de kadastrale registratie in overeenstemming heeft gebracht met de gegevens inzake dit perceel in de openbare registers.

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 16 maart 2011 in zaak nr. 201007850/1/H3), brengt de lijdelijke rol van de hoofdbewaarder bij de bijhouding van de kadastrale registratie mee dat het niet tot zijn taak behoort om te controleren of de inschrijving in de openbare registers terecht is geschied. Over de juistheid van die inschrijving kan alleen bij de burgerlijke rechter worden geprocedeerd.

Op grond van artikel 3:89, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek geschiedt de voor overdracht van onroerende zaken vereiste levering door de inschrijving van de daartoe bestemde notariële akte in de openbare registers. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat de na die levering volgende bijhouding van de kadastrale registratie een inbreuk vormt op het eigendomsrecht, als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM.

De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat de hoofdbewaarder de bijwerking van de kadastrale registratie terecht niet ongedaan heeft gemaakt. Het betoog faalt.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. P.A. Offers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van staat.

w.g. Offers w.g. Neuwahl

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2012

280-598.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature