< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

art. 591a Sv. Uitleg begrip ‘zaak’.

Voor een aantal feiten waarvan de verzoeker werd verdacht is de verzoeker uiteindelijk niet gedagvaard. Deze feiten zijn geseponeerd. De verzoeker is voor de overige feiten gedagvaard en veroordeeld.

Onder het begrip ‘zaak’ als bedoeld in artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering vallen alle feiten waarvoor de verzoeker in bewaring is gesteld, indien deze feiten eveneens deel hebben uitgemaakt van het voorbereidend onderzoek en indien het feit waarvoor de verzoeker wel is gedagvaard op onlosmakelijke wijze samenhangt met de geseponeerde feiten.

Uitspraak



Beslissing van mr. Van der Ven, rechter in deze rechtbank, in zijn hoedanigheid van fungerend voorzitter van deze rechtbank, op het op 19 april 2010 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift ex artikel 591a Wetboek van Strafvordering van:

[verzoeker],

geboren [geboortedatum] te [geboorteplaats],

te dezer zake domicilie kiezende te 3111 AX Schiedam aan de Tuinlaan 120, ten kantore van zijn advocaat mr. P.J. Silvis.

Procedure

De fungerend voorzitter heeft, naast het verzoekschrift met bijlagen, gezien: het dossier met bovenvermeld parketnummer in de strafzaak tegen de verzoeker als verdachte waaruit blijkt dat:

- de verzoeker bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van

16 maart 2009 onder parketnummer 10/660288-08 is veroordeeld ter zake van artikel 26 van de Wet wapens en Munitie en artikel 3 van de Opiumwet ;

- bij brief van de officier van justitie van 18 januari 2010 een sepotbeslissing is genomen ter zake van de gerezen verdenking van (voorbereidingshandelingen voor) moord en/of doodslag en/of diefstal met geweld/afpersing gepleegd op 10 september 2008.

De rechtbank heeft in openbare raadkamer van 19 april 2011 gehoord:

de officier van justitie mr. Van Prooijen en de raadsman.

De verzoeker is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Inhoud van het verzoek

Het verzoekschrift strekt ertoe dat aan de verzoeker uit 's Rijks kas een vergoeding wordt toegekend van € 7.021,00 bestaande uit een bedrag van € 4.165,- ten behoeve van de kosten voor rechtsbijstand van de voorgaande raadsman, mr. G. Szegedi en een bedrag van € 2.856,- ten behoeve van de kosten voor rechtsbijstand van mr. P.J. Silvis.

In raadkamer heeft de advocaat namens de verzoeker te kennen gegeven dat de kosten voor rechtsbijstand voor wat betreft de kosten ad € 4.165,- van de voorgaande raadsman niet nader onderbouwd kunnen worden, waardoor dit deel van het verzoek ingetrokken wordt.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van de verzochte vergoeding van de kosten van juridische bijstand en heeft zich hierbij – zakelijk weergegeven – op het standpunt gesteld dat ondanks het feit dat er een sepotbeslissing is afgegeven voor de feiten die niet op de dagvaarding zijn gekomen er toch sprake is van één zaak, nu het bevel bewaring gold voor zowel de feiten waarvoor de verzoeker uiteindelijk is gedagvaard, als voor de feiten waarvoor een sepotbeslissing is afgegeven.

Beoordeling van het verzoek

De Hoge Raad heeft in diverse uitspraken een uitleg gegeven van de betekenis van het begrip “zaak”, voorkomend in de zinsnede “indien de zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel”, in artikel 591a, eerste en tweede lid van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv).

De Hoge Raad heeft, zo ook in de door de advocaat aangehaalde uitspraak van 8 mei 2001 (NJ 2001, 508) aangegeven dat de term "de zaak" in artikel 591a, eerste en tweede lid, Sv de betekenis heeft van "al datgene waarop het rechtsgeding betrekking had". In het geval dat een onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden zijn de grenzen daarvan vastgelegd in hetgeen bij inleidende dagvaarding aan de verdachte is ten laste gelegd.

In casu wordt door en namens de verzoeker aangegeven dat uiteindelijk drie feiten niet in de inleidende dagvaarding zijn opgenomen en zijn geseponeerd, waardoor deze feiten niet onder het begrip “zaak” vallen in de zaak met parketnummer 10/660288-08. Gelet hierop is de verzoeker van mening dat een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 591a Sv mogelijk is.

Het derde feit op de inleidende dagvaarding betreft een feit naar aanleiding van het opsporingsonderzoek onder de naam “[naam onderzoek]”.

In dit zelfde onderzoek zijn de geseponeerde feiten onderzocht. Blijkens het dossier in de strafzaak tegen de verzoeker als verdachte is het opsporingsonderzoek “[naam onderzoek]” in eerste instantie verricht naar aanleiding van een vermissing dan wel mogelijke moord/doodslag en/of diefstal met geweld/afpersing van 20 KG hennep welke feiten gepleegd zouden zijn op of omstreeks 10 september 2008. De verzoeker is eveneens voor deze feiten op 24 november 2008 in bewaring gesteld.

Volgens artikel 132 Sv wordt onder het voorbereidend onderzoek verstaan het onderzoek wat aan de behandeling ter terechtzitting voorafgaat. In het kader van het voorbereidend onderzoek zijn strafvorderlijke activiteiten verricht naar zowel het op de dagvaarding vermelde derde feit als de drie geseponeerde feiten. Deze strafvorderlijke activiteiten zijn alle onder de naam “[naam onderzoek]” verricht.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de drie geseponeerde feiten op onlosmakelijke wijze samenhangen met het uiteindelijk als feit drie gedagvaarde feit, waarvoor de verzoeker op 16 maart 2009 onder andere is veroordeeld.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat onder het begrip “zaak” eveneens valt de in het voorbereidende onderzoek genoemde feiten, waarvoor ook de voorlopige hechtenis heeft gegolden, doch waarvoor uiteindelijk door de officier van justitie is besloten om niet te vervolgen, maar welke feiten op onlosmakelijke wijze aan een uiteindelijk gedagvaard feit zijn verbonden.

De zaak is niet geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Aan de verzoeker komt derhalve geen vergoeding op grond van artikel 591a Sv toe. Het verzoek daartoe zal dan ook worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

- wijst af het verzoek in al zijn onderdelen.

Deze beslissing is gegeven door:

mr. Van der Ven, fungerend voorzitter,

in tegenwoordigheid van mw. Kegreisz, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature