Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebieden:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De wetgever heeft de verstrekking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) geheel in het kader van de publieke taakuitoefening geplaatst. Onderzoek in het gemeentelijk archief, voorafgaand aan en nodig voor de verstrekking van informatie op grond van de Wob, is dus niet in overheersende mate gericht op dienstverlening voor een individualiseerbaar belang. Ook als met het verstrekken van die informatie tevens een individualiseerbaar belang wordt gediend, staat het publieke belang nog voorop en is overheersend. Archiefonderzoek voorafgaand aan het verstrekken van informatie op grond van de Wob is daarom geen dienst in de zin van artikel 229 van de Gemeentewet waarvoor leges mag worden geheven.

De Wob schrijft niet voor dat informatie moet worden verstrekt in de vorm van kopieën van documenten. Ook zal het feitelijke bezit van kopieën in de regel in overheersende mate een individualiseerbaar belang dienen. Het verstrekken van informatie in de vorm van kopieën van documenten kan daarom wel worden aangemerkt als een dienst in de zin van artikel 229 van de Gemeentewet . Leges, in de vorm van kopieerkosten, mochten daarvoor in rekening worden gebracht.

Uitspraak



RECHTBANK ALKMAAR

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 10/2991

uitspraak van de meervoudige kamer van 19 januari 2012 in de zaak tussen

de stichting Stichting Belangengroep Berkhout is Boos!, te Berkhout, eiseres,

(gemachtigden [naam 1], [naam 2] en [naam 3]),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Koggenland, verweerder,

(gemachtigden T. van Hooff en R. van der Woude).

Procesverloop

Bij beschikking van 25 mei 2010 (het primaire besluit) heeft verweerder van eiseres voor het verstrekken van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een bedrag van € 262,70 leges geheven.

Het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar heeft verweerder bij uitspraak op bezwaar van 13 oktober 2010 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft eiseres beroep ingesteld.

De enkelvoudige kamer van de rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 oktober 2011, waar eiseres door twee van haar gemachtigden is vertegenwoordigd. Verweerder is ter zitting vertegenwoordigd door zijn gemachtigden.

Bij beslissing van 28 november 2011 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en de zaak verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank.

De meervoudige kamer van de rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 december 2011, waar eiseres door twee van haar gemachtigden is vertegenwoordigd. Verweerder is ter zitting vertegenwoordigd door een van zijn gemachtigden.

Feiten

Op 1 april 2010 heeft eiseres verweerder op grond van de Wob verzocht om kopieën van een aantal documenten inzake de besluitvorming rond het bedrijventerrein Jaagweg/Distriport in de periode van 17 februari 2009 tot en met 31 maart 2010.

Bij zijn besluit van 25 mei 2010 op dit verzoek heeft verweerder kopieën van een aantal documenten aan eiseres toegezonden. In dit besluit staat dat de legeskosten in verband met de toezending van de stukken in totaal € 262,70 bedragen. De legeskosten bestaan uit de kosten voor kopieën (€ 21,70 voor 62 stuks à € 0,35 per kopie) en de kosten voor archiefonderzoek (€ 240,- voor 24 tijdseenheden van 15 minuten à € 10,- per tijdseenheid).

Ter zitting heeft verweerder bevestigd dat sprake is van een kennelijke verschrijving en dat de legeskosten € 261,70 behoren te bedragen.

Geschil en beoordeling

1. De rechtbank stelt allereerst vast dat het bestreden besluit is genomen door verweerder. Ingevolge artikel 231, tweede lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet is echter de gemeenteambtenaar, belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen, bevoegd tot het heffen van gemeentelijke belastingen en daarmee tevens bevoegd om te beslissen op een tegen een heffingsbesluit gemaakt bezwaar. Dit betekent, zoals ook door de gemachtigden van verweerder is bevestigd tijdens de zitting van 26 oktober 2011, dat het bestreden besluit onbevoegd is genomen door verweerder. Gelet hierop is het beroep gegrond en zal de rechtbank het bestreden besluit vernietigen.

2. In een tijdens de zitting overgelegde schriftelijke verklaring van de heffingsambtenaar schrijft deze van oordeel te zijn dat het bestreden besluit conform de geldende Legesverordening is genomen en dat hij niet tot een ander oordeel zou zijn gekomen. De rechtbank begrijpt hieruit dat de heffingsambtenaar het bestreden besluit onderschrijft en voor zijn rekening neemt. Dit geeft de rechtbank de mogelijkheid tot een finale beslechting van het inhoudelijke geschil tussen partijen te komen door dit te beoordelen en eventueel de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel of gedeeltelijk in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Daartoe moet de rechtbank beoordelen of de heffingsambtenaar terecht en op goede gronden van eiseres leges heeft geheven voor de behandeling van haar Wob-verzoek.

3. Bij die beoordeling is de volgende regelgeving van belang.

Ingevolge artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet kunnen rechten worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wob verstrekt een bestuursorgaan bij de uitvoering van zijn taak informa-tie overeenkomstig de Wob en gaat daarbij uit van het algemeen belang van openbaarheid van informatie.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Wob kan een ieder een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

Ingevolge het derde lid van dit artikel behoeft de verzoeker bij zijn verzoek geen belang te stellen.

Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Wob verschaft het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat, uit eigen beweging informatie over het beleid, de voorbereiding en de uitvoering daaronder begrepen, zodra dat in het belang is van een goede en democratische bestuursvoering.

Ingevolge artikel 12 van de Wob kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor de centrale overheid regels worden gesteld met betrekking tot in rekening te brengen vergoedingen voor het ingevolge een verzoek om informatie vervaardigen van kopieën van documenten en uittreksels of samenvattingen van de in-houd daarvan.

Ingevolge artikel 2 van de Legesverordening 2010 (de Legesverordening) worden onder de naam “leges” rechten geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel (de Tarieventabel).

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de Legesverordening worden de leges geheven naar de tarieven, opgenomen in de Tarieventabel.

Ingevolge artikel 2.5.1 van de Tarieventabel bedraagt het tarief voor het verstrekken van kopie ën, uittreksels en samenvattingen op verzoek in het kader van de Wob voor 18 of meer kopieën per kopie € 0,35.

Ingevolge artikel 2.5.2. van de Tarieventabel wordt, indien voor het verstrekken van stukken onderzoek moet plaatsvinden in het gemeentelijk archief, voor de duur van het onderzoek per tijdseenheid van 15 minuten een extra bijdrage gevraagd van € 10,-.

4. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat in artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet is bepaald dat rechten kunnen worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Verweerder is van mening dat de werkzaamheden die zijn verricht naar aanleiding van het Wob-verzoek van eiseres kunnen worden aangemerkt als diensten, ten behoeve van het individualiseerbare belang dat eiseres heeft bij het uitvoeren van het doel van de stichting, te weten informatieverschaffing aan de bewoners van Berkhout. Verweerder verwijst hierbij naar de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 september 2008 (LJN: BF2086). Gelet hierop is verweerder van mening dat van eiseres terecht leges zijn geheven.

5. Eiseres stelt zich, met een beroep op de uitspraak van de rechtbank ’s Gravenhage van 28 april 2010 (LJN: BM4074), op het standpunt dat verweerder ten onrechte leges heeft geheven voor de verrichte werkzaamheden en voor de gemaakte kopieerkosten. Hiertoe stelt eiseres dat verweerder bij het verstrekken van de informatie naar aanleiding van haar Wob-verzoek geen dienst heeft verricht, omdat de werkzaamheden binnen de publieke taakuitoefening liggen en omdat de informatieverstrekking geen verband houdt met een individualiseerbaar belang van eiseres ter verkrijging van de verzochte informatie. Eiseres wijst er daarbij op dat verweerder bij het beantwoorden van een Wob-verzoek ingevolge artikel 8 van de Wob zelfs een actieve plicht heeft tot openbaarheid en dat het recht op openbaarmaking van informatie ingevolge de Wob uitsluitend het publieke belang van een goede en democratische bestuursvoering dient. Verder stelt eiseres dat uit haar statuten blijkt dat zij geen individu is maar een stichting die zich namens de inwoners van Berkhout inzet om de ontwikkeling van het bedrijventerrein Jaagweg/Distriport te voorkomen en dat mede daarom het verzoek om informatie over het bedrijventerrein geen individueel belang dient.

6. De rechtbank overweegt dat verweerder de bevoegdheid tot het van heffen van leges voor het verstrekken van informatie heeft gebaseerd op artikel 2 van de Legesverordening, die is vastgesteld krachtens artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet . Of verweerder van eiseres de in geschil zijnde leges mocht heffen hangt af van het antwoord op de vraag of verweerder diensten in de zin van deze artikelen heeft verstrekt.

7. Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (waaronder het arrest van 17 april 2009, LJN: BI1253) kunnen door of vanwege het gemeentebestuur verrichte werkzaamheden slechts als diensten worden aangemerkt indien het gaat om werkzaamheden die liggen buiten het gebied van de publieke taakuitoefening en die rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang.

8. Artikel 110 van de Grondwet verplicht de overheid tot openbaarheid bij de uitvoering van haar taken. De Wob geeft uitvoering aan deze grondwettelijke bepaling en beoogt de burger transparantie te bieden in de bestuurlijke besluitvorming. De Wob vormt het algemene juridische kader voor de informatievoorziening door bestuursorganen en probeert het belang van de openbaarheid van stukken te beschermen. Artikel 2 van de Wob vermeldt expliciet het algemeen belang van openbaarheid van informatie. Op grond van artikel 3 van de Wob behoeft een verzoeker om informatie bij zijn verzoek geen eigen belang te stellen.

De rechtbank concludeert uit het voorgaande dat de verstrekking van informatie op grond van de Wob door de wetgever geheel in het kader van de publieke taakuitoefening is geplaatst. Onderzoek in het gemeentelijk archief, voorafgaand aan en nodig voor de verstrekking van informatie op grond van de Wob, kan dus nimmer in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Ook als met het verstrekken van die informatie tevens een individualiseerbaar belang wordt gediend, is nog steeds geen sprake van een overheersend individualiseerbaar belang, het publieke belang staat immers voorop en is overheersend.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat archiefonderzoek voorafgaand aan het verstrekken van informatie op grond van de Wob geen dienst is in de zin van artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet en artikel 2 van de Legesverordening. Artikel 2.5. 2 van de Tarieventabel dient daarom buiten toepassing te worden gelaten bij een verzoek om verstrekking van informatie op grond van de Wob. En verweerder mocht van eiseres dus geen leges heffen voor zijn archiefonderzoek, zoals hij heeft gedaan.

9. De rechtbank wijst verweerder geheel ten overvloede nog op artikel 3 van de Archiefwet 1995 , waarin onder meer staat dat “overheidsorganen zijn verplicht de onder hen berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren”. Dit artikel lijkt zich ook niet te verdragen met het in rekening brengen van kosten voor het opzoeken van informatie die op grond van de Wob openbaar moet worden gemaakt.

10. De Wob schrijft niet voor dat de verzochte informatie moet worden verstrekt in de vorm van kopieën van documenten. Als informatie kan worden verstrekt op een andere manier dan door het verstrekken van kopieën van documenten, bijvoorbeeld door deze ter inzage te geven, dan valt het vervaardigen van kopieën van documenten en het verstrekken daarvan aan een verzoeker om informatie op grond van de Wob niet meer onder de publieke taakuitoefening. Daarbij zal het feitelijke bezit van die kopieën in de regel in overheersende mate een individualiseerbaar belang dienen. Gelet hierop kan het verstrekken van de verzochte informatie in de vorm van kopieën van documenten naar het oordeel van de rechtbank wel worden aangemerkt als een dienst in de zin van artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, van de Gemeentewet . Het komt de rechtbank dan ook redelijk voor dat de kopieerkosten gemaakt voor het verstrekken van kopieën op grond van een Wob-verzoek in rekening worden gebracht.

11. De rechtbank heeft kennisgenomen van de door eiseres aangevoerde omstandigheid dat in artikel 7, tweede lid, van het Verdrag van Tromsø van 18 juni 2009 is vastgelegd dat alleen kosten in rekening kunnen worden gebracht voor een afschrift van officiële documenten, mits deze redelijk zijn en de werkelijke kosten van de reproductie en levering niet overschrijden. De rechtbank heeft ook kennisgenomen van de door eiseres genoemde brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer van 31 mei 2011, waarin deze heeft aangegeven dat het zijn bedoeling is de Wob op dit punt meer in overeenstemming te brengen met het verdrag. De minister wil een voorstel gaan doen voor een eenduidige regeling in de Wob waarin voor alle bestuursorganen wordt vastgelegd dat alleen kosten voor reproductie en levering in rekening kunnen worden gebracht.

Vaststaat echter dat Nederland genoemd verdrag nog niet heeft ondertekend en dat het ook nog niet in werking is getreden. De Wob is evenmin aangepast. Het verdrag noch het voornemen van de minister kan dan ook iets toe- of afdoen aan de hiervoor gegeven oordelen van de rechtbank, die uitsluitend zijn gebaseerd op geldende wet- en regelgeving en rechtspraak.

12. De rechtbank concludeert dat verweerder voor het verstrekken van de verzochte informatie in de vorm van kopieën van documenten van eiseres wel leges mocht heffen op grond van de Legesverordening en de tarieventabel. Zij heeft daarbij in aanmerking genomen dat er geen aanleiding is het gehanteerde tarief van € 0,35 per kopie onredelijk te achten.

13. Gezien de overwegingen hiervoor ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak te voorzien. Zij zal het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit alsnog gegrond verklaren en de aanslag verminderen tot € 21,70. De heffingsambtenaar hoeft dus niet zelf een nieuwe uitspraak op het bezwaar van eiseres te doen.

14. Nu het beroep gegrond is, is er aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiseres heeft verzocht om vergoeding van haar reiskosten. De rechtbank heeft deze met toepassing van het besluit proceskosten bestuursrecht bepaald op € 30,- (voor twee personen, voor twee zittingen, volgens het tarief openbaar vervoer, laagste klasse).

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- verklaart het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit alsnog gegrond;

- vermindert de aanslag leges tot € 21,70;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 298,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 30,-, te betalen aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, voorzitter, en mr. T. Luigjes en mr. W.A. Swildens, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.S. van der Stoop, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 januari 2012.

griffier voorzitter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature