< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Beëindiging ZW-uitkering. Appellant moet in staat worden geacht de voor hem in het kader van de Wet WIA geselecteerde functies te verrichten. Er ontbreekt een objectieve medische onderbouwing voor het aannemen van meer beperkingen bij appellant voor het verrichten van arbeid dan vastliggen in de Functionele Mogelijkheden Lijst.

Uitspraak



10/3688 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 16 juni 2010, 10/1906 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 29 februari 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M.H. Samama, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2012. Voor appellant is verschenen mr. Samama. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. de Rooy-Bal.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is in 2006 uitgevallen uit zijn werk als rozenknipper. Bij besluit van 13 februari 2008 heeft het Uwv bepaald dat hij in aansluiting op het ontvangen ziekengeld met ingang van 14 maart 2008 niet in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Vanuit de situatie dat hij een uitkering ontving op grond van de Werkloosheidswet heeft hij zich op 23 september 2009 ziek gemeld met hoofdpijn, rugpijn en klachten van lusteloosheid. Aan appellant is een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.

1.2. Bij onderzoek op 12 januari 2010 heeft de verzekeringsarts vastgesteld dat appellant voor de hoofdpijnklachten niet onder behandeling is en geen medicijnen slikt. Deze klachten samen met de chronische rugpijn leiden volgens de verzekeringsarts niet tot zodanige beperkingen dat appellant niet tot het verrichten van zijn arbeid in staat is. Het Uwv heeft bij besluit van 12 januari 2010 bepaald dat appellant geen recht meer heeft op een ZW-uitkering.

1.3. Bij besluit van 22 februari 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van

12 januari 2010, onder verwijzing naar een rapportage van een bezwaarverzekeringsarts van 10 februari 2010 ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering met ingang van 13 januari 2010 gehandhaafd.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het Uwv gevolgd in zijn oordeel dat appellant in staat moet worden geacht de voor hem in het kader van de Wet WIA geselecteerde functies te verrichten.

3. Appellant kan zich niet verenigen met de aangevallen uitspraak. Volgens hem blijkt uit de door het Uwv bij besluit van

1 december 2009 afgegeven indicatie voor werk in de Sociale Werkvoorziening (WSW-indicatie) en uit een verslag van een psychodiagnostisch onderzoek, dat is uitgevoerd op 3 juni 2010, dat het Uwv geen juist beeld heeft gehad van zijn beperkingen voor het verrichten van arbeid op 13 januari 2010.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Op grond van artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld. Volgens vaste rechtspraak van de Raad wordt onder ‘zijn arbeid’ verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid. Deze regel lijdt in zoverre uitzondering dat, wanneer de verzekerde na het volbrengen van de voorgeschreven wachttijd blijvend ongeschikt is voor zijn oude werk en niet in enig werk heeft hervat, als maatstaf geldt arbeid, zoals die nader is geconcretiseerd bij de beoordeling van zijn aanspraak op een uitkering op grond van de Wet WIA. Van ongeschiktheid in de zin van de ZW is geen sprake indien de verzekerde geschikt is voor ten minste één van de functies die zijn geselecteerd bij de schatting in het kader van de Wet WIA. In het geval van appellant zijn dit onder andere de functies sorteerder/controleur, productiemedewerker voedingsmiddelenindustrie en productiemedewerker industrie.

4.2.1. Met het Uwv en de rechtbank is de Raad van oordeel dat een objectieve medische onderbouwing ontbreekt voor het aannemen van meer beperkingen bij appellant voor het verrichten van arbeid dan vastliggen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 10 december 2007. Uit vaste rechtspraak volgt dat aan een WSW-indicatie geen rechtstreekse betekenis kan worden ontleend voor de vraag of aanspraak op een uitkering bestaat, maar dat gegevens die in het kader van de WSW worden verkregen wel kunnen worden gebruikt in het kader van de beantwoording van de vraag of een verzekerde aanspraak heeft op een ZW-uitkering (CRvB 24 oktober 2006, LJN AZ0958 en CRvB

2 maart 2011, LJN BP7599).

4.2.2. De verzekeringsarts G. Baldew, die appellant in verband met de WSW-indicatie heeft onderzocht, heeft in de door haar opgestelde FML neergelegd dat appellant beperkingen heeft voor dynamische handelingen en statische houdingen. De door haar beschreven beperkingen komen overeen met de in de FML van 10 december 2007 vastgelegde beperkingen met uitzondering van een beperking ten aanzien van staan. Het aannemen van een beperking voor staan gedurende meer dan de helft van de werkdag leidt niet tot ongeschiktheid van appellant voor alle in het kader van de Wet WIA geselecteerde functies. Baldew heeft bij haar onderzoek van appellant geen psychische stoornis vastgesteld.

4.2.3. In verband met de WSW-indicatie is appellant ook onderzocht door psycholoog M. van Heck. Zij is tot de conclusie gekomen dat appellant cognitieve stoornissen heeft en last heeft van stemmingsproblematiek als gevolg waarvan hij beperkt is in zijn persoonlijk en sociaal functioneren. Er is volgens Van Heck ook sprake van een energetische beperking als gevolg van slecht slapen. In de door haar opgestelde FML heeft zij forse beperkingen aangenomen op nagenoeg alle onderdelen in de rubrieken 1 en 2 van de FML alsmede een urenbeperking. Voor deze beperkingen is echter geen medische onderbouwing te vinden in de rapportage van Baldew. Aan de opmerkingen van Van Heck over het intelligentieniveau van appellant kan geen doorslaggevende betekenis worden toegekend, omdat bij appellant in verband met zijn beperkte beheersing van de Nederlandse taal slechts een deel van de gebruikelijke testen is afgenomen.

4.2.4. Psycholoog L.M. Straka, die appellant op 3 juni 2010 psychodiagnostische heeft onderzocht, heeft in zijn verslag van het onderzoek vermeld dat het gesprek met appellant moeizaam is verlopen in verband met taalbelemmeringen en oppervlakkig is gebleven. Straka is, aldus het verslag, slechts beperkt in staat geweest om een klachtenbeeld te verwerven, omdat appellant nauwelijks in staat was om zijn omschrijvingen te concretiseren. Om die reden geven de in het verslag in algemene bewoordingen beschreven beperkingen in de belastbaarheid van appellant ten tijde van het onderzoek door Straka, geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van het Uwv.

4.3. Voor benoeming van een deskundige, zoals ter zitting is verzocht, is geen aanleiding. Net als de rechtbank komt de Raad tot de slotsom dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat appellant op 13 januari 2010 in staat was om zijn arbeid te verrichten.

4.4. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door M.Greebe, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 februari 2012.

(get.) M. Greebe.

(get.) N.S.A. El Hana.

JL


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature