< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

De rechtbank acht poging doodslag op agenten tijdens achtervolging met auto bewezen en veroordeelt verdachten tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met reclasseringstoezicht (uitspraak medeverdachte onder LJN BV7185).

Uitspraak



RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950695-11

Uitspraak d.d.: 28 februari 2012

Tegenspraak - dip

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [plaats op 1981],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in PI Overijssel - HvB Karelskamp te Almelo.

Raadsman mr. Tuma, advocaat te Amersfoort.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 februari 2012.

De tenlastelegging

Nadat de tenlastelegging is gewijzigd (cursief weergegeven) is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 oktober 2011 te Westendorp, gemeente Oude IJsselstreek,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [verbalisant A]

(agent van politie) en/of [verbalisant B] (hoofdagent van politie) van het leven

te beroven,

- terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), als inzittende(n) van een

personenauto, gedurende de nachtelijke uren, over de Terborgseweg, werd(en)

achtervolgd door een opvallende politieauto, waarbij de snelheid opliep tot

(ongeveer) 170-180 kilometer per uur en/of

- terwijl die politieauto optische signalen (blauwe zwaailichten en/of het

transparant met de tekst "STOP POLITIE") voerde en/of

- terwijl die Terborgseweg niet over de gehele lengte was voorzien van

straatverlichting,

met dat opzet uit (een zijraam van) die rijdende personenauto, een (houten)

tuinbeeld en/of een of meer (houten) karrenwiel(en), althans een of meer

grotere (houten) voorwerpen, in de berm en/of op de rijbaan van die

Terborgseweg heeft/hebben gegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 29 oktober 2011 te Westendorp, gemeente Oude IJsselstreek,

tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [verbalisant A] (agent van politie) en/of [verbalisant B] (hoofdagent van

politie), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

- terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), als inzittende(n) van een

personenauto, gedurende de nachtelijke uren, over de Terborgseweg, werd(en)

achtervolgd door een opvallende politieauto, waarbij de snelheid opliep tot

(ongeveer) 170-180 kilometer per uur en/of

- terwijl die politieauto optische signalen (blauwe zwaailichten en/of het

transparant met de tekst "STOP POLITIE") voerde en/of

- terwijl die Terborgseweg niet over de gehele lengte was voorzien van

straatverlichting,

met dat opzet uit (een zijraam van) die rijdende personenauto, een (houten)

tuinbeeld en/of een of meer (houten) karrenwiel(en), althans een of meer

grotere (houten) voorwerpen, in de berm en/of op de rijbaan van die

Terborgseweg heeft/hebben gegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 29 oktober 2011 te Westendorp, gemeente Oude IJsselstreek,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

als verkeersdeelnemer, namelijk als passagier van een motorrijtuig (personenauto,

gekentekend [kenteken 1]), daarmee rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande

weg, de Varsseveldseweg en/of de Terborgseweg, komende vanuit de bebouwde kom van

Terborg en rijdende in de richting van de bebouwde kom van Varsseveld,

- terwijl het donker was en/of die voornoemde weg(en) niet over de gehele lengte was/waren

voorzien van straatverlichting en/of

- terwijl zich (op korte afstand) naast de rijbaan van voornoemde weg( en) een onverharde

berm en/of een bomenrij en/of een sloot/greppel bevond en/of

- terwijl op het eerste deel van de Varsselveldseweg, buiten de bebouwde kom van Terborg,

middels een zonale toepassing van Bord A1 van de Bijlage I bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (verder RVV 1990), voor motorvoertuigen een maximumsnelheid gold van 60 kilometer per uur en/of

- terwijl voornoemd motorvoertuig werd achtervolgd door een opvallende politieauto welke

optische signalen (te weten blauwe zwaailichten en/of het transparant met de tekst "STOP

POLITIE") voerde,

op het gedeelte van de Varsseveldseweg waar een maximumsnelheid geldt van 60 kilometer

per uur, in strijd met artikel 21 van het RVV1990 met een snelheid van ongeveer I10

kilometer per uur, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de toegestane

maximumsnelheid van 60 kilometer per uur heeft gereden en/of

(vervolgens) op het gedeelte van de Varsseveldseweg en/of de Terborgseweg, waar een

maximumsnelheid geldt van 80 kilometer per uur, in strijd met artikel 21 van het RVV1990

met een snelheid van ongeveer 170 tot 180 kilometer per uur, althans met een (aanzienlijk)

hogere snelheid dan de maximumsnelheid van 80 kilometer per uur heeft gereden en/of

(vervolgens) terwijl met die snelheid van ongeveer 170 tot 180 kilometer per uur werd

gereden, een (houten) tuinbeeld en/of een of meer (houten) karrenwiel(en), althans een of

meer grotere (houten) voorwerpen, in de berm en/of op de rijbaan van die Terborgseweg heeft gegooid en/of

waarna (vervolgens) die achtervolgende politieauto is gebotst tegen, althans in aanrijding is

gekomen met (één van) die voornoemde voorwerpen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

2.

hij op of omstreeks 29 oktober 2011 te Westendorp, gemeente Oude IJsselstreek,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk

en wederrechtelijk een personenauto (opvallende politieauto VW Touran,

kenteken [kenteken 2]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan de Politieregio Noord- en Oost-Gelderland, in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of

beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s),

- terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), als inzittende(n) van een

personenauto, gedurende de nachtelijke uren, over de Terborgseweg, werd(en)

achtervolgd door een opvallende politieauto, waarbij de snelheid opliep tot

(ongeveer) 170-180 kilometer per uur en/of

- terwijl die politieauto optische signalen (blauwe zwaailichten en/of het

transparant met de tekst "STOP POLITIE") voerde en/of

- terwijl die Terborgseweg niet over de gehele lengte was voorzien van

straatverlichting,

met dat opzet uit (een zijraam van) die rijdende personenauto, een (houten)

tuinbeeld en/of een of meer (houten) karrenwiel(en), althans een of meer

grotere (houten) voorwerpen, in de berm en/of op de rijbaan van die

Terborgseweg gegooid, waarna (vervolgens) die achtervolgende politieauto met

bovengenoemde snelheid, althans met zeer hoge snelheid tegen dat/die

voorwerp(en) is aangereden en/of over die/dat voorwerp(en) is heengereden;

art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 29 oktober 2011 te Terborg, gemeente Oude IJsselstreek,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een tuin van een woning

(gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een houten beeld (broedende

eend), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Vaststaande feiten / aanleiding van het onderzoek

Op zaterdag 29 oktober 2011, omstreeks 2.50 uur, willen verbalisanten [verbalisant B] en [verbalisant A], op de Terborgseweg, gemeente Oude IJsselstreek, een grijze Mercedes onderwerpen aan een verkeerscontrole. Als zij die auto, gekentekend [kenteken 1], zijn genaderd, begint deze te rijden en verhoogt zijn snelheid. De politie zet de achtervolging in, waarbij een stopteken door verdachten wordt genegeerd en de snelheid tijdens deze achtervolging oploopt tot 170-180 km/u. Na ongeveer drie kilometer zien de politiefunctionarissen dat de bestuurder van de Mercedes een aantal keren kort achter elkaar op de rem trapt. Enkele seconden later zien zij plots een onbekend voorwerp op de rijbaan liggen.

Door de grote snelheid, 170-180 km/u, kan de achtervolgende politieauto een aanrijding met dit voorwerp niet meer voorkomen. Op de rijbaan worden na de aanrijding diverse stukken hout aangetroffen. Nadat de politie gepost heeft bij de woning van de tenaamgestelde van het kenteken, [verdachte B], worden verdachten [verdachte B] en [medeverdachte A] op 29 oktober 2011, omstreeks 05.00 uur aangehouden.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde feiten. Ter zitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen toegelicht en opgesomd, waarbij de officier van justitie met betrekking tot het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft betoogd dat zij die feiten via het "voorwaardelijk opzet" bewezen acht en dat verdachte alle feiten tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte A] heeft gepleegd.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Door de raadsman is een vrijspraak bepleit van het onder 1 primair tenlastegelegde, medeplegen van poging tot doodslag en het onder 1 subsidiair tenlastegelegde medeplegen van poging tot zware mishandeling. De onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 kan bewezen worden verklaard. Door de raadsman is met name aangevoerd dat verdachte niet het opzet heeft gehad, ook niet via de voorwaardelijke opzet variant op het plegen van deze feiten. Hetzelfde standpunt heeft hij ingenomen met betrekking tot feit 2.

Verdachte bekent de onder feit 3 tenlastegelegde gekwalificeerde diefstal te hebben gepleegd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten uit van de volgende feiten en omstandigheden. In het dossier bevinden zich verschillende stukken, zoals hierna zakelijk en verhalenderwijs weergegeven.

Ten aanzien van feit 1 primair en 2:

Verbalisant [verbalisant A] heeft op 29 oktober 2011 aangifte gedaan ter zake van poging doodslag gepleegd op de Terborgseweg te Westendorp, gemeente Oude IJsseldtreek, en heeft verklaard2 dat hij werkzaam is als politiemedewerker binnen het Team Oude IJsselstreek.

Op 29 oktober 2011 rijdt hij als bestuurder, in uniform gekleed in een opvallend politievoertuig, samen met collega [verbalisant B], over de Terborgseweg, gemeente Oude IJsselstreek, vanuit de richting Varsseveld in de richting van Terborg. Onderweg richting Terborg heeft hij geen bijzonderheden op het wegdek zien liggen.

Ter hoogte van "Maron Meubelen" aan de Stationsweg te Terborg wil hij een grijze Mercedes, voorzien van het kenteken [kenteken 1], onderwerpen aan een algemene verkeerscontrole. Als hij die Mercedes nadert, begint deze te rijden. Nadat hij het politievoertuig heeft gekeerd, verhoogt de Mercedes zijn snelheid. Hierop wordt direct de achtervolging door hem ingezet.

Het doel de bestuurder staande te houden wordt door hem kenbaar gemaakt middels het transparant "Stop politie". Hij ziet de Mercedes linksaf de Terborgseweg richting Varsseveld opslaan en daar de snelheid weer verhogen. Als de snelheid van de Mercedes al boven de 110 km/u is, waar 60 km/u is toegestaan, heeft de verbalisant besloten de blauwe lampen aan te zetten om beter op te vallen.

Tijdens de daarop plaatsvindende achtervolging worden snelheden gehaald van 170-180 km/u. Als de politieauto ongeveer drie kilometer buiten de bebouwde kom van Terborg op een afstand van ongeveer 500 m achter de Mercedes rijdt ziet de verbalisant de remlichten bij de Mercedes ineens een aantal keren kort achter elkaar branden en enkele seconden later ziet hij een voorwerp op de rechterrijbaan van de Terborgseweg liggen. De snelheid van de politieauto is op dat moment tussen de 170-180 km/u. Door een stuurcorrectie wordt door verbalisant getracht een aanrijding met het onbekende voorwerp te voorkomen. Op dat moment hoort verbalisant een harde klap ter hoogte van het rechter voorwiel van het dienstvoertuig en voelt hij aan de trekkende beweging van het stuur en die klap, dat hij een stevig voorwerp raakt. Hij ziet en voelt het voertuig iets naar links van de weg gaan. Door een stuurcorrectie voorkomt hij dat het politievoertuig uit balans raakt, hetgeen door de aanwezige bebouwing, sloten en bomen langs de Terborgseweg nare gevolgen gehad zou kunnen hebben. Als hij geen achterlampen meer ziet rijdt hij terug naar de plaats van de aanrijding. Op het display van de politieauto gaan waarschuwingslampjes branden. De verbalisant ziet rechtsvoor aan het dienstvoertuig schade: een barst in de bumper ter hoogte van de berm/mistverlichting. Hij ziet ook rook bij de wielkas en motorkap vandaan komen. Teruggelopen over de Terborgseweg richting Terborg ziet hij op het wegdek van de Terborgseweg, ongeveer 3700 m vanaf de Stationsstraat te Terborg flinke stukken hout liggen.

Verbalisant [verbalisant B] heeft verklaard3 dat hij werkzaam is bij politieregio Noord- en Oost Gelderland. Op 29 oktober 2011 rijdt hij als bijrijder, in uniform gekleed in een opvallend politievoertuig, samen met collega [verbalisant A], vanuit Varsseveld richting Terborg, gemeente Oude IJsselstreek. Buiten wat doodgereden klein wild, is de weg, de N818, in beide richtingen vrij van obstakels. De N818 tussen Terborg en Varsseveld is ongeveer 6 km lang, landelijk gelegen buiten de bebouwde kom. De maximum snelheid op de N818 is 80 km/u. Ter hoogte van de zijwegen is de N818 voorzien van straatverlichting; op de tussenliggende stukken staat nagenoeg geen straatverlichting. Links en rechts naast de rijbaan van de N818 staan er bomen in de berm, waaronder de rand van een bosperceel, en zijn er sloten in de berm aanwezig.

Op de Stationsweg ter hoogte van "Maron Meubelen" hebben verbalisanten de intentie om een voertuig aan een algemene verkeerscontrole te onderwerpen. Bij nadering van dat voertuig, een grijze Mercedes, die voorzien blijkt te zijn van het kenteken [kenteken 1], zien zij dat die auto met hoge snelheid wegrijdt. Zijn collega keert het dienstvoertuig en zet de achtervolging in. Daarbij wordt het stopbord "Stop politie" aangezet. Verbalisant ziet dat de snelheid van de Mercedes op een weg waar maximaal 60 km/u mag worden gereden, wordt opgevoerd tot 110 km/u. Als gemerkt wordt dat het stopteken door de bestuurder van de Mercedes genegeerd wordt, is tevens om medeweggebruikers te waarschuwen het blauwe zwaailicht aangezet. Op de N818 loopt de snelheid van het politievoertuig op tot 170-180 km/u. Verbalisant schat de onderlinge afstand tot de Mercedes op ongeveer 400-500 m. Plotseling zien verbalisanten de remlichten van de Mercedes een paar keer branden en krijgt verbalisant de indruk dat de onderlinge afstand even korter wordt. Luttele seconden later zien verbalisanten een op dat moment nog onbekend voorwerp voor hun voertuig op de rijbaan opdoemen. Collega [verbalisant A] heeft getracht uit te wijken naar links.

Zij horen een keiharde knal en voelen dat het rechter voorwiel over een voorwerp rijdt.

Als zij de Mercedes "kwijt" zijn, rijden verbalisanten terug naar de plaats van het ongeval, maar zetten het voertuig op ongeveer 750 meter voor de plaats van het ongeval stil omdat diverse waarschuwingslampjes gaan branden. Verbalisanten zien vervolgens een vloeistof/bandenspoor op de rijbaan richting Varsseveld. Aan het eind daarvan (ongeveer 750 meter) zien zij op de rijbaan en her en der in de berm grote houten gelakte brokstukken liggen. Op de rijbaan zelf treffen zij het grootste deel aan, een brokstuk van naar schatting 20 à 25 cm in diameter, waar zij kennelijk overheen gereden zijn. Verbalisanten zien dat het politievoertuig schade heeft.

Verdachte [verdachte B] heeft op 1 november 2011 bij de politie verklaard4, zakelijk weergegeven, dat hij op vrijdagavond bij medeverdachte [medeverdachte A] was. Ze wilden naar [naam B in plaats] rijden in de Mercedes van [verdachte B]. [verdachte B] had gedronken en wilde niet rijden. Ze reden een rondje door Terborg bij het station. Daar wilde [medeverdachte A] een rondje lopen. [medeverdachte A] wilde spullen uit een tuin ontvreemden. Nadat [verdachte B] drie dingen, de karrewielen en het houten tuinbeeld, die uit een tuin waren meegenomen, op de achterbank had gelegd - hij heeft ingeladen omdat [medeverdachte A] achter het stuur zat - wilden zij vertrekken toen de politie aan kwam rijden. Toen ze wegreden draaide de politie om. Ze reden eerst normaal weg, daarna steeds harder, bijna 180 km/u. Het ging steeds harder omdat anders de politie hen inhaalde. Ze reden vanaf Terborg richting Varsseveld. [verdachte B] heeft de spullen zo gauw mogelijk uit het raam gegooid.

Verdachte heeft op 2 november 2011 bij de politie verklaard5, zakelijk weergegeven, dat hij tegen [medeverdachte A] heeft gezegd, dat het spul eruit moest, want het lag in de auto van [verdachte B] en het was niet van hem. [verdachte B] maakte het raam van het voorportier aan de bijrijderskant open en heeft toen het spul eruit gegooid, zover mogelijk van hem af de berm in.

Medeverdachte [medeverdachte A] heeft op 3 november 2011 bij de politie verklaard6, zakelijk weergegeven, dat hij als bestuurder met verdachte [verdachte B] in de auto zat. Op een gegeven moment gooit [verdachte B] het beeld en twee wielen uit het raam, waarbij deze nog zoiets zegt als: "Ik gooi het in de berm". Hij is weggereden toen de politie kwam; op een gegeven moment zag hij in de verte blauw geknipper, waarschijnlijk de lampen van die politieauto.

Van de schade aan het politievoertuig doet [verbalisant C] namens de Politieregio Noord- en Oost Gelderland aangifte7 .Volgens autoschade [herstelbedrijf te plaats]8 is schade ontstaan aan de kentekenplaat en bevestigingsplaat, de bumper, het ruitensproeierreservoir, verwarmingspomp en koelvloeistofreservoir.

Onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad, NJ 2003-552, heeft de raadsman zich namens verdachte op het standpunt gesteld, dat verdachte nooit het opzet heeft gehad om de agenten te doden en dat de door de officier van justitie aangevoerde "voorwaardelijk opzet constructie" ver gezocht is. Hij is van mening dat nu verdachte niet bewust de kans heeft aanvaard dat een van de voorwerpen op straat terecht zou komen en dat de agenten daardoor een ongeluk zouden kunnen krijgen, tengevolge waarvan zij gedood of zwaar verwond hadden kunnen worden, voorwaardelijk opzet niet bewijsbaar is en verdachte van het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

Dit is ook van toepassing op feit 2, zodat verdachte ook van dit feit dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 primair tenlastegelegde medeplegen van poging tot doodslag wettig en overtuigend bewezen kan worden en overweegt als volgt.

Uit bovenstaande bewijsmiddelen volgt, dat verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte A] op 29 oktober 2011 voor de politie op de vlucht zijn geslagen9 in de grijze Mercedes van [verdachte B]. Zij moeten hebben gezien en gehoord dat een politieauto de achtervolging heeft ingezet. Verdachte heeft blauwe zwaailichten gezien. Teneinde aan de achtervolgende politieauto te ontkomen, heeft medeverdachte midden in de nacht met zeer hoge snelheid tot 180 km/u op de weg tussen Terborg en Varsseveld in de gemeente Oude IJsselstreek gereden. Verdachte heeft de eerder uit Terborg meegenomen drie voorwerpen (twee karrewielen en een houten tuinbeeld) tijdens de achtervolging uit de auto gegooid. Hij heeft dit gedaan midden in de nacht op de grotendeels onverlichte 80 km/u weg tussen Terborg en Varsseveld, waarlangs zich aan weerszijden bomen en sloten bevinden, terwijl de auto waarin hij zat met zeer hoge snelheid rijdt. De politieauto die hen met zeer hoge snelheid achtervolgde, kon het houten tuinbeeld niet meer ontwijken en is hierover/tegen aan gereden en daardoor beschadigd. Slechts door een stuurcorrectie heeft de agent die de politieauto bestuurde weten te voorkomen dat het dienstvoertuig uit balans raakte.

Door in de gegeven omstandigheden te handelen zoals verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte A] hebben gedaan, hebben zij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat een uit hun auto gegooid voorwerp (deels) op de rijbaan terecht zou komen en de achtervolgende politieauto daarover/tegen aan zou rijden en dat de beide agenten tengevolge van deze aanrijding zouden komen te overlijden.

Aldus is bij verdachte en zijn medeverdachte in ieder geval sprake van voorwaardelijk opzet op de dood van beide agenten.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 1 primair ten laste gelegde medeplegen van poging tot doodslag bewezen.

Dit geldt daarmee evenzeer voor het onder 2 tenlastegelegde medeplegen van beschadiging van de politieauto.

Ten aanzien van feit 3:

Aangezien verdachte10 dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, is volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid van het Wetboek van Strafvordering.

Medeverdachte [medeverdachte A] heeft met betrekking tot dit feit eveneens een bekennende verklaring bij de politie afgelegd11. Daarnaast is voor het bewijs voorhanden de aangifte van [naam A]12.

De rechtbank acht het onder 3 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1. Primair:

hij op 29 oktober 2011 te Westendorp, gemeente Oude IJsselstreek, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [verbalisant A], agent van politie en [verbalisant B], hoofdagent van politie van het leven te beroven,

- terwijl hij, verdachte en zijn mededader, als inzittenden van een personenauto, gedurende de nachtelijke uren, over de Terborgseweg, werden achtervolgd door een opvallende politieauto, waarbij de snelheid opliep tot ongeveer 170-180 kilometer per uur en

- terwijl die politieauto optische signalen (blauwe zwaailichten en het transparant met de tekst "STOP POLITIE") voerde en

- terwijl die Terborgseweg niet over de gehele lengte was voorzien van straatverlichting,

met dat opzet uit een zijraam van die rijdende personenauto, een houten tuinbeeld en houten karrenwielen, in de berm en/of op de rijbaan van die Terborgseweg hebben gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 29 oktober 2011 te Westendorp, gemeente Oude IJsselstreek, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto (opvallende politieauto VW Touran, kenteken [kenteken 2]), toebehorende aan de Politieregio Noord- en Oost-Gelderland, heeft beschadigd, immers hebben verdachte en zijn mededader,

- terwijl hij, verdachte en zijn mededader, als inzittenden van een personenauto, gedurende de nachtelijke uren, over de Terborgseweg, werden achtervolgd door een opvallende politieauto, waarbij de snelheid opliep tot ongeveer 170-180 kilometer per uur en

- terwijl die politieauto optische signalen (blauwe zwaailichten en het transparant met de tekst "STOP POLITIE") voerde en

- terwijl die Terborgseweg niet over de gehele lengte was voorzien van straatverlichting,

met dat opzet uit een zijraam van die rijdende personenauto, een houten tuinbeeld en houten karrenwielen, in de berm en/of op de rijbaan van die Terborgseweg gegooid, waarna vervolgens die achtervolgende politieauto met bovengenoemde snelheid, tegen dat/die

voorwerp(en) is aangereden en over die/dat voorwerp(en) is heengereden;

3.

hij op 29 oktober 2011 te Terborg, gemeente Oude IJsselstreek, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een tuin van een woning, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen een houten beeld (broedende

eend), toebehorende aan [naam A].

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Feit 1 primair:

Medeplegen van poging doodslag, meermalen gepleegd;

Feit 2:

Medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

Feit 3:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en als bijzondere voorwaarde: het zich houden aan de aanwijzingen van de reclassering. Tevens heeft zij voor feit 1 primair een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen gevorderd voor de duur van één jaar.

De raadsman heeft bepleit verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis, met een aanvullende werkstraf en als stok achter de deur een voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Indien een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen wordt opgelegd, dan dient deze voorwaardelijk te zijn, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte A], die gestolen spullen in hun auto hadden liggen, zijn, nadat zij in de gaten kregen dat de politie hen in het vizier had, er van door gegaan en hebben vervolgens met zeer grote snelheid getracht te ontkomen aan de achtervolgende politieauto. Tijdens hun vlucht zijn de gestolen voorwerpen uit de auto gegooid. Verdachte en [medeverdachte A] hebben de levens van de twee achtervolgende verbalisanten op het spel gezet, om zelf aan aanhouding en betrapping te ontkomen. Dat de agenten geen fysiek letsel hebben opgelopen is een omstandigheid die niet aan verdachte en [medeverdachte A] is te danken.

Uit de aangifte en de toelichting bij de vordering tot schadevergoeding van beide verbalisanten blijkt hoezeer deze gebeurtenis heeft ingegrepen in hun werk en leven. Daaruit blijkt ook dat zij zich heel wel realiseren dat het ook heel anders had kunnen aflopen.

Voorts is bij de dollemansrit van verdachte en [medeverdachte A] de achtervolgende politieauto tengevolge van de aanraking met het uit de auto geworpen door hen gestolen houten tuinbeeld beschadigd geraakt.

De rechtbank neemt in aanmerking dat verdachte niet eerder voor geweldsdelicten met justitie in aanraking is geweest. De vermogensdelicten op zijn strafblad zijn van zo lang geleden dat de rechtbank daar geen rekening meer mee houdt.

Gelet op alle omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de eis zoals door de officier van justitie is neergelegd recht doet aan de ernst van met name het onder 1 primair bewezenverklaarde, dit met uitzondering van de gevorderde ontzegging.

Door de reclassering (advies van 18 januari 2012) wordt de kans op recidive iets hoger dan laag gemiddeld ingeschat. Met het voorwaardelijk deel van de straf wordt om die reden beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Deze voorwaardelijke straf maakt ook een verplichte begeleiding door de reclassering mogelijk. Daarbij zal als bijzondere voorwaarde gesteld worden, zoals ook door de reclassering geadviseerd, het zich houden aan aanwijzingen van de reclassering, ook als dit inhoudt het volgen van de Cognitieve vaardigheidstraining (CoVa) en de Leefstijltraining.

Met betrekking tot de door de officier van justitie gevorderde ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen overweegt de rechtbank als volgt.

Op grond van artikel 179a, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994 kan bij een veroordeling op grond van artikel 287 Wetboek van Strafrecht de schuldige die het feit heeft gepleegd met een motorrijtuig dat hij ten tijde van het feit bestuurde of deed besturen, de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor ten hoogste tien jaren worden ontzegd.

Nu verdachte de auto ten tijde van het feit niet heeft bestuurd of deed besturen, maar zich als passagier in de auto bevond kan de rechtbank hem niet de door de officier van justitie gevorderde ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen.

Vorderingen tot schadevergoeding

De benadeelde partij de heer [verbalisant B], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 350,--, aan immateriële schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

De benadeelde partij de heer [verbalisant A], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 350,--, aan immateriële schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

De benadeelde partij Politie Noord- en Oost Gelderland, heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 1.388,83, aan materiële schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde.

De benadeelde partij de heer [naam A], heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 500,--, aan materiële schade, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde. Tevens is verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen en wordt door hem de wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van het schadeveroorzakend feit.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vorderingen tot schadevergoeding van voornoemde benadeelde partijen [verbalisant B], [verbalisant A] en [naam A] voor de verzochte bedragen hoofdelijk kunnen worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van Politie Nood- en Oost Gelderland kan exclusief BTW hoofdelijk worden toegewezen tot een bedrag van € 1.167,08, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Door de raadsman worden de vorderingen van de benadeelde partijen als zodanig niet betwist.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partijen

[verbalisant B] en [verbalisant A] als gevolg van het (onder 1 primair) bewezenverklaarde

handelen van verdachte (medeplegen poging tot doodslag) rechtstreeks schade hebben

geleden tot het door hen gevorderde bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade

gehouden zodat de vorderingen hoofdelijk (met dien verstande dat en voor zover de

mededader betaalt, verdachte daarvan zal zijn bevrijd), zullen worden

toegewezen tot de gevorderde bedragen van elk € 350,--.

Wat betreft de door de benadeelde partij Politie Noord- en Oost Gelderland gevorderde

materiële schade is de rechtbank van oordeel dat de politie als gevolg van het (onder 2)

bewezenverklaarde handelen van verdachte) rechtstreeks schade heeft geleden tot het

gevorderde bedrag. Nu deze benadeelde partij de BTW niet kan verrekenen, zal het

schadebedrag inclusief BTW worden toegewezen. Verdachte is tot vergoeding van die

schade gehouden zodat de vordering hoofdelijk (met dien verstande dat en voor zover de

mededader betaalt, verdachte daarvan zal zijn bevrijd), zal worden toegewezen tot het

gevorderde bedrag van € 1.388,87 (inclusief BTW).

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij

[naam A] als gevolg van het (onder 3) bewezenverklaarde handelen van verdachte

(medeplegen van diefstal ) rechtstreeks schade heeft geleden, te meer daar het gestolen beeld

vernield is.

Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering als na te melden

hoofdelijk (met dien verstande dat en voor zover de mededader betaalt, verdachte daarvan

zal zijn bevrijd), zal worden toegewezen.

De rechtbank zal de waarde van het beeld naar redelijkheid schatten op een bedrag van

€ 250,--, en dit bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

29 oktober 2011. Voor het overige zal de benadeelde partij [naam A] niet-ontvankelijk

worden verklaard in zijn vordering.

Schadevergoedingsmaatregel

Om te bevorderen dat de schade door verdachte en zijn mededader wordt vergoed, zal de rechtbank telkens de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14 a, 14b, 14c, 27, 36f, 45, 47, 57, 287, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

Feit 1 primair:

Medeplegen van poging doodslag, meermalen gepleegd;

Feit 2:

Medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

Feit 3:

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte voor de feiten onder 1 primair, 2 en 3 tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

* bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit schuldig maakt, dan wel de navolgende bijzondere voorwaarden niet naleeft;

* stelt als bijzondere voorwaarden:

- dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die veroordeelde zullen worden gegeven door of namens de reclassering, zolang deze instelling dit noodzakelijk oordeelt, ook als dit inhoudt het volgen van de Cognitieve vaardigheidstraining (CoVa) en de Leefstijltraining. Daartoe moet veroordeelde zich na de schriftelijke oproep melden bij de Reclassering Nederland, Houtwal 16d, 7201 ES Zutphen (tel. 0575-582744) en zich hierna gedurende de door de reclassering bepaalde periode blijven melden, zo frequent als zij dit gedurende deze periode nodig acht;

- dat veroordeelde op verzoek van de reclassering ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [verbalisant B], van een bedrag van € 350,--, met dien verstande dat indien en voor zover de mededader van de verdachte betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

* legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [verbalisant B], een bedrag te betalen van € 350,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 7 dagen hechtenis zullen kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [verbalisant A], van een bedrag van € 350,--, met dien verstande dat indien en voor zover de mededader van de verdachte betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

* legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [verbalisant A], een bedrag te betalen van € 350,--, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 7 dagen hechtenis zullen kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Politie Noord- en Oost Gelderland, van een bedrag van € 1.388,87, met dien verstande dat indien en voor zover de mededader van de verdachte betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

* legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Politie Noord- en Oost Gelderland, een bedrag te betalen van € 1.388,87, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 23 dagen hechtenis zullen kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

* veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam A], van een bedrag van € 250,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2011, met dien verstande dat indien en voor zover de mededader van de verdachte betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting is bevrijd. Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot op heden begroot op nihil;

* verklaart de benadeelde partij [naam A] voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering;

* legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam A], een bedrag te betalen van € 250,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2011, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 5 dagen hechtenis zullen kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

* bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Aldus gewezen door mr. Van der Hooft, voorzitter, mr. Van Valderen en mr. Follender Grossfeld, rechters, in tegenwoordigheid van De Badts, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 februari 2012.

Mr. Follender Grossfeld is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer BVH 2011152160, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, district Achterhoek, gesloten en ondertekend op 2 december 2011.

2 Proces-verbaal aangifte [verbalisant A] p. 85-88

3 Proces-verbaal aangifte [verbalisant B], p.90-94

4 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte B], p. 18-20

5 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte B], p. 26-27

6 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte A], p. 63-64

7 Proces-verbaal aangifte [verbalisant C], p. 97-98

8 Proces-verbaal van bevindingen PL0640-2011156893-2

10 Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte B], p. 19, 25

11 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte A], p. 64

12 Proces-verbaal aangifte, met bijlagen door [naam A], p. 101-105


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature