< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 29 november 2010, kenmerk 2010-12704, heeft de raad het bestemmingsplan "Wilp-Achterhoek 2010" vastgesteld.

Uitspraak



201102411/1/R2.

Datum uitspraak: 22 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te [woonplaats], gemeente Voorst,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bosgoed Graanhandel B.V., gevestigd te Wilp-Achterhoek, gemeente Voorst,

3. [appellant sub 3], gevestigd te [plaats], gemeente Voorst, en anderen,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Voorst,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 29 november 2010, kenmerk 2010-12704, heeft de raad het bestemmingsplan "Wilp-Achterhoek 2010" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 februari 2011, Bosgoed bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 februari 2011, en [appellant sub 3] en anderen bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 februari 2011, beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad en Bosgoed hebben nadere stukken ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: StAB) heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht. De raad heeft zijn zienswijze daarop naar voren gebracht.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 november 2011, waar [appellant sub 1], Bosgoed, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door mr. R. van der Plank, mr. M. Prins, B. Hoekstra en F. de Bree, bijgestaan door mr. L.J. Wildeboer, advocaat te Utrecht, zijn verschenen.

2. Overwegingen

Ingetrokken

2.1. Bosgoed heeft het gestelde in haar beroepschrift dat het geurrapport van De Roever Milieuadvisering, "Onderzoek geurcontouren en geuronderbouwing ruimtelijk plan woningbouw Wilp-Achterhoek", van 25 januari 2010, ten onrechte niet ter inzage heeft gelegen, ter zitting ingetrokken.

Het plan

2.1.1. Met het plan wordt bij recht de bouw van 65 woningen mogelijk gemaakt. Tevens voorziet het plan in een wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van de bouw van 10 woningen.

Procedureel

2.2. [appellant sub 3] en anderen voeren aan dat omwonenden ten onrechte niet op de hoogte zijn gebracht van het voornemen om bij de vaststelling van het plan een aantal woningen toe te voegen.

2.2.1. Vaststaat dat de raad in dit geval het plan heeft vastgesteld met een aantal wijzigingen. Uit de Wet ruimtelijke ordening noch uit enig ander wettelijk voorschift vloeit in dit geval de verplichting voor de raad voort om omwonenden op de hoogte te brengen van een voornemen om bij de vaststelling van het plan uit te gaan van een groter aantal woningen.

Daarbij betrekt de Afdeling dat deze afwijking van het ontwerp naar aard en omvang niet zo groot is dat geoordeeld moet worden dat een wezenlijk ander plan voorligt.

Inhoudelijk

Zwarte Kolkstraat 96-100

2.3. Bosgoed heeft bezwaar tegen de vaststelling van het plan voor zover dat betreft de gronden aan de Zwarte Kolkstraat 96-100 en betoogt dat de ruimtelijke mogelijkheden van haar bedrijf worden beperkt doordat het bouwvlak strak om de bestaande bebouwing is gelegd, zodat verdere uitbreiding niet mogelijk is. Voorts voert zij aan dat een deel van haar bestaande bedrijfsactiviteiten niet positief is bestemd. Zo is op een deel van de gronden die thans voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt een woonbestemming gelegd en zijn een aantal van haar gebouwen niet voor de detailhandel bestemd en is het gebruik van deze gronden onder het overgangsrecht gebracht.

2.3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat uitbreiding vanwege de ligging van het bedrijf niet wenselijk is.

2.3.2. De raad heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat verdere uitbreiding van Bosgoed niet passend is, nu het een mengvoederbedrijf betreft dat in de kern van het dorpje Wilp-Achterhoek is gelegen. Daarbij heeft de raad van belang mogen achten dat zich in de directe omgeving van het bedrijf geluidgevoelige bestemmingen bevinden. Uit het in opdracht van de raad uitgevoerde geluidsonderzoek "Geluidbelasting woningbouwplan Wilp Achterhoek t.g.v. mengvoederbedrijf Bosgoed", van Bijvoets Bouw- en geluidsadvisering, van 12 maart 2007, blijkt dat bij uitbreiding de bestaande woningen maatgevend zijn en dat bij die woningen ten tijde van het onderzoek sprake was van relatief hoge geluidwaarden. De bestaande woningen staan dan ook aan uitbreiding van het bedrijf van Bosgoed in de weg. Voorts heeft de raad bij zijn beslissing uitbreiding niet toe te staan in aanmerking kunnen nemen dat de ruimtelijke gevolgen van de door Bosgoed gewenste loods van aanzienlijke grootte op deze locatie niet passend zijn.

Ten aanzien van het betoog van Bosgoed dat ten onrechte een aantal van haar bestaande bedrijfsactiviteiten niet positief is bestemd, overweegt de Afdeling als volgt. De raad heeft in redelijkheid een woonbestemming kunnen toekennen aan een deel van de gronden. Hij heeft daarbij van belang mogen achten dat deze gronden in het vorige plan 'Wilp-Achterhoek 1987' evenmin een bedrijvenbestemming hebben en de raad uitbreiding van de bedrijvenbestemming planologisch onwenselijk acht aangezien Wilp-Achterhoek een klein dorp betreft en het terrein van Bosgoed al een aanzienlijk oppervlak daarvan beslaat.

Met betrekking tot de detailhandelsactiviteiten, heeft de raad in redelijkheid kunnen overgaan tot het toekennen van de aanduiding 'detailhandel' aan slechts één bedrijfsgebouw, nu volgens de raad de ondergeschiktheid ten opzichte van het hoofdgebruik zou verdwijnen indien aan meer bedrijfsgebouwen een dergelijke bestemming zou worden toegekend. Bosgoed heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit standpunt onjuist is. Voorts heeft de raad terecht gesteld dat de verkoopactiviteiten plaats kunnen vinden in het gebouw met de aanduiding 'detailhandel'. Daarnaast heeft de raad, voor zover Bosgoed vreest dat zij haar opslagactiviteiten niet meer kan uitvoeren, terecht gesteld dat ook deze activiteiten doorgang kunnen vinden nu deze binnen de doeleindenomschrijving van de bestemming "Bedrijf" vallen.

Woningbouw

Woningbehoefte

2.4. [appellant sub 1] en Bosgoed betwisten de behoefte aan de bij het plan, al dan niet bij recht, voorziene woningen in Wilp-Achterhoek. Zij voeren daartoe aan dat het een klein dorp betreft, en dat de voorziene toename een verdubbeling van het aantal woningen met zich brengt.

2.4.1. De raad stelt zich op het standpunt dat wordt voorzien in een aanzienlijk aantal betaalbare woningen, en dat onder andere tijdens informatiebijeenkomsten gebleken is van een grote behoefte aan deze woningen.

2.4.2. Met het plan wordt beoogd de bouw van een woonwijk met 65 woningen mogelijk te maken. Voorts kan door toepassing van een wijzigingsbevoegdheid de bouw van nog 10 woningen mogelijk worden gemaakt. Het dorp Wilp-Achterhoek telt volgens de plantoelichting momenteel 50 woningen. Voorts is in de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst een gewenste uitbreiding van 45 woningen voor Wilp-Achterhoek opgenomen.

Ten aanzien van de behoefte heeft de raad ter zitting verwezen naar de Ruimtelijke Toekomstvisie Voorst, uit 2005, en de Regionale Structuurvisie Stedendriehoek 2030, uit 2007, die ten aanzien van de behoefteprognoses beide zijn geactualiseerd. Verder verwijst de raad naar de recente, in regioverband en in samenspraak met de Provincie Gelderland opgestelde "Woonvisie: diversiteit in wonen 2010-2015". De raad stelt dat uit voornoemde woonvisie volgt dat er behoefte is aan 800 woningen tot het jaar 2020. [appellant sub 1], Bosgoed en [appellant sub 3] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat deze gevolgtrekking onjuist is. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich derhalve in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de behoefte aan de in het plan voorziene woningen voldoende is onderbouwd.

"Woongebied", "Groen" en wijzigingsbevoegdheid

2.5. Bosgoed, [appellant sub 1] en [appellant sub 3] en anderen hebben bezwaar tegen de vaststelling van het plan voor zover dat, al dan niet bij recht, woningen mogelijk maakt. Bosgoed kan zich evenmin verenigen met het plan voorzover het betreft het plandeel met de bestemming "Groen" ten noordoosten van zijn gronden.

[appellant sub 1] vreest dat het plan een aantasting van zijn privacy met zich brengt en hij bovendien het gevoel van vrij wonen kwijt raakt, mede omdat de voor het plan aan te leggen weg direct achter zijn terras zal lopen. Verder betoogt [appellant sub 1] dat de nieuwbouw beter aan de westkant van het dorp kan worden gesitueerd aangezien daar al de nodige voorzieningen aanwezig zijn.

Bosgoed betoogt onder meer dat het plan een beperking van haar bedrijfsactiviteiten met zich brengt. Zij wijst er hierbij op dat het plan niet in overeenstemming is met de vergunde milieuruimte voor geur en geluid. Zij voert hiertoe aan dat de raad bij de vaststelling van het plan, blijkens het door Bosgoed overgelegde rapport, is uitgegaan van een onjuiste ligging van de geurcontour, zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorziene woningen niet is gegarandeerd.

Ten aanzien van de wijzigingsbevoegdheid voeren Bosgoed en [appellant sub 3] en anderen aan dat voor het plandeel met de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied' door de raad ten onrechte een hogere norm dan 3,6 odourunits/m3 zal worden vastgesteld en dat niet duidelijk is in hoeverre sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorziene woningen. Voorts voeren [appellant sub 3] en anderen aan dat geen rekening is gehouden met de belangen van hun agrarische bedrijven.

2.5.1. De raad stelt zich op het standpunt dat de in het plan voorziene woonwijk op voldoende afstand ligt van het bedrijf van Bosgoed. Deze afstand doet recht aan de bestaande bedrijfsrechten van Bosgoed en tevens is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorziene woningen. Voorts betwist de raad de ligging van de geurcontour zoals opgenomen in het door Bosgoed overgelegde onderzoek.

2.5.2. De woning van [appellant sub 1] ligt op ongeveer 25 meter afstand van de voorziene weg. Ter zitting is vast komen te staan dat zijn terras op 12 meter afstand van de weg zal komen te liggen. Gelet hierop, en mede in aanmerking genomen dat geen recht op blijvend vrij uitzicht bestaat, heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de aanleg van de weg niet zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van de privacy van [appellant sub 1]. Daarbij heeft de raad voorts van belang mogen achten dat [appellant sub 1] gezien de grootte van zijn perceel voldoende mogelijkheid heeft het terras zo te situeren dat hij over voldoende privacy beschikt. Overigens heeft de raad ter zitting aangegeven dat een groenstrook tussen de weg en het perceel van [appellant sub 1] zal worden aangelegd.

In hetgeen [appellant sub 1] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep van [appellant sub 1] is ongegrond.

2.5.3. De gronden van het bedrijf van Bosgoed hebben voor zover hier van belang, in het plan de bestemming "Bedrijf".

Ingevolge artikel 5, lid 5. 1, onder a en b, zijn de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden bestemd voor:

a. bedrijven tot en met categorie 2 van de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten;

b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 01' en 'specifieke vorm van bedrijf - 02': tevens een bedrijfsactiviteit met SBI-code zoals hierna in de tabel genoemd, uit ten hoogste voor deze bedrijfsactiviteit in de tabel aangegeven categorie van de in bijlage I opgenomen 'Staat van Bedrijfsactiviteiten'.

Daarbij heeft de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 01' betrekking op een mengvoederbedrijf uit ten hoogste milieucategorie 4.2.

2.5.4. Het college van burgemeester en wethouders heeft Bosgoed op 28 februari 2006 op grond van de Wet milieubeheer een revisievergunning verleend. Voorts is op 26 september 2008 een veranderingsvergunning aan Bosgoed verleend. Ingevolge voorschrift G.1.2. van de revisievergunning mag de geurconcentratie ter hoogte van de dichtstbijzijnde bebouwing niet hoger zijn dan 2.0 ge/m3 als 98-percentiel, hetgeen overeenkomt met 1,0 odourunits/m3 als 98-percentiel. Voorts dient ingevolge voorschrift G.1.3. een beoordeling van de geuremissie plaats te vinden door berekening aan de hand van het rekenprogramma Geurnormen Mengvoederindustrie, versie 3.0.

Uit de Nederlandse emissie Richtlijn (hierna: de NeR) volgt sinds 2007 voor bestaande situaties een acceptabel hinderniveau voor geurhinder van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel waarbij tevens een nieuwe berekeningsystematiek wordt gehanteerd en volgt voor nieuwe situaties een norm van 0,7 odourunits/m3 als 98-percentiel. Op basis van de lokale situatie kan bij bestaande situaties worden afgeweken van deze geurnorm tot 1,4 odourunits/m3 als 95-percentiel.

Door Bosgoed is aan Tebodin opdracht gegeven tot het onderzoek "Inventarisatie actuele geurcontouren Bosgoed Graanhandel B.V.". In dit rapport, dat dateert van 15 september 2009, is toepassing gegeven aan de NeR-norm voor bestaande situaties van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel en wordt geconcludeerd dat op de grens van het voorgenomen woningbouwgebied de norm van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel wordt overschreden. In het deskundigenbericht staat dat bij voornoemd onderzoek een onjuiste invulling is gegeven aan de formule behorend bij de nieuwe berekeningssystematiek.

In 2010 heeft De Roever Milieuadvisering in opdracht van de raad onderzoek gedaan naar de geurhinder in het plangebied ten gevolge van het bedrijf van Bosgoed. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport "Onderzoek geurcontouren en geuronderbouwing ruimtelijk plan woningbouw Wilp-Achterhoek", van 25 januari 2010. Uit dit rapport volgt dat de woningen buiten de geurcontour van 1,0 odourunits/m3 als 98-percentiel zijn voorzien. Berekening van deze contour heeft plaatsgevonden aan de hand van het rekenprogramma Geurnormen Mengvoederindustrie versie 3.1. Voorts is door De Roever bij dit onderzoek de richtlijn van de NeR, de norm van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel, en de daarbij behorende nieuwe berekeningssystematiek betrokken. Deze geurcontour is in het rapport bij benadering weergegeven; op de kaart behorende bij het onderzoek liggen de plandelen met zowel de bestemming "Groen" als de bestemming "Woongebied" gedeeltelijk binnen de geurcontour. In het deskundigenbericht wordt ten aanzien van de contour van 1,0 odourunits/m3 als 98-percentiel gesteld dat bij herberekening met toepassing van Geurnormen Mengvoederindustrie versie 3.0 gelijke uitkomsten zijn verkregen. Ten aanzien van de berekening van de geurcontour van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel wordt in het rapport echter aangegeven dat deze is gebaseerd op de onderzoeksresultaten van voornoemd rapport van Tebodin, waarbij volgens het deskundigenbericht een onjuiste formule is toegepast.

Verder is in 2011 in opdracht van Bosgoed door Tebodin het geurhinderonderzoek "Inventarisatie actuele geurcontouren Bosgoed Graanhandel B.V.", van 9 februari 2011, uitgevoerd. Ook bij dit onderzoek heeft Tebodin gebruik gemaakt van voornoemde nieuwe berekeningssystematiek van de NeR, maar met toepassing van een aangepaste formule. Uit de kaart behorende bij dit rapport volgt dat zowel de woningen die bij recht mogelijk worden gemaakt als de woningen die zijn voorzien op de gronden waarop de wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft, zich vrijwel geheel binnen de geurcontour van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel bevinden. In het deskundigenbericht wordt ten aanzien van laatstgenoemd rapport aangegeven dat, ondanks de bedenkingen die te plaatsen zijn bij de geactualiseerde berekening van Tebodin, deze wel een grove indicatie geeft voor de ligging van de contour van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel. Wel wordt in het deskundigenbericht gesteld dat in het Tebodinrapport van 9 februari 2011 is gerekend met een te geringe geuremissie en een te geringe bedrijfsduur. Ook de door Tebodin gehanteerde vereenvoudigde verdeling van de productie over de productielijnen leidt tot enige onderschatting van de geuremissiefactoren en daarmee van de berekende contour. Het deskundigenbericht vermeldt dan ook dat de door Tebodin berekende contour een onderschatting van de daadwerkelijke concentratie geeft.

Concluderend wordt in het deskundigenbericht aangegeven dat, wanneer het toetsingskader van de revisievergunning van 1,0 odourunits/m3 als 98-percentielwordt gevolgd, er bij de nieuw te bouwen woningen sprake is van een acceptabel geurniveau. Beoordeling volgens de nieuwe systematiek, zo vermeldt het deskundigenbericht, heeft tot gevolg dat de nieuw te bouwen woningen zowel binnen de geurcontour van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel als de geurcontour van 1,0 odourunits/m3 als 98-percentiel komen te liggen.

Tenslotte hebben Buro Blauw en Tauw B.V. in opdracht van de raad naar aanleiding van het deskundigenbericht een notitie respectievelijk rapport opgesteld, beide daterend van 19 oktober 2011. Beide concluderen dat in de toekomstige situatie zowel bij de bestaande woningen als bij de nieuwbouw sprake is van een acceptabel geurniveau. Zij gaan hierbij beide uit van de aan Bosgoed verleende vergunning en de daarbij behorende normen. Verder wordt in de notitie van Buro Blauw en het rapport van Tauw aangegeven dat in het rapport van Tebodin sprake is van invoerfouten en dat ten onrechte niet is uitgegaan van de vergunde situatie, waardoor te hoge geurconcentraties in de omgeving berekend zijn.

2.5.5. Tussen partijen is niet in geschil is dat bij toepassing van de NeR de norm van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel zou worden toegepast. Weliswaar gaat de vergunning uit van de norm van 1,0 odourunits/m3 als 98-percentiel, maar de norm van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel en de daarbij behorende nieuwe berekeningssystematiek zijn sinds 2007 in de NeR opgenomen. Het had daarom op de weg van de raad gelegen deze nieuwe norm in zijn belangenafweging te betrekken, temeer nu de voorziene woningen volgens het deskundigenbericht bij beoordeling van de nieuwe systematiek binnen de geurcontour van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel liggen. Uit het besluit blijkt echter in het geheel niet dat de raad met de norm van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel rekening heeft gehouden. Uit de plantoelichting blijkt dit evenmin. Ook de notitie van Buro Blauw en het rapport van Tauw geven geen aanleiding hierover anders te oordelen, omdat ook daarin wordt uitgegaan van de norm zoals die in de vergunning is opgenomen. Voor zover in deze rapporten wordt gewezen op invoerfouten die door Tebodin zouden zijn toegepast, is het, gelet op de grootte van de contour zoals die volgt uit het rapport van Tebodin, niet aannemelijk dat dit tot gevolg heeft dat de in het plan bij recht dan wel de met wijzigingsbevoegdheid mogelijk te maken woningen geheel buiten de contour van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel zouden komen te liggen. Daarbij betrekt de Afdeling voorts dat in het deskundigenbericht ten aanzien van het rapport van Tebodin wordt opgemerkt dat deze een grove indicatie geeft voor de ligging van de contour van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel en dat de daarbij gehanteerde verdeling van de productie over de productielijnen leidt tot een onderschatting van de berekende contour. De raad heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Derhalve is niet vast komen te staan dat de in het plan bij recht dan wel de bij wijzigingsbevoegdheid mogelijk te maken woningen buiten de contour van 1,4 odourunits/m3 als 98-percentiel liggen.

Voorzover de raad zich heeft gebaseerd op de normen voortkomend uit de brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten uit 2009 (hierna: de VNG-brochure), overweegt de Afdeling als volgt. De raad heeft gesteld dat de aanbevolen richtafstand volgens de VNG-brochure voor een mengvoederbedrijf met een capaciteit van minder dan 100 ton/uur in verband met geurhinder 200 meter bedraagt, en dat deze richtafstand, omdat het plangebied een gemengd gebied betreft, kan worden verkort tot 100 meter.

De VNG-brochure is een hulpmiddel bij het opstellen van bestemmingsplannen en kent slechts indicatieve afstanden die door de raad gemotiveerd moeten worden toegepast. De afstand tussen de grens van het perceel van Bosgoed en de grens van de gronden met de bestemming "Woongebied (WG)" bedraagt ongeveer 50 meter. Hierbij is uitgegaan van de grens van laatstgenoemde bestemming, nu de locatie van de voorziene woningen binnen die bestemming nog niet bekend is.

De raad heeft in het bestreden besluit echter in het geheel niet gemotiveerd waarom de in het plan gehanteerde afstand van ongeveer 50 meter, die aanzienlijk korter is dan de richtafstand uit de VNG-brochure, voldoende is om ter plaatse van de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren.

Gelet op het vorenstaande ziet de Afdeling in hetgeen Bosgoed en [appellant sub 3] en anderen hebben aangevoerd aanleiding voor het oordeel dat niet is uitgesloten dat ten aanzien van de voorziene woningen geen goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en de woningen derhalve zullen leiden tot een beperking van de bedrijfsvoering van Bosgoed.

Conclusie

2.6. In hetgeen Bosgoed en [appellant sub 3] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het plandeel met de bestemming "Woongebied (WG)", het plandeel met de bestemming "Groen" in het noordoosten van het plangebied en het plandeel met de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied' zijn vastgesteld in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. De beroepen van Bosgoed en [appellant sub 3] en anderen zijn in zoverre gegrond.

Het bestreden besluit dient derhalve in zoverre wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd. Gelet hierop, behoeven de overige bezwaren van Bosgoed en [appellant sub 3] en anderen met betrekking tot de wijzigingsbevoegdheid geen bespreking meer.

In hetgeen Bosgoed voor het overige heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan in zoverre strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. In het aangevoerde wordt evenmin aanleiding gevonden voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht. Het beroep van Bosgoed is in zoverre ongegrond.

Proceskosten

2.7. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten van Bosgoed te worden veroordeeld. Ten aanzien van [appellant sub 3] en anderen is van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, niet gebleken. Ten aanzien van [appellant sub 1] bestaat voor een proceskostenvergoeding geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bosgoed Graanhandel B.V. gedeeltelijk en het beroep van [appellant sub 3] en anderen geheel gegrond;

III. vernietigt het besluit van de gemeente Voorst van 29 november 2010, kenmerk 2010-12704, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Woongebied (WG)", de bestemming "Groen" in het noordoosten van het plangebied en het plandeel met de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied';

IV. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bosgoed Graanhandel B.V. voor het overige en het beroep van [appellant sub 1] geheel ongegrond;

VI. veroordeelt de raad van de gemeente Voorst tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bosgoed Graanhandel B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1303,71 (zegge: dertienhonderddrie euro en eenenzeventig cent) waarvan € 874,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VII. gelast dat raad van de gemeente Voorst aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht als volgt vergoedt:

- aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bosgoed Graanhandel B.V. € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro)

- en aan [appellant sub 3] en anderen € 302,00 (zegge: driehonderdtwee euro), met dien verstande dat betaling aan één van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen en drs. W.J. Deetman, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.F.W. Tuit, ambtenaar van staat.

w.g. Van Buuren w.g. Tuit

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2012

425-704.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature