< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 30 november 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders het wijzigingsplan "Wijziging van het bestemmingsplan "Buitengebied Drunen", 1e partiële herziening, Duinweg 56" vastgesteld.

Uitspraak



201100994/1/R3.

Datum uitspraak: 22 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de vereniging Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden (hierna: milieuvereniging), gevestigd te Drunen, gemeente Heusden,

2. het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 november 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders het wijzigingsplan "Wijziging van het bestemmingsplan "Buitengebied Drunen", 1e partiële herziening, Duinweg 56" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben de milieuvereniging bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 21 januari 2011, en het college van gedeputeerde staten bij brief, bij de Raad van State per faxbericht ingekomen op 25 januari 2011, beroep ingesteld. Het college van gedeputeerde staten heeft zijn beroep aangevuld bij brief van 22 maart 2011.

Het college van burgemeester en wethouders heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 december 2011, waar de milieuvereniging, vertegenwoordigd door mr. H.P.J.M. Peters, het college van gedeputeerde staten, vertegenwoordigd door P.W.J.M. Corvers, werkzaam bij de provincie, en het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door ing . M.R. Molijn, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende], als belanghebbende, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het plan voorziet in een agrarisch bouwvlak op het perceel [locatie] te Drunen, waardoor op dit perceel een grondgebonden agrarisch bedrijf met een bedrijfswoning kan worden opgericht.

2.2. [belanghebbende] betwijfelt of de milieuvereniging als belanghebbende bij het bestreden besluit kan worden aangemerkt.

2.2.1. De Afdeling ziet in de stukken en het verhandelde ter zitting geen aanleiding om over dit betoog anders te oordelen dan de voorzitter heeft gedaan in zijn uitspraak van 4 april 2011, in zaak nr. 201100994/2/R3 (www.raadvanstate.nl), waarbij het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen. Blijkens de statuten van de milieuvereniging streeft deze binnen de gemeente Heusden naar een duurzame ontwikkeling van het landelijk en stedelijk gebied, waarbij zij kiest voor een geïntegreerde benadering van ecologie, landschap en cultuurhistorie binnen de ruimtelijke begrenzing van de gemeente. In voornoemde uitspraak is geoordeeld dat, gelet op deze statutaire doelstelling en op de toelichting die de milieuvereniging ter zitting waarop het verzoek om een voorlopige voorziening is behandeld, heeft gegeven omtrent de feitelijke werkzaamheden, geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat de milieuvereniging geen belanghebbende is bij het bestreden besluit.

2.3. Het college van gedeputeerde staten betoogt dat het vastgestelde wijzigingsplan ten onrechte niet gelijktijdig met de terinzagelegging elektronisch aan hem beschikbaar is gesteld. Dit is volgens hem in strijd met artikel 3.9 a in samenhang met artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

2.3.1. Dit betoog heeft betrekking op een mogelijke onregelmatigheid van na de datum van het bestreden besluit. Deze grond kan reeds om die reden de rechtmatigheid van het bestreden besluit niet aantasten. Deze mogelijke onregelmatigheid kan derhalve geen grond vormen voor de vernietiging van het bestreden besluit.

2.4. De milieuvereniging en het college van gedeputeerde staten betogen dat het wijzigingsplan in strijd is met het provinciale beleid, zoals dit onder meer is neergelegd in de Paraplunota ruimtelijke ordening, en met de algemene regels in de Verordening ruimte Noord-Brabant die sedert 1 juni 2010 van kracht is. Volgens de Paraplunota is nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf in de Agrarische Hoofdstructuur (AHS-landschap) uitgesloten. Voorts betoogt de milieuvereniging dat het wijzigingsplan ook in strijd is met de door de raad van de gemeente op 20 juli 2010 vastgestelde Ontwikkelingsvisie Buitengebied, waarin staat dat nieuwvestiging van (grondgebonden) agrarische bedrijven niet is toegestaan binnen deelgebied Duin, waarin het perceel ligt.

2.4.1. Niet in geschil is dat het college van burgemeester en wethouders het desbetreffende provinciale beleid uit de Paraplunota heeft overgenomen en als eigen, gemeentelijk beleid hanteert en daaraan toepassing geeft. Voorts is niet in geschil dat het wijzigingsplan in strijd is met de weergegeven uitgangspunten in de Paraplunota en de Ontwikkelingsvisie. Het college van burgemeester en wethouders vindt echter dat er voldoende redenen zijn om hiervan af te wijken. In dit verband wijst het college van burgemeester en wethouders in zijn vaststellingsbesluit op de omstandigheid dat [belanghebbende], die om wijziging van de geldende bestemming "Agrarisch gebied" heeft verzocht, reeds een aantal percelen met een omvang van ongeveer 7 ha in en rondom het plangebied in bezit heeft en dat op 11 januari 2008 aan hem reeds een bouwvergunning is verleend voor de bouw van een nieuwe bedrijfshal. In zijn verweerschrift heeft het college van burgemeester en wethouders voorts uiteengezet dat vestiging van het agrarische bedrijf niet zozeer een nieuw beslag op de beschikbare ruimte betekent, maar veeleer een uitbreiding betreft van bebouwing die feitelijk ter plaatse reeds aanwezig is.

2.3.2. De Afdeling is van oordeel dat in de door het college van burgemeester en wethouders aangegeven omstandigheden onvoldoende rechtvaardiging is gelegen om, anders dan uit het overgenomen provinciale en gemeentelijke beleid voortvloeit, een nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf op deze locatie mogelijk te maken. In het bijzonder de omstandigheid dat [belanghebbende] ter plaatse reeds gronden in gebruik heeft en dat ter plaatse reeds bedrijfsbebouwing aanwezig is dan wel op grond van een verleende bouwvergunning mag worden opgericht, acht de Afdeling onvoldoende om een uitzondering te maken op het gevoerde beleid, en wel reeds hierom dat het wijzigingsplan tevens de mogelijkheid biedt een agrarische bedrijfswoning te bouwen. Dat ter plaatse reeds een bedrijfshal aanwezig is, is niet van doorslaggevende betekenis omdat het bouwvlak waarop deze bedrijfshal staat, is ontstaan door afsplitsing van een reeds bestaand agrarisch bouwvlak dat aan de noordelijke zijde van het perceel ligt.

2.4. Gelet op het voorgaande, ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet berust op een deugdelijke motivering. De beroepen zijn gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb te worden vernietigd. In verband hiermee behoeven de overige beroepsgronden van de milieuvereniging en het college van gedeputeerde staten geen bespreking meer.

2.5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden van 30 november 2010, waarbij het wijzigingsplan "Wijziging van het bestemmingsplan "Buitengebied Drunen", 1e partiële herziening, Duinweg 56" is vastgesteld;

II. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden het voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht ten bedrage van € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) voor de vereniging Natuur- en Milieuvereniging gemeente Heusden en € 298,00 (zegge: tweehonderdachtennegentig euro) voor het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van staat.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Kooijman

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2012

177-653.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature