< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Weigering inschrijving in Kwaliteitesregister tolken en vertalers en Register beëdigde tolken en vertalers.

Eiseres voldoet niet aan de opleidingseisen en kan ook anderszins niet aantonen dat zij voldoet aan de vereiste competenties.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummers: AWB 10 - 2201 en 10-2918

uitspraak van de meervoudige kamer van 11 januari 2012

in de zaken van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. J. Hemelaar, advocaat te Leiden,

tegen:

de minister van Justitie, thans de minister van Veiligheid en Justitie,

verweerder.

1. Procesverloop

Registratie Kwaliteitsregister tolken en vertalers (10-2201)

Bij besluit van 30 december 2008 heeft verweerder het verzoek van eiseres tot definitieve registratie in het Kwaliteitsregister tolken en vertalers (hierna: Ktv) als tolk in de Spaanse en de Engelse taal afgewezen

Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 17 april 2009 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Daarbij heeft verweerder verwezen naar het advies van de commissie voor bezwaar.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank ‘s-Hertogenbosch.

Bij uitspraak van 14 april 2010 (zaaknummer 09-1831) heeft de rechtbank

’s-Hertogenbosch zich onbevoegd verklaard en het beroep van eiseres ter behandeling doorgezonden naar de rechtbank Haarlem.

Inschrijving Register beëdigde tolken en vertalers (10-2918)

Bij besluit van 20 april 2009 heeft verweerder het verzoek van eiseres tot inschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: Rbtv) als tolk in de Spaanse en de Engelse taal afgewezen en eiseres geplaatst op de ‘Uitwijklijst’ als tolk Nederlands-Spaans en Nederlands-Engels.

Tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 10 september 2009 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Daarbij heeft verweerder verwezen naar het advies van de commissie voor bezwaar.

Tegen dit besluit heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank ‘s-Hertogenbosch.

Bij brief van 15 juni 2010 heeft de rechtbank ’s-Hertogenbosch het beroep doorgezonden aan de rechtbank Haarlem voor verdere behandeling.

Verweerder heeft op de zaken betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

De beroepen zijn gevoegd behandeld ter zitting van 16 december 2010, alwaar eiseres in persoon is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde voornoemd. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. M. Lely-Schuurman en mr. D.E.S. Tomeij, beiden werkzaam bij de Raad voor Rechtsbijstand.

Bij tussenuitspraak van 20 januari 2011 heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in de bestreden besluiten te herstellen.

Bij brief van 2 maart 2011 heeft verweerder de rechtbank een nadere motivering doen toekomen.

Eiseres heeft hierop bij brief van 6 april 2011 gereageerd.

De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

2. Overwegingen

2.1 In de tussenuitspraak van 20 januari 2011 heeft de rechtbank geoordeeld dat de bestreden besluiten onvoldoende zijn gemotiveerd.

Niet is inzichtelijk gemaakt of met betrekking tot het verzoek van eiseres om definitieve inschrijving in het Ktv ook een beoordeling op ‘dossierniveau’ heeft plaatsgevonden hetgeen - zoals door verweerder ter zitting is gesteld- wel gebruikelijk is.

Evenmin is inzichtelijk gemaakt op welke wijze de beoordeling van de aanvraag van eiseres om inschrijving in het Rbtv heeft plaatsgevonden en dan met name voor zover het betreft de vraag of eiseres voldoet aan de in artikel 3 van het Besluit inschrijving Rbtv opgenomen eisen.

2.2 Naar aanleiding hiervan heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om met toepassing van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb deze gebreken alsnog te herstellen, met inachtneming van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen.

2.3 De rechtbank heeft ter herstel van de geconstateerde gebreken verweerder verzocht

alsnog toe te lichten of bij beoordeling van het verzoek van eiseres om inschrijving in het Ktv beoordeling op ‘dossierniveau’ heeft plaatsgevonden.

2.4 De rechtbank heeft verweerder tevens verzocht per onderdeel aan te geven aan welke van de in artikel 3 van het Besluit inschrijving Rbtv opgesomde eisen eiseres al dan niet voldoet en daarbij te betrekken de gegevens die bekend zijn over de door eiseres gevolgde opleidingen alsmede haar ervaring.

Ingevolge artikel 3 van het Besluit inschrijving Rbtv kan de Raad voor Rechtsbijstand, indien voor een vaardigheid en/of talencombinatie, c.q. vertaalrichting geen toets beschikbaar is, in uitzonderlijke gevallen een verzoek tot inschrijving voorleggen aan de Commissie beëdigde tolken en vertalers.

Daartoe moet de tolk of vertaler aantonen:

• te beschikken over hbo-werk- en denkniveau en

• te beschikken over taalvaardigheid in de betreffende talencombinatie of vertaalrichting(en) op het vereiste niveau en

• minimaal vijf jaar ervaring te hebben als beroepstolk of -vertaler in de betreffende vaardigheid en talencombinatie c.q vertaalrichting en

• scholing te hebben gevolgd om tolk- of vertaalvaardigheid en -attitude te ontwikkelen.

2.5 In de nadere motivering benadrukt verweerder dat eiseres voor het Engels, noch voor het Spaans beschikt over een afgeronde tolkopleiding. Hij heeft ten aanzien van het verzoek om inschrijving in het Ktv aangegeven dat slechts in zeer uitzonderlijke gevallen wordt afgeweken van de eisen van het hebben van een tolkopleiding en relevante (juridische) tolkervaring.

Met betrekking tot het Engels heeft eiseres wel een tolkopleiding gevolgd, maar deze niet met succes afgerond. Het met goed gevolg afleggen van toetsen die werden aangeboden door het Kernteam had evenwel in het geval van eiseres kunnen leiden tot definitieve inschrijving in het Ktv. Echter voor het praktijkgedeelte van deze toetsen is eiseres gezakt. Voorts is uit de overgelegde stukken gebleken dat eiseres in 1998 twee onderdelen van de opleiding “gerechtstolken in strafzaken” van de Stichting Instituut van Gerechtstolken en Vertalers (SIGV) niet heeft behaald. Gelet hierop heeft verweerder geen aanleiding gezien om, gebaseerd op het dossier van eiseres, aan te nemen dat zij voldoet aan de gestelde opleidingseis.

Met betrekking tot het Spaans stelt verweerder vast dat eiseres in het geheel geen tolkopleiding heeft gevolgd. Echter ook dan was het mogelijk geweest om in een zeer uitzonderlijke situatie toch over te gaan tot definitieve inschrijving in het Ktv, mits eiseres zou beschikken over een tolkopleiding in een andere taal, in het bezit is van een taalstudie op Hbo-niveau, en beschikt over bijzondere werkervaring als tolk in de betreffende taal. Eiseres beschikt niet over een tolkopleiding en evenmin over bijzondere werkervaring. Het door eiseres overlegde certificaat Spaans, behaald in Peru, is op zichzelf onvoldoende om over te gaan tot definitieve inschrijving in het Ktv. Bovendien is verweerder, na waardering van eerdergenoemd certificaat door het Nuffic, gebleken dat het niet gaat om een opleiding op Hbo-niveau, maar om een cursus Spaans voor buitenlanders/anderstaligen.

Verweerder stelt zich gelet hierop op het standpunt dat eiseres niet voldoet aan de opleidingseis, zodat geen definitieve inschrijving in het Ktv kon plaatsvinden.

2.6 Met betrekking tot het verzoek om nader te motiveren of eiseres, met oog op haar verzoek om inschrijving in het Rbtv, voldoet aan de in artikel 3 van het Besluit inschrijving Rbtv opgenomen eisen, heeft verweerder in zijn nadere motivering het volgende aangevoerd.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij beschikt over Hbo-werk- en denkniveau. Hij voert daartoe aan dat eiseres beschikt over een Mulo-diploma en voorts twee certificaten heeft overgelegd; één van het British Language training Centre in Ghana en één van Pontificia Universidad Catolica Del Peru. De door eiseres overgelegde certificaten zijn niet voorzien van een Nuffic-waardering en geven evenmin aan dat sprake is van een diploma op Hbo-niveau. Na waardering van de certificaten door het Nuffic, op verzoek van verweerder, is ook komen vast te staan dat niet gesproken kan worden van een opleiding op Hbo-niveau. Het betreft een taalcursus Engels van 28 uur, respectievelijk – zoals onder rechtsoverweging 2.5 reeds is genoemd – een cursus Spaans voor buitenlanders/anderstaligen.

Gelet op het vorenstaande stelt verweerder zich tevens op het standpunt dat eiseres onvoldoende heeft aangetoond te beschikken over de vereiste taalvaardigheid in het Engels en Spaans op Hbo-niveau. Ook voor het Nederlands kan niet worden aangenomen dat eiseres beschikt over taalvaardigheid op Hbo-niveau, nu zij niet beschikt over diploma’s of certificaten waaruit dit blijkt, aldus verweerder.

Vast staat voorts dat eiseres niet beschikt over minimaal vijf jaar ervaring als beroepstolk of -vertaler zodat zij, aldus verweerder, ook aan deze eis niet voldoet.

Eiseres heeft evenmin aannemelijk gemaakt dat zij haar tolkvaardigheid en tolkattitude op het vereiste niveau heeft ontwikkeld, aldus verweerder. Eiseres heeft in 1997-1998 de SIGV-opleiding Gerechtstolk gevolgd, maar is voor twee vakken gezakt. Alhoewel eiseres heeft aangegeven een cursus te hebben gevolgd bij het Instituut Tolken en Vertalers (ITV) zijn hiervan geen stukken overgelegd. Verweerder heeft navraag gedaan bij het ITV, maar dit heeft niet geleid tot aanknopingspunten om aan te nemen dat eiseres daar een cursus heeft gevolgd. Eiseres heeft evenmin aangetoond dat zij in het kader van het kwaliteitstraject bij het Kernteam in 2005 de scholingsmodule tolktechnieken heeft gevolgd. Los daarvan stelt verweerder zich op het standpunt dat nu eiseres is gezakt voor de toetsonderdelen van de Kernteamtoets vertalen a vue Nederlands/Engels en vertalen a vue Engels/Nederlands, zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar tolkvaardigheid en tolkattitude op het vereiste niveau heeft ontwikkeld.

Op grond van het vorenstaande concludeert verweerder dat eiseres niet voldoet aan de eisen als genoemd in artikel 3 van het Besluit inschrijving Rbtv , zodat onvoldoende reden is aan te nemen dat sprake is van een uitzonderlijk geval dat aanleiding geeft om het verzoek van eiseres om inschrijving in het Rbtv voor te leggen aan de Commissie beëdigde tolken en vertalers.

2.7 Eiseres bestrijdt het standpunt van verweerder dat zij niet beschikt over het vereiste werk- en denkniveau, alsmede over taalvaardigheid op het vereiste niveau. Het certificaat van Pontificia Universidad Catolica Del Peru was destijds (1972) het hoogst haalbare voor een Nederlandse in een Zuid-Amerikaans land. Daarna heeft zij in Nederland nog een aantal jaar privéles Spaans gevolgd. Een opleiding tot tolk bestond toen nog niet in Nederland. Tolkvaardigheid en tolkattitude zijn bij de Kernteamtoets bovendien als voldoende beoordeeld. Het feit dat zij is gezakt voor het onderdeel a vue vertalen mag in deze niet zwaar wegen, nu de rechtbank van een tolk nimmer verwacht dat deze a vue vertaalt. Zij betoogt voorts dat wonen, werken en studeren in het buitenland bijdraagt aan ontwikkeling van het werk- en denkniveau op Hbo-niveau en voorts dat haar kennis van de culturen van de betreffende landen ook dient te worden meegewogen. Eiseres pleit bovendien voor een dispensatieregeling voor tolken die al langer dan 15 jaar tolken.

2.8 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met de nadere onderbouwing voldoende inzichtelijk gemaakt op welke wijze hij ten aanzien van eiseres de opleidingseisen heeft beoordeeld, alsmede op welke wijze hij heeft beoordeeld of aanleiding was om aan te nemen dat in het onderhavige geval sprake is van een uitzonderlijk geval.

2.9 Met betrekking tot het verzoek van eiseres om definitieve inschrijving in het Ktv volgt de rechtbank het standpunt van verweerder dat eiseres niet heeft aangetoond te beschikken over de vereiste tolkopleiding. Verweerder heeft op goede gronden het verzoek van eiseres om definitieve inschrijving in het Ktv afgewezen.

2.10 Ingevolge artikel 37, aanhef en onder b van de Wet be ëdigde tolken en vertalers (Wbtv) zijn de artikelen 3 en 5, onderdeel a, gedurende een periode van twee jaar na inwerkingtreding van deze wet niet van toepassing op de inschrijving in het register van degenen die op het moment van inwerkingtreding van deze wet definitief zijn ingeschreven in het landelijk kwaliteitsregister tolken en vertalers, bedoeld in de Tijdelijke regeling van 13 mei 2003 houdende machtiging van de Raad voor rechtsbijstand te ’s-Hertogenbosch tot het beheer van het landelijk kwaliteitsregister tolken en vertalers (Stcrt. 2003, 94).

2.11 Nu, zoals uit rechtsoverweging 2.9 volgt, eiseres niet definitief is ingeschreven in het Ktv, is het overgangsrecht als opgenomen in artikel 37, aanhef en onder b, van de Wbtv niet van toepassing en zijn de eisen voor inschrijving in het Rbtv als opgenomen in de artikelen 3 en 5, onderdeel a, van de Wbtv onverkort van toepassing op eiseres.

2.12 Om in aanmerking te komen voor inschrijving in het Rbtv dient eiseres, ingevolge artikel 3 van de Wbtv , te voldoen aan eisen ten aanzien van de attitude van een tolk voor de tolk, de attitude van een vertaler voor de vertaler, integriteit, taalvaardigheid in de brontaal, taalvaardigheid in de doeltaal, kennis van de cultuur van het land of gebied van de brontaal en kennis van de cultuur van het land of gebied van de doeltaal. Uit artikel 5, aanhef en onder a, van de Wbtv volgt dat haar verzoek wordt afgewezen als zij hieraan niet voldoet.

Ingevolge artikel 8, eerste lid, van het Besluit be ëdigde tolken en vertalers (Bbtv) wordt een tolk of vertaler in het register ingeschreven, indien hij voldoet aan een of meer van de volgende eisen:

a. hij beschikt over een of meer van de volgende getuigschriften waaruit blijkt dat hij met goed gevolg het examen heeft afgelegd ter afsluiting van een opleiding tot tolk of vertaler als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek:

1°. een getuigschrift waaruit blijkt dat het recht is verkregen om de titel baccalaureus te voeren;

2°. een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Bachelor is verleend; of

3°. een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Master is verleend;

b. hij kan anderszins aantonen te voldoen aan de wettelijke competenties.

2.13 Zoals eerder in de tussenuitspraak van 20 januari 2011 is overwogen is niet in geschil dat eiseres niet voldoet aan de vereisten zoals gesteld in artikel 8, eerste lid, onder a, van het Bbtv en dat zij anderszins dient aan te tonen te voldoen aan de wettelijke competenties als bedoeld onder b van het eerste lid van datzelfde artikel. Dit is uitgewerkt in de beleidsregel opgenomen in artikel 3 van het Besluit inschrijving Rbtv .

Niet in geschil is dat eiseres dient aan te tonen te voldoen aan de in dat artikel opgesomde eisen.

2.14 Ter beoordeling staat derhalve of eiseres anderszins heeft aangetoond te voldoen aan de wettelijke competenties. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiseres dit niet heeft kunnen aantonen en dat geen sprake is van een uitzonderlijk geval welke aanleiding is om het verzoek van eiseres om inschrijving in het Rbtv voor de te leggen aan de Commissie beëdigde tolken en vertalers.

Uit de door eiseres overgelegde certificaten kan niet worden afgeleid dat eiseres beschikt over een werk- en denkniveau op Hbo-niveau, dan wel taalvaardigheid of tolkvaardigheid op Hbo-niveau. Ook mogelijk door eiseres gevolgde cursussen – al dan niet met een positief resultaat afgerond – bieden hiervoor geen aanknopingspunt. Niet relevant is of, zoals eiseres stelt, sommige vaardigheden die verlangd worden (vertalen a vue) in de praktijk niet of nauwelijks nodig zijn – wat daar ook van zij – nu uitgangspunt zijn de wettelijke competenties zoals opgenomen in de Wbtv en uitgewerkt in het Bbtv en het Besluit inschrijving Rbtv.

Ook het betoog van eiseres dat uit de omstandigheden van het geval, namelijk haar verblijf in het buitenland, kan worden afgeleid dat zij beschikt over werk- en denkniveau op Hbo-niveau, treft geen doel. Uit zowel artikel 8, eerste lid, onder b, van de Bbtv als het beleid zoals opgenomen in het Besluit inschrijving Rbtv blijkt dat eiseres dient aan te tonen dat zij beschikt over de vereiste competenties. De bewijslast hiervoor ligt bij eiseres. Verweerder heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiseres hierin niet is geslaagd.

2.15 Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak zijn de bestreden besluiten onvoldoende gemotiveerd, hetgeen in strijd is met artikel 7:12 van de Awb . De beroepen zijn gegrond. De besluiten van 17 april 2009 en 10 september 2009 dienen wegens strijd met 7:12 van de Awb te worden vernietigd.

2.16 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat verweerder in diens nadere motivering de geconstateerde motiveringsgebreken heeft hersteld. De rechtbank zal daarom bepalen dat de rechtsgevolgen van de besluiten geheel in stand blijven.

2.17 Voorts bestaat aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten aanzien van verweerder. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht is het gewicht van de zaak is bepaald op 1 (gemiddeld). Voor het indienen van het beroepschrift in zaaknummer 10-2201 wordt 1 punt toegekend x € 322,-- (1 x € 322,-- = € 322,--), nu het beroep vóór 1 oktober 2009 is ingesteld. Voor het indienen van het beroepschrift in zaaknummer 10-2919 wordt 1 punt toegekend, voor het verschijnen ter zitting wordt 1 punt toegekend en voor het geven van repliek op de nadere motivering van verweerder wordt 0,5 punt toegekend x € 437,-- per punt (2,5 x € 437,-- = € 1092,50).

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart de beroepen gegrond;

3.2 vernietigt de bestreden besluiten van 17 april 2009 en 10 september 2009;

3.3 bepaalt dat de rechtsgevolgen van deze besluiten geheel in stand blijven;

3.4 veroordeelt de minister van Justitie, thans de minister van Veiligheid en Justitie, in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 1414,50 te betalen aan eiseres;

3.5 gelast dat de minister van Justitie, thans de minister van Veiligheid en Justitie het door eiseres betaalde griffierecht van € 300,-- aan haar vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzitter van de meervoudige kamer, en mr . drs. C.M. van Wechem en mr . drs. L. Beijen, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Poggemeier, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2012.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature