Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Arbeidszaak. Werknemer op staande voet ontslagen wegens mishandeling van chef. Betwist wordt dat chef is geslagen. Erkend dat is geduwd. Volgens werknemer heeft chef zich daarna theatraal laten vallen. De in kort geding gevorderde loondoorbetaling en wedertewerkkstelling wordt afgewezen, omdat ktr, ontslag op staande voet voorshands terecht oordeelt. Verweer dat geen wederhoor is toegepast verworpen, nu daartoe in zijn algemeenheid geen wettelijke verplichting bestaat en het beginsel van goed werkgeverschap daartoe in dit geval niet noopte. De door de werkgever verzochte ontbinding 'voor zover vereist' wel toegewezen, op grond van verstoring van de arbeidsrelatie, zonder toekenning van enige vergoeding.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie [[Zaandam]]

zaaknummer 541307 / AO VERZ 12-2

datum uitspraak: 9 februari 2012

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

FireSense Benelux B.V.

te Diemen

verzoekende partij

hierna: FireSense

gemachtigde: mr. L. Bijl

tegen

[verweerder]

te [adres]

verwerende partij

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. P. Wieringa

De procedure

Op 29 december 2011 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van FireSense.

[verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 26 januari 2012, gelijktijdig met de mondelinge behandeling van de door [verweerder] gevorderde voorlopige voorziening, zaaksnummer 543139 VV EXPL 12-13. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden van heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

1. [verweerder], [leeftijd], is sinds 10 maart 2008 bij FireSense in dienst, laatstelijk in de functie van logistiek medewerker tegen een salaris van € 2.600,-- bruto per maand exclusief vakantiebijslag.

2. Tot medio 2011 waren er geen aanmerkingen op het gedrag van [verweerder]. Daarna verslechterde de situatie. [verweerder] was vaak humeurig, hield zich bij ziekmeldingen niet altijd strikt aan de formele regels en kwam steeds vaker in conflict met zijn directe chef, de heer [naam] over de wijze waarop hij zijn werkzaamheden verrichtte.

3. Op 12 december 2011 verzocht [verweerder] om het opnemen van vakantiedagen, die [naam] alleen wilde toekennen als [verweerder] zijn werk af had. [verweerder], die zich ten onrechte bekritiseerd voelde, was het niet eens met deze reactie.

4. Op 14 december 2011 is de zaak geëscaleerd. Na een woordenwisseling over die vakantiedagen is [verweerder] richting magazijn gelopen, gevolgd door [naam], die het niet vond kunnen dat [verweerder] zo bij hem wegliep. In het magazijn is de ruzie voortgezet, waarna het tot een ontlading is gekomen, waarbij [naam] door [verweerder] in elk geval lijfelijk is aangevallen. Daarbij is [naam] op de grond terecht gekomen en is diens bril vernield. [verweerder] heeft bij die gelegenheid een bloedende hand opgelopen.

5. Na het hiervoor onder 4. beschreven incident is directeur [naam], die vanaf het toilet getuige was geweest van de woordenwisseling in het magazijn, naar het magazijn gegaan. Op de weg daarheen kwam hij [verweerder] tegen, die zonder tekst en uitleg langs hem heen is gelopen en naar huis is gegaan. In het magazijn trof [naam] meergenoemde [naam] aan, die hem vertelde dat hij zojuist was aangevallen door [verweerder]. [naam], die op [naam] een zwaar aangeslagen indruk maakte, had geen bril op. Samen hebben ze daar nog naar gezocht, maar hebben die toen niet kunnen vinden.

6. Op 15 december 2011 in de vroege morgen is [verweerder] teruggekeerd op het werk. Hij is toen naar directeur [naam] gelopen. Toen beide de heren tegenover elkaar stonden heeft [naam] een vragend gebaar gemaakt, een gezegd ‘wat nu?’of woorden van die strekking, waarop [verweerder] heeft geantwoord ‘dat is aan jou,’ of woorden van die strekking. Hij heeft geen enkele poging ondernomen om een verklaring of excuus te geven voor het incident van de vorige dag. Daarop heeft [naam] hem gezegd dat hij toch wel begreep, dat hij hem onder deze omstandigheden niet kon handhaven en dat hij niet anders kan, dan [verweerder] op staande voet ontslaan. Vervolgens heeft [verweerder] zijn pasje ingeleverd en is hij zonder verder commentaar vertrokken. Het ontslag op staande voet is de volgende dag schriftelijk bevestigd.

7. [verweerder] heeft zich niet neergelegd bij het gegeven ontslag en heeft de nietigheid daarvan tijdig ingeroepen.

Het verzoek

FireSense verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, maar alleen voor het geval het dienstverband tussen partijen nog mocht blijken te bestaan, primair wegens een dringende reden en subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt FireSense – samengevat – het volgende.

Primair heeft te gelden dat [verweerder] een dringende reden heeft gegeven voor ontslag, door zijn chef [naam] te mishandelen. Hij heeft [naam] in het magazijn geslagen, waardoor [naam] ten val kwam en zijn bril stuk ging.

Subsidiair is sprake van een blijvende verstoring van de arbeidsverhouding. Ook voor het gewelddadige incident was al sprake van disfunctioneren. [verweerder] verrichtte de hem opgedragen werkzaamheden niet altijd naar behoren, waarvoor hij geregeld moest worden gecorrigeerd. Het was dan ook niet voor niets dat [naam] hem nauwlettend in de gaten hield, wat toch diens taak was! Verder waren er klachten over het niet naleven van de regels aangaande ziekteverzuim. Bij dat alles gedroeg [verweerder] zich geregeld zeer onaangenaam richting chef en andere collega’s. Terugkeer van [verweerder] op de werkvloer is na alles wat er gebeurd is in redelijkheid geen optie meer. [verweerder] heeft ook een zorgplicht voor wat betreft de veiligheid van [naam]. Bovendien zou van terugkeer van [verweerder] een verkeerd signaal uitgaan richting andere collega’s.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van € 22.464,-- althans een vergoeding zoals door de kantonrechter in goede justitie te bepalen..

Ter toelichting voert [verweerder] – samengevat – het volgende aan.

Betwist wordt dat [naam] door [verweerder] is geslagen. Juist is dat [verweerder] erg aangeslagen was door de zijns inziens onterechte bejegening door [naam], door hem als ‘pesten’ aangemerkt. Juist om erger te voorkomen is hij daarom naar het magazijn gelopen, waarheen hij echter werd achtervolgd door [naam]. Hoewel hij [naam] meermalen dringend had gezegd hem niet verder lastig te vallen, bleef vet maar achter hem aanlopen. In het magazijn heeft [naam] hem vervolgens bij de schouder gepakt, waarop [verweerder] zich heeft omgedraaid en hem een duw heeft gegeven. Zonder dat daar enige aanleiding voor was heeft [naam] zich vervolgens op de grond laten vallen en ging hij huilen. Volgens [verweerder] ging het daarbij puur om theater, bedoeld om hem te pakken.

Hoewel [verweerder] niet kan ontkennen wel eens wat meer humeurig te zijn geweest dan normaal, wat hij wijt aan het stoppen met roken, betwist hij dat hij is gaan disfunctioneren. De jegens hem aangevoerde verwijten worden als onterecht en onbewezen aangemerkt. Juist is dat hij niet (meer) met zijn chef door een deur kan. Bij gelegenheid van de hoorzitting heeft hij [naam] in elk geval als leugenachtig aangemerkt, ‘waarnaar hij ook de persoon is.’Maar met de andere collega’s zegt [verweerder] geen problemen te hebben. Volgens [verweerder] was en is het aan FireSense om te werken aan verbetering van de situatie, die door hem niet als hopeloos wordt gezien. [verweerder] is alleszins bereid om daaraan mee te werken.

De beoordeling van het verzoek

Ontvankelijkheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden komen vast te staan, die zouden nopen tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek.

Ontslagverboden

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een verbod tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst of een opzegverbod als bedoeld in de artikelen 7:647, 648, 670 en 670a van het Burgerlijk Wetboek , of enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst. Dat blijkt niet het geval.

Ontbinding of niet

Het beroep op de feiten en omstandigheden die een dringende reden zouden hebben opgeleverd indien [verweerder] op die grond op staande voet ontslagen zou zijn geweest, wordt gepasseerd omdat [verweerder] door FireSense juist om die reden op staande voet is ontslagen. Een bodemprocedure over dat ontslag op staande voet is niet uitgesloten, met alle bewijsrechtelijke implicaties van dien en anders dan in deze procedure- een mogelijkheid voor hoger beroep. Daarom zal in deze verzoekschriftprocedure niet worden vooruitgelopen op een mogelijk nog in een bodemprocedure daarover te nemen eindbeslissing.

Voldoende is wel gebleken van gewijzigde omstandigheden, die een voldoende gewichtige reden opleveren om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbin¬den.

Zelfs als het juist is dat [verweerder] zijn chef in een emotionele opwelling alleen heeft geduwd, dan nog moet dat worden gezien als voldoende bewijs van een inmiddels volstrekt verstoorde arbeidsrelatie. Deze ontlading staat immers niet op zichzelf. Er waren al maanden problemen met [verweerder] op de werkvloer, die allen waren terug te brengen op zijn als negatief ervaren werkhouding. Dat een en ander een gevolg was van pesterijen van de kant van chef [naam] acht de kantonrechter niet aannemelijk geworden. Het kan misschien zo zijn dat [verweerder] dat in zijn boosheid zo ervaren heeft, maar daarbij ziet hij kennelijk over het hoofd dat het nu juist de taak van [naam] was om hem te controleren en zo nodig te corrigeren. Of anders gezegd: kennelijk heeft [verweerder] zich onvoldoende rekenschap gegeven van het feit, dat [naam] de leiding en de daarbij behorende verantwoordelijkheden had en niet hij. Duidelijk is in elk geval dat de arbeidsrelatie steeds slechter werd, waarvan het incident van 14 december 2011 het uiteindelijke resultaat was. Aan FireSense moet worden toegegeven, dat terugkeer van [verweerder] op de werkvloer geen redelijke optie meer is.

Vergoeding

De kantonrechter is van oordeel dat aan [verweerder] in redelijk¬heid geen vergoeding toekomt ten laste van de wederpartij. De verstoorde arbeidsrelatie is geheel, dan wel in overwegende mate aan hem te verwijten en/ of behoort geheel dan wel in overwegende mate tot zijn risicosfeer.

Kosten

Over de proceskosten moet worden geoordeeld zoals hierna bepaald.

Beslissing

De tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst wordt met ingang van 10 februari 2012 ontbonden zonder toekenning van een vergoeding.

Deze ontbinding moet voorwaardelijk worden opgevat, voor het geval de arbeidsovereenkomst niet al op een andere wijze is beëindigd.

Iedere partij moet de eigen kosten dragen.

Aldus gegeven door mr. F.M.Visser, kantonrechter in de rechtbank Haarlem, locatie Zaandam, en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature