< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Nu ter zitting is gebleken dat voorafgaand aan de ontruiming van Het allerbeste, kraakpand 'Schijnheilig' geen vermoeden bestond dat zich in dit pand vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf zouden bevinden, de vreemdelingenpolitie ook niet bij de ontruimingsactie was betrokken, het algemeen bekend is dat demonstranten, die strafrechtelijk zijn aangehouden bij een ordemaatregel als deze, soms hun identiteit niet bekend willen maken om redenen die geen enkel verband houden met het niet respecteren van de bepalingen van de Vw 2000, en de minister ook overigens niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit hier wel het geval zou zijn, moet worden geoordeeld dat niet is gebleken van feiten en omstandigheden die zouden kunnen duiden op een niet rechtmatig verblijf van appellante in Nederland.

Onder deze omstandigheden, kan de minister aan de Vw 2000 geen bevoegdheid ontlenen om de demonstranten op te houden of in bewaring te stellen. De maatregelen van ophouding en bewaring zijn reeds hierom onrechtmatig.

Uitspraak



201108656/1/V3.

Datum uitspraak: 1 februari 2012

RAAD VAN STATE

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Utrecht, van 1 augustus 2011 in zaak nr. 11/22450 in het geding tussen:

appellante

en

de minister voor Immigratie en Asiel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 juli 2011 is appellante in vreemdelingenbewaring gesteld.

Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 1 augustus 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 8 augustus 2011, hoger beroep ingesteld. Tevens heeft zij daarbij de Afdeling verzocht haar schadevergoeding toe te kennen. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 17 augustus 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel, thans: de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 december 2011, waar appellante in persoon, bijgestaan door mr. E. van Kempen en mr. C.J. Ullersma, advocaten te Amsterdam, en de minister, vertegenwoordigd door mr. J. Raaijmakers, werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In de grieven Ia en II tot en met IV, klaagt appellante - in de kern weergegeven en voor zover van belang - dat de rechtbank heeft miskend dat voor het aanwenden van de bevoegdheid tot ophouden en inbewaringstelling op grond van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) feiten en omstandigheden aanwezig moeten zijn die duiden op een niet rechtmatig verblijf in Nederland en dat hiervan geen sprake is. Daartoe heeft appellante aangevoerd dat deze bevoegdheden voor een ander doel zijn aangewend dan waarvoor zij zijn verleend, namelijk het alsnog achterhalen van de identiteit van de groep demonstranten, waarvan zij deel uitmaakte, nu deze informatie tijdens het voorafgaande strafrechtelijk traject niet kon worden verkregen. Voorts heeft appellante aangevoerd dat de enkele grond dat zij niet beschikt over een identiteitspapier als bedoeld in artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit 2000 onvoldoende is om de maatregel van bewaring te kunnen dragen.

2.2. Uit het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 7 juli 2011, gelezen in onderlinge samenhang met het ongedateerde mini proces-verbaal 'Bijlage variabelen', het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van gehoor van 6 juli 2011 en het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van overbrenging en ophouding van 8 juli 2011, kan het volgende worden opgemaakt.

Op 5 juli 2011 heeft een zogenaamde 'Ontruimingsdag' van onder meer het kraakpand 'Schijnheilig' te Amsterdam plaatsgevonden. Bij deze ontruimingsactie zijn de daar aanwezige - circa 150 - demonstranten, waaronder appellante, op grond van overtreding van artikel 2.2, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Amsterdam aangehouden in verband met het verstoren van de openbare orde. Om de identiteit van de demonstranten te achterhalen is een identiteitsbewijs gevorderd. Van deze groep weigerden 52 demonstranten, waaronder appellante, zich te identificeren. Zij zijn vervolgens overgebracht naar het Cellencomplex Zuid-Oost te Amsterdam en voorgeleid aan de dienstdoende hulpofficier van Justitie. Tijdens de strafrechtelijke ophouding is het niet gelukt om de identiteit van deze 52 demonstranten vast te stellen. Vervolgens zijn zij heen gezonden door de hulpofficier van Justitie en direct aansluitend op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw 2000 opgehouden voor verhoor en ter beschikking gesteld van de vreemdelingenpolitie. Tijdens de vreemdelingenrechtelijke ophouding zijn de persoonsgegevens van appellante geverifieerd, waarbij bleek dat zij niet voorkwam in de Basis Voorziening Vreemdelingen. Appellante is vervolgens op 6 juli 2011 gehoord, waarbij zij heeft verklaard niets te willen zeggen zonder de aanwezigheid van haar advocaat. Appellante is aansluitend op dit gehoor in vreemdelingenbewaring gesteld.

2.3. Ter zitting van de Afdeling heeft de minister nader toegelicht dat voorafgaand aan de ontruiming van het kraakpand 'Schijnheilig' op 5 juli 2011 geen contact is gezocht met de vreemdelingenpolitie, omdat geen aanwijzingen bestonden dat zich in het te ontruimen pand vreemdelingen zouden bevinden. De medewerkers van de vreemdelingenpolitie werden derhalve op 5 juli 2011 onverwacht geconfronteerd met een grote groep personen van wie de identiteit tijdens het strafrechtelijk traject niet was vastgesteld. Nu na het verstrijken van de (vreemdelingenrechtelijke) ophoudingstermijn deze identiteit, en daarmee tevens de verblijfsrechtelijke positie, nog niet was vastgesteld, achtte de minister voldoende gronden aanwezig om de betrokken personen in bewaring te stellen. Hierbij stelt de minister dat geen van de strafrechtelijk opgehouden personen met het oog op handhaving van de openbare orde in bewaring is gesteld, maar dat tot inbewaringstelling is besloten na een individuele beoordeling waarbij voldoende aanwijzingen bestonden dat het een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf betrof.

2.4. Ingevolge artikel 50, tweede lid van de Vw 2000 , voor zover hier van belang, mag de staande gehouden persoon worden overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor, indien zijn identiteit niet onmiddellijk kan worden vastgesteld.

Ingevolge artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 kan, indien het belang van de openbare orde zulks vordert, met het oog op de uitzetting, de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in bewaring worden gesteld.

2.4.1. Nu ter zitting is gebleken dat voorafgaand aan de ontruiming van het kraakpand 'Schijnheilig' geen vermoeden bestond dat zich in dit pand vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf zouden bevinden, de vreemdelingenpolitie ook niet bij de ontruimingsactie was betrokken, het algemeen bekend is dat demonstranten, die strafrechtelijk zijn aangehouden bij een ordemaatregel als deze, soms hun identiteit niet bekend willen maken om redenen die geen enkel verband houden met het niet respecteren van de bepalingen van de Vw 2000, en de minister ook overigens niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit hier wel het geval zou zijn, moet worden geoordeeld dat niet is gebleken van feiten en omstandigheden die zouden kunnen duiden op een niet rechtmatig verblijf van appellante in Nederland.

Onder deze omstandigheden, kan de minister aan de Vw 2000 geen bevoegdheid ontlenen om de demonstranten op te houden of in bewaring te stellen. De maatregelen van ophouding en bewaring zijn reeds hierom onrechtmatig.

2.4.2. Gelet hierop zijn de maatregelen van ophouding en bewaring van appellante vanaf 5 juli 2011 onderscheidenlijk 6 juli 2011 onrechtmatig geweest en is het hoger beroep reeds daarom gegrond. Het overige dat in hoger beroep is aangevoerd, behoeft geen nadere bespreking.

2.5. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Nu de bij de rechtbank voorgedragen beroepsgronden blijkens het hiervoor overwogene geen grond geven voor een ander oordeel, zal de Afdeling, doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, het beroep van appellante alsnog gegrond verklaren. Nu de vrijheidsontnemende maatregel reeds is opgeheven, kan een daartoe strekkend bevel achterwege blijven. Aan appellante wordt met toepassing van artikel 106, eerste lid, van de Vw 2000 na te melden vergoeding toegekend over de periode van 6 juli 2011 tot 8 juli 2011, de dag waarop de vrijheidsontnemende maatregel is opgeheven.

2.6. De minister dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Utrecht, van 1 augustus 2011 in zaak nr. 11/22450;

III. verklaart het door appellante bij de rechtbank in die zaak ingestelde beroep gegrond;

IV. kent aan appellante een vergoeding toe van € 210,00 (zegge: tweehonderdtien euro), ten laste van de Staat der Nederlanden, te betalen door de secretaris van de Raad van State;

V. veroordeelt de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel tot vergoeding van bij appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.311,00 (zegge: dertienhonderdelf euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, voorzitter, en mr. D. Roemers en mr. N. Verheij, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.E.C.M. van Roosmalen, ambtenaar van staat.

w.g. Lubberdink

voorzitter

w.g. Van Roosmalen

ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2012

53-708.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature