< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 1 juni 2010 heeft het CBR [wederpartij] een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (hierna: EMG) opgelegd.

Uitspraak



201102489/1/A3.

Datum uitspraak: 1 februari 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (hierna: het CBR),

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 7 januari 2011 in zaak nr. 10-6235 in het geding tussen:

[wederpartij]

en

het CBR.

1. Procesverloop

Bij besluit van 1 juni 2010 heeft het CBR [wederpartij] een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (hierna: EMG) opgelegd.

Bij besluit van 15 oktober 2010 heeft het CBR het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 7 januari 2011, waarvan het proces-verbaal is verzonden op 13 januari 2011, heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit van 1 juni 2010 (lees: 15 oktober 2010) vernietigd. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het CBR bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 februari 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 24 maart 2011.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 november 2011, waar het CBR, vertegenwoordigd door mr. J.A. Launspach, werkzaam bij het CBR, en [wederpartij], bijgestaan door mr. K.C. van Hoogmoed, advocaat te Haarlem, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 130, eerste lid, eerste volzin, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: de Wvw 1994) doen de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen, indien bij hen een vermoeden bestaat dat de houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven, daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het CBR onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen.

Ingevolge artikel 131, vierde lid, eerste volzin, legt het CBR, indien een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, is gedaan, in de bij ministeri ële regeling aangewezen gevallen betrokkene overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels de verplichting op zich binnen een daarbij vastgestelde termijn te onderwerpen aan educatieve maatregelen ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid.

Ingevolge het vijfde lid, voor zover thans van belang, stelt het CBR de aard van de educatieve maatregelen vast.

Ingevolge het zesde lid worden bij ministeriële regeling nadere regels vastgesteld ter uitvoering van het eerste en het vijfde lid.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid (hierna: de Regeling) wordt een vermoeden als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wvw 1994 gebaseerd op feiten of omstandigheden als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, kunnen feiten of omstandigheden, als bedoeld in artikel 2, blijken uit eigen waarneming en gegevens afkomstig van de politie.

Ingevolge artikel 10b, eerste lid, aanhef en onder a, besluit het CBR tot oplegging van een EMG indien betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1, onder A, onderdeel III, Rijgedrag.

In bijlage 1 (hierna: de bijlage), onder A, onderdeel III, is, voor zover thans van belang, vermeld:

[…]

3. Incorrect samenspel met andere verkeersdeelnemers in het verkeer, hetgeen blijkt uit:

[…]

d. op te korte afstand volgen van voorliggers;

[…]

4. Duidelijk een gedrag tentoonspreiden dat in strijd is met de essentiële verkeersregels en verkeerstekens ter zake van:

[…].

e. het gebruik van lichten en geven van signalen;

[…].

2.2. Het CBR heeft het besluit van 1 juni 2010 genomen naar aanleiding van een mededeling van de Politie Amsterdam-Amstelland van 14 mei 2010 als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wvw 1994 . Volgens die mededeling en de onderliggende op ambtseed en ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van 9 mei 2010 (hierna: de processen-verbaal) heeft [wederpartij] op korte afstand van een ander voertuig op de linkerrijbaan gereden en de bestuurder van dit voertuig door middel van een signaal met het grote licht te kennen gegeven dat hij dat voertuig wilde inhalen.

2.3. De rechtbank heeft vastgesteld dat het CBR het besluit van 1 juni 2010 heeft gebaseerd op een proces-verbaal van verhoor van 9 mei 2010 en hetgeen [wederpartij] in zijn bezwaarschrift en bij de hoorzitting in bezwaar heeft verklaard. Uit deze verklaringen kan naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat [wederpartij] op enig moment tijdens de rit een afstand ten opzichte van het voor hem rijdende voertuig van minimaal één voertuig heeft aangehouden en dat hij eenmaal een signaal heeft gegeven met groot licht. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank echter niet dat [wederpartij] herhaaldelijk tijdens één rit gedragingen heeft vertoond als bedoeld in hiervoor vermelde onderdelen van de bijlage. Gelet daarop heeft de rechtbank het besluit van 15 oktober 2010 vernietigd wegens strijd artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

2.4. Het CBR betoogt dat de rechtbank een verkeerde uitleg geeft aan het bepaalde in artikel 10b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling gelezen in samenhang met de door haar ingeroepen onderdelen van de bijlage. Ten onrechte gaat de rechtbank er volgens het CBR van uit dat slechts wordt voldaan aan vorengenoemd artikel gelezen in samenhang met de bijlage, indien betrokkene herhaaldelijk één en dezelfde gedraging heeft verricht. Onder verwijzing naar de toelichting bij de Regeling tot wijziging van enkele ministeriële regelingen in verband met de invoering van een praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM (Stcrt. 2010, nr. 2488, blz. 6; hierna: de toelichting) betoogt het CBR dat sprake is van herhaaldelijke gedragingen als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling indien twee of meer van de gedragingen genoemd in de bijlage door betrokkene zijn verricht.

2.5. Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat uit de tekst van artikel 10b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling niet volgt dat uit de woorden "herhaaldelijk gedragingen" volgt dat meerdere malen eenzelfde, in de bijlage genoemde gedraging moet zijn verricht, wil de bepaling van toepassing zijn. In de bijlage worden immers verschillende gedragingen genoemd die leiden tot het opleggen van een EMG. De Afdeling vindt steun voor haar oordeel in de toelichting waarin is vermeld dat het bij de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde gedragingen tijdens de rit niet behoeft te gaan om "allemaal dezelfde gedragingen". Een combinatie van verschillende gedragingen is volgens de toelichting uiteraard ook mogelijk. Gelet hierop heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat het voor toepassing van artikel 10b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling noodzakelijk is dat één bepaalde gedraging genoemd in de bijlage meerdere malen wordt verricht.

2.6. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het besluit van 15 oktober 2010 beoordelen in het licht van de daartegen in eerste aanleg voorgedragen beroepsgronden, voor zover die, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, nog bespreking behoeven.

Hierbij stelt de Afdeling vast dat [wederpartij] geen hoger beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, zodat in hoger beroep wordt uitgegaan van de juistheid van het daarin gegeven oordeel dat een signaal met het grote licht is gegeven. De rechtbank heeft niet expliciet geoordeeld dat [wederpartij] zijn voorligger op te korte afstand heeft gevolgd. Derhalve zal de Afdeling beoordelen of de beroepsgronden gericht tegen het door het CBR ingenomen standpunt dat [wederpartij] zich schuldig heeft gemaakt aan die gedraging, slagen.

2.7. [wederpartij] betoogt dat het CBR zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hij zijn voorligger op te korte afstand heeft gevolgd. Hij heeft tegenover de verbalisanten verklaard dat hij een volgafstand aanhield van in ieder geval nog één auto. Hieruit kan volgens hem niet worden geconcludeerd dat hij een te korte volgafstand heeft aangehouden, nu uit zijn woorden evenzeer kan worden opgemaakt dat er meer dan een auto tussen zijn voertuig en het voertuig van zijn voorligger paste. Derhalve staat de daadwerkelijk door hem aangehouden volgafstand niet vast, aldus [wederpartij]. Voorts wijst hij er op dat hij voor de gedragingen waarop het CBR zijn besluit heeft gebaseerd door de kantonrechter is vrijgesproken. Nu hij inkomsten heeft gemist ten gevolge van het volgen van de EMG, heeft hij verzocht het CBR te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding.

2.8. In het proces-verbaal van verhoor van 9 mei 2010 heeft [wederpartij] onder meer verklaard dat hij op een gegeven moment dichter op zijn voorligger is gaan rijden om duidelijk te maken dat hij wilde inhalen. De tussenafstand was volgens [wederpartij] in ieder geval nog één auto. Voorts heeft [wederpartij] verklaard dat op het moment waarop zijn voorligger afremde de afstand tussen de twee voertuigen ongeveer twee strepen op het wegdek was, hetgeen ongeveer 15 meter is. Daarnaast heeft [wederpartij] op de hoorzitting in bezwaar verklaard dat hij op dat moment met een snelheid van ongeveer 80 tot 90 km/u reed.

Het CBR heeft ter zitting van de Afdeling verwezen naar door de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (hierna: SWOV) geadviseerde tussenafstand tot de voorligger van twee seconden. Er bestaat geen grond te oordelen dat het CBR niet van deze geadviseerde afstand heeft mogen uitgaan. Volgens het SWOV bedraagt de remweg bij een snelheid van 80 tot 90 km/u ongeveer 44 meter. Nu [wederpartij] heeft verklaard dat de afstand tussen zijn voertuig en die van zijn voorligger op enig moment ongeveer 15 meter bedroeg, heeft het CBR zich terecht op het standpunt gesteld dat [wederpartij] het voertuig van zijn voorligger op te korte afstand heeft gevolgd.

De door [wederpartij] overgelegde uitspraak van de kantonrechter van 19 november 2010 doet aan bovenstaand oordeel niet af, nu hieruit niet kan worden afgeleid dat hij de door het CBR aan het besluit van 1 juni 2010 ten grondslag gelegde gedragingen niet heeft verricht.

2.9. Het beroep is ongegrond. Gelet op hetgeen is overwogen in overwegingen 2.5 en 2.7 heeft het CBR zich terecht op het standpunt gesteld dat [wederpartij] twee verschillende gedragingen als genoemd in de bijlage tijdens één rit heeft verricht. Gelet hierop heeft het CBR op grond van artikel 10b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling terecht aan [wederpartij] een EMG opgelegd.

2.10. Het verzoek van [wederpartij] om schadevergoeding dient te worden afgewezen, reeds omdat ingevolge artikel 8:73 van de Awb toekenning van een schadevergoeding slechts mogelijk is indien het beroep gegrond wordt verklaard.

2.11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 7 januari 2011 in zaak nr. 10-6235;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, voorzitter, en mr. D. Roemers en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van staat.

w.g. Vlasblom w.g. Neuwahl

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2012

280-591.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature