< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Turkse aanvraag arbeid als zelfstandige, geen uittreksel KvK en

bevreemdingwekkende gegevens in ondernemingsplan.

Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat de aanvraag niet voor advies aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kon worden voorgelegd bij gebreke van de daartoe benodigde stukken, zoals de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en daarom niet beoordeeld kon worden of met zijn arbeid een wezenlijk Nederlands economisch belang is gediend. Eiser stelt dat verweerder ten onrechte geen advies heeft gevraagd aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Zijn ondernemingsplan bevat voldoende (financiële) informatie om dat advies te vragen.

de rechtbank stelt vast dat het ondernemingsplan niet alleen uitermate summiere, maar ook bevreemdingwekkende gegevens bevat. Verweerder mocht, gelet op het in In B5/7.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) neergelegde beleid, nadere gegevens van eiser verlangen om de aanvraag voor advies aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie voor te leggen. Verweerder mocht in ieder geval vragen om een kopie uit het register van de Kamer van Koophandel. Nu eiser niet dit document en ook geen andere stukken die in zijn visie de positieve bijdrage van zijn bedrijfsactiviteit aan de Nederlandse economie ondersteunen, aan verweerder heeft doen toekomen, was het voor verweerder niet mogelijk om de aanvraag voor advies aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie voor te leggen. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan de voorwaarden voor verlening van de gevraagde verblijfsvergunning voldoet. Het voorgaande betekent dat verweerder mocht verlangen dat eiser beschikt over een geldige mvv. Onder de voormelde omstandigheden heeft verweerder met toepassing van artikel 7:3, onder b, Awb kunnen afzien van het horen van eiser.

Uitspraak



RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Nevenzittingsplaats Haarlem

zaaknummer: AWB 11 / 24409

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 19 december 2011

in de zaak van:

[naam eiser],

geboren op [geboortedatum], van Turkse nationaliteit,

eiser,

gemachtigde: mr. J.P. Sanchez Montoto, advocaat te Amsterdam,

tegen:

de minister voor Immigratie en Asiel,

verweerder,

gemachtigde: mr. Kreumer, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst te ’s-Gravenhage.

1. Procesverloop

1.1 Eiser heeft op 12 november 2010 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor het doel ‘het verrichten van arbeid als zelfstandige’. Verweerder heeft de aanvraag bij besluit van 15 maart 2011 afgewezen. Eiser heeft tegen het besluit op 12 april 2011 bezwaar gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar bij besluit van 26 juli 2011 ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen dit besluit op 26 juli 2011 beroep ingesteld.

1.2 De openbare behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 1 december 2011. Eiser is niet verschenen, maar vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1 Verweerder heeft zich in het bestreden besluit, voor zover hier van belang en samengevat, op het volgende standpunt gesteld. Op 13 oktober 2010 heeft de minister van Economische Zaken de Beleidsregel advisering toelating vreemdelingen als zelfstandig ondernemer in Nederland 2010 (WJZ/9201649) opgesteld, gepubliceerd in Staatscourant nr. 16617 van 21 oktober 2010. In de toelichting bij deze beleidsregel is opgenomen dat bij aanvragen om toelating van Turkse vreemdelingen als zelfstandig ondernemer, de adviespraktijk met betrekking tot het criterium wezenlijk Nederlands belang, zoals die heeft gegolden vanaf de inwerkingtreding van het Aanvullend Protocol van 23 november 1970, welke is gehecht aan de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de EEG en Turkije (Associatieovereenkomst), gehandhaafd blijft. Eiser is in de aanvraagfase bij brief van 24 januari 2011 in de gelegenheid gesteld om het ondernemingsplan dat hij heeft overgelegd aan te vullen met in de brief gespecificeerde gegevens en documenten. Op deze brief heeft eiser niet gereageerd. Eiser heeft geen geldige kopie van de (verplichte) inschrijving bij de Kamer van Koophandel, niet ouder dan drie maanden, overgelegd. Reeds om die reden kan de aanvraag niet aan het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie worden overgelegd. Voorts is geen sprake van een deugdelijk onderbouwd ondernemingsplan. Nu eiser onvoldoende informatie heeft verstrekt met betrekking tot zijn aanvraag, is zijn aanvraag niet voor advies voorgelegd aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en kan niet worden beoordeeld of met de arbeid die eiser als zelfstandige verricht een wezenlijk Nederlands economisch belang is gediend. De conclusie is dan ook dat eiser niet heeft aangetoond dat met de arbeid die hij als zelfstandige verricht een wezenlijk Nederlands economisch belang wordt gediend. Nu eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor verblijf als zelfstandig ondernemer, dient hij te beschikken over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).

De rechtbank overweegt als volgt.

2.2 Eiser heeft in de eerste plaats betoogd dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste een nieuwe beperking is in de zin van artikel 41, eerste lid van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije.

2.3 De vraag of verweerder op goede gronden het mvv-vereiste aan eiser heeft tegengeworpen kan, gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State(hierna: de Afdeling) van 6 maart 2008 (LJN: BC6595) pas aan de orde komen nadat is beoordeeld of verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aan de voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning voldoet.

2.4 Ingevolge artikel 3.30 Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb), voor zover hier van belang, kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking, verband houdende met het verrichten van arbeid als zelfstandige, worden verleend aan de vreemdeling die arbeid als zelfstandige verricht of gaat verrichten, waarmee naar het oordeel van Onze Minister een wezenlijk Nederlands belang is gediend.

2.5 De rechtbank is van oordeel dat verweerder van een vreemdeling mag verlangen dat hij aannemelijk maakt dat hij aan dit criterium voldoet. Bij de beoordeling of eiser dit aannemelijk heeft gemaakt is het volgende van belang.

2.6 Eiser stelt bij zijn aanvraag dat hij een stukadoorsbedrijf runt in de vorm van een eenmanszaak. Hij heeft bij de aanvraag een ondernemingsplan overgelegd. Verweerder heeft de gemachtigde van eiser bij brief van 24 januari 2011 verzocht om ter onderbouwing van de aanvraag een aantal met name genoemde aanvullende stukken aan verweerder te doen toekomen., waaronder een kopie uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel. Hierop is door de gemachtigde niet gereageerd. Ter zitting heeft de gemachtigde desgevraagd meegedeeld dat hij de brief van verweerder aan zijn cliënt heeft doorgestuurd, maar daar geen reactie op heeft ontvangen.

2.7 Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat de aanvraag niet voor advies aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie kon worden voorgelegd bij gebreke van de daartoe benodigde stukken, zoals de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en daarom niet beoordeeld kon worden of met zijn arbeid een wezenlijk Nederlands economisch belang is gediend.

2.8 Eiser stelt dat verweerder ten onrechte geen advies heeft gevraagd aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Zijn ondernemingsplan bevat voldoende (financiële) informatie om dat advies te vragen.

2.9 De rechtbank stelt vast dat het ondernemingsplan niet alleen uitermate summiere, maar ook bevreemdingwekkende gegevens bevat. Zo wordt bij het uurloon aangegeven dat het uurtarief van een electricien 35 euro bedraagt en wordt bij de kenmerken van het productieproces vermeld: inkoop zout, groente, vlees en sauzen. (cursief: rechtbank). De rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op het in In B5/7.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) neergelegde beleid, nadere gegevens van eiser mocht verlangen om de aanvraag voor advies aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie voor te leggen. Verweerder mocht in ieder geval vragen om een kopie uit het register van de Kamer van Koophandel. Nu eiser dit document, ook niet na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet heeft overgelegd en ook geen andere stukken die in zijn visie de positieve bijdrage van zijn bedrijfsactiviteit aan de Nederlandse economie ondersteunen, aan verweerder heeft doen toekomen, was het voor verweerder niet mogelijk om de aanvraag voor advies aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie voor te leggen. Verweerder heeft dan ook terecht geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan de voorwaarden voor verlening van de gevraagde verblijfsvergunning voldoet.

2.10 Het voorgaande betekent dat verweerder mocht verlangen dat eiser beschikt over een geldige mvv die overeenkomt met het gevraagde verblijfsdoel. Nu niet in geschil is dat eiser niet beschikt over een geldige mvv, heeft verweerder, gelet op de hierboven genoemde uitspraak van de Afdeling, de aanvraag van eiser op juiste grond afgewezen.

2.11 Onder de voormelde omstandigheden heeft verweerder met toepassing van artikel 7:3, onder b, Algemene wet bestuursrecht kunnen afzien van het horen van verzoeker.

2.12 De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren.

2.13 Er is geen grond een van de partijen te veroordelen in de door de andere partij gemaakte proceskosten.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr H.C. Greeuw, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.S. de Groot, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2011.

Afschrift verzonden op:

Coll:

Rechtsmiddel

Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC, ’s-Gravenhage. Het hoger beroep moet ingesteld worden door het indienen van een beroepschrift, dat een of meer grieven bevat, binnen vier weken na verzending van de uitspraak door de griffier. Bij het beroepschrift moet worden gevoegd een afschrift van deze uitspraak.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature