Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebieden:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Schorsing. Strafontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Het college heeft de weigering van appellant om een opdracht uit te voeren terecht als werkweigering aangemerkt. Niet valt in te zien dat deze opdracht onredelijk was. Door deze weigering heeft appellant zijn positie binnen de werkorganisatie miskend en zich aan plichtsverzuim schuldig gemaakt. Ook de weigering van appellant het werkterrein te verlaten is als ernstig plichtsverzuim te kenschetsen, zeker nu hij het zo ver heeft laten komen dat de politie moest worden ingeschakeld. Het strafontslag is niet onevenredig is aan de ernst van het gepleegde plichtsverzuim.

Uitspraak



10/6494 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellant], wonende te [woonplaats], (appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 oktober 2010, 09/3572 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (college)

Datum uitspraak: 12 januari 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. G.M. van der Lee, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.C. Holtkamp, juridisch adviseur.

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

1.1. Appellant was werkzaam als groepsbegeleider parkeren bij de dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam.

1.2. Bij besluit van 27 oktober 2008 heeft het college appellant geschorst, primair met toepassing van artikel 13.3, eerste lid, aanhef en onder c, van de Nieuwe rechtspositieregeling gemeente Amsterdam (NRGA) (voornemen tot onvoorwaardelijk strafontslag) en subsidiair met toepassing van artikel 13.3, eerste lid, aanhef en onder d, van de NRGA (voornemen tot tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag). Hierbij is tevens de bezoldiging van appellant gedurende de eerste periode van zes weken teruggebracht tot tweederde deel en daarna tot nihil. Bij besluit van 31 maart 2009 heeft het college appellant op grond van artikel 13.6, aanhef en onder f, van de NRGA wegens zeer ernstig plichtsverzuim met onmiddellijke ingang de straf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd. Bij het bestreden besluit van 2 juli 2009 heeft het college na door appellant gemaakte bezwaren de besluiten van 27 oktober 2008 en 31 maart 2009 gehandhaafd.

2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.

3.1. Schorsing

3.1.1. Gezien de voorgenomen disciplinaire sanctie en (de ernst van) het, hierna te bespreken, plichtsverzuim van appellant op 24 oktober 2008 acht de Raad de handhaving van de schorsing rechtmatig. In de gegeven omstandigheden geldt hetzelfde voor de handhaving van de daarbij ten aanzien van de bezoldiging getroffen maatregel.

3.2. Strafontslag

3.2.1. Aan dit ontslag, zoals bij het bestreden besluit gehandhaafd, ligt ten grondslag dat appellant op 24 oktober 2008 een opdracht van de dienstdoende teamchef H om zijn werkzaamheden met een scooter van de dienst te verrichten, naast zich heeft neergelegd. Appellant stond die dag ingeroosterd voor een late dienst die om 13.45 uur zou aanvangen. De dienstauto waarmee deze dienst zou moeten worden gedaan, was op dat moment echter niet beschikbaar, reden waarom tegen de zin van appellant in genoemde opdracht werd gegeven. Omdat appellant hieraan niet wilde voldoen, is hij naar huis gestuurd. Aanvankelijk wilde appellant hieraan gehoor geven. Hij heeft zich omgekleed in burgerkleding en is vertrokken. Vrij spoedig daarna kwam hij terug met de mededeling dat hij alleen vertrok als hij een schriftelijke bevestiging zou ontvangen dat hij geschorst was. Deze bevestiging is niet gegeven omdat geen directieleden met mandaat aanwezig waren. Omdat appellant bleef volharden in zijn weigering te vertrekken is de politie ingeschakeld. Ook aandrang van die zijde leverde niets op. Dit had tot gevolg dat appellant is aangehouden en meegenomen.

3.2.2. Naar het oordeel van de Raad heeft het college de weigering van appellant om voormelde opdracht uit te voeren terecht als werkweigering aangemerkt. Niet valt in te zien dat deze opdracht onredelijk was, nu de voor de door appellant te verrichten dienst bestemde auto door omstandigheden niet beschikbaar was. Daarbij is in aanmerking genomen dat dergelijke opdrachten onder vergelijkbare omstandigheden eerder ook waren gegeven, die door appellant wel waren opgevolgd. Weliswaar heeft appellant gesteld dat zijn dienst met een wel aanwezige andere auto kon worden gedaan maar die auto was bestemd voor teamleiders. De teamleider K wilde deze auto niet aan appellant ter beschikking stellen omdat deze naar zijn mening paraat diende te blijven voor het geval een teamleider zou moeten uitrukken. De Raad kan deze mening niet onjuist of onredelijk achten. Dat er teamleiders zijn die in dit opzicht een ruimhartiger standpunt innemen maakt dit niet anders. Teamleider H, die op dat moment net in dienst was gekomen en de dienst had overgenomen van K, bemoeide zich met die discussie en stond evenmin toe dat appellant gebruik zou maken van de teamleidersauto. De wijze waarop zij dat aan appellant te verstaan heeft gegeven kan wellicht onprettig op appellant zijn overgekomen, maar rechtvaardigt niet de weigering van appellant om zijn dienst per scooter te gaan verrichten. Appellant heeft verder gesteld dat hij zich nog bij de dagcoƶrdinator B heeft gemeld met de mededeling dat hij aan het werk wilde en de zaak met H wilde uitpraten. Wat hier ook van zij, in elk geval is niet gebleken dat appellant zich nog (tijdig) tot H heeft gewend met de mededeling dat hij toch met de scooter aan de slag wilde. Uit een verklaring van B van 14 november 2008 komt ook naar voren dat appellant bij zijn opvatting bleef dat hem een auto ter beschikking moest worden gesteld. Daarom kan ten volle van werkweigering worden gesproken. Door deze weigering heeft appellant zijn positie binnen de werkorganisatie miskend en zich aan plichtsverzuim schuldig gemaakt.

3.2.3. Ten slotte kan de Raad met de rechtbank en op grond van de door deze vermelde overwegingen niet inzien dat appellant belang had bij een schriftelijke bevestiging van het bevel naar huis te gaan. Het betreft hier geen schorsing maar een kortdurende ordemaatregel van de direct leidinggevende die vooral diende om het gemoed van appellant die zich in staat van boosheid bevond, te doen bedaren. Ook de weigering van appellant het werkterrein te verlaten is als ernstig plichtsverzuim te kenschetsen, zeker nu hij het zo ver heeft laten komen dat de politie moest worden ingeschakeld.

3.2.4. De Raad is van oordeel dat het strafontslag niet onevenredig is aan de ernst van het gepleegde plichtsverzuim. Daarbij is mede van betekenis dat aan appellant bij besluit van 21 december 2006 voorwaardelijk strafontslag is opgelegd met een proeftijd van twee jaar, gepaard gaande met een tijdelijke vermindering van salaris. Zo gezien was appellant een gewaarschuwd man.

4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep;

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en M.C. Bruning als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2012.

(get.) J.G. Treffers.

(get.) J.M. Tason Avila.

RB


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature