< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. Werkgever stelt dat werknemer ernstig onvoldoende functioneert. Van onvoldoende functioneren is niet gebleken en zo hier al sprake van zou zijn, ligt het op de weg van werkgever om werknemer hierin te begeleiden. Daarvan is echter evenmin gebleken. Het verzoek wordt afgewezen.

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

beschikking ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek

in de zaak

[verzoekster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

verzoekster,

gemachtigde: mr. S.M. van der Meulen,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

gemachtigde: mr. H. Vrijhof.

Partijen worden hierna aangeduid als “[verzoekster]” respectievelijk “[verweerder]”.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennisgenomen:

• het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 9 augustus 2011;

• het verweerschrift, met bijlagen;

• de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde pleitnotitie aan de zijde van [verzoekster].

1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 7 september 2011, in aanwezigheid van mevrouw [A] (directeur) namens [verzoekster] bijgestaan door de gemachtigde mr. Van der Meulen en [verweerder] bijgestaan door zijn gemachtigde

mr. Vrijhof.

1.3 De uitspraak is door de kantonrechter bepaald op heden.

2. De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1 [verweerder], geboren op [geboortedatum], is sedert 16 november 2007 bij [verzoekster] in dienst, blijkens de arbeidsovereenkomst tussen partijen laatstelijk in de functie van aankomend verkoopmedewerker – functiegroep A volgens de CAO voor het Levensmiddelenbedrijf.

2.2 Het loon van [verweerder] bedraagt thans €?1.342,82 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiebijslag.

2.3 Het dienstverband van [verweerder] is bij brief van 1 februari 2011 met ingang van 2 februari 2011 omgezet van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

3. Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1 [verzoekster] heeft onder overlegging van producties bij verzoekschrift verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden wegens gewichtige redenen, welke primair gelegen zijn in een dringende reden en subsidiair in een verandering van omstandigheden. Tijdens de mondeling behandeling heeft [verzoekster] de grondslag van haar verzoek gewijzigd in die zin dat de gewichtige redenen enkel gelegen zijn in een wijziging van omstandigheden en niet primair in een dringende reden zoals eerder is gesteld. Indien er overgegaan wordt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, dient dit te geschieden onder toekenning van een zo laag mogelijke vergoeding.

3.2 [verzoekster] heeft aan haar verzoek - zakelijk weergegeven - ten grondslag gelegd dat [verweerder] disfunctioneert. Het vertrouwen in [verweerder] is volledig en onherstelbaar weggevallen. [verweerder] mist in ernstige mate de geschiktheid voor het uitoefenen van zijn functie. Voortzetting van de arbeidsovereenkomst is zinloos.

3.3 [verweerder] is bij [verzoekster] in dienst gekomen om te worden opgeleid tot een zelfstandig magazijnbeheerder. De functie van [verweerder] houdt in dat hij de vracht exact controleert en noteert conform de vrachtlijsten. Voorts is hij verantwoordelijk voor het schrijven van de emballage en het in- en uitleveren van goederen alsook voor de administratie van het magazijn. [verweerder] heeft niet het benodigde niveau behaald om de administratieve taken in het magazijn op zich te kunnen nemen. Voorts heeft [verweerder] na 3,5 jaar in dienst te zijn bij [verzoekster] niet het niveau behaald dat van een zelfstandig magazijnbeheerder mag worden verwacht.

3.4 Bij aanvang van het dienstverband is het de bedoeling geweest dat [verweerder] begeleiding zou krijgen bij het verrichten van deze taken, maar dat hij deze taken na verloop van tijd zelfstandig zou kunnen uitvoeren. De persoonlijke begeleiding door Mevrouw [A] van [verweerder] heeft niet het gewenste effect gehad. Mevrouw [A] heeft [verweerder] aangespoord zijn Nederlands te verbeteren. Ook heeft mevrouw [A] [verweerder] aangespoord tot het verbeteren van de hygiënepunten.

3.5 [verweerder] beheerst de Nederlandse taal onvoldoende om zijn werkzaamheden naar behoren te kunnen uitoefenen. Ook houdt [verweerder] zich niet altijd aan de hygiëne voorschriften van het magazijn.

4. Het verweer

4.1 [verweerder] kan zich niet verenigen met het verzoek van [verzoekster]. Het verweer van [verweerder] strekt tot afwijzing van het verzoek.

4.2 Uit de werkplanning blijkt dat voornamelijk het bezorgen van boodschappen bij klanten, het vegen van de vloer, het opruimen van het magazijn, vullen van vakken en boodschappenwagentjes halen tot het takenpakket van [verweerder] behoort. Tot de taken van [verweerder] behoren niet de administratieve werkzaamheden in het magazijn. [verweerder] is aankomend verkoopmedewerker en geen magazijnbeheerder.

4.3 [verweerder] beheerst de Nederlandse taal voldoende om de taken van de werkplanning (en dus die van aankomend verkoopmedewerker) uit te kunnen oefenen. [verweerder] neemt de hygiënevoorschriften wel in acht en zorgt er altijd voor dat het magazijn netjes wordt achter gelaten, dit in tegenstelling tot sommige collega’s.

4.4 Dat [verweerder] zou disfunctioneren blijkt niet uit de functioneringsgesprekken. Daarnaast is het dienstverband per medio februari 2011 omgezet naar een vast dienstverband. Ook uit het laatste functioneringgesprek van april 2011 blijkt niet dat [verweerder] disfunctioneert.

5. De beoordeling

5.1 Partijen hebben medegedeeld dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met een opzegverbod en er is geen aanleiding aan de juistheid van die mededeling te twijfelen.

5.2 [verzoekster] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er sprake is van een wijzing van omstandigheden, welke gelegen is in het disfunctioneren van [verweerder]. Bij een dergelijk verzoek dienen de omstandigheden van dien aard te zijn, dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te beëindiging. Er moet dus sprake zijn van een onhoudbare situatie voor partijen. In het onderhavige geval is hier echter geen sprake van.

5.3 De kantonrechter is van oordeel dat [verzoekster] haar stelling dat [verweerder] disfunctioneert in de functie waarvoor hij is aangenomen onvoldoende heeft onderbouwd. [verweerder] vervult, althans zo blijkt uit de (laatste) arbeidsovereenkomst, de functie van ‘aankomend verkoopmedewerker’. Uit de stellingen van [verzoekster] leidt de kantonrechter echter af dat [verzoekster] [verweerder] graag in de functie van magazijnbeheerder ziet, maar dat [verweerder] niet aan de functievereisten voldoet. Dit frustreert [verzoekster] klaarblijkelijk. Echter, de vraag of [verweerder] al dan niet geschikt is voor de functie van magazijnbeheerder acht de kantonrechter bij de beoordeling van het geschil niet relevant. Immers, [verweerder] oefent deze functie niet uit. Ook heeft [verzoekster] geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat partijen (buiten hetgeen in de arbeidsovereenkomst staat) zijn overeengekomen dat [verweerder] op termijn de functie van magazijnbeheerder zal moeten gaan vervullen en dat hij hierin wordt opgeleid dan wel begeleiding ontvangt van [verzoekster].

5.4 Voorts heeft [verzoekster] aangevoerd dat [verweerder] al vanaf het begin van het dienstverband niet naar behoren functioneert en veel ondersteuning behoeft bij de uitvoering van zijn taken. Dit strookt echter niet met het feit dat [verzoekster] [verweerder] in februari 2011 een vast dienstverband heeft aangeboden. Bovendien blijkt uit de stukken niet dat [verzoekster] [verweerder] heeft aangesproken op het door haar gestelde disfunctioneren dan wel dat zij met [verweerder] een concreet verbetertraject heeft ingezet, hetgeen in het kader van goed werkgeverschap wel op haar weg had gelegen.

5.5 Hoewel het de kantonrechter tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [verzoekster] voortzetting van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] allerminst ziet zitten, zal het verzoek van [verzoekster] niet worden gehonoreerd. [verzoekster] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een dusdanige verstoring van de arbeidsovereenkomst op grond waarvan de arbeidsovereenkomst nu zou moeten worden ontbonden. Ook heeft [verweerder] tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat hij graag terugkeert naar [verzoekster]. Van [verzoekster] wordt verwacht dat zij, als de goed werkgever die zij zegt te zijn, [verweerder] de gelegenheid biedt zijn functioneren te verbeteren indien dit naar het oordeel van [verzoekster] beneden de maat is, desgewenst door professionele begeleiding van [verweerder].

5.6 [verzoekster] wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de kosten van de procedure.

6. De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

veroordeelt [verzoekster] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [verweerder] vastgesteld op € 400,00 aan salaris voor haar gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature