< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Ontneming; ontneming niet inwinbaar; officier van justitie niet-ontvankelijk.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/125296-04 (ontneming)

Datum uitspraak: 21 april 2011

Tegenspraak, met machtiging

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/125296-04, tegen:

[veroordeelde]

geboren te [geboorteplaats] (Sovjetunie) op [1971],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] te [woonplaats] (Rusland).

1. Het onderzoek ter terechtzitting

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 21 april 2011.

2. De vordering

De vordering van de officier van justitie van 16 april 2007 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [veroordeelde] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximumbedrag van

€ 62.368,59.

3. Voorvragen

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 21 april 2011 gevorderd haar niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering. De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd dat de ontneming, in het geval de vordering wordt toegewezen, niet inwinbaar zal zijn. Hierbij zijn de volgende omstandigheden van belang. De ontnemingsvordering wordt door de verdediging betwist, hetgeen betekent dat er nog veel werk zal zitten in het afronden van de procedure. Veroordeelde staat niet ingeschreven in Nederland, maar verblijft volgens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens in Rusland en het is niet de verwachting dat veroordeelde naar Nederland zal komen. Het Openbaar Ministerie en de rechter-commissaris hebben slechte ervaringen in de samenwerking met de Russische autoriteiten in de hoofdzaak. Ten slotte is geen sprake van beslag als bedoeld in artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering en is er niets om te verhalen.

De verdediging sluit zich aan bij het standpunt van de officier van justitie en voegt als extra argument voor de niet-ontvankelijk van de officier van justitie toe dat het strafrechtelijk financieel onderzoek op 10 april 2007 is voltooid en er ten onrechte niet op die dag maar pas op 16 april 2007 een ontnemingsvordering is ingediend door de officier van justitie.

De rechtbank verstaat de officier van justitie als volgt, namelijk dat de vordering tot ontneming niet gedaan had mogen worden gelet op de omstandigheden in de zaak die maken dat de vordering niet inwinbaar zal zijn, terwijl ook geen nieuwe ontnemingsvordering zal worden ingediend.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

3. Beslissing

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.P. Geelhoed, voorzitter,

mrs. D. Radder en H.J. Bunjes, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. Verkaik, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 april 2011.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature