Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Verdeling huwelijksgemeenschap. Draagplicht schulden? Vernietigbare verdeling? Dwaling?

Uitspraak



GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector Civielrecht

Uitspraak : 6 april 2011

Zaaknummer : 200.066.616/01

Rekestnr. rechtbank : FA RK 08-8911

[appellante]

wonende te [woonplaats]

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. S. de Kluiver te ’s-Gravenhage,

tegen

[geintimeerde],

wonende te [woonplaats]

verweerder in hoger beroep

hierna te noemen: de man,

advocaat: geen.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

De vrouw is op 19 mei 2010 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 7 september 2009 en de beschikking van 19 februari 2010 van de rechtbank ’s-Gravenhage.

De man heeft geen verweerschrift ingediend.

Bij het hof is voorts van de zijde van de vrouw op 16 juni 2010 een brief van diezelfde datum met bijlage ingekomen.

De zaak is op 25 februari 2011 mondeling behandeld. Ter zitting was de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, aanwezig. De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De aanwezigen hebben het woord gevoerd.

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de beschikkingen van 7 september 2009 en van 19 februari 2010 van de rechtbank ’s-Gravenhage, tezamen verder: de bestreden beschikking.

Bij beschikking van 7 september 2009 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling is aangehouden.

Bij de bestreden beschikking is de verdeling van de huwelijksgemeenschap, welke door de scheiding is ontbonden, als volgt vastgesteld:

1. het serviesgoed, het koffiezetapparaat, het strijkijzer met de strijkplank, de stereo en het voetbad worden toebedeeld aan de vrouw en de overige inboedelgoederen worden toebedeeld aan de man, een en ander zonder verdere verrekening;

2. de man dient de (aflossing van de) schuld aan ING (met contractnummer [...]) voor zijn rekening te nemen, onder de verplichting van de vrouw tot vergoeding aan de man van de helft van die schuld per de peildatum, zijnde derhalve een bedrag van € 3.888,52, waarbij geldt dat vergoeding door de vrouw dient plaats te vinden na (aangetoonde) aflossing op genoemde schuld door de man;

3. de man dient de (aflossing van de) schuld aan de ABN AMRO Bank (met contractnummer [...] voor zijn rekening te nemen, onder de verplichting van de vrouw tot vergoeding aan de man van de helft van die schuld per de peildatum, zijnde derhalve een bedrag van € 6.277,48, waarbij geldt dat vergoeding door de vrouw dient plaats te vinden na (aangetoonde) aflossing op genoemde schuld door de man.

Deze vaststelling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het meer of anders verzochte is afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht.

In hoger beroep is voorts komen vast te staan dat de echtscheidingsbeschikking op 30 oktober 2009 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. In geschil is de verdeling van de huwelijksgemeenschap voor zover het de door de man aangegane schulden bij ING en bij ABN AMRO Bank betreft.

2. De vrouw verzoekt de bestreden beschikkingen te vernietigen, naar het hof begrijpt: voor zover de beslissing betrekking heeft op de schulden en, in zoverre opnieuw beschikkende, de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn zelfstandige verzoeken, althans deze verzoeken (het hof leest: tot toerekening van zijn schulden aan ieder der partijen bij helfte) af te wijzen, althans zodanige beslissing te nemen als het hof in goede justitie vermeent te behoren.

3. De man heeft in hoger beroep geen verweer gevoerd.

4. Het hof stelt voorop dat het appel zich enkel richt tegen de toerekening van de door de man aangegane schulden bij ING en ABN AMRO in die zin dat de vrouw de helft daarvan moet dragen. Het hof zal bij de beoordeling van het hoger beroep de stellingen van de man uit eerste aanleg betrekken.

Is sprake van verknochte schulden?

5. De vrouw stelt dat de schulden aan de man zijn verknocht en derhalve niet in de gemeenschap vallen.

6. Het hof overweegt als volgt. De huwelijksgoederengemeenschap omvat wat haar lasten betreft alle schulden van ieder der echtgenoten. Schulden die aan een echtgenoot op enigerlei wijze verknocht zijn, vallen slechts in de gemeenschap voor zover die verknochtheid zich daartegen niet verzet. Of een schuld op een bijzondere wijze aan een der echtgenoten verknocht is, hangt af van de aard van de schuld, zoals deze aard mede door de maatschappelijke opvattingen worden bepaald. Het hof is van oordeel dat de aard van de schulden van de man aan ING en ABN AMRO niet zodanig is dat deze naar maatschappelijke normen aangemerkt moeten worden als een verknochte schuld. Deze schulden dienen derhalve in de verdeling te worden betrokken.

Wie is draagplichtig voor de betaling van de schulden?

7. De vrouw stelt dat de redelijkheid en billijkheid zich ertegen verzet dat de vrouw voor de helft draagplichtig is voor de schulden van de man. Zij voert daartoe het volgende aan:

• het zijn voorhuwelijkse schulden

• ontbreken van lotsverbondenheid door de korte duur van het huwelijk

• de schulden zijn door de man verzwegen

• de man heeft door zijn handelen een groot voordeel behaald

8. Het hof overweegt als volgt. Partijen zijn in beginsel ieder voor de helft draagplichtig voor de gemeenschapsschulden. Een afwijking daarvan is niet geheel uitgesloten, maar kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen worden aangenomen. Het hof acht de door de vrouw gestelde feiten en omstandigheden niet van dien aard dat de redelijkheid en billijkheid met zich meebrengt dat in het kader van de verdeling de schulden alleen door de man dienen te worden gedragen. Dat partijen tijdens het huwelijk niet hebben samengewoond en geen gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd, doet daar niet aan af nu een huwelijk de echtgenoten niet verplicht tot samenwoning. Partijen zijn derhalve na de ontbinding van de gemeenschap ieder voor de helft draagplichtig voor de door de man aangegane schulden.

Vernietigbare verdeling?

9. De vrouw beroept zich op vernietigbaarheid van de verdeling en stelt daartoe:

• er is sprake van benadeling van de vrouw van meer dan een vierde gedeelte;

• er is sprake van dwaling, omdat de man de schulden altijd heeft verzwegen.

10. Het hof overweegt als volgt. Een verdeling is krachtens artikel 3:196 van het Burgerlijk Wetboek vernietigbaar wanneer een deelgenoot omtrent de waarde van een of meer te verdelen goederen en schulden heeft gedwaald en daardoor voor meer dan een vierde gedeelte is benadeeld. Daargelaten de vraag of dwaling ten aanzien van (de hoogte van) een schuld mogelijk is, nu de verdeling als zodanig enkel goederen bevat, oordeelt het hof als volgt. Het hof gaat er van uit dat de vernietigingsgrond van artikel 3:196 BW slechts van toepassing is op de contractuele verdeling en niet in geval de rechter de verdeling heeft vastgesteld. Voor zover de rechter van een onjuiste waardering zou zijn uitgegaan, staan daar daar andere rechtsmiddelen tegen open. Alleen al om die reden kan het beroep op deze vernietigingsgrond niet slagen.

11. Voor zover de vrouw zich naast de vooromschreven bijzondere dwalingsgrond nog beroept op dwaling als algemene vernietigingsgrond, overweegt het hof dat de algemene dwalingsgrond van art.6:228 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing is op een verdeling.

12. Gezien de mondelinge toelichting die de vrouw heeft gegeven op haar appel alsmede op hoe de grieven dienen te worden gelezen en de eis, dient het overige dat in het appelschrift is geschreven buiten beschouwing te worden gelaten.

13. Het vorenstaande leidt tot bekrachtiging van de bestreden beschikking. Mitsdien wordt als volgt beslist.

BESLISSING OP HET PRINCIPALE EN HET INCIDENTELE HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Labohm, Stollenwerck en Mertens-de Jong, bijgestaan door mr. Willems als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 april 2011.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature