< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Betreft verdeling tussen viergelijkgerechtigde kinderen van de gemeenschap. Daarbij is een der bestanddelen een perceel huurgrond met daarop een woning waarop een plantage werd geëxploiteerd, welke door zoon[appellant] is voorgezet. Het betreft huurgrond en daardoor kan hij geen financiering krijgen om de overwaarde te vergoeden aan de overige drie deelgenoten. Hof heeft meer informatie nodig over karakter van een huurrecht als onderhavige. Hof gelast comparitie en houdt beslissing aan.

Uitspraak



ZAAKNR.: AR 584/08 – H 75/10

UITSPRAAK: 4 januari 2011

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

tussenvonnis in de zaak van:

[appellant],

wonend in Curaçao,

hierna te noemen: [appellant],

oorspronkelijk gedaagde, thans appellant,

gemachtigde: mr. C.L. Taylor,

tegen

1. [geïntimeerde sub 1], wonende in Venezuela, hierna te noemen [geïntimeerde sub 1],

2. [geïntimeerde sub 2], wonend in Curaçao, hierna te noemen: [geïntimeerde sub 2],

oorspronkelijk eiseressen, thans geïntimeerden,

gemachtigde: mr. R.P. Koeijers.

Het verloop van de procedure

1.1. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevor¬derd, voor de procesgang aldaar en voor de overwe¬gingen en beslis¬singen van het Ge¬recht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (GEA), wordt verwezen naar de in de zaak met AR nummer 584 van 2008 ge¬we¬zen en op 9 februari 2009 en 30 maart 2009 uitgesproken tussenvonnissen en het op 10 augustus 2009 uitgesproken eindvonnis. De in¬houd van deze vonnissen geldt als hier inge¬voegd.

1.2. [appellant] is bij akte van hoger beroep, ingekomen op 14 september 2009, in hoger beroep geko¬men van voornoemd eindvonnis. In een op 26 oktober 2009 ingediende memorie van grieven, met producties, heeft hij zes grieven voorgedragen en toegelicht en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de verdeling van de onderhavige nalatenschap zal gelasten conform de door hem voorgestane verdeling.

1.3. [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben in een memorie van antwoord het hoger beroep bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding.

1.4. Op 23 november 2010, de voor schriftelijk pleidooi bepaalde dag, heeft de gemachtigde van [appellant] een pleitnota overgelegd. [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 2] hebben van pleidooi afgezien.

1.5. Vonnis is bepaald op heden.

2. De grieven

Voor de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

3. Beoordeling

3.1. Het gaat hier om de verdeling tussen vier gelijkgerechtigde kinderen van de gemeenschap, bestaande uit de nalatenschappen van hun ouders voor zover deze nog niet eerder zijn verdeeld. Het GEA heeft de wijze van verdeling gelast en hiertegen richt zich het appel van [appellant].

&lt;i&gt;Ronde Klip 61 (grief 1)&lt;/i&gt;

3.2. Één der bestanddelen van de gemeenschap is [xxx], een perceel huurgrond van ca. 27.000 m2 met daarop een woning, gehuurd door de vader van partijen door wie ter plaatse een plantage/kunuku werd geëxploiteerd. Kennelijk is de exploitatie door [appellant] voortgezet.

3.3. Het GEA heeft in het tussenvonnis van 30 maart 2009 een deskundige benoemd die op 5 mei 2009 de waarde van het gebouwde exclusief het terrein heeft getaxeerd op NAF. 153.950,= (a), het gebouwde inclusief het terrein met bestaande beplanting op NAF. 288.365,= (b), de bestaande beplanting op NAF. 134.415,= (c, zijnde het verschil tussen b en a) en het deel van de beplanting dat ouder is dan zeven jaren op NAF. 60.850,= (d).

3.4. [appellant] heeft in een brief aan het GEA van 23 juni 2009 verklaard niet akkoord te gaan met een voorgestelde waarde van NAF. 200.000,=, waarbij hij kennelijk NAF. 150.000,= als overwaarde zou moeten vergoeden aan de overige drie deelgenoten. [appellant] stelde in deze brief onder meer geen financiering te kunnen krijgen doordat sprake is van huurgrond. Het GEA heeft vervolgens in het eindvonnis openbare verkoop gelast waarbij [appellant] de bevoegdheid kreeg de door hem geplante bomen (zijnde jonger dan zeven jaar ten tijde van de taxatie) te verwijderen, met dien verstande dat indien deze bomen niet verwijderd werden, [appellant] bij de verdeling van de opbrengst geen vergoeding zou ontvangen ter zake van deze bomen.

3.5. In de toelichting bij grief 1 stelt [appellant] in elk geval de [xxx] toebedeeld te willen krijgen. Hij heeft de Dienst Domeinbeheer gevraagd de verhuur om te zetten in erfpacht aan hem. Aldus zou hij een hypotheek kunnen vestigen met het oog op de vergoeding van de overwaarde. Bij pleidooi is hij echter hierop niet teruggekomen. Voorts kan [appellant] niet inzien waarom bij verkoop hem geen vergoeding toekomt wegens de door hem geplante bomen. Hij weet ook niet waar hij de te verwijderen bomen zou kunnen herplanten. Ten slotte maakt hij ertegen bezwaar dat het GEA kennelijk heeft geoordeeld dat de te vergoeden waarde van zijn arbeid wegvalt tegen de door hem verschuldigde gebruiksvergoeding.

3.6. Artikel 3:185 van het Burgerlijk Wetboek luidt:

1. Voor zover de deelgenoten en zij wier medewerking vereist is, over een verdeling niet tot overeenstem¬ming kunnen komen, gelast op vordering van de meest gerede partij de rechter de wijze van verdeling of stelt hij zelf de verdeling vast, rekening houdende naar billijkheid zowel met de belan¬gen van partijen als met het algemeen belang.

2. Als wijzen van verdeling komen daarbij in aanmerking:

a. toedeling van een gedeelte van het goed aan ieder der deelgenoten;

b. overbedeling van een of meer deelgenoten tegen vergoeding van de overwaarde;

c. verdeling van de netto-opbrengst van het goed of een gedeelte daarvan, nadat dit op een door de rech¬ter bepaalde wijze zal zijn verkocht.

3. Zo nodig kan de rechter bepalen dat degene die overbedeeld wordt, de overwaarde geheel of ten dele in termijnen mag voldoen. Hij kan daaraan de voorwaarde verbinden dat zekerheid tot een door hem bepaald bedrag en van een door hem bepaalde aard wordt gesteld.

3.7. Uit het eerste lid blijkt dat de verdeling, inclusief de waardebepaling, wordt beheerst door de billijkheid. In casu gaat het kennelijk om door de overheid verhuurde grond met een agrarische bestemming. De exploitatie van de plantage/kunuku is na het overlijden van de vader/huurder kennelijk door de zoon [appellant] voortgezet en inmiddels zijn 9 ½ jaren verstreken. Naar billijkheid ligt toedeling aan en daarmee overbedeling van [appellant] voor de hand.

3.8. Doordat op het huurrecht, aangenomen dat dit op [appellant]’s naam wordt gesteld, geen goederenrechtelijk zekerheidsrecht kan worden gevestigd, is financiering problematisch. Het derde lid van het geciteerde artikel 3:185 BW maakt het echter mogelijk dat [appellant] aan zijn plicht tot vergoeding van de overwaarde voldoet door termijnbetalingen. Het Hof wenst van [appellant] te vernemen – die kennelijk voornemens en in staat was hypotheek te vestigen op een erfpacht – hoeveel hij per maand kan aflossen. Is het bedrag te laag (gerelateerd aan de hoogte van de hoofdsom die gerelateerd zal zijn aan de nog door het Hof vast te stellen waarde van het goed), dan staat de billijkheid aan de overbedeling in de weg in verband met de belangen van de andere drie deelgenoten.

3.9. Mede naar aanleiding van hetgeen in de pleitnota van [appellant]’s gemachtigde in hoger beroep is opgemerkt, wenst het Hof voorgelicht te worden over het karakter van een huurrecht als de onderhavige (agrarische bestemming). Is dit in de praktijk overdraagbaar? Is er een verplichting tot gebruik overeenkomstig de agrarische bestemming? Wat is de praktijk in geval van overlijden van de huurder? Is omzetting in erfpacht in de praktijk mogelijk? Kan het huurcontract betreffende [xxx] worden overgelegd?

3.10. Het Hof zal een comparitie van partijen gelasten ter plaatse van de onderhavige plantage/kunuku [xxx]. Het Hof vraagt [appellant] een of meer ambtenaren van het Bureau Domeinbeheer uit te nodigen daarbij aanwezig te zijn teneinde het Hof voor te lichten.

&lt;i&gt;Pontiac (grief 2)&lt;/i&gt;

3.11. De auto, die dateert uit het jaar 1967, is op 26 november 2001 getaxeerd op een bedrag tussen NAF. 3.000,= tot NAF. 3.500,= (productie bij inleidend verzoekschrift). Inmiddels zijn ruim negen jaren verstreken zonder dat bekend is hoe thans de staat is van de auto en wie voor het eventuele onderhoud heeft zorg gedragen. Blijkens het bestreden vonnis hebben zowel [appellant] als [geintimeerde sub 2] belangstelling voor de auto. [appellant] verlangt in de toelichting op grief 2 een nieuwe taxatie en [geintimeerde sub 2] kan blijkens de memorie van antwoord leven met verkoop in het openbaar. Ter comparitie zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld namen van een deskundige voor te stellen.

&lt;i&gt;Pretense deposito’s bij Immigratie (grief 3)&lt;/i&gt;

3.12. Het Hof verenigt zich vooralsnog met het oordeel van het GEA terzake (rov. 2.6). [appellant] kan met behulp van een verklaring van erfrecht (productie bij inleidend verzoekschrift) achter de deposito’s aangaan en ter comparitie nadere gegevens overleggen. Komen die nadere gegevens er niet, dan wordt de grief verworpen.

&lt;i&gt;Voortzetting bedrijf (grief 4)&lt;/i&gt;

3.13. Grief 4 faalt wegens gebrek aan belang.

&lt;i&gt;Door [appellant] voldane schuld aan [y] (grief 5)&lt;/i&gt;

3.14. [appellant] heeft door middel van productie D bij de memorie van grieven voorshands aangetoond dat de schuld vóór het overlijden is aangegaan en na het overlijden door hem is betaald. Tenzij ter comparitie tegenbewijs wordt aangeboden en dit slaagt, zal met de betaling door [appellant] van NAF. 3.500,= rekening worden gehouden.

&lt;i&gt;Buitenlandse rekeningen (grief 6)&lt;/i&gt;

3.15. Het Hof verenigt zich vooralsnog met het oordeel van het GEA terzake (rov. 2.8). [appellant] kan met behulp van een verklaring van erfrecht (productie bij inleidend verzoekschrift) de buitenlandse banken benaderen en ter comparitie nadere gegevens overleggen. Komen die nadere gegevens er niet, dan wordt de grief verworpen.

&lt;i&gt;Besluit&lt;/i&gt;

3.16. Het Hof zal een comparitie van partijen gelasten. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4. Beslissing

Het Hof:

- gelast partijen in persoon, desgewenst vergezeld van hun respectieve gemachtigden, ter fine als voormeld te verschijnen voor het Hof, op woensdag 23 februari 2011 te 15.30 uur in de plantage/kunuku [xxx];

- verzoekt [appellant] een of meer ambtenaren van Bureau Domeinbeheer uit te nodigen bij deze comparitie aanwezig te zijn teneinde het Hof voor te lichten;

- verzoekt de griffier een afschrift van dit vonnis te doen toekomen aan het Bureau Domeinbeheer;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mrs. J. de Boer, J.R. Sijmonsma en F.J.P. Lock, leden van het Hof, en ter openbare terechtzitting van 4 januari 2011 in Curaçao uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature