< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling. Vacatures van internet zijn onvoldoende bewijs om aan te tonen dat betrokkene voldoende heeft gesolliciteerd. Individuele beoordeling bij beëindiging, dus dat schuldsaneringsregeling van echtgenote niet is beëindigd, doet aan dit alles niet af.

Uitspraak



GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

DERDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE

ARREST van 19 juli 2011 in de zaak met zaaknummer 200.088.608/01 van:

APPELLANT,

advocaat: mr. W.H. Boomstra te Amsterdam.

1. Het geding in hoger beroep

1.1 Appellant is bij per fax op 8 juni 2011 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 juni 2011 met insolventienummer 09/59-R, waarbij ten aanzien appellant de toepassing van de schuldsaneringsregeling is beëindigd op de wijze zoals in het dictum van die beslissing is vermeld.

1.2 Het hoger beroep is behandeld ter terechtzitting van 5 juli 2011. Bij die behandeling is appellant verschenen, bijgestaan door zijn advocaat voornoemd. Voorts is de bewindvoerder verschenen.

2. De gronden van de beslissing

2.1 De rechtbank heeft de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van appellant beëindigd. De rechtbank heeft overwogen dat – kort weergegeven – appellant niet naar behoren heeft voldaan aan de inspanningsverplichting. Hij heeft zijn beweerde sollicitaties niet inzichtelijk gemaakt ondanks dat appellant meerdere malen is gewezen op zijn verplichting aantoonbaar te solliciteren, aldus de rechtbank.

2.2 Ten behoeve van de behandeling van het hoger beroep heeft de bewindvoerder een verslag met bijlagen d.d. 27 juni 2011 aan het hof doen toekomen. Hiervan heeft appellant kennis genomen.

2.3 In hoger beroep is het volgende gebleken.

2.3.1 Appellant is een man van 36 jaar oud. Op 26 januari 2009 is appellant samen met zijn echtgenote toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.

Appellant en zijn echtgenote hebben twee minderjarige kinderen van 13 en 6 jaar oud. De kinderen staan sinds 2008 onder toezicht van Bureau Jeugdzorg.

De echtgenote van appellant is gedeeltelijk arbeidsgeschikt (in 2009 24 uur per week) en verdient met haar werk ongeveer € 1.300,- netto per maand. Appellant heeft geen baan en geen eigen inkomsten. Appellant zou gebruik maken van een werkcoach van het DWI.

De voordracht tot tussentijdse beëindiging van de op de echtgenote van appellant van toepassing zijnde schuldsaneringsregeling is aangehouden.

De totale schuldenlast bedroeg volgens de verklaring

ex artikel 285 lid 1 sub a van de

Faillissementswet (Fw) op 25 november 2008 € 23.936,98. Bij verificatie van de schulden op 9 november 2010 bleek de totale schuldenlast € 41.084,29 te bedragen.

2.3.2 Naar de mening van de bewindvoerder is appellant de verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren nagekomen. Zij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat appellant ondanks dat hij daar meerdere malen op is gewezen onvoldoende heeft voldaan aan de sollicitatieverplichting, daar hij geen kopieën van sollicitaties, noch een medische verklaring waaruit van eventuele arbeidsongeschiktheid blijkt naar de bewindvoerder heeft opgestuurd. Ook na een verhoor door de rechter-commissaris op 18 november 2010, tijdens welk verhoor afspraken zijn gemaakt betreffende de sollicitaties van appellant, heeft appellant geen bewijs overgelegd waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk heeft gesolliciteerd. De bewindvoerder wijst in dat verband erop dat op de door appellant overgelegde sollicitatielijsten slechts vacatures staan die op dat moment op internet stonden. Er waren geen bewijzen bijgevoegd dat hij op deze vacatures had gereageerd en ook waren er geen reacties van bedrijven bijgevoegd. Alleen vlak voor de beëindigingzitting op de rechtbank lijkt appellant daadwerkelijk te hebben gesolliciteerd via “zoekbijbaan.nl”, aldus de bewindvoerder. Overige sollicitaties zijn haar niet bekend. De bewindvoerder acht de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling terecht.

2.3.3 Appellant heeft gesteld dat de rechtbank onterecht heeft geoordeeld dat hij niet aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan. Volgens appellant blijkt uit de door hem overgelegde stukken dat hij wel degelijk heeft gesolliciteerd. Solliciteren via internet is immers niet altijd bewijsbaar, aangezien op die sollicitaties slechts reacties verkregen worden indien partijen ingaan op een sollicitatie, aldus appellant. Ook heeft hij bij meer bedrijven gesolliciteerd dan die waarvan hij de gegevens heeft overgelegd, zo heeft appellant gesteld, maar de gegevens daarvan zijn weg omdat zijn computer is gecrasht. Daarnaast hoeft hij zich van zijn begeleider bij de DWI pas weer in december 2011 te melden en wordt hij dan aangemeld op een werkervaringsproject. Voorts heeft hij aangevoerd dat hij last heeft van abcessen en in verband met de vele operaties daaraan vanuit de DWI geen sollicitatieplicht heeft. Appellant heeft bovendien thans een baan gevonden. Met ingang van 12 juli 2011 treedt hij in dienst van Sandd als postbesteller. Appellant acht de gevolgen van de tussentijds beëindiging onevenredig zwaar in het zicht van het einde van de looptijd van de schuldsaneringsregeling. Ten slotte heeft hij aangevoerd dat het niet praktisch zou zijn als de schuldsaneringsregeling ten aanzien van hem wordt beëindigd als de schuldsaneringsregeling ten aanzien van zijn echtgenote nog doorloopt.

2.4 Het hof stelt voorop dat de in de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) opgenomen doelstelling erop neer komt dat natuurlijke personen die in een uitzichtloze financiële positie zijn gekomen de kans moet worden geboden weer met een schone lei verder te gaan. Daar staat echter tegenover dat van de schuldenaar een actieve medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling gevergd wordt.

2.5 Gelet op de ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep gebleken feiten en omstandigheden is ook het hof van oordeel dat appellant tekortgeschoten is in het actief meewerken aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling. Voldoende aannemelijk is geworden dat appellant niet naar behoren aan zijn informatie- en sollicitatieverplichting heeft voldaan. Appellant had vanaf het begin van de looptijd van de schuldsaneringsregeling aantoonbaar dienen te solliciteren dan wel van zijn arbeidsongeschiktheid dienen te laten blijken. Het afsprakenplan van de DWI van 5 juli 2011 is volstrekt onvoldoende om een eventuele arbeidsongeschiktheid aan te nemen en verder zijn er geen bewijzen overgelegd ter adstructie van een arbeidsongeschiktheid.

Daarnaast heeft appellant wel vacatures en enkele afwijzingen via “zoekbijbaan.nl” (gedateerd 18, 19 en 20 mei 2011) overgelegd, maar geen bewijzen overgelegd waaruit afdoende kan worden vastgesteld dat hij daadwerkelijk zich heeft ingespannen een fulltime baan te vinden. Ook nadat appellant door de bewindvoerder herhaaldelijk op het tekortschieten ter zake is gewezen en een verhoor is gehouden ten overstaan van de rechter-commissaris, heeft hij niet, althans onvoldoende aangetoond dat hij zijn sollicitatieverplichting is nagekomen. Hem kan daarvan een verwijt worden gemaakt. Zijn tekortschieten is van dien aard dat één en ander – mede gelet op de herhaalde waarschuwingen - de tussentijdse beëindiging van de schuldsanerings-regeling rechtvaardigt. Dat hij thans een baan heeft gevonden, maakt dit nog niet anders. Tot slot wordt nog overwogen dat het feit dat ten aanzien van de echtgenote van appellant de schuldsaneringsregeling niet is beëindigd aan dit alles niet afdoet, aangezien een individuele beoordeling van het gedrag uitgangspunt is.

2.6 Gelet op het vorenstaande wordt beslist als volgt.

3. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.H. de Bock, W.J. Noordhuizen en J.C. Toorman en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof van

19 juli 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

Van dit arrest kan gedurende acht dagen na die van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld door middel van een verzoekschrift in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature