< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Promis. Meervoudige strafkamer. Verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Oplegging gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, onder bijzondere voorwaarden en een proeftijd van vijf jaren.

De rechtbank veroordeelt verdachte, een orthopedagoog, voor zowel verkrachting als aanranding van een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige. De opgelegde straf is conform de eis van de officier van justitie. Bijzondere bewijsoverweging over het begrip 'andere feitelijkheden' als bedoeld in de artikelen 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700441-11

Uitspraakdatum: 19 september 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 5 september 2011 in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum en -plaats]

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de [detentieplaats]

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging van de tenlastelegging ex artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:

Feit 1 primair

hij op of omstreeks 6 mei 2011 te Haarlem, in elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum], destijds 13 jaar oud), een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- de penis van die [slachtoffer] aangeraakt en/of afgetrokken en/of

- de buik en/of de rug en/of de billen en/of de penis en/of andere lichaamsdelen van die [slachtoffer] met zijn hand(en) ingesmeerd/gemasseerd met olie en/of

- de billen van die [slachtoffer] betast en/of

- in de billen van die [slachtoffer] geknepen en/of gedrukt en/of

- met één of meerdere vinger(s), althans met een voorwerp (gewikkeld in een plastic zakje) en/of met glijmiddel in de anus van die [slachtoffer] gegaan en/of vervolgens heen en weer met die vinger(s), althans dat voorwerp bewogen

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- zich samen met die [slachtoffer] in een kamer/ruimte bevond en de deur van die kamer/ruimte heeft dichtgedaan en/of het deurslot op slot heeft gedraaid en/of de sleutel in zijn zak heeft gedaan en/of

- de boxershort van die [slachtoffer] (onverhoeds) heeft uitgetrokken en/of

- (terwijl die [slachtoffer] op zijn rug lag) (dwingend) de woorden heeft toegevoegd: "Draai je om" en/of

- onverhoeds tijdens een drukpuntmassage voornoemde ontuchtige handelingen heeft uitgevoerd als volwassen pedagoog/behandelaar van die minderjarige [slachtoffer], waardoor verdachte geestelijk en fysiek overwicht op die [slachtoffer] heeft gehad en/of heeft uitgeoefend

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een (bedreigende) situatie heeft doen ontstaan waarin hij zich niet kon verzetten/onttrekken tegen/aan die handelingen.

Feit 1 subsidiair

hij op of omstreeks 6 mei 2011 te Haarlem, in elk geval in Nederland met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum], destijds 13 jaar oud), een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- de penis van die [slachtoffer] aangeraakt en/of afgetrokken en/of

- de buik en/of de rug en/of de billen en/of de penis en/of andere lichaamsdelen van die [slachtoffer] met zijn hand(en) ingesmeerd/gemasseerd met olie en/of

- de billen van die [slachtoffer] betast en/of

- in de billen van die [slachtoffer] geknepen en/of gedrukt en/of

- met één of meerdere vinger(s), althans met een voorwerp (gewikkeld in een plastic zakje) en/of met glijmiddel in de anus van die [slachtoffer] gegaan en/of vervolgens heen en weer met die vinger(s), althans dat voorwerp bewogen.

Feit 2 primair

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 april 2011 tot en met 5 mei 2011 te Haarlem, in elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum], destijds 13 jaar oud), een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, (telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

- het (meermalen) betasten en/of aanraken en/of aftrekken van de penis van die

[slachtoffer] en/of

- het (meermalen) insmeren/masseren met olie van de buik en/of rug en/of billen en/of penis en/of andere lichaamsdelen van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes, hand(en) en/of

- het (meermalen) betasten van en/of knijpen in en/of drukken in de billen van die [slachtoffer],

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- zich samen met die [slachtoffer] in een kamer/ruimte bevond en de deur van die kamer/ruimte heeft dichtgedaan en/of het deurslot op slot heeft gedraaid en/of de sleutel in zijn zak heeft gedaan en/of

- de boxershort van die [slachtoffer] (onverhoeds) heeft uitgetrokken en/of

- (terwijl die [slachtoffer] op zijn rug lag) die [slachtoffer] (dwingend) de woorden heeft toegevoegd "Draai je om" en/of

- onverhoeds tijdens een drukpuntmassage voornoemde ontuchtige handelingen heeft uitgevoerd als volwassen pedagoog/behandelaar van die minderjarige [slachtoffer], waardoor verdachte geestelijk en fysiek overwicht op die [slachtoffer] heeft gehad en/of heeft uitgeoefend

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een (bedreigende) situatie heeft doen ontstaan waarin hij zich niet kon verzetten/onttrekken tegen/aan die handelingen.

Feit 2 subsidiair

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 april 2011 tot en met 5 mei 2011 te Haarlem, in elk geval in Nederland, terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, (telkens) ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum], destijds 13 jaar oud), die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd, immers heeft hij (meermalen)

- de penis van die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of afgetrokken en/of

- de buik en/of rug en/of billen en/of penis en/of andere lichaamsdelen van die [slachtoffer] met zijn hand(en) ingesmeerd /gemasseerd met olie en/of

- de billen van die [slachtoffer] betast en/of - in de billen van die [slachtoffer] geknepen en/of gedrukt;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank de tenlastelegging verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en onder de volgende bijzondere voorwaarden:

- het opvolgen van de aanwijzingen van de reclassering, ook als dit inhoudt behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling;

- het zich onthouden gedurende de proeftijd - zowel in dienstverband als op basis van vrijwilligheid - van enige hulpverlening en/of begeleiding in welke vorm dan ook aan/van minderjarigen.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze voor toewijzing vatbaar is. De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat daarbij de in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (Sr) bedoelde schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder feit 1 primair en het onder feit 2 primair ten laste gelegde op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

Verdachte is psychologisch onderzoeker, doceert aan een Hbo-instelling en verzorgt een masteropleiding pedagogiek, geeft cursussen over ontwikkelingspsychologie, testdiagnostiek en kinder- en jeugdpsychopathologie en is bij de beroepsvereniging voor pedagogen geregistreerd als orthopedagoog. Daarnaast heeft hij sinds drie jaar een eigen praktijk waarin hij gezinsproblemen behandelt.2

[slachtoffer] (geboren op [geboortedatum]), verder te noemen het slachtoffer, had in verband met een aanvraag voor een zogeheten leergebonden budget (fondsen waarmee de school extra leermiddelen kan aanschaffen voor de begeleiding van kinderen met ADHD of een aanverwante stoornis) een indicatiestelling ADHD nodig. Op school kreeg de moeder van het slachtoffer het advies om de indicatiestelling door verdachte te laten verrichten. In maart 2011 is het slachtoffer bij verdachte in zijn praktijkruimte in Haarlem geweest, teneinde zichzelf te laten diagnosticeren.

Op voorspraak van verdachte is het slachtoffer onder behandeling gebleven. Verdachte zou met behulp van drukpuntmassage spanningen bij kinderen met ADHD zoals het slachtoffer kunnen wegnemen. Er volgden behandelingen op 20 en 28 april 2011 en op 6 mei 2011 waarin verdachte drukpuntmassages gaf aan het slachtoffer.3

Verdachte heeft het slachtoffer tijdens vier behandelsessies gemasseerd. Voor het eerst tijdens een behandeling om de diagnostiek voor het slachtoffer rond te maken, en vervolgens nogmaals tijdens drie vervolgafspraken.4

Tijdens een drukpuntmassage lag het slachtoffer, op zijn boxershort na, geheel ontkleed op een zitzak in de behandelruimte. De toegangsdeur tot de behandelruimte was op slot. Verdachte legde de sleutel op een plankje naast de deur of stak de sleutel in zijn broekzak.5 De behandeling bestond uit een gesprek en een massage. Bij de massage gebruikte verdachte een lapje met olie.6

Tijdens de tweede massage (de rechtbank begrijpt: op 20 april 2011) heeft verdachte plotseling de boxershort van het slachtoffer uitgetrokken, waarna hij de piemel van het slachtoffer heeft gemasseerd en afgetrokken. Nadat verdachte tegen het slachtoffer had gezegd dat hij zich om moest draaien, heeft verdachte tevens aan de billen van het slachtoffer gezeten. Hij heeft erop gedrukt en erin geknepen.7

Ook tijdens de laatste twee behandelingen heeft verdachte de piemel van het slachtoffer gestreeld, gemasseerd en afgetrokken. Tijdens de laatste behandeling heeft verdachte het slachtoffer gezegd zich om te draaien.8 Het slachtoffer is toen op zijn buik gaan liggen, waarna verdachte zijn billen heeft gemasseerd en gestreeld.9 Verdachte heeft op de billen gedrukt en in de billen geknepen.10 Voorts heeft verdachte de armen, de rug, de buik, de benen, de billen en de piemel van het slachtoffer ingesmeerd met olie11 en verdachte heeft zijn vinger met een plastic inwrijfdoekje, waarmee hij de olie over het lijf van het slachtoffer wreef, in de anus van het slachtoffer gebracht. Het slachtoffer voelde pijn toen verdachte zijn vinger in zijn anus bracht.12

Verdachte heeft na afloop van deze laatste behandeling uit de norse blik van het slachtoffer afgeleid dat deze het niet plezierig had gevonden.13 Het slachtoffer heeft verklaard dat hij na afloop van de laatste behandeling op 6 mei 2011 heel boos was op verdachte en dat hij zin had om hem te slaan of iets dergelijks, maar dat hij niet weg kon omdat de deur van de behandelkamer was afgesloten, verdachte had de sleutel in zijn zak gedaan, en uit schaamte durfde het slachtoffer er niets van te zeggen. Uit angst dat verdachte "meer dingen zou gaan doen" is het slachtoffer niet meer verschenen op de geplande vervolgafspraak en heeft hij zijn moeder wanhopig en verdrietig met schaamte verteld wat verdachte met hem had gedaan.14

Een normale drukpuntmassage richt zich niet op de billen van een persoon. Dat verdachte de binnenkant van de billen en de anus van het slachtoffer heeft betast had niet met drukpuntmassage te maken maar met persoonlijke, de verdachte betreffende motieven.15 Deze motieven speelden ook een rol bij het aanbieden van een drukpuntenmassage.16

4.2. Bewijsoverweging

De raadsvrouw van verdachte heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde feiten omdat er geen sprake is geweest van geweld of (andere) feitelijkheid in de zin van de artikelen 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht.

Bij de beoordeling van het standpunt van de verdediging stelt de rechtbank het volgende voorop.

Verdachte trad ten tijde van het delict op als pedagogisch behandelaar van het slachtoffer en had uit dien hoofde een feitelijk overwicht op het slachtoffer. Dit werd nog versterkt door het verschil in leeftijd tussen verdachte (56 jaar) en het slachtoffer (13 jaar) en door het gegeven dat bij het slachtoffer een stoornis (ADHD) is vastgesteld terwijl verdachte academisch geschoold is en maatschappelijk aanzien en een goede reputatie genoot.

De gewraakte handelingen hebben plaatsgehad in de voor het slachtoffer vreemde omgeving van de praktijkruimte van verdachte. Deze praktijkruimte was op dat moment bovendien door verdachte afgesloten, en het slachtoffer had niet de mogelijkheid om die ruimte zelfstandig te verlaten.

Tijdens de behandeling heeft verdachte zonder dat tevoren aan te kondigen bepaald ongebruikelijke handelingen verricht. Handelingen die geen deel uitmaken van een normale drukpuntmassage en waarvan het slachtoffer geen enkele reden had om te vermoeden dat verdachte deze zou gaan verrichten. Zo trok verdachte op enig moment plotseling de boxershort van verdachte uit waarna hij compleet naakt was, en verdachte stak onaangekondigd zijn vinger in de anus van het slachtoffer.

Het slachtoffer heeft verklaard dat de penetratie hem fysiek pijn heeft gedaan maar dat hij daarover niets durfde te zeggen, deels uit schaamte en deels uit angst dat verdachte verder zou gaan in zijn ontuchtige gedrag.

Naar het oordeel van de rechtbank maken de omstandigheden van het geval dat het slachtoffer onder zodanige druk was gebracht dat hij geen weerstand heeft kunnen bieden aan het gedrag van verdachte. Als pedagoog moet verdachte zich hiervan bewust zijn geweest. Bovendien hebben deze handelingen in de gegeven omstandigheden een dermate onverhoeds en buitengewoon karakter dat zij ook om die reden als 'andere feitelijkheid' in de zin van de artikelen 242 en 246 van het Wetboek van Strafrecht moeten worden aangemerkt. Dat verdachte zich niet in dreigende bewoordingen heeft geuit, het slachtoffer niet heeft verboden te praten over hetgeen was gebeurd en op een kalme vriendelijke manier met hem sprak, doet daar niets aan af. Het betoog van de verdediging wordt mitsdien verworpen.

Voorts heeft de verdediging gesteld dat het masseren van de buik en rug van het slachtoffer niet als ontuchtig valt te beschouwen omdat deze deel uitmaakt van een normale drukpuntmassage.

Ook dit verweer faalt omdat bedoelde handelingen naar het oordeel van de rechtbank niet zozeer om pedagogische redenen hebben plaatsgevonden maar veeleer om persoonlijke, onprofessionele, de verdachte betreffende redenen die als ontuchtig moeten worden beschouwd. De rechtbank beschouwt het masseren van de buik en rug van het slachtoffer mitsdien als onlosmakelijk verbonden met de andere elementen van de massage.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1 primair

hij op 6 mei 2011 te Haarlem door andere feitelijkheden [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum], destijds 13 jaar oud), een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- de penis van die [slachtoffer] aangeraakt en afgetrokken en

- de buik en de rug en de billen en de penis en andere lichaamsdelen van die [slachtoffer] met zijn hand ingesmeerd/gemasseerd met olie en

- de billen van die [slachtoffer] betast en

- in de billen van die [slachtoffer] geknepen en gedrukt en

- met één vinger gewikkeld in een plastic doekje met glijmiddel in de anus van die [slachtoffer] gegaan en vervolgens heen en weer met die vinger bewogen,

en bestaande die andere feitelijkheden hierin dat verdachte

- zich samen met die [slachtoffer] in een kamer/ruimte bevond en de deur van die kamer/ruimte heeft dichtgedaan en het deurslot op slot heeft gedraaid en de sleutel in zijn zak heeft gedaan en

- terwijl die [slachtoffer] op zijn rug lag de woorden heeft toegevoegd: "Draai je om" en

- onverhoeds tijdens een drukpuntmassage voornoemde ontuchtige handelingen heeft uitgevoerd als volwassen pedagoog/behandelaar van die minderjarige [slachtoffer], waardoor verdachte geestelijk en fysiek overwicht op die [slachtoffer] heeft gehad en heeft uitgeoefend

en aldus voor die [slachtoffer] een situatie heeft doen ontstaan waarin hij zich niet kon verzetten/onttrekken tegen/aan die handelingen.

Feit 2 primair

hij op tijdstippen in de periode van 20 april 2011 tot en met 5 mei 2011 te Haarlem, door andere feitelijkheden [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum], destijds 13 jaar oud), een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, telkens heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit

- het meermalen betasten en aanraken en aftrekken van de penis van die

[slachtoffer] en

- het meermalen insmeren/masseren met olie van de buik en rug en billen en penis en andere lichaamsdelen van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes, handen en

- het meermalen betasten van en knijpen in en drukken in de billen van die [slachtoffer],

en bestaande die andere feitelijkheden hierin dat verdachte

- zich samen met die [slachtoffer] in een kamer/ruimte bevond en de deur van die kamer/ruimte heeft dichtgedaan en het deurslot op slot heeft gedraaid en/of de sleutel in zijn zak heeft gedaan en

- de boxershort van die [slachtoffer] onverhoeds heeft uitgetrokken en

- terwijl die [slachtoffer] op zijn rug lag die [slachtoffer] de woorden heeft toegevoegd "Draai je om" en

- (onverhoeds) tijdens een drukpuntmassage voornoemde ontuchtige handelingen heeft uitgevoerd als volwassen pedagoog/behandelaar van die minderjarige [slachtoffer], waardoor verdachte geestelijk en fysiek overwicht op die [slachtoffer] heeft gehad en heeft uitgeoefend

en aldus voor die [slachtoffer] een situatie heeft doen ontstaan waarin hij zich niet kon verzetten/onttrekken tegen/aan die handelingen.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

De bewezen verklaarde feiten leveren op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

Verkrachting, terwijl het feit wordt begaan tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige.

Ten aanzien van feit 2 primair:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, terwijl het feit wordt begaan tegen een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim twee weken tijdens drie verschillende behandelsessies schuldig gemaakt aan het plegen van ernstige ontuchtige handelingen met het slechts 13 jaar jonge slachtoffer waarbij één maal sprake is geweest van seksueel binnendringen door met de vinger in de anus te gaan. Verdachte, die ten tijde van het bewezen verklaarde 56 jaar oud was en het jonge slachtoffer als patiënt onder behandeling had, heeft met deze handelingen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en de geestelijke integriteit van het slachtoffer, waarvan - naar de ervaring leert - het slachtoffer nog lange tijd de nadelige psychische gevolgen zal kunnen ondervinden. Verdachte moet daarvan - gezien zijn educatie en deskundigheid op het gebied van de pedagogiek - ten tijde van het plegen van deze feiten meer nog dan een gemiddelde ander, op de hoogte zijn geweest. Ter terechtzitting heeft verdachte er blijk van gegeven de gevolgen voor het slachtoffer in te zien.

Over de aanleiding voor de ontuchtige handelingen heeft verdachte verklaard dat hij tijdens de eerste behandelsessies "in de ban was geraakt" van het slachtoffer en dat hij hem naakt en met een erectie wilde zien. Het waren die gevoelens en niet zozeer de problematiek van het slachtoffer die ten grondslag lagen aan het advies aan de moeder van het slachtoffer om na de indicatiestelling vervolgens met behandelsessies gericht op drukpuntmassages te beginnen. Verdachte behoorde vanaf het moment waarop hij grensoverschrijdende gevoelens kreeg voor het minderjarige slachtoffer, afstand van hem te nemen. In plaats daarvan heeft verdachte de behandeling gebruikt om aan zijn eigen seksuele verlangens tegemoet te komen. Ook na het plegen van de eerste ontuchtige handelingen heeft verdachte nagelaten zich te distantiëren van het slachtoffer, ondanks het feit dat verdachte zich terdege bewust was van zijn onacceptabele gedrag. Verdachte heeft verklaard dat hij bang was dat zijn handelswijze naar buiten zou komen als hij zou stoppen met de behandeling. Bovendien was hij ervan overtuigd dat hij in staat zou zijn bij een volgende sessie tot een reguliere behandeling over te gaan. Echter, tijdens de behandelingen bleek verdachte niet in staat zichzelf te beheersen. Verdachte heeft zijn eigen lustbevrediging laten prevaleren boven de belangen van het slachtoffer. Met zijn handelen heeft verdachte het vertrouwen dat het slachtoffer en zijn moeder in hem stelden als behandelend pedagoog op de meest ernstige manier beschaamd. Daarnaast is ook het vertrouwen dat men zich in de behandelruimte van verdachte veilig kan voelen, op grove wijze aangetast.

Het seksueel misbruik is aan het licht gekomen doordat het slachtoffer na de behandelsessie op 6 mei 2011 zijn moeder vertelde dat hij niet meer behandeld wilde worden door verdachte en hij haar vervolgens op haar aandringen beschaamd en verdrietig heeft ingelicht over de ontuchtige handelingen. Als gevolg hiervan is het misbruik gestopt en is voorkomen dat de seksuele handelingen nog verder zouden zijn gegaan.

Uit de schriftelijke slachtofferverklaring en de verklaringen in het dossier van het slachtoffer en zijn moeder blijkt dat het gebeuren een enorme weerslag heeft gehad op beiden. "Mijn eerste seksuele ervaring was met hem. Dat is toch niet normaal", staat treffend in de slachtofferverklaring.

Op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, is de rechtbank van oordeel dat - uit een oogpunt van vergelding en normhandhaving - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is.

Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder wegens enig strafbaar feit in Nederland is veroordeeld. De rechtbank heeft voorts in aanmerking genomen, dat verdachte door de directe bekentenis van de feiten ervan heeft blijk gegeven het laakbare van zijn eigen handelen in te zien.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met hetgeen omtrent de persoon van de verdachte is gebleken uit in het bijzonder de volgende rapporten:

- het adviesrapport van Reclassering Nederland van 29 augustus 2011;

- het pro justitia rapport van drs. P.C. Dalebout, gezondheidszorgpsycholoog, van 25 augustus 2011.

Het rapport van de gezondheidszorgpsycholoog houdt - kort samengevat - in dat bij betrokkene sprake is en ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten sprake was van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van een bipolaire II stoornis, hypomaan, met herstel tussen de episodes. Betrokkene was ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten als gevolg van deze ziekelijke stoornis van de geestvermogens beperkt in zijn oordeelsvorming. Hij was met name in onvoldoende mate in staat de consequenties van zijn gedrag te overzien en vanuit de ziekelijke stoornis van de geestvermogens verkeerde hij in een toestand van zelfoverschatting en meende hij potentieel risicovolle situaties te kunnen hanteren. De gezondheidszorgpsycholoog komt uiteindelijk tot de conclusie dat het ten laste gelegde, indien bewezen, verdachte in verminderde mate kan worden toegerekend. Risico op herhaling wordt aanwezig geacht indien geen adequate behandeling plaatsvindt. Wat betreft de noodzakelijk geachte behandeling, meent de gezondheidszorgpsycholoog dat psychiatrische en psychotherapeutische behandeling bij een instelling als De Waag is aangewezen, een en ander binnen een verplicht langdurig reclasseringscontact. In het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland is dienovereenkomstig geadviseerd, met dien verstande dat daaraan expliciet het advies is toegevoegd verdachte een verbod op te leggen gedurende de proeftijd te werken met minderjarigen.

De rechtbank neemt de conclusie van de gezondheidszorgpsycholoog dat de strafbare feiten de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend over en maakt die tot de hare.

De rechtbank is met deze psycholoog en de andere rapporteur alsmede ook de officier van justitie van oordeel dat een behandeling van de verdachte voor zijn ziekelijke stoornis en een verbod te werken met minderjarigen noodzakelijk is, teneinde het door de rechtbank op grond van evengenoemde stukken reëel geachte gevaar voor herhaling zoveel als mogelijk te verminderen. Daarom zal een deel van de aan de verdachte op te leggen straf voorwaardelijk worden opgelegd, met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden van die strekking, om verdachte er aldus toe te bewegen de noodzakelijk geachte behandelingen daadwerkelijk te ondergaan en zich te onthouden van het werken met minderjarigen, op straffe van het later alsnog ten uitvoer leggen van de voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank zal overeenkomstig de vordering van de officier van justitie de proeftijd op 5 (vijf) jaren vaststellen, in het belang van de behandeling en de vermindering van het recidivegevaar.

De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. In hetgeen namens de verdachte is aangevoerd, ziet de rechtbank geen reden om tot matiging van de op te leggen straf over te gaan. De feiten zijn daarvoor te ernstig.

8. Vordering benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.150,00 ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van de onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde feiten zou hebben geleden.

Immateriële schade

De rechtbank is van oordeel dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit de onder feit 1 primair en feit 2 primair bewezen verklaarde feiten. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade alleszins billijk voor. De vordering zal daarom geheel worden toegewezen.

Wettelijke rente

Het dossier bevat voldoende aanknopingspunten op grond waarvan kan worden vastgesteld wanneer de toewijsbare schade (steeds) daadwerkelijk is ontstaan. De rechtbank zal de wettelijke rente derhalve toewijzen zoals gevorderd vanaf het moment van het ontstaan van de schade, maar overweegt daarbij dat - gelet op de ondeelbaarheid van de gevorderde schade - de verschuldigdheid van de wettelijke rente ingaat op de onder 1 primair bewezen verklaarde datum (de datum van het laatste incident), te weten 6 mei 2011.

Overige

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder feit 1 primair en feit 2 primair bewezen verklaarde feiten is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 4.150,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 mei 2011.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 36f, 57, 242, 246, 248 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat verdachte de onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHTTIEN (18) MAANDEN;

beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot NEGEN (9) MAANDEN niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van vijf (5) jaren;

bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, zolang die instelling dat nodig acht (meldingsgebod), ook als zulks inhoudt dat verdachte:

* zich laat behandelen bij een instelling als GGZ de Waag en een psychiatrische behandeling moet ondergaan met medicatie, en psychotherapeutische behandeling;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich onthoudt van begeleiding en hulpverlening aan minderjarigen (verbod op werken met minderjarigen);

bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer] geleden schade tot een bedrag van € 4.150,00, bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer], voornoemd, rekeningnummer [nummer] tegen behoorlijk bewijs van kwijting;

veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken;

legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 4.150,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 51 dagen hechtenis;

bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de

verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Snitker, voorzitter,

mr. E.P.W van de Ven en mr. J.J.M. Uitermark, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.M.L.A. Zwiersen-Dekker,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 september 2011.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 8 juni 2011, dossierpagina 88-89.

3 Proces-verbaal van aangifte door [aangever] namens [slachtoffer] d.d. 24 mei 2011, dossierpagina 34-35 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

4 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 8 juni 2011, dossierpagina 93.

5 Verklaring van verdachte ter terechtzitting alsmede proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2011, dossierpagina 58.

6 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 8 juni 2011, dossierpagina 94.

7 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2011, dossierpagina's 51-60 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

8 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2011, dossierpagina 56-57 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

9 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2011, dossierpagina 60.

11 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2011, dossierpagina 57-58 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2011, dossierpagina 57, 61-62 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting.

13 Verklaring van verdachte ter terechtzitting.

14 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juni 2011, dossierpagina's 58-60.

15 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 9 juni 2011, dossierpagina 100.

16 Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 8 juni 2011, dossierpagina 94.

??

??

??

??

Parketnummer: 15/700441-11

Inzake: [verdachte] blad 13

vonnis


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature