< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bedreigingen met pijl en bood van onder andere politiemensen.

Uitspraak



RECHTBANK GRONINGEN

Sector Strafrecht

parketnummer: 18/

datum uitspraak: 22 september 2011

op tegenspraak

raadsman: mr. P.T. Huisman

V O N N I S

van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans preventief gedetineerd in PI Noord, locatie HvB Ter Apel te Ter Apel.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

30 juni 2011 en 9 september 2011.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in de gemeente Oldambt, op of omstreeks 19 maart 2011,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk

en al dan niet met voorbedachten rade

een of meer politieambtenaren, genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2]

van het leven te beroven,

met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

een pijl, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, op de pees van

een boog heeft geplaatst en/of die boog met die pijl, althans dat scherpe

en/of puntige voorwerp, op die [aangever 1] en/of die [aangever 2]

heeft gericht en/of die boog heeft aangespannen en/of

die pijl, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp, op die [aangever 2] en/of die [aangever 1] heeft afgeschoten,

althans

die pijl, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp, in zijn hand heeft

gepakt en (met kracht) naar of in de richting van die [aangever 2]

en/of die [aangever 1] heeft gegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in de gemeente Oldambt, op of omstreeks 19 maart 2011,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meer

politieambtenaren, genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] opzettelijk

en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg

een pijl, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, op de pees van

een boog heeft geplaatst en/of die boog met die pijl, althans dat scherpe

en/of puntige voorwerp, op die [aangever 1] en/of die [aangever 2]

heeft gericht en/of die boog heeft aangespannen en/of

die pijl, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp, op die [aangever 2] en/of die [aangever 1] heeft afgeschoten,

althans

die pijl, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp, in zijn hand heeft

gepakt en (met kracht) naar of in de richting van die [aangever 1] en/of die

[aangever 2] heeft gegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgend, dat

hij in de gemeente Oldambt op of omstreeks 19 maart 2011 één of meer politieambtenaren, genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid voor personen ontstaat, dan wel met enig misdrijf tegen het leven gericht, dan wel met zware mishandeling, door met een pijl of speer, althans een soortgelijk voorwerp met daaraan twee (scherpe) punten, in de richting van die gemaand [aangever 1] en/of [aangever 2] te gooien;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgend, dat

hij in de gemeente Oldambt op of omstreeks 19 maart 2011 één of meer politieambtenaren, genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft hij gegooid met een pijl of speer, althans een soortgelijk voorwerp met daaraan twee (scherpe) punten in de richting van die genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] om hen te bewegen te vertrekken dan wel om hen te bewegen hem met rust te laten, dan wel om hen te beletten hem te arresteren;

2.

hij (vervolgens) in de gemeente Oldambt, op of omstreeks 19 maart 2011,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk

en al dan niet met voorbedachten rade

een of meer/die politieambtenaren, genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] van het leven te beroven,

met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

een (andere) pijl, althans een scherp en/of puntig voorwerp, heeft gepakt

en/of op de pees van die/een boog heeft geplaatst en/of die boog met die

pijl, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp, op die [aangever 1] en/of

die [aangever 2] heeft gericht en/of die boog heeft aangespannen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in de gemeente Oldambt, op of omstreeks 19 maart 2011,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meer

politieambtenaren, genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] opzettelijk

en al dan niet met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

een (andere) pijl, althans een soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, heeft

gepakt en/of op de pees van die/een boog heeft geplaatst en/of die boog met

die pijl, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp, op die [aangever 1]

en/of die [aangever 2] heeft gericht en/of die boog heeft aangespannen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in de gemeente Oldambt op of omstreeks 19 maart 2011 één of meer politieambtenaren, genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid voor personen ontstaat, dan wel met enig misdrijf tegen het leven gericht, dan wel met zware mishandeling, door een (andere) pijl, althans een scherp en/of puntig voorwerp, althans een op een pijl gelijkend voorwerp, op te pakken en op de pees van een boog te plaatsen en (vervolgens) die boog met die pijl, of dat scherpe en/of puntige voorwerp, of dat op een pijl gelijkende voorwerp, op die [aangever 1] en/of [aangever 2] te richten en (vervolgens) de boog aan te spannen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in de gemeente Oldambt op of omstreeks 19 maart 2011 één of meer politieambtenaren, genaamd [aangever 1] en/of [aangever 2] door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft hij een (andere) pijl, althans een scherp en/of puntig voorwerp, althans een op een pijl gelijkend voorwerp, gepakt en op de pees van een boog geplaatst en (vervolgens) die boog met die pijl, of dat scherpe en/of puntige voorwerp, of dat op een pijl gelijkend voorwerp, op die [aangever 1] en/of [aangever 2] gericht en (vervolgens) de boog aangespannen, om hen te bewegen te vertrekken dan wel om hen te bewegen hem met rust te laten, dan wel om hen te beletten hem te arresteren;

3.

hij in de gemeente Oldambt, op of omstreeks 19 maart 2011,

een politieambtenaar, genaamd [aangever 3], heeft bedreigd met enig misdrijf

tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pijl, althans een soortgelijk

scherp en/of puntig voorwerp, op de pees van een boog geplaatst en/of die boog

heeft aangespannen en/of die boog met die pijl, althans dat scherpe en/of

puntige voorwerp, op die [aangever 3] heeft gericht en/of gericht gehouden ook

toen zij van plaats en/of postie veranderde;

4.

hij in de gemeente Oldambt, op of omstreeks 19 maart 2011,

een persoon, genaamd [aangever 4], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het

leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pijl, althans een soortgelijk

scherp en/of puntig voorwerp, op de pees van een boog geplaatst en/of die boog

met die pijl, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp, op die [aangever 4]

gericht en/of die boog aangespannen en/of

die [aangever 4] daarbij of daarna toegevoegd: "Kom hier heen, kom hier heen,

ik schiet je dood, ik maak je af",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

5.

hij in de gemeente Oldambt, op of omstreeks 19 maart 2011,

een persoon, genaamd [aangever 5], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen

het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pijl, althans een soortgelijk

scherp en/of puntig voorwerp, op de pees van een boog geplaatst en/of die boog

met die pijl, althans dat scherpe en/of puntige voorwerp, op die [aangever 5] gericht en/of die boog aangespannen;

6.

hij in de gemeente Oldambt, op of omstreeks 19 maart 2011,

een persoon, genaamd [aangever 6], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het

leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pijl, althans een soortgelijk

voorwerp, op de pees van een boog geplaatst en/of die boog met die pijl,

althans dat soortgelijke voorwerp, op die [aangever 6] heeft gericht en/of

die boog heeft aangespannen en/of (onder andere) die [aangever 6] daaraan voorafgaand en/of daarbij en/of daarna toegevoegd: “Jij gaat er als eerste aan, dan de rest”, althans woorden van gelijk dreigende aard of strekking, en/of vervolgens met een zeis, althans een

soortgelijk scherp en/of puntig voorwerp, een of meer zwaaiende bewegingen

boven zijn hoofd heeft gemaakt.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde. Op grond van de verklaringen van verbalisant [aangever 1] en verdachte is vast komen te staan dat de pijl naar buiten is gegooid. Aangezien de pijl niet van de boog is afgeschoten is het onwaarschijnlijk dat deze pijl levenbedreigend letsel tot gevolg kon hebben.

Het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde kan bewezen worden verklaard als bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. De officier van justitie merkt hierbij op dat het feit dat de pijl, zoals uit onderzoek door het NFI is gebleken, geen levensbedreigend of zwaar letsel kan veroorzaken er niet aan af doet dat iemand zich wel met de dood bedreigd kan voelen. Op grond daarvan komt de officier van justitie wel tot bewezenverklaring van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het onder 2 primair ten laste gelegde kan bewezen worden verklaard als poging moord. Verdachte heeft, nadat hij was aangeroepen en er tweemaal was gespoten met pepperspray, de pijl en boog weer opgepakt en gebruiksklaar gemaakt. Terwijl verbalisant [aangever 1] zijn pistool had getrokken en tegelijkertijd nog een aantal keren verdachte heeft gesommeerd de boog neer te leggen is door verdachte de pijl op de boog naar achteren getrokken, waardoor de boog op spanning kwam. De verbalisanten verkeerden terecht in de veronderstelling dat verdachte hen wilde beschieten. Daarop heeft [aangever 1] verdachte in het bovenbeen geschoten. Verdachte heeft genoeg tijd gehad om anders te handelen, maar er bewust voor gekozen om niet te reageren op aanwijzingen van de politie. Uit onderzoek door het NFI naar de pijl met één punt, die verdachte op dat moment op de boog had gelegd, is vast komen staan dat de pijl die verdachte heeft willen afschieten de dood tot gevolg kon hebben.

Het onder 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegd kan, gelet op de aangiftes en de verklaring van verdachte, wettig en overtuigend bewezen worden.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van wat hem zowel onder 1 primair en subsidiair als onder 2 primair en subsidiair ten laste is gelegd. Verdachte had geen opzet om de agenten van het leven te beroven noch om deze te mishandelen. Hij wilde deze mensen afschrikken door ze te bedreigen. Er is geen sprake geweest van kalm beraad en rustig overleg. Gelet op het onrustige verloop van het hele incident is verdachte op geen enkel moment zo kalm en helder geweest dat hij over zijn handelen kon nadenken. Daarnaast is er nog verwarring over welke bedreiging verdachte met welke pijl zou hebben gepleegd en dat is van belang voor het vaststellen van het mogelijke gevaar daarvan.

Ten aanzien van de bedreiging van [aangever 6] dient verdachte te worden vrijgesproken van het onderdeel ‘door gebruik van een zeis’ aangezien verdachte daar weliswaar mee gezwaaid, maar niet gedreigd heeft.

De raadsman heeft gepleit voor een bewezenverklaring van zes bedreigingen.

Beoordeling

Vrijspraak

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen kan worden. Derhalve dient verdachte daarvan vrijgesproken te worden. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat hetgeen verdachte onder 2 primair en subsidiair ten laste is gelegd eveneens niet bewezen kan worden. Verdachte dient ook daarvan vrijgesproken te worden.

De rechtbank acht voor een bewezenverklaring van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde en het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde van wezenlijk belang dat kan worden vastgesteld welke handeling door verdachte met welke pijl is begaan. Dit is van belang gelet op de onder 2 ten laste gelegde poging moord/doodslag, omdat uit ballistisch onderzoek door het NFI is gebleken dat met slechts één van de twee onderzochte pijlen levensbedreigend letsel kon worden toegebracht. Het is dan ook noodzakelijk vast te stellen welk van de twee onderzochte pijlen door verdachte op de boog is geplaatst en op spanning gebracht. Het dossier is hieromtrent allesbehalve duidelijk. Daarenboven geldt dat door de verbalisanten meer dan twee pijlen zijn aangetroffen in en om het huis van verdachte en in de woning van verdachte. De processen-verbaal van bevindingen en de verklaringen van de verbalisanten geven echter geen duidelijkheid over hoe de betreffende pijlen op de aangetroffen plaatsen terecht zijn gekomen en welke pijlen op welk moment door verdachte zijn gehanteerd. In tegendeel, uit voornoemde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de door verdachte gebruikte boog en in elk geval één pijl na het incident zijn verplaatst zonder dat hieromtrent deugdelijk is geverbaliseerd.

Ook het horen van een aantal verbalisanten ter terechtzitting heeft de rechtbank geen antwoord gegeven op de vragen die rijzen naar aanleiding van het onderhavige dossier. Slechts is duidelijk geworden dat één van de verbalisanten inderdaad de boog heeft verplaatst, maar duidelijkheid over de pijlen heeft de rechtbank niet gekregen. Overigens zijn slechts twee van de aangetroffen pijlen door het NFI onderzocht op hun eventuele gevaarlijkheid.

Vorenstaande heeft bij de rechtbank zoveel twijfel doen rijzen omtrent de vraag welke pijlen verdachte op de verschillende momenten heeft gebruikt dat zij niet anders kan dat verdachte vrijspreken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde en het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde.

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Ten aanzien van het onder 1 meer subsidiair en 2 meer subsidiair ten laste gelegde:

- De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting van 30 juni 2011 afgelegd;

- Een proces-verbaal d.d. 23 maart 2011, opgenomen op pagina 37-43 van dossier PL01PL 2011031204 d.d. 5 april 2011, inhoudende de aangifte van [aangever 2];

- Een proces-verbaal d.d. 22 maart 2011, opgenomen op pagina 186-193 van voornoemd dossier, inhoudende de aangifte van [aangever 1];

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde:

- De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting van 30 juni 2011 afgelegd;

- Een proces-verbaal d.d. 23 maart 2011, opgenomen op pagina 195-199 van voornoemd dossier, inhoudende de aangifte van [aangever 3];

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde:

- De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting van 30 juni 2011 afgelegd;

- Een proces-verbaal d.d. 20 maart 2011, opgenomen op pagina 201-204 van voornoemd dossier, inhoudende de aangifte van [aangever 4];

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde:

- De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting van 30 juni 2011 afgelegd;

- Een proces-verbaal d.d. 20 maart 2011, opgenomen op pagina 207-210 van voornoemd dossier, inhoudende de aangifte van [aangever 5];

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde:

- De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting van 30 juni 2011 afgelegd;

- Een proces-verbaal d.d. 20 maart 2011, opgenomen op pagina 212-218 van voornoemd dossier, inhoudende de aangifte van [aangever 6].

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat gegeven de bekennende verklaring van verdachte ter zitting bewezen kan worden dat hij met de zeis heeft gezwaaid. Aangever heeft verklaard dat dit zwaaien voor haar bedreigend was. Daarmee kan dit feit wettig en overtuigend worden bewezen.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.meer subsidiair

hij in de gemeente Oldambt op 19 maart 2011 politieambtenaren, genaamd [aangever 1] en [aangever 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door met een pijl in de richting van die [aangever 1] en [aangever 2] te gooien;

2.meer subsidiair

hij in de gemeente Oldambt op 19 maart 2011 politieambtenaren, genaamd [aangever 1] en [aangever 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door een andere pijl op te pakken en op de pees van een boog te plaatsen en vervolgens die boog met die pijl op die [aangever 1] en [aangever 2] te richten en vervolgens de boog aan te spannen;

3.

hij in de gemeente Oldambt op 19 maart 2011 een politieambtenaar, genaamd [aangever 3], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pijl op de pees van een boog geplaatst en die boog heeft aangespannen en die boog met die pijl op die [aangever 3] heeft gericht en gericht gehouden ook toen zij van plaats veranderde;

4.

hij in de gemeente Oldambt op 19 maart 2011 een persoon, genaamd [aangever 4], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pijl op de pees van een boog geplaatst en die boog met die pijl op die [aangever 4] gericht en die boog aangespannen en die [aangever 4] daarbij toegevoegd: "Kom hier heen, kom hier heen, ik schiet je dood, ik maak je af";

5.

hij in de gemeente Oldambt op 19 maart 2011 een persoon, genaamd [aangever 5], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pijl op de pees van een boog geplaatst en die boog met die pijl op die [aangever 5] gericht en die boog aangespannen;

6.

hij in de gemeente Oldambt op 19 maart 2011 een persoon, genaamd [aangever 6], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pijl op de pees van een boog geplaatst en die boog met die pijl op die [aangever 6] heeft gericht en die boog heeft aangespannen en onder andere die [aangever 6] daarbij toegevoegd: “Jij gaat er als eerste aan, dan de rest” en vervolgens met een zeis zwaaiende bewegingen boven zijn hoofd heeft gemaakt.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair, 3, 4, 5 en 6 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van de feiten

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

1 meer subsidiair bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

2 meer subsidiair bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

3 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

4 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

5 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

6 bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 meer subsidiair, 2 primair, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest. Het betreft een aantal strafbare feiten die door verdachte tegen ambtenaren in functie zijn gepleegd en die in hun functie hun lijf en leden op het spel hebben gezet om te proberen verdachte aan te houden. De officier van justitie heeft bij haar strafeis rekening gehouden met de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, het uittreksel uit het justitieel documentatieregister, het reclasseringsrapport en het feit dat verdachte nog last heeft van het feit dat hij in zijn been is geschoten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, voor het geval de rechtbank de zes ten laste gelegde bedreigingen bewezen mocht achten, gepleit voor een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is gevorderd. Verdachte is al zwaar gestraft door zijn verwonding. De raadsman heeft gepleit voor een voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf om begeleiding van de reclassering mogelijk te maken, eventueel aangevuld met een werkstraf.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het aangaande zijn persoon opgemaakte reclasseringsrapport en het uittreksel uit het justitieel documentatieregister alsmede met de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zes ernstige bedreigingen. Eerst is verdachte, die tijdens het plegen van de feiten op alle aangevers verward over kwam, bij de camping geweest waar hij een locatieverbod had. Op de camping heeft hij drie mensen bedreigd door te zwaaien met een zeis en door met een aangespannen pijl en boog te wijzen in de richting van die aangevers. Deze bedreigingen waren zodanig dat aangevers besloten de politie in te schakelen en aangifte te doen. Verdachte is daarna naar zijn eigen huis gegaan. Toen diverse verbalisanten daar ter plaatste kwamen is verdachte niet gestopt maar onverminderd doorgegaan met ditmaal het langdurig bedreigen van drie van de verbalisanten, waarbij hij een pijl door een gat in het raam van de achterdeur heeft gegooid en een pijl op zijn boog gespannen hield en daarmee richtte op de verbalisanten die hem probeerden aan te houden. Verdachte is zolang doorgegaan met zijn ernstige bedreigingen dat de politiemensen zich gedwongen zagen hun wapen te trekken en het te gebruiken.

Door zodanig te handelen heeft hij eerst de campingbewoners schrik aangejaagd en vervolgens verbalisanten die hun werk deden ernstig gehinderd in hun werkzaamheden. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

Anderzijds zal de rechtbank rekening houden met de omstandigheid dat de hij van de schotwond in zijn been tot op heden last heeft.

De rechtbank heeft rekening gehouden met het uittreksel uit het documentatieregister. Hieruit blijkt dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het voorlichtingsrapport van de reclassering d.d.

28 juni 2011 waaruit blijkt dat er diverse problemen zijn op het gebied van huisvesting, financiën en dagbesteding. De reclassering heeft hiervoor echter geen passend plan van aanpak kunnen opstellen aangezien verdachte verder weinig inzicht heeft gegeven in zijn persoonlijke omstandigheden.

Op grond van al hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd dient te worden die aanzienlijk lager is dan door de officier van justitie is gevorderd. Dit is gelegen in de omstandigheid dat de rechtbank niet de poging moord bewezen acht die de officier van justitie wel bewezen achtte.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Als benadeelde partij hebben zich in het strafproces gevoegd:

- [aangever 1], domicilie kiezende te Groningen (feiten 1 en 2);

- [aangever 2], domicilie kiezende te Groningen (feiten 1 en 2);

- [aangever 3], domicilie kiezende te Groningen (feit 3).

De benadeelde partijen hebben schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vorderingen en van de gronden waarop deze berusten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen zullen worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor niet-ontvankelijk verklaring van de vorderingen aangezien agenten voor dit soort situaties worden getraind. Daarnaast is niet gebleken van schade in de zin van een psychiatrisch erkend ziektebeeld, zoals door de Hoge Raad in zijn uitspraak van

3 juli 2007 (LJN: BA5624) vereist voor toekenning van immateriële schadevergoeding te kunnen komen.

Standpunt van de benadeelde partijen

De advocaat van de benadeelde partijen, mr. H. Anker, heeft ter zitting gewezen op het feit dat het niet uitzonderlijk is dat politieagenten zich stellen als benadeelde partij en ook een schadevergoeding krijgen toegewezen. Het gebeuren heeft veel impact gehad op de agenten. Functionarissen met een publieke taak dienen beschermd te worden tegen dit soort bedreigingen. De advocaat heeft voor gehele toewijzing van de vorderingen gepleit en toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

Beoordeling

Met betrekking tot de verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad overweegt de rechtbank dat de Hoge Raad daar oordeelde over een andere situatie, namelijk die waarin iemand schadevergoeding vordert voor zogenaamde shockschade. Het gaat dan om geestelijk letsel dat wordt opgelopen door de hevige schok die wordt ervaren als een (nabije) ander iets ernstigs overkomt. In deze zaak vorderen de benadeelde partijen echter immateriële schadevergoeding voor rechtstreekse aantasting van de eigen persoon.

Naar het oordeel van de rechtbank is komen vast te staan dat aan de benadeelde partijen door het bewezenverklaarde immateriële schade is toegebracht. De rechtbank heeft dit bedrag naar redelijkheid en billijkheid vastgesteld op € 350,-- voor benadeelden [aangever 1] en [aangever 2] en € 250,-- voor benadeelde [aangever 3]. De rechtbank zal de vorderingen tot deze bedragen toewijzen.

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemde geldbedragen ten behoeve van de benadeelde partijen aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en subsidiair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair, 3, 4, 5, en 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1 meer subsidiair, 2 meer subsidiair, 3, 4, 5 en 6 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen

t.a.v. feit 1 en 2:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 1], domicilie kiezende te Groningen, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 350,00 (zegge driehonderd vijftig euro). Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 350,00 ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 1], domicilie kiezende te Groningen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 350,00 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

t.a.v. feit 1 en 2:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 2], domicilie kiezende te Groningen, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 350,00 (zegge driehonderd vijftig euro). Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 350,00 ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 2], domicilie kiezende te Groningen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 350,00 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

t.a.v. feit 3:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 3], domicilie kiezende te Groningen, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 250,00 (zegge tweehonderd vijftig euro).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 250,00 ten behoeve van de benadeelde partij [aangever 3], domicilie kiezende te Groningen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 250,00 ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. E.W. van Weringh, voorzitter, H.J. Bastin en

S. Timmermans, in tegenwoordigheid van M. Smit-Colnot, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 22 september 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature