< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 17 februari 2009 heeft het college aan D-Winkels B.V. vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een winkel met twee bovenliggende appartementen op het perceel Kerkstraat 17 te Noordwijk (hierna: het perceel).

Uitspraak



201100431/1/H1.

Datum uitspraak: 21 september 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Noordwijk,

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 6 december 2010 in zaak nr. 09/7870 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk.

1. Procesverloop

Bij besluit van 17 februari 2009 heeft het college aan D-Winkels B.V. vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een winkel met twee bovenliggende appartementen op het perceel Kerkstraat 17 te Noordwijk (hierna: het perceel).

Bij besluit van 1 september 2009 heeft het college het door onder meer [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 17 februari 2009 in stand gelaten, onder aanvulling van de motivering daarvan.

Bij uitspraak van 6 december 2010, verzonden op 9 december 2010, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 januari 2011, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 augustus 2011, waar [appellant], bijgestaan door mr. G.R. van der Plas, advocaat te Katwijk, en het college, vertegenwoordigd door mr. K. Hobeijn, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens is daar D-Winkels, vertegenwoordigd door mr. R.J.G. Bäcker, advocaat te Rotterdam, als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het bouwplan voorziet in het geheel vernieuwen van de winkel met woning op het perceel.

2.2. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Kern Noordwijk-Binnen 1995" rust op het perceel de bestemming "Centrumdoeleinden".

Ingevolge artikel 11A, lid B, eerste lid, onder I, van de planvoorschriften, voor zover van belang, mogen op de in lid A bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:

a. de goothoogte van de gebouwen minimaal, dan wel maximaal dient te voldoen aan hetgeen op de kaart voor het bebouwingsvlak is bepaald.

b. de hoogte van de gebouwen ten hoogste mag bedragen hetgeen op de kaart voor het bebouwingsvlak of een gedeelte daarvan is bepaald.

Volgens de plankaart bedraagt de maximum bebouwingshoogte voor het perceel 9 m, de minimale goothoogte 6 m en de maximale goothoogte 9 m.

Ingevolge artikel 32, aanhef en onder c, zijn burgemeester en wethouders bevoegd vrijstelling te verlenen van de bepalingen in de voorschriften ten aanzien van het veranderen van de maatvoering van bouwwerken met ten hoogste 10%. De vrijstelling mag slechts worden verleend, indien de waarde van het beschermd dorpsgezicht niet in onevenredige mate wordt aangetast en, voor zover het monumenten betreft, vooraf de gemeentelijke monumentencommissie is gehoord.

2.3. Het bouwplan voorziet in een bouwhoogte van 9,70 m. Daarmee staat vast dat het in strijd is met het bestemmingsplan. Het college heeft met toepassing van artikel 15 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening , gelezen in verbinding met artikel 32, aanhef en onder c, van de bestemmingsplanvoorschriften, vrijstelling van het bestemmingsplan verleend teneinde het bouwplan mogelijk te maken.

2.4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid vrijstelling te verlenen. Hij voert daartoe aan dat de rechtbank de toepasselijkheid van artikel 5:50, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) te terughoudend heeft getoetst. Volgens [appellant] had de rechtbank tot het oordeel moeten komen dat met toepassing van deze bepaling een privaatrechtelijke belemmering aan het verlenen van de vrijstelling in de weg staat. Door het insluiten van een raam in zijn zijgevel ontstaat voor hem, anders dan de rechtbank heeft overwogen, evident onredelijke hinder, aldus [appellant]. Van de omstandigheid dat het raam al meer dan 20 jaar in de betrokken zijgevel aanwezig is, heeft hij in beroep bewijs geleverd in de vorm van verschillende getuigenverklaringen, aldus [appellant].

2.4.1. Ingevolge artikel 5:50, vierde lid, van het BW is de nabuur, wanneer hij als gevolg van verjaring geen wegneming van een opening of werk meer kan vorderen, verplicht binnen een afstand van twee meter daarvan geen gebouwen of werken aan te brengen die de eigenaar van het andere erf onredelijk zouden hinderen, behoudens voor zover zulk een gebouw of werk zich daar reeds op het tijdstip van de voltooiing van de verjaring bevond.

2.4.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 28 april 2010 in zaak nr. 200906091/1), is voor het oordeel door de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van vrijstelling in de weg staat, slechts aanleiding wanneer deze een evident karakter heeft. De burgerlijke rechter is immers de eerst aangewezene om de vraag te beantwoorden of een privaatrechtelijke belemmering in de weg staat aan de uitvoering van een activiteit.

2.4.3. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het aan de burgerlijke rechter is om een oordeel te geven over de vraag of [appellant] met succes een beroep kan doen op verjaring als bedoeld in artikel 5:50, vierde lid, van het BW . Reeds omdat die vraag niet zonder meer bevestigend kan worden beantwoord, nu dit door D-Winkels wordt betwist en ter beantwoording voorligt bij de burgerlijke rechter, is niet evident dat er een privaatrechtelijke belemmering is als hiervoor bedoeld. De rechtbank heeft zich dan ook terecht onthouden van een oordeel daarover en de getuigenverklaringen die [appellant] in beroep in het geding heeft gebracht, terecht buiten beschouwing gelaten.

De rechtbank heeft voorts, daargelaten of eerdergenoemde verjaring is ingetreden, met juistheid overwogen dat realisering van het bouwplan geen evidente onredelijke hinder als bedoeld in artikel 5:50, vierde lid, van het BW met zich brengt. Daarbij is van belang dat het bestemmingsplan reeds een bouwhoogte van 9 m toestaat, bij realisering waarvan het betrokken raam ook reeds zou worden ingesloten. De rechtbank heeft daarbij verder in aanmerking kunnen nemen dat in de slaapkamer waar het raam aanwezig is, zich nog andere, aanzienlijk grotere ramen bevinden die geen hinder door het bouwplan zullen ondervinden. Dat die andere ramen zich aan de, drukkere, voorzijde van het pand bevinden, maakt dit niet anders.

De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college, gelet op het vorenstaande, geen aanleiding behoefde te zien de vrijstelling voor het bouwplan te weigeren.

Het betoog faalt.

2.5. [appellant] betoogt voorts dat hetgeen hij overigens in beroep naar voren heeft gebracht, als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

2.5.1. De rechtbank is op deze gronden, betreffende vermindering van zon- en lichtinval en privacy als gevolg van het bouwplan, ingegaan. Nu [appellant] niet gemotiveerd uiteenzet dat en waarom de aangevallen uitspraak in zoverre onjuist is, kan het aldus aangevoerde niet tot vernietiging van die uitspraak leiden.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.W. Huijben, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Huijben

lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 september 2011

374-641.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature