< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Medeplegen van mishandeling en medeplegen van aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn

-werkstraf van 240 (tweehonderdenveertig) uren; de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht wordt in mindering gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

-gevangenisstraf van 4 (vier) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

Uitspraak



RECHTBANK MIDDELBURG

Sector strafrecht

parketnummer: 12/715478-08 (P)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 december 2009

in de strafzaak tegen de ter terechtzitting verschenen

[verdachte],

geboren op [1970],

wonende te [adres],

raadsman mr. C.J. de Wit, advocaat te Vlissingen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 december 2009, waarbij de officier van justitie mr. Bethlehem en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is ter terechtzitting van 3 december 2009 gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het wetboek van strafvordering.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 november 2008 te Terneuzen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen,

opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met

dat opzet (telkens) die [slachtoffer] een of meerma(a)l(en) met kracht (met geschoeide

voet) op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam geschopt en/of getrapt en/of

een of meerma(a)len met kracht op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam

gestompt en/of geslagen en/of (en in elk geval) (gewelddadige) (andere)

handeling(en) verricht en/of aangewend tegen die [slachtoffer],

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 1 telastgelegde een veroordeling niet mocht

kunnen volgen, terzake dat

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks

8 november 2008 te Terneuzen tezamen en in vereniging met elkaar en/of met een

ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven

heeft/hebben beroofd,

immers heeft/hebben die [medeverdachte 2] en/of die [medeverdachte 1] en/of (een of meer van)

zijn/hun mededader(s) met dat opzet (telkens) die [slachtoffer] een of meerma(a)l(en)

met kracht (met geschoeide voet) op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam

geschopt en/of getrapt en/of een of meerma(a)len met kracht op/tegen het hoofd

en/of (overig) lichaam gestompt en/of geslagen en/of (en in elk geval)

(gewelddadige) (andere) handeling(en) verricht en/of aangewend tegen die [slachtoffer],

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, toen en daar,

medeplichtig is geweest door daartoe (telkens) opzettelijk gelegenheid te

verschaffen, door:

- na te laten om in te grijpen, ter voorkoming /verhindering dat die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s) konden doorgaan met een of

meerdere van voornoemde handeling(en) en/of

- na te laten direct/tijdig hulpdiensten te waarschuwen en/of

- zich niet, in elk geval onvoldoende, van voornoemde gedraging(en) en/of

handeling(en) door voornoemde verdachte(n) te distantiëren;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

en voor zover terzake het onder 1 subsidiair telastgelegde een veroordeling niet

mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 november 2008 te Terneuzen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, aan [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht (te weten -onder

meer- uitgebreide inwendige bloeduitstortingen, met name onder het harde

hersenvlies -een zogenaamde subduraal hematoom-, waardoor een zeer enstige

herseninklemming is opgetreden),

door met (een of meer van) zijn mededader(s), en/althans alleen, (telkens)

opzettelijk die [slachtoffer] een of meerma(a)l(en) met kracht (met geschoeide voet)

op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam te schoppen en/of te trappen en/of

een of meerma(a)l(en) met kracht op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam te

stompen en/of te slaan en/of (en in elk geval) (gewelddadige) (andere)

handeling(en) te verrichten en/of aan te wenden tegen die [slachtoffer],

terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] tengevolge heeft gehad;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht

en voor zover ook terzake het onder 1 meer subsidiair telastgelegde een

veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks

8 november 2008 te Terneuzen tezamen en in vereniging met elkaar en/of met een

ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer], opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel heeft toegebracht (te weten -onder meer- uitgebreide

inwendige bloeduitstortingen, met name onder het harde hersenvlies -een

zogenaamde subduraal hematoom-, waardoor een zeer enstige herseninklemming is

opgetreden),

door met elkaar en/of (een of meer van) zijn/hun mededader(s), althans alleen,

(telkens) opzettelijk die [slachtoffer] een of meerma(a)l(en) met kracht (met

geschoeide voet) op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam te schoppen en/of

te trappen en/of een of meerma(a)l(en) met kracht op/tegen het hoofd en/of

(overig) lichaam te stompen en/of te slaan en/of (en in elk geval)

(gewelddadige) (andere) handeling(en) te verrichten en/of aan te wenden tegen

die [slachtoffer],

terwijl het feit de dood van die [slachtoffer] tengevolge heeft gehad,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, toen en daar,

medeplichtig is geweest door daartoe (telkens) opzettelijk gelegenheid te

verschaffen, door:

- na te laten om in te grijpen, ter voorkoming /verhindering dat die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s) konden doorgaan met een of

meerdere van voornoemde handeling(en) en/of

- na te laten direct/tijdig hulpdiensten te waarschuwen en/of

- zich niet, in elk geval onvoldoende van voornoemde gedraging(en) en/of

handeling(en) door voornoemde verdachte(n) te distantiëren;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 302 lid 2 Wetboek van Strafrecht

en voor zover ook terzake het onder 1 nog meer subsidiair telastgelegde een

veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 november 2008 te Terneuzen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen,

(telkens) opzettelijk mishandelend [slachtoffer] een of meerma(a)l(en) met kracht

(met geschoeide voet) op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam heeft geschopt

en/of getrapt en/of een of meerma(a)l(en) met kracht op/tegen het hoofd en/of

(overig) lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of (en in elk geval)

(gewelddadige) (andere) handeling(en) heeft verricht en/of aangewend tegen die

[slachtoffer],

waardoor die [slachtoffer] zodanig lichamelijk letsel bekwam (te weten -onder meer-

uitgebreide inwendige bloeduitstortingen, met name onder het harde hersenvlies

-een zogenaamde subduraal hematoom-, waardoor een zeer enstige

herseninklemming is opgetreden),

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 300 lid 3 Wetboek van Strafrecht

en/of voor zover ook terzake het onder 1 nog meer subsidiair telastgelegde een

veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 8 november 2008 tot en met 9 november 2008

te Terneuzen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans

alleen,

(hoogst) roekeloos, in elk geval zeer onvoorzichtig en/of onachtzaam,

terwijl [slachtoffer], in een woning, in aanwezigheid van hem, verdachte, en/of

zijn mededader(s), (gedurende een langere tijd in die periode) door een of

meer ander(en) (telkens) (met geschoeide voet) op/tegen het hoofd en/of

(overig) lichaam werd geschopt en/of getrapt en/of (telkens) op/tegen het

hoofd en/of (overig) lichaam werd gestompt en/of geslagen, in elk geval door

die ander(en) een of meer gewelddadige handeling(en) werden verricht en/of

aangewend tegen die [slachtoffer],

daarbij aanwezig is gebleven, en/of heeft nagelaten een of meer handeling(en)

te ondernemen om dat geweld te (laten) stoppen en/of de hulpdiensten te

waarschuwen en/of

(terwijl die [slachtoffer] -door dat geweld- buiten bewustzijn was geraakt) een of

meer emmers (koud) water over die [slachtoffer] heeft uitgegoten, althans heeft laten

uitgieten en/of die [slachtoffer] in (kennelijk) zorgwekkende/bewusteloze toestand

(met natte kleding in een koude kamer) gedurende de nachtelijke uren (alleen,

in onbewaakte en/of hulploze toestand, in elk geval verstoken van -medische-

hulp) heeft achtergelaten,

waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat die [slachtoffer] zodanig letsel

heeft bekomen dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 307 lid 2 Wetboek van Strafrecht

en voor zover ook terzake het onder 1 nog meer subsidiair telastgelegde een

veroordeling niet mocht kunnen volgen, terzake dat

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 8 november

2008 tot en met 9 november 2008 te Terneuzen, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen,

-terwijl de in de woning aanwezige [slachtoffer] als slachtoffer van

gewelddadige handelingen in zorgwekkende/bewusteloze toestand verkeerde-

als getuige van dat ogenblikkelijke levensgevaar, (telkens) heeft nagelaten

die [slachtoffer] die hulp te verlenen of te verschaffen die zij die [slachtoffer], zonder

gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of

verschaffen kon,

zulks terwijl de dood van die hulpbehoevende [slachtoffer] is gevolgd;

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 450 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 8 november 2008 te Terneuzen

(telkens) opzettelijk heeft deelgenomen aan een aanval, waarin (verder) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3], in elk geval

een of meer (andere) perso(o)n(en) gewikkeld waren,

welke aanval (onder meer) bestond uit het een of meerma(a)l(en) schoppen en/of

trappen en/of stompen en/of slaan op/tegen het hoofd en/of (overig) lichaam

van [slachtoffer] en/of [slachtoffer 2],

welke aanval de dood van die [slachtoffer] tengevolge heeft gehad;

art 306 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [verdachte] zich tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan de onder feit 1 tenlastegelegde dood door schuld door roekeloosheid. Zij baseert zich er daarbij op dat [slachtoffer] in de woning van [slachtoffer 2] naar verdachte [verdachte] had gezien en gehoord ernstig werd mishandeld, dat hij uiterlijk waarneembare verwondingen had en daarna niet meer aanspreekbaar was, dat hij door verdachte en [medeverdachte 2] op de bank werd gelegd en daar opnieuw vuistslagen van [medeverdachte 2] heeft gekregen, waardoor hij van de bank gevallen is en niet meer bij kennis is gekomen. Ook verdachte [verdachte] heeft [slachtoffer] nog een klap gegeven. Vervolgens zijn tevergeefs emmers water over [slachtoffer] uitgegoten om hem bij te laten komen, waarna verdachte zich niet meer om het slachtoffer heeft bekommerd en deze is overleden.

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het onder 2 tenlastegelegde.

4.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van het nog meer subsidiair tenlastegelegde onder 1 ziet de raadsman niet in dat door het niet bellen van de hulpdiensten aan verdachte grove schuld te verwijten valt. Door zijn psychische gesteldheid heeft verdachte beperkte mogelijkheden bij het nemen van beslissingen. In de visie van de raadsman is het in dit geval daarom niet mogelijk tot een bewezenverklaring te komen.

4.3 De bewijsoverwegingen ten aanzien van de keuze van de bewijsmiddelen

De rechtbank acht de verklaringen van [slachtoffer 2] onbetrouwbaar. Zij heeft zeer draaiend verklaard, nu eens zeer gedetailleerd, dan weer heeft zij te kennen gegeven alles volkomen kwijt te zijn, mogelijk als gevolg van overmatig drankgebruik, angst en een black-out. Haar verklaringen zijn bovendien op diverse onderdelen tegenstrijdig.

De rechtbank zal haar verklaringen voor het bewijs buiten beschouwing laten.

Van alle getuigen is verdachte het meest consistent in zijn verklaringen, zodat die als basis voor het bewijs kan worden gebruikt. Ook de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 3] zijn voldoende betrouwbaar.

De rechtbank overweegt vervolgens dat de derde en latere verklaringen van [medeverdachte 2] in hoofdlijnen en op verscheidene details overeenstemmen met de verklaringen van [medeverdachte 1], [medeverdachte 3] en verdachte, alsmede met de letselbeschrijvingen en de bevindingen van getuige-deskundige dr. Kubat, zoals vastgelegd in het bij dit dossier gevoegde proces-verbaal d.d. 23 april 2009 in de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte 1]. Het oordeel dat die verklaringen van [medeverdachte 2] betrouwbaar zijn, leidt ertoe dat de rechtbank deze verklaringen voor het bewijs van de tenlastegelegde feiten kan, en ook zal, gebruiken.

4.4 De overige bewijsoverwegingen

Op 9 november 2008 om 12.40 uur werd door verbalisanten in de woning van [slachtoffer 2] aan de [adres] het levenloze lichaam van een man aangetroffen. Uit onderzoek bleek dat het slachtoffer geïdentificeerd kon worden als [slachtoffer], geboren op [1964]. Het slachtoffer was op een niet natuurlijke wijze overleden.

Op die 8e november 2008 zijn in de woning van [slachtoffer 2] zes personen aanwezig geweest, te weten de bewoonster [slachtoffer 2], haar neef en huisgenoot verdachte [medeverdachte 2] en huisgenoot [slachtoffer] . Van ongeveer 13.00 uur tot ongeveer 18.00 uur is [medeverdachte 1] in de woning op bezoek geweest en van 16.00 uur tot 22.00 uur waren ook [medeverdachte 3] en verdachte op bezoek in de woning.

Toen verdachte en [medeverdachte 3] om ongeveer 16.00 uur in de woning zijn gekomen, troffen zij [slachtoffer] op de keukenvloer aan met dikke wangen en bloed uit de mond. Verdachte verklaarde dat [medeverdachte 1] hem over de man op de grond gezegd heeft dat hij dat had gedaan en dat [medeverdachte 2] hem gezegd heeft: “Dat hebben wij ([medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]) gedaan”.

Op een gegeven moment is [medeverdachte 1] weggegaan. Volgens verdachte en [medeverdachte 3] was het toen ongeveer 18.00 uur .

Daarna heeft [medeverdachte 2] [slachtoffer] twee vuistslagen op zijn gezicht gegeven en daarbij heeft hij tegen [slachtoffer] gezegd: morgen heb je een paar grote kijkers. Daarna gaf [medeverdachte 2] weer een vuistslag op de neus van [slachtoffer] en die slag was harder dan normaal. Ook verdachte zelf heeft met een van zijn vuisten een stoot tegen de kin van [slachtoffer] gegeven. [medeverdachte 2] heeft dat gezien en ook [medeverdachte 3] heeft hierover verklaard.

Om 22.00 uur zijn verdachte en [medeverdachte 3] weer naar Middelburg vertrokken. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat het slachtoffer [slachtoffer] toen nog wel leefde. Hij was nog bij bewustzijn. Dat heeft ze afgeleid uit het feit dat hij, zij het moeizaam, nog een biertje dronk.

[slachtoffer] is overleden tussen 8 november 2008, 17.23 uur en 9 november 2008, 04.23 uur en de doodsoorzaak was een herseninklemming (acuut subduraal hematoom), opgetreden ten gevolge van een heftig botsend geweld op het hoofd. De aanwezigheid van bloed in de hersenen buiten de bloedvaten veroorzaakt druk en dat leidt weer tot een oedeem en beide omstandigheden bij elkaar leiden tot een zeer grote inklemming van de hersenen. De centra voor ademhaling en hartslag, die allebei in de hersenstam zetelen, functioneerden daardoor niet. Dit heeft geleid tot het overlijden van [slachtoffer].

Het letsel dat tot de dood heeft geleid kan in verschillende tempi zijn ontstaan en daarmee wordt bedoeld dat het letsel op verschillende momenten, langer of korter na elkaar, is toegebracht. De dood kan bij een dergelijk letsel na enkele minuten intreden, maar ook na anderhalve dag. Niet is vast te stellen door welke geweldsinwerking precies de dood is ingetreden. In het rapport was vermeld dat niet kon worden uitgesloten dat het letsel door een val is opgetreden, maar uit het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 23 april 2009, dat aan dit dossier is toegevoegd, heeft de patholoog anatoom dr. Kubat verklaard dat het geconstateerde letsel niet kan zijn ontstaan door een val van een bank of door struikelen, omdat de energie vrijkomend door het eigen lichaamsgewicht daarvoor niet groot genoeg is. Een deel van de letsels aan het hoofd was a-typisch voor vallen, zoals het brilhematoom. Ook het letsel aan de onderbuik waarbij letsel tot aan de achterwand is vastgesteld kan niet door een val of struikelen zijn veroorzaakt. De stelling dat de dood van [slachtoffer] is ingetreden doordat het slachtoffer is gestruikeld wordt dus geenszins gesteund door de getuige deskundige.

De rechtbank stelt op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen vast dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] beiden heftig geweld hebben gebruikt jegens [slachtoffer]. [medeverdachte 1] heeft dit vooral gedaan vóór de komst van verdachte en [medeverdachte 3], en [medeverdachte 2] grotendeels erna.

Toen [medeverdachte 3] en verdachte [verdachte] de woning van [slachtoffer 2] hebben verlaten realiseerden beiden zich dat het met het slachtoffer [slachtoffer] helemaal verkeerd ging.

De rechtbank stelt vast dat er uit het strafrecht geen algemene zorgplicht om een ander te behoeden voor het verlies van diens leven, voortvloeit. Wèl mag van mensen tussen wie een min of meer vriendschappelijke band bestaat, op grond van de maatschappelijke betamelijkheid, worden verlangd dat zij elkaar helpen in levensbedreigende situaties. Dit geldt in het bijzonder indien zij zich samen in een (afgesloten) ruimte bevinden en hulp voor een van hen, die slachtoffer is geworden van levensbedreigend geweld niet door anderen geboden kan worden.

Verdachte heeft gezien hoe het slachtoffer er aan toe was en heeft hem samen met [medeverdachte 2] weer op de bank gezet. Daarna heeft [slachtoffer] opnieuw vuistslagen van [medeverdachte 2] gekregen. Ook verdachte zelf heeft het slachtoffer toen nog een klap gegeven. Het spreekt vanzelf dat ook deze klap pijn heeft veroorzaakt. Verdachte heeft gezien dat het slachtoffer bloedde en niet meer reageerde op impulsen. Verdachte en zijn mededaders hebben zich op enig moment gerealiseerd dat het slachtoffer er zeer ernstig aan toe was, maar dat hij nog wel ademde. Verdachte heeft geprobeerd hem met het overgieten van koud water bij kennis te brengen. Toen dat niet het gewenste effect had, heeft hij het slachtoffer zonder meer aan zijn lot overgelaten. Onderweg naar huis en eenmaal thuis in Middelburg heeft hij zich terecht ongerust gemaakt . Hij en de anderen hadden de plicht en op dat moment, zeker toen ze bij [medeverdachte 2] uit de buurt waren, ook de mogelijkheid om de politie of een arts te waarschuwen. Voor zover er een situatie heeft bestaan van psychische overmacht, is deze niet doorlopend aanwezig geweest. De kans op een medische behandeling waardoor het slachtoffer van de dood kon worden gered is niet aangegrepen. Zij hadden hulp moeten inroepen door het bellen van het alarmnummer, zoals verdachte [medeverdachte 3] wel de volgende dag heeft gedaan toen het slachtoffer al overleden was. Dat hij dat niet zou kunnen begrijpen, als dat al zo was, hetgeen de rechtbank niet aanneemt, dan is het niet van belang. Het criterium is immers wat een normaal denkend mens zou moeten begrijpen. Voor zover er sprake is van bijzondere persoonlijke omstandigheden valt dit onder de toerekenbaarheid. Nu hij dat heeft nagelaten is het mede aan zijn schuld te wijten dat de dood bij het slachtoffer is ingetreden. Dit nalaten moet niet worden aangemerkt als roekeloos maar als zeer onachtzaam.

(Feit 2)

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank dat vastgesteld kan worden dat [medeverdachte 1] op enig moment [slachtoffer] en [slachtoffer 2] heeft mishandeld en dat later [medeverdachte 2] en verdachte [slachtoffer] hebben mishandeld. Nu het gelijktijdig handelen van de deelnemers aan een aanval in de zin van art. 306 van het wetboek van strafrecht van essentieel belang is en dit artikel op dat punt meer eist dan bij medeplegen van geweldsdelicten het geval is, en nu hooguit bewezen kan worden dat een deel van het door ieder gebruikte geweld in aanwezigheid van de ander is gepleegd en niet dat zij tezamen een aanval op een derde hebben geopend, dient verdachte van feit 2 te worden vrijgesproken.

5 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 8 november 2008 te Terneuzen

tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk mishandelend [slachtoffer] een maal op/tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen terwijl daardoor pijn is ontstaan;

en

hij in de periode van 8 november 2008 tot en met 9 november 2008

te Terneuzen, tezamen en in vereniging met anderen, zeer onachtzaam,

terwijl [slachtoffer], in een woning, in aanwezigheid van hem, verdachte, en

zijn mededaders, gedurende een langere tijd in die periode door een ander op/tegen het

hoofd werd geslagen, daarbij aanwezig is gebleven, en heeft nagelaten handelingen

te ondernemen om dat geweld te (laten) stoppen en/of de hulpdiensten te

waarschuwen en (terwijl die [slachtoffer] -door dat geweld- buiten bewustzijn was geraakt)

emmers (koud) water over die [slachtoffer] heeft uitgegoten en die [slachtoffer] in kennelijk zorgwekkende/bewusteloze toestand (met natte kleding in een koude kamer) gedurende de nachtelijke uren (alleen,

in onbewaakte en/of hulploze toestand heeft achtergelaten, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat die [slachtoffer] zodanig letsel heeft bekomen dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Omtrent verdachtes geestvermogens ten tijde van het begaan van het tenlastegelegde zijn twee gedragsdeskundige rapportages opgemaakt.

Het betreft de psychiatrische onderzoeksrapportage d.d. 5 juni 2009, opgemaakt door Eland, psychiater, en de psychologische onderzoeksrapportage d.d. 11 juni 2009, opgemaakt door Van der Weele, psycholoog.

Uit het psychiatrisch rapport komt –zakelijk weergegeven- naar voren:

Onderzochte is in ernstige mate verstandelijk gehandicapt en als licht zwakzinnig te beschouwen. Er is geen sprake van een psychiatrisch ziektebeeld in engere zin, maar wel van antisociale en narcistische persoonlijkheidstrekken die een belangrijk neveneffect vormen van de verstandelijke beperkingen. Hij neigt sterk tot bagatelliseren van situaties en moeilijkheden, heeft een beperkt inzicht in situaties en laat zich gemakkelijk meenemen in emotionele omstandigheden. Tijdens het tenlastegelegde waren zijn vermogens om op grond van verstandelijke overwegingen te anticiperen of te reageren behoorlijk beperkt. Onderzochte moet worden beschouwd als sterk verminderd toerekeningsvatbaar.

Uit het psychologisch rapport komt –zakelijk weergegen – naar voren:

Betrokkene functioneert tussen licht zwakzinnig en zwakbegaafd niveau. Zijn zelfredzaamheid is erg beperkt. Er is sprake van een gebrekkige ontwikkeling der geestvermogens en als gevolg van de verstandelijke beperking enige scheefgroei van de persoonlijkheid. Betrokkene was minder dan de gemiddelde ander in staat de ernst van de situatie in te schatten. Vanwege zijn verstandelijke beperking en het daaruit voortvloeiende onvermogen om de ernst van de situatie in te schatten moet betrokkene verminderd tot sterk verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd.

De rechtbank overweegt dat de beschrijving van de persoonlijkheid van de verdachte in de rapportages van de deskundigen in hoge mate overeenstemt. De rechtbank kan zich met deze conclusies van de deskundigen verenigen op grond van de onderbouwing ervan. Zij is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat het bewezenverklaarde feit in sterk verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend.

Er zijn overigens geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. Verdachte is naar het oordeel van de rechtbank dus strafbaar voor het door hem gepleegde strafbare feit.

7 De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert op grond van hetgeen zij bewezen acht aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat vervolging voor verdachte veel te zwaar en te belastend is. Hij is van oordeel dat wanneer er toch een straf moet volgen een voorwaardelijke werkstraf op zijn plaats is. Het reclasseringstoezicht acht hij niet geïndiceerd omdat er al voldoende begeleiding en hulp vanuit de Stichting Arduin aanwezig is.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Voor nabestaanden is de dood van een mens op zich doorgaans al zeer ingrijpend en verdrietig. Voor die nabestaanden en voor de samenleving in het algemeen is het des te schrijnender als de dood door toedoen of nalaten van anderen is veroorzaakt. Daarom worden in ons strafrechtstelsel levensdelicten als ernstige misdrijven beschouwd.

Verdachte heeft geen enkel respect getoond voor het leven van [slachtoffer], een bekende, die evenals hij aanwezig was in de woning van een kennis. Hij heeft het slachtoffer in hulpeloze toestand gelaten, nadat deze aanhoudend gewelddadig gedrag van anderen, en zij het in veel mindere mate ook een klap van verdachte, heeft moeten ondergaan.

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, zoals hierboven beschreven.

Daarnaast heeft zij rekening gehouden met het feit dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht en dat hij niet eerder voor soortgelijke delicten is veroordeeld.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. Daarom zal aan hem naast een werkstraf van 240 uren een gevangenisstraf van vier maanden in voorwaardelijke vorm worden opgelegd. Hierbij hebben de straffen die doorgaans voor soortgelijke delicten worden opgelegd het uitgangspunt gevormd. Deze straf is iets hoger dan de straf voor [slachtoffer 2] en [medeverdachte 3] omdat verdachte het slachtoffer ook nog eens heeft geslagen. De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, geen meerwaarde in het opleggen van reclasseringstoezicht, nu verdachte vanuit de beschermde woonomgeving van Stichting Arduin een intensieve en goedlopende begeleiding krijgt.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14 b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 300 en 307 van het Wetboek van Strafrecht,

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair, subsidiair, meer subsidiair, nog meer subsidiair en 2 tenlastegelegde feit.

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Medeplegen van mishandeling,

en

Medeplegen van aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 (tweehonderdenveertig) uren;

- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis van 120 (honderdentwintig) dagen zal worden toegepast;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. Meeuwis, voorzitter, mr. De Jager en mr. Walther, rechters, in tegenwoordigheid van Heberlein-Guiran, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 16 december 2009.

Mr. Walther is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature