< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Promis; invoer verdovende middelen; invoer cocaïne.

In het bijzonder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de opzettelijke invoer van ongeveer 1,43 kilogram cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800675-11

Uitspraakdatum: 12 september 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 augustus 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Curaçao,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Amsterdam Over-Amstel, locatie De Weg.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 mei 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van elf (11) maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

4. Bewijs

4.1 Redengevende feiten en omstandigheden1

Op 15 mei 2011 is verdachte vanuit Curaçao aangekomen op de luchthaven Schiphol, gelegen in de gemeente Haarlemmermeer. Tijdens een verscherpte douanecontrole is in de koffer van verdachte kleding aangetroffen die stug en ongewoon vettig aanvoelde.2 Ook bij het nadere onderzoek aan de kleding hebben de verbalisanten geconstateerd dat deze kleding abnormaal stijf en stuf aanvoelde is vervolgens, geïmpregneerd in deze kleding, ongeveer 1,43 kilogram cocaïne aangetroffen.3

Verdachte heeft zowel tegen over de Koninklijke Marechaussee als ter terechtzitting verklaard niet te hebben geweten dat er cocaïne in de kleding zat. Verdachte heeft verklaard dat hij de kleding heeft gekocht in Boutique Curaçao en dat hij niets aan de kleding heeft gemerkt. Verdachte heeft verklaard de kleding zelf te hebben uitgezocht, meegenomen en betaald. Een bon heeft verdachte niet.

Als uitgangspunt geldt, dat een passagier die per vliegtuig bagage met zich voert, met de inhoud daarvan bekend is en voor die inhoud dan ook verantwoordelijk is. Van dat uitgangspunt moet worden afgeweken wanneer aannemelijk wordt dat die passagier met die inhoud niet bekend was en daarmee niet bekend had behoren te zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank is de verklaring van de verdachte ter onderbouwing van zijn stelling dat hij niet wist dat hij cocaïne met zich meevoerde, hoogst onwaarschijnlijk en derhalve ongeloofwaardig. Het is een feit van algemene bekendheid dat er vanuit Curaçao per vliegtuig veel drugs naar Europa worden gesmokkeld, met name ook door koeriers die ten behoeve van organisaties handelen en weten wat zij doen. Het is onwaarschijnlijk dat een organisatie, op de wijze zoals uit de verklaring van verdachte zou volgen, ruim veertienhonderd gram cocaïne, een hoeveelheid die een aanzienlijke straatwaarde vertegenwoordigt, laat vervoeren door een onwetende en onbekende koerier. Het voorgaande zou immers aanzienlijke risico's voor de organisatie met zich meebrengen, zoals het risico van verlies van de cocaïne wanneer de koerier alsnog besluit de spullen niet mee te nemen of af te geven aan een ander. Ook bestaat het risico dat de koerier later niet meer kan worden achterhaald of dat de koerier de drugs voortijdig zelf ontdekt. De rechtbank neemt hierbij eveneens in aanmerking dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat organisaties die cocaïne naar Nederland willen smokkelen daarvoor een manier kiezen die het uiterst onzeker maakt of de beoogde koerier de cocaïne wel meeneemt en weer aan hen afgeeft. De rechtbank acht het bovendien volstrekt onaannemelijk dat verdachte niets aan de kleding gemerkt zou hebben, daar de verbalisanten allen hebben gerelateerd dat de kleding vettig en stug aanvoelde.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat de verklaring van de verdachte als volstrekt ongeloofwaardig ter zijde moet worden gelegd. Nu ook anderszins geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die aanleiding geven om van voormeld uitgangspunt af te wijken, acht de rechtbank bewezen dat de verdachte willens en wetens de cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

4.2 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij op 15 mei 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de opzettelijke invoer van ongeveer 1,43 kilogram cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

De officier van justitie heeft de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van elf maanden gevorderd. Deze eis is in overeenstemming met de straf die ten aanzien van dit soort misdrijven in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd. In de omstandigheden van de onderhavige zaak, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte vindt de rechtbank aanleiding om daarvan af te wijken.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

2 en 10 van de Opiumwet.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van

ELF (11) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.E. Fortuin, voorzitter,

mr. J.N.A. Jolink en mr. G. Demmink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.S. Kikkert,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 september 2011.

Mr. Demmink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

2 Het proces-verbaal van aanhouding en bevindingen, d.d. 15 mei 2011, dossierparagraaf 1.1.

3 Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, d.d. 17 mei 2011, dossierparagraaf 1.1.4 en het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 21 juni 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature