< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Promis; invoer verdovende middelen; invoer cocaïne; vrijspraak medeplegen.

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de stukken in het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting niet worden bewezen dat verdachte 'tezamen en in vereniging met een ander of anderen' cocaïne binnen Nederland heeft gebracht. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Verdachte is gelijktijdig en tezamen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar Nederland gereisd. Onder [medeverdachte 1] is bij de inreis in Nederland eveneens een hoeveelheid cocaïne aangetroffen. Verdachte heeft ontkend te hebben geweten dat [medeverdachte 1] ook cocaïne bij zich had. Ook overigens is niet gebleken van omstandigheden die duiden op een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] bij de opzettelijke invoer van de totale hoeveelheid cocaïne. De door de officier van justitie aangevoerde omstandigheden, te weten het samen reizen, de opeenvolgende ticketnummers, hetzelfde boekingsnummer en de verklaring van verdachte bij de douane dat hij alleen reisde, zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op het invoeren van de totale bij verdachte en [medeverdachte 1] aangetroffen hoeveelheid drugs, aan te nemen. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen. In het bijzonder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van ongeveer 322 gram cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800763-11

Uitspraakdatum: 12 september 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 augustus 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Aruba,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Almere.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 04 juni 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit en gevorderd dat:

- verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven (7) maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

- het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven geld wordt verbeurd verklaard.

4. Bewijs

4.1 Vrijspraak van het ten laste gelegde medeplegen

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de stukken in het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting niet worden bewezen dat verdachte 'tezamen en in vereniging met een ander of anderen' cocaïne binnen Nederland heeft gebracht. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verdachte is gelijktijdig en tezamen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar Nederland gereisd. Onder [medeverdachte 1] is bij de inreis in Nederland eveneens een hoeveelheid cocaïne aangetroffen. Verdachte heeft ontkend te hebben geweten dat [medeverdachte 1] ook cocaïne bij zich had. Ook overigens is niet gebleken van omstandigheden die duiden op een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] bij de opzettelijke invoer van de totale hoeveelheid cocaïne. De door de officier van justitie aangevoerde omstandigheden, te weten het samen reizen, de opeenvolgende ticketnummers, hetzelfde boekingsnummer en de verklaring van verdachte bij de douane dat hij alleen reisde, zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om een nauwe en bewuste samenwerking, gericht op het invoeren van de totale bij verdachte en [medeverdachte 1] aangetroffen hoeveelheid drugs, aan te nemen. Verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen waarbij de rechtbank - nu verdachte een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is - zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

* de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 augustus 2011 afgelegd;

* het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aanhouding en bevindingen, d.d. 4 juni 2011, dossierparagraaf 2.1;

* het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, d.d. 11 juni 2011, dossierparagraaf 2.1.5 en

* het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium te Amsterdam, d.d. 17 juni 2011, kenmerk 5120 X 11.

4.3 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij op 4 juni 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezen verklaarde zou ontbreken. Het bewezen verklaarde is derhalve strafbaar.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van ongeveer 322 gram cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de te dezen geldende oriëntatiepunten straftoemeting van het LOVS. Voorts heeft de rechtbank ten nadele van verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het uittreksel justitiële documentatie in de afgelopen jaren meerdere malen met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

8. Teruggave aan verdachte

De in beslag genomen geldbedragen zullen worden teruggegeven aan de verdachte, nu niet is komen vast te staan dat deze geldbedragen verband houden met het bewezenverklaarde feit.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

2 en 10 van de Opiumwet.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van

VIJF (5) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

(8) Geld, 250 euro (5 biljetten van 50 euro).

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.N.A. Jolink, voorzitter,

mr. M.E. Fortuin en mr. G. Demmink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.S. Kikkert,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 september 2011.

Mr. Demmink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature