< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Promis; openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen; diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen; diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken; poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en/of poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen; opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, vernielen.

Verdachte heeft zich in zeer korte tijd schuldig gemaakt aan een reeks van ernstige strafbare feiten. Daarbij heeft hij zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging door, samen met een ander, op de openbare weg een toevallige voorbijganger te slaan en te schoppen terwijl de medeverdachte ook met een mes in de richting van het slachtoffer heeft gewezen. Het slachtoffer heeft door toedoen van verdachte en zijn medeverdachte hoofdletsel opgelopen, moest naar het ziekenhuis worden vervoerd en had als gevolg van een schop in zijn zij, ook last van zijn nier. Tevens heeft verdachte in dezelfde periode, telkens samen met een ander, fietsers geduwd, waardoor deze vielen, en vervolgens deze fietsers beroofd of onder bedreiging met geweld gedwongen goederen af te geven, dan wel heeft verdachte een poging daartoe gedaan. Verdachte heeft niet stil gestaan welke gevolgen dit handelen voor de slachtoffers zou kunnen hebben, zoals bijvoorbeeld (ernstig) letsel bij de slachtoffers. Het betrof in alle gevallen ook jonge slachtoffers in de leeftijd van 15 tot 17 jaar, die door schade aan hun fiets, lopend naar huis moesten en nadien niet meer s'avonds op straat durfden te gaan. Verdachte heeft met zijn handelwijze niet alleen materiële schade bij de slachtoffers veroorzaakt maar ook immateriële schade. Het is bekend dat slachtoffers van deze strafbare feiten vaak nog lang de gevolgen hiervan ondervinden. Naast de inbreuk die verdachte heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers, veroorzaken dergelijke feiten ook gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van een winkelruit, wat een ergerlijk feit is dat schade en overlast veroorzaakt en in het bijzonder bij de benadeelde leidt tot gevoelens van onrust en onveiligheid.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/750062-11

Uitspraakdatum: 8 september 2011

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek op de terechtzitting van 25 augustus 2011 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Haarlem,

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

feit 1:

hij op of omstreeks 04 mei 2011 te Bentveld, gemeente Zandvoort, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten de Westerduinweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het een en/of meermalen (krachtig):

- slaan en/of stompen in het gelaat en/of tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- trappen en/of schoppen in het gelaat en/of tegen het hoofd en/of elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- met een mes, althans een scherp voorwerp, in de richting wijzen van die [slachtoffer 1] en/of een mes, althans een scherp voorwerp, tonen aan die [slachtoffer 1];

feit 2:

hij op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 16 april 2011 te Heemstede (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon (Blackberry) en/of een iPod en/of 15 Euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], (telkens) gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van een telefoon (Blackberry) en/of een iPod en/of 15 Euro, althans een geldbedrag, in elk geval (telkens) van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die

[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader een en/of meermalen (krachtig):

- tegen het lichaam heeft/hebben geduwd van die [slachtoffer 2] (terwijl hij op de fiets zat en/of waardoor die [slachtoffer 2] van zijn fiets af viel en/of zijn fiets tegen de fiets van [slachtoffer 3] aankwam);

feit 3:

hij op of omstreeks 23 april 2011 te Heemstede tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon (merk i-Phone 4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader een en/of meermalen (krachtig):

- die [slachtoffer 5] van de fiets af heeft/hebben gebeukt en/of

- die [slachtoffer 5] een duw met zijn schouder heeft gegeven en/of

- die [slachtoffer 5] die woorden heeft/hebben toegevoegd: "Blijf stil staan of anders steek ik je neer", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

feit 4:

hij op of omstreeks 16 april 2011 te Heemstede, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of een of meerdere goed(eren) van zijn en/of zijn mededaders gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

en/of

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging me een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van geld en/of een of meerdere goed(eren) van zijn en/of zijn mededaders gading, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, een en/of meermalen

(krachtig):

- die [slachtoffer 6] van de fiets af heeft/hebben geduwd, dan wel dit heeft/hebben geprobeerd en/of

- die [slachtoffer 6] de woorden heeft/hebben toegevoegd: "heb je geld of verder nog

iets kostbaars bij je?",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 5:

hij op of omstreeks 22 april 2011 te Heemstede opzettelijk en wederrechtelijk een raam (van een slagerij), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkelbedrijf] en/of [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, door toen en daar een en/of meermalen (krachtig) te trappen en/of te schoppen tegen bovengenoemd raam;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 6 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan na aftrek van de duur van het voorarrest (opmerking rechtbank: 76 dagen) het overige deel (104 dagen) voorwaardelijk dient te worden opgelegd, met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de afdeling Jeugdreclassering, Buro Jeugdzorg Haarlem, ook wanneer dit inhoudt het volgen van een behandeling bij de Waag. Daarbij opdracht aan deze instelling verdachte te begeleiden bij de naleving van deze voorwaarden.

Tevens heeft de officier van justitie gevorderd een taakstraf in de vorm van een werkstraf aan verdachte op te leggen voor de duur van 150 uur subsidiair 75 dagen jeugddetentie.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie het volgende gevorderd:

- De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 988,31. Het overige dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

- De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] dient te worden toegewezen.

- De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 619,90. Het overige dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Alle vorderingen inclusief de wettelijke rente, met toepassing van de hoofdelijkheid clausule en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de navolgende bewijsmiddelen waarbij de rechtbank - nu verdachte een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is - zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

Ten aanzien van feit 1:

* De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

* Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] (dossierpagina 92 e.v.);

* Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] (dossierpagina's 101 en 102);

* Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] (dossierpagina 74 e.v.);

* Een schriftelijk stuk, te weten medische informatie van chirurg J.L. Bron van het Spaarneziekenhuis te Hoofddorp (dossierpagina 100);

* Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] (dossierpagina 111).

Ten aanzien van feit 2:

* De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

* Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] (dossierpagina 120 e.v.);

* Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] (dossierpagina 113 e.v.).

Ten aanzien van feit 3:

* De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

* Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] (dossierpagina 147 e.v.).

Ten aanzien van feit 4:

* De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

* Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] (dossierpagina's 132 en 133).

Ten aanzien van feit 5:

* De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

* Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] (dossierpagina 137 e.v.);

* Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] (dossierpagina's 142 en 143);

* Het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] (dossierpagina 144 e.v.).

4.2. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten, dat

feit 1:

hij op 4 mei 2011 te Bentveld, gemeente Zandvoort, met een ander, op of aan de openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het meermalen krachtig:

- slaan in het gelaat en tegen het hoofd en elders tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en

- trappen en/of schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en

- met een mes in de richting wijzen van die [slachtoffer 1];

feit 2:

hij op 16 april 2011 te Heemstede tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon Blackberry toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van 15 Euro, toebehorende aan die [slachtoffer 3],

welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, krachtig:

- tegen het lichaam heeft geduwd van [slachtoffer 2] terwijl hij op de fiets zat en waardoor die [slachtoffer 2] van zijn fiets af viel en zijn fiets tegen de fiets van [slachtoffer 3] aankwam;

feit 3:

hij op 23 april 2011 te Heemstede tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon merk i-Phone 4, toebehorende aan [slachtoffer 5], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en zijn mededader:

- die [slachtoffer 5] van de fiets af heeft geduwd en

- die [slachtoffer 5] die woorden heeft toegevoegd: "Blijf stil staan of anders steek ik je neer";

feit 4:

hij op 16 april 2011 te Heemstede, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en een of meerdere goederen van zijn of zijn mededaders gading, toebehorende aan [slachtoffer 6], en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 6], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en/of

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 6] te dwingen tot de afgifte van geld of een of meerdere goederen van zijn of zijn mededaders gading, toebehorende aan die [slachtoffer 6],

met zijn mededader,

- die [slachtoffer 6] krachtig heeft geduwd en

- die [slachtoffer 6] de woorden heeft toegevoegd: "heb je geld of verder nog iets kostbaars bij je?",

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 5:

hij op 22 april 2011 te Heemstede opzettelijk en wederrechtelijk een raam van een slagerij, toebehorende aan [winkelbedrijf] en/of [slachtoffer 7], heeft vernield door toen en daar eenmaal krachtig te trappen tegen bovengenoemd raam;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Zoals blijkt uit het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

Ten aanzien van feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 3: diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Ten aanzien van feit 4: poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en/of

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 5: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, vernielen.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het pro justitia rapport van psycholoog drs. R.M.C. Hoogstraten d.d. 27 juli 2011 en het vanwege de Jeugdreclassering uitgebrachte rapport van 11 augustus 2011 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in zeer korte tijd schuldig gemaakt aan een reeks van ernstige strafbare feiten. Daarbij heeft hij zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging door, samen met een ander, op de openbare weg een toevallige voorbijganger, de heer [slachtoffer 1], te slaan en te schoppen terwijl de medeverdachte ook met een mes in de richting van de heer [slachtoffer 1] heeft gewezen. Het slachtoffer heeft door toedoen van verdachte en zijn medeverdachte hoofdletsel opgelopen, moest naar het ziekenhuis worden vervoerd en had als gevolg van een schop in zijn zij, ook last van zijn nier.

Tevens heeft verdachte in dezelfde periode, telkens samen met een ander, fietsers geduwd, waardoor deze vielen, en vervolgens deze fietsers beroofd of onder bedreiging met geweld gedwongen goederen af te geven, dan wel heeft verdachte een poging daartoe gedaan. Verdachte heeft niet stil gestaan welke gevolgen dit handelen voor de slachtoffers zou kunnen hebben, zoals bijvoorbeeld (ernstig) letsel bij de slachtoffers. Het betrof in alle gevallen ook jonge slachtoffers in de leeftijd van 15 tot 17 jaar, die door schade aan hun fiets, lopend naar huis moesten en nadien niet meer s'avonds op straat durfden te gaan. Verdachte heeft met zijn handelwijze niet alleen materiële schade bij de slachtoffers veroorzaakt maar ook immateriële schade. Het is bekend dat slachtoffers van deze strafbare feiten vaak nog lang de gevolgen hiervan ondervinden. Naast de inbreuk die verdachte heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers, veroorzaken dergelijke feiten ook gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

Ten slotte heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van een winkelruit, wat een ergerlijk feit is dat schade en overlast veroorzaakt en in het bijzonder bij de benadeelde leidt tot gevoelens van onrust en onveiligheid.

Uit voormeld rapport van de psycholoog drs. R.M.C. Hoogstraten komt naar voren dat verdachte ten tijde van het plegen van de delicten lijdende was aan een ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens in de vorm van A.D.H.D. en antisociaal gedrag bij een adolescent. Er is geen sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.

Verdachte heeft moeite met het overzien van oorzaak en gevolg, zoekt spanningen op en is prikkelzoekend. Hij laat zich gemakkelijk beïnvloeden, temeer omdat hij graag in de aandacht staat en mee wil doen. Ten aanzien van de ten laste gelegde feiten 2, 3 en 4 was verdachte impulsief, beïnvloedbaar en gekrenkt aangezien zijn spullen waren gestolen. Hij heeft zich laten overhalen door een criminele vriendengroep om een overval te plegen. Aangezien betrokkene eerder door deze groep is bedreigd en daarbij graag ergens bij wil horen en zich niet wil laten kennen, heeft hij deze overvallen gepleegd. Hierin speelt ook mee dat betrokkene per se een nieuwe telefoon wilde hebben en het niet kon verdragen dat zijn spullen waren gestolen. Verdachte zoekt spanning op, hetgeen passend is bij zijn A.D.H.D. De psycholoog acht verdachte ten opzicht van de ten laste gelegde feiten 2, 3 en 4, indien bewezen verklaard, licht verminderd toerekeningsvatbaar.

Ten aanzien van het ten laste gelegde feit 5, heeft verdachte onder invloed van alcohol stoer willen doen en graag in de aandacht willen staan. Hij heeft niet nagedacht en heeft het raam ingetrapt. Hij is hierin impulsief en onnadenkend geweest. De psycholoog acht verdachte ten opzicht van het ten laste gelegde feit 5, indien bewezen verklaard, licht verminderd toerekeningsvatbaar.

Ten aanzien van het ten laste gelegde feit 1, heeft verdachte stoer willen doen en willen opvallen ten opzichte van zijn medeverdachte. Hij heeft hierbij de consequenties van zijn verbale uitingen totaal onderschat. Verdachte wilde zich niet laten kennen naar zijn medeverdachte toe en heeft dientengevolge het slachtoffer lichamelijk letstel toegebracht.

De psycholoog acht verdachte ten opzicht van het ten laste gelegde feit 1, indien bewezen verklaard, licht verminderd toerekeningsvatbaar.

Verdachte is impulsief, overziet onvoldoende de consequenties van zijn handelen en wil graag aandacht hebben en erbij horen. Hij heeft onvoldoende vaardigheden om zijn grenzen te bewaken, met teleurstellingen en krenkingen om te gaan en aanwijzingen aan te nemen en op te volgen.

De psycholoog adviseert om verdachte een ambulante behandeling aan te bieden waarbij hij meer copingvaardigheden aanleert om met stress en tegenvallende gebeurtenissen in zijn leven om te gaan. Ook is het van belang dat betrokkene weerbaarder wordt, positieve keuzes leert maken ten opzichte van de vriendengroep waar hij mee omgaat, zijn prikkelzoekend gedrag leert te kanaliseren en zijn behoefte aan veel aandacht/middelpunt willen zijn leert om te buigen naar een adequate manier die niet overschrijdend is. Hij zal tevens moeten leren dat er grenzen zijn en dat hij sommige aanwijzingen beter kan opvolgen.

Bovenstaande behandeling zou kunnen plaatsvinden bij een forensische polikliniek zoals bijvoorbeeld 'De Waag' in Haarlem, waarbij men tevens eventuele individuele leerdoelen ten behoeve van verdachte in een individueel plan kan opstellen waarbij eerder genoemde aandachtspunten aan bod komen. Deze behandeling zou kunnen plaatsvinden in het kader van een (voorwaardelijke) jeugddetentie met begeleiding door de jeugdreclassering.

De Jeugdreclassering onderschrijft hetgeen de psycholoog in zijn rapport heeft gerelateerd en adviseert de rechtbank om een onvoorwaardelijke jeugddetentie, bij voorkeur gelijk aan de voorlopige hechtenis, eventueel aangevuld met een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen en tevens een voorwaardelijke jeugddetentie als stok achter de deur met een proeftijd met als voorwaarde dat hij zich zal houden aan de aanwijzingen van de Jeugdreclassering in het kader van Hulp en Steun ook indien dit inhoudt het volgen van een behandeling bij de Waag.

De rechtbank verenigt zich met de conclusie in het Pro Justitia rapport van de deskundige voornoemd en maakt deze tot de hare. Ook het advies van de Jeugdreclassering zal de rechtbank volgen.

De rechtbank heeft ten voordele van verdachte in aanmerking genomen dat verdachte, door van meet af aan openheid van zaken te geven, ervan blijk heeft gegeven het laakbare van zijn eigen handelen in te zien. Daarbij heeft hij ook geprobeerd de slachtoffers zijn spijt te betuigen, door het schrijven van een brief. De rechtbank is van oordeel dat in deze houding van verdachte grond is gelegen om ten voordele van verdachte enigszins af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie is gevorderd.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de Jeugdreclassering gedurende de proeftijd noodzakelijk, ook indien dit inhoudt dat verdachte een behandeling bij De Waag dient te volgen. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

Op grond hiervan is de rechtbank tevens van oordeel dat verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

In de omstandigheid dat verdachte na te zijn aangehouden voor het onder 1 ten laste gelegde feit (mishandeling) tijdens zijn verhoor tegenover de politie is gaan verklaren over de overige strafbare feiten (straatroven) zonder dat hem opnieuw de gelegenheid is geboden een advocaat te consulteren, ziet de rechtbank aanleiding - zoals ook door de raadsvrouw bepleit - tot enige vermindering van het aantal op te leggen uren over te gaan.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.988,31 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 588,31 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1 bewezen verklaarde feit. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: € 188,31 voor eigen bijdrage zorgverzekering en € 400,- voor kleding. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.

Tevens heeft de benadeelde partij [slachtoffer 1] een vordering tot schadevergoeding van € 400,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van deze schade billijk voor.

De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een totaalbedrag van € 988, 31, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal bepalen dat, indien de medeverdachte deze bedragen geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in zijn vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezen verklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 988,31.

[ouder slachtoffer 3], wettelijke vertegenwoordiger van de benadeelde partij [slachtoffer 3], heeft een vordering tot schadevergoeding van € 195,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 100,- eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 2 bewezen verklaarde feit.

Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade billijk voor.

De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 100,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in zijn vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 bewezen verklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 100,-.

[ouder slachtoffer 5], wettelijke vertegenwoordiger van de benadeelde partij [slachtoffer 5], heeft namens [slachtoffer 5] een vordering tot schadevergoeding van € 349,90 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 3 bewezen verklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

Tevens is namens de benadeelde partij [slachtoffer 5] een vordering tot schadevergoeding van € 450,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het onder 3 ten laste gelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot na te melden bedrag rechtstreeks voortvloeit uit het onder 3 bewezen verklaarde feit. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade tot een bedrag van € 300,- billijk voor. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.

De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een totaalbedrag van € 649,90, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte deze bedragen geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in zijn vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 3 bewezen verklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 649,90.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 36f, 45, 77a, 77g, 77h, 77i, 77l, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 312, 317, 350.

11. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van EENHONDERD EN VIJFTIG (150) DAGEN.

Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot VIERENZEVENTIG (74) DAGEN niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de afdeling Jeugdreclassering Bureau Jeugdzorg Haarlem, zolang die instelling dat nodig acht, ook als zulks inhoudt dat verdachte een behandeling bij de Waag dient te volgen.

Geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarde tevens aan bovengenoemde instelling de opdracht tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa Wetboek van Strafrecht.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van EENHONDERD EN TWINTIG (120) UREN taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door zestig (60) dagen jeugddetentie.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 988,31, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 mei 2011 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 1], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 988,31, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 9 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 3] geleden schade tot een bedrag van € 100,-, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [ouder slachtoffer 3], wettelijke vertegenwoordiger van [slachtoffer 3], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 100,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 1 dag jeugddetentie.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de wettelijke vertegenwoordiger van de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de wettelijke vertegenwoordiger van de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de wettelijke vertegenwoordiger van de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 5] geleden schade tot een bedrag van € 649,90, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 april 2011 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [ouder slachtoffer 5], wettelijke vertegenwoordiger van [slachtoffer 5], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 649,90, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 6 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat betalingen aan de wettelijke vertegenwoordiger van de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de wettelijke vertegenwoordiger van de benadeelde partij.

Heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.G. Tielenius Kruythoff , voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. J.M. Sassenburg en V.M.A. Sinnige, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier W. van den Bergh

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 september 2011.

mr. V.M.A. Sinnige is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature