< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan een brute gewapende overval in de woning van een drietal slachtoffers, onder wie een 15-jarig kind. Verdachte heeft bij de overval gebruik gemaakt van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp dat continu gericht is gehouden op de slachtoffers en tevens tegen het lichaam van de slachtoffers is gezet.

Verdachte heeft bovendien niet geschroomd (bedreiging met) geweld toe te passen jegens een minderjarig kind, dat aangaf herstellende te zijn van een operatie, en bovendien gedreigd voornoemd kind te ontvoeren, opdat de volwassen slachtoffers zouden zeggen waar het geld lag. Er is gedreigd met een stroomstootwapen en alle drie de slachtoffers zijn aan enkels en polsen vastgebonden. Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 augustus 2011, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van andersoortige strafbare feiten met een gewelddadig karakter. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft het hof geen acht geslagen op de thans geldende richtlijn van het openbaar ministerie, maar wel op de ten tijde van de gepleegde feiten geldende zogeheten LOVS- oriëntatiepunten. Bij zijn betoog dat een lagere straf dan door de advocaat-generaal gevorderd passend is, miskent de raadsman dat in dit geval een overval in een woning en wederrechtelijke vrijheidsberoving van drie personen bewezen verklaard zijn en het aandeel van de verdachte in de bewezenverklaarde feiten.

Voorts heeft het hof erop gelet dat verdachte een initiatiefnemende en leidinggevende rol heeft vervuld en dat het verdachte is geweest die bij de uitvoering van de overval vergeleken met zijn mededaders in overwegende mate verantwoordelijk was voor het toegepaste geweld en de bedreigingen. Naast de overval heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving.

6 jaar gevangenisstraf.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



Rolnummer: 22-005937-10

Parketnummer: 09-900533-10

Datum uitspraak: 13 september 2011

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 3 november 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 30 augustus 2011.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief en onder 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van het voorarrest. Voorts zijn er beslissingen genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen - die in hoger beroep niet meer aan de orde zijn - als nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 09 februari 2010 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen drie, althans één of meer, horloges en/of (een) geldbedrag(en) (van 12 euro of daaromtrent) en/of een hoeveelheid Oekraïens geld (ter waarde van ongeveer 125 euro) en/of (een) (leeg/lege) doosje(s) en/of een portemonnee en/of één of meer creditcard(s) en/of één of meer (bank)pas(sen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het door verdachte en/of zijn mededader(s):

- tonen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het richten van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het zetten van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd en/of de nek en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het tonen van een stroomstootwapen, althans een op een stroomstootwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het in het zicht van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] activeren van dat stroomstootwapen, althans dat op een stroomstootwapen gelijkend voorwerp en/of

- het (met tie-rips) vastbinden van de polsen en/of de enkels van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het tegen die [slachtoffer 1] dreigend zeggen: "Poen, poen" en/of "Geen gekke bewegingen, anders schiet ik u door uw kop", althans woorden van gelijkende aard en/of strekking" en/of

- het tegen die [slachtoffer 2] dreigend zeggen: "Stil, als je stil bent gebeurt er niets met je" en/of "Waar is het geld, ik weet dat je geld in huis hebt", althans woorden van gelijkende dreigende aard en/of strekking en/of

- het tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend zeggen: "Ik wil nu geld en anders pak ik je zoon", althans woorden van gelijkende dreigende aard en/of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 09 februari 2010 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van drie, althans één of meer, horloges en/of (een) geldbedrag(en) (van 12 euro of daaromtrent) en/of een hoeveelheid Oekraïens geld (ter waarde van ongeveer 125 euro) en/of (een) (leeg/lege) doosje(s) en/of een portemonnee en/of één of meer creditcard(s) en/of één of meer (bank)pas(sen), , in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het door verdachte en/of zijn mededader(s):

- tonen van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het richten van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het zetten van dat vuurwapen, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het hoofd en/ofen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het tonen van een stroomstootwapen, althans een op een stroomstootwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het in het zicht van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] activeren van dat stroomstootwapen, althans dat op een stroomstootwapen gelijkend voorwerp en/of

- het (met tie-rips) vastbinden van de polsen en/of de enkels van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

- het tegen die [slachtoffer 1] dreigend zeggen: "Poen, poen" en/of "Geen gekke bewegingen, anders schiet ik u door uw kop", althans woorden van gelijkende aard en/of strekking" en/of

- het tegen die [slachtoffer 2] dreigend zeggen: "Stil, als je stil bent gebeurt er niets met je" en/of "Waar is het geld, ik weet dat je geld in huis hebt", althans woorden van gelijkende dreigende aard en/of strekking en/of

- het tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend zeggen: "Ik wil nu geld en anders pak ik je zoon", althans woorden van gelijkende dreigende aard en/of strekking;

2:

hij op of omstreeks 09 februari 2010 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet de polsen en/of de enkels van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] in hun woning aan de [adres] te Naaldwijk, gemeente Westland, (met tie-rips) vastgebonden en/of hem/haar/hun vervolgens enige tijd vastgebonden heeft gehouden en/of hem/haar/hun vervolgens achtergelaten in die woning.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 09 februari 2010 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee horloges en een geldbedrag en een hoeveelheid Oekraïens geld en lege doosjes en een portemonnee en creditcards toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het door verdachte en/of één van zijn mededaders:

- tonen van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- het richten van dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- het zetten van dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- het tonen van een stroomstootwapen aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- het in het zicht van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] activeren van dat stroomstootwapen en

- het met tie-rips vastbinden van de polsen en de enkels van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- het tegen die [slachtoffer 1] dreigend zeggen: "Poen, poen" en "Geen gekke bewegingen, anders schiet ik u door uw kop" en

- het tegen die [slachtoffer 2] dreigend zeggen: "Stil, als je stil bent gebeurt er niets met je" en "Waar is het geld, ik weet dat je geld in huis hebt", althans woorden van gelijkende dreigende aard en strekking en

- het tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dreigend zeggen: "Ik wil nu geld en anders pak ik je zoon", althans woorden van gelijkende dreigende aard en strekking;

en

hij op 09 februari 2010 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van één horloge toebehorende aan [slachtoffer 1] welk geweld en welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het door verdachte en/of één van zijn mededaders:

- tonen van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- het richten van dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- het zetten van dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- het tonen van een stroomstootwapen aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- het in het zicht van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] activeren van dat stroomstootwapen en

- het met tie-rips vastbinden van de polsen en de enkels van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- het tegen die [slachtoffer 1] dreigend zeggen: "Poen, poen" en "Geen gekke bewegingen, anders schiet ik u door uw kop" en

- het tegen die [slachtoffer 2] dreigend zeggen: "Stil, als je stil bent gebeurt er niets met je" en "Waar is het geld, ik weet dat je geld in huis hebt", althans woorden van gelijkende dreigende aard en strekking en

- het tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dreigend zeggen: "Ik wil nu geld en anders pak ik je zoon", althans woorden van gelijkende dreigende aard en strekking;

2:

hij op 09 februari 2010 te Naaldwijk, gemeente Westland, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers hebben verdachte en zijn mededader met dat opzet de polsen en de enkels van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] in hun woning aan de [adres] te Naaldwijk, gemeente Westland, met tie-rips vastgebonden en hen vervolgens enige tijd vastgebonden gehouden en hen vervolgens achtergelaten in die woning.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief bewezen verklaarde levert op:

de voortgezette handeling van

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het hem onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief en onder 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van het voorarrest.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich schuldig gemaakt aan een brute gewapende overval in de woning van een drietal slachtoffers, onder wie een 15-jarig kind. Verdachte heeft bij de overval gebruik gemaakt van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp dat continu gericht is gehouden op de slachtoffers en tevens tegen het lichaam van de slachtoffers is gezet. Dit is zeer bedreigend en beangstigend geweest voor de slachtoffers: iemand die zoiets overkomt, denkt niet ten onrechte dat zijn laatste uur geslagen heeft, hetgeen ook blijkt uit de door de slachtoffers afgelegde verklaringen.

Verdachte heeft bovendien niet geschroomd (bedreiging met) geweld toe te passen jegens een minderjarig kind, dat aangaf herstellende te zijn van een operatie, en bovendien gedreigd voornoemd kind te ontvoeren, opdat de volwassen slachtoffers zouden zeggen waar het geld lag. Er is gedreigd met een stroomstootwapen en alle drie de slachtoffers zijn aan enkels en polsen vastgebonden. Aangenomen mag worden dat het voorval voor de slachtoffers zeer traumatiserend is geweest en dat zij nog geruime tijd zullen lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen de verdachte en zijn mededaders hen hebben aangedaan. Daarnaast brengen feiten zoals het onderhavige bij de burgers in het algemeen angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid teweeg. Het hof neemt het de verdachte voorts in het bijzonder kwalijk dat hij zich bij het plegen van de onderhavige feiten kennelijk uitsluitend heeft laten leiden door zijn verlangen naar geldelijk gewin en zich op geen enkele manier heeft bekommerd om de gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers.

Voorts heeft het hof erop gelet dat verdachte een initiatiefnemende en leidinggevende rol heeft vervuld en dat het verdachte is geweest die bij de uitvoering van de overval vergeleken met zijn mededaders in overwegende mate verantwoordelijk was voor het toegepaste geweld en de bedreigingen. Naast de overval heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 augustus 2011, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van andersoortige strafbare feiten met een gewelddadig karakter. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is - alles overwegende en rekeninghoudende met de straffen die aan beide medeverdachten zijn opgelegd - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft het hof geen acht geslagen op de thans geldende richtlijn van het openbaar ministerie, maar wel op de ten tijde van de gepleegde feiten geldende zogeheten LOVS- oriëntatiepunten. Bij zijn betoog dat een lagere straf dan door de advocaat-generaal gevorderd passend is, miskent de raadsman dat in dit geval een overval in een woning en wederrechtelijke vrijheidsberoving van drie personen bewezen verklaard zijn en het aandeel van de verdachte in de bewezenverklaarde feiten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 56, 57, 63, 282, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht , zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief en onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair eerste en tweede cumulatief/alternatief en onder 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. T.W.H.E. Schmitz,

mr. J.A.C. Bartels en mr. C.M.P. Flint-Van Noort, in bijzijn van de griffier mr. S. Hartog-Zamani.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 september 2011.

Mr. C.M.P. Flint-Van Noort is buiten staat dit arrest te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature