< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij kennisgeving van 24 december 2008 heeft de hoofdbewaarder aan [partij] het resultaat van de aanwijzing van de nieuwe juridische grenzen en meting betreffende de percelen, kadastraal bekend gemeente Schijndel, sectie […], nummers […], bekendgemaakt.

Uitspraak



201100432/1/H3.

Datum uitspraak: 7 september 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellanten], beiden wonend te Schijndel (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]),

tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 30 november 2010 in zaak nr. 09/1866 in het geding tussen:

[appellant]

en

de hoofdbewaarder van het kadaster en de openbare registers (hierna: de hoofdbewaarder).

1. Procesverloop

Bij kennisgeving van 24 december 2008 heeft de hoofdbewaarder aan [partij] het resultaat van de aanwijzing van de nieuwe juridische grenzen en meting betreffende de percelen, kadastraal bekend gemeente Schijndel, sectie […], nummers […], bekendgemaakt.

Bij besluit van 23 april 2009 heeft de hoofdbewaarder het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 november 2010, verzonden op de volgende dag, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard, voor zover gericht tegen de grensreconstructie, gegrond voor zover gericht tegen de bijwerking van het kadastrale object, bekend gemeente Schijndel, sectie […], nummer […], dat besluit in zoverre vernietigd, het door [appellant] gemaakte bezwaar, voor zover dit betrekking heeft op de bijwerking van het kadastrale object, bekend gemeente Schijndel, sectie […], nummer […] niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het door haar vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 10 januari 2011, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 7 februari 2011.

De hoofdbewaarder heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 augustus 2011, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. A.C.P.M. van Dun, advocaat te Tilburg, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 57, eerste lid, van de Kadasterwet doet de Dienst, indien een meting noodzakelijk is ten behoeve van de bijhouding, van het voornemen daartoe mededeling aan de personen die volgens de bij de Dienst bekende gegevens als eigenaar, beperkt gerechtigde, met uitzondering van evenwel de hypotheekhouders en de rechthebbenden op erfdienstbaarheden, zo die er zijn, of anderszins bij de bijhouding belanghebbenden zijn. De mededeling houdt in elk geval in de dag en het uur, waarop de aanwijzing die de grondslag vormt voor de meting, zal plaatsvinden.

Ingevolge het derde lid, eerste volzin, verschaffen de in het eerste lid bedoelde belanghebbenden, indien naar het oordeel van de met de meting belaste ambtenaar nodig door aanwijzing ter plaatse, de door deze ambtenaar voor de bijhouding benodigde inlichtingen.

Ingevolge het vierde lid maakt de ambtenaar een relaas van zijn bevindingen, dat mede de door de meting verkregen gegevens bevat.

Ingevolge het vijfde lid vindt de bijhouding mede op grondslag van het relaas van bevindingen plaats, indien het eerste-vierde lid toepassing heeft gevonden.

2.2. [appellant] is in 1981 eigenaar geworden van het perceel [locatie A] met kadastrale aanduiding sectie […], nummer […]. Hij heeft het in 2007 gedeeltelijk verkocht en geleverd aan [Beheersmaatschappij]. Het is daartoe gesplitst in een perceel met kadastrale aanduiding sectie […], nummer […], toebehorend aan [appellant] en een met de aanduiding sectie […], nummer […], toebehorend aan de beheersmaatschappij. De beheersmaatschappij heeft het laatste perceel vervolgens verkocht en geleverd aan [partij]. Op verzoek van laatstgenoemden is dat perceel opnieuw ingemeten. Uit die meting zijn de percelen met kadastrale aanduiding sectie […], nummers […], ontstaan. Bij de meting heeft de landmeter bevonden dat het perceel met nummer […], 31 centiare te groot berekend is. De hoofdbewaarder heeft dit hersteld. Voorts heeft de landmeter een reconstructie van de grens tussen de percelen met nummers […] en […] enerzijds en het perceel [locatie B] met kadastrale aanduiding sectie […], nummer […] anderzijds uitgevoerd. De hoofdbewaarder heeft de kadastrale gegevens vervolgens in de basisadministratie kadaster verwerkt.

2.3. [appellant] betoogt dat de rechtbank, door te oordelen dat het bezwaar, voor zover gemaakt tegen de bijwerking van het perceel met nummer […], niet-ontvankelijk is, heeft miskend dat hij rechtstreeks belang heeft bij de bijwerking van het perceel met nummer […], waarbij 31 centiare van zijn oorspronkelijke perceel is verdwenen. Een gedeelte van de 31 centiare is binnen zijn huidige perceel gelegen, waardoor hij ook zelf in zijn eigendom is geraakt, aldus [appellant]. Daarnaast is hij met de beheersmaatschappij overeengekomen dat de erfafscheiding tussen zijn perceel en de percelen van [partij] in de richting van zijn perceel wordt opgeschoven, waardoor de feitelijke achterste grens van zijn perceel niet precies op de door het kadaster aangeduide perceelgrens ligt. Hieruit blijkt volgens [appellant] evenzeer dat hij in zijn eigendom is geraakt. Verder heeft de rechtbank ten onrechte niet onderzocht of de beheersmaatschappij een tegengesteld belang heeft bij het bestreden besluit, nu hij door deze kan worden aangesproken wegens het leveren van te weinig grond.

2.3.1. Dat betoog faalt. De rechtbank heeft terecht onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 12 december 2007 in zaak nr. 200703111/1 overwogen dat dit besluit, voor zover het ziet op de bijwerking van het perceel met nummer […], voor [appellant] slechts gevolgen met zich brengt middels een contractuele verhouding tussen hem en de beheersmaatschappij. Aldus is zijn belang niet rechtstreeks bij dit gedeelte van het besluit betrokken. Dat een gedeelte van de 31 centiare binnen zijn huidige perceel is gelegen, heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt. Bovendien is volgens het relaas van bevindingen van de landmeter van 9 en 15 december 2008 het redres van 31 centiare geheel ten laste gekomen van het perceel met nummer […]. Ten aanzien van het betoog van [appellant] dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderzocht of de beheersmaatschappij een tegengesteld belang heeft bij het besluit, wordt overwogen dat een eventuele contractuele verplichting niet maakt dat de belangen bij het besluit tegengesteld zijn. Dat [appellant], als gesteld, met de beheersmaatschappij is overeengekomen dat de erfafscheiding in de richting van zijn perceel wordt opgeschoven, maakt hem evenmin belanghebbende bij het besluit. Derhalve heeft de rechtbank [appellant] terecht niet-ontvankelijk verklaard in het door hem gemaakte bezwaar, voor zover dit betrekking heeft op de bijwerking van het perceel met kadastrale aanduiding sectie […], nummer […].

2.4. Voorts betoogt [appellant] dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat de door hem betwiste zijgrens eensluidend is aangewezen. Uit het relaas van bevindingen van 15 december 2008 volgt dat het redres van 31 centiare voor hem na uitleg nog onbegrijpelijk was. Hieruit volgt dat er geen eensluidende aanwijzing was, aldus [appellant]. De hoofdbewaarder heeft volgens hem geen steekhoudende motivering naar voren gebracht omtrent het wegvallen van de 31 centiare. De feitelijke situatie moet tot uitgangspunt worden genomen bij de reconstructie van de zijdelingse perceelgrens. Deze grens is door de hoofdbewaarder dan ook op onjuiste wijze gereconstrueerd. Indien zou moeten worden aangenomen dat de totale grootte van de percelen [locatie B] en [locatie A] 31 centiare te groot is vastgesteld, dient het redres van 31 centiare niet per definitie geheel ten laste van hem en zijn rechtsopvolgers te komen, aldus [appellant].

2.4.1. Ook dat betoog faalt. De rechtbank heeft terecht aangenomen dat de aanwijzing van de door [appellant] betwiste zijgrens eensluidend heeft plaatsgevonden. Volgens het relaas van bevindingen van 9 en 15 december 2008 is de door [appellant] betwiste zijgrens door alle belanghebbenden, waaronder [appellant] zelf, eensluidend aangewezen, zoals op het veldwerk staat opgetekend. Hetgeen [appellant] naar voren heeft gebracht, heeft de rechtbank terecht geen grond gegeven voor het oordeel dat de hoofdbewaarder bij de grensreconstructie een fout heeft gemaakt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat die op 8 oktober 2009 nogmaals is gecontroleerd door een andere landmeter en die aan belanghebbenden heeft medegedeeld dat zij juist is uitgevoerd.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. P.A. Offers en mr. A. Hammerstein, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. de Leeuw-van Zanten, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. De Leeuw-van Zanten

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 7 september 2011

97-637.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature