< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Beschikking inlichtingenuitwisseling met Italië. Verweerder kon er van uit gaan dat aan het uitputtingsbeginsel was voldaan. Het onderhouden van zakelijke betrekkingen valt niet onder de uitzonderingen die in de WIB zijn gemaakt op het uitgangspunt dat verweerder de gevraagde inlichtingen dient te verstrekken.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

Sector Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/2556 WIB

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

de besloten vennootschap T.S.I. Telesystems Holding B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

gemachtigden mr. P. Boonstra en mr. A.J. de Vries,

en

de Staatssecretaris van Financiën,

verweerder,

gemachtigden mr. N.C. Troost en mr. M.P. Lagerwaard.

Procesverloop

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek hangt samen met het door verzoekster ingediende bezwaar tegen het besluit van verweerder van 10 mei 2011 (het bestreden besluit).

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 juni 2011.

Partijen zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. inleidende bepaling

1.1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gaat de voorzieningenrechter na of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Bij de daarvoor vereiste belangenafweging gaat het om een afweging van enerzijds het belang van de verzoeker dat een onverwijlde voorziening wordt getroffen en anderzijds het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.

2. feiten en omstandigheden

2.1. Bij het bestreden besluit heeft verweerder verzoekster meegedeeld dat naar aanleiding van een verzoek om inlichtingen van de bevoegde fiscale autoriteiten van Italië is besloten, op grond van artikel 1, eerste lid, van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB), artikel 4, eerste lid, van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 19 december 1977 (77/799/EEG) en, voor zover nodig, artikel 27 van het tussen Itali ë en Nederland gesloten Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting, informatie aan bovengenoemde autoriteiten te verstrekken.

2.2. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.

2.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden. Bij brief van 6 juni 2011 heeft verweerder de voorzieningenrechter verzicht op het verzoek om inlichtingenverstrekking van de bevoegde autoriteit van Italië artikel 8:29 van de Awb toe te passen.

2.4. Bij beslissing van 10 juni 2011 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat er sprake is van gewichtige redenen die de beperking van de kennisneming van het verzoek om inlichtingenverstrekking rechtvaardigen. Bij fax van 28 juni 2011 heeft verzoekster toestemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb gegeven om mede op grondslag van het verzoek om inlichtingenverstrekking uitspraak te doen.

3. inhoudelijke beoordeling

3.1. Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de WIB strekken de bepalingen van deze wet tot uitvoering van richtlijnen van de Raad van de Europese Unie en andere regelingen van internationaal en interregionaal recht tot het verlenen van wederzijdse bijstand bij de heffing van belastingen, alsmede renten daarover en bestuursrechtelijke sancties en boeten die daarmee verband houden.

3.2. Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de WIB kan Onze Minister op verzoek van een bevoegde autoriteit haar de inlichtingen verstrekken waarom zij vraagt en die voor haar van belang kunnen zijn bij de heffing van een in artikel 1 bedoelde belasting, alsmede renten of bestuursrechtelijke sancties of boeten die daarmee verband houden.

3.3. Ingevolge artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, van de WIB behoeft onze Minister geen inlichtingen te verstrekken indien aannemelijk is dat de bevoegde autoriteit in de eigen staat niet eerst de gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van de door haar gevraagde inlichtingen heeft benut, die zij in de gegeven situatie had kunnen benutten zonder het beoogde resultaat in gevaar te brengen.

3.4. Ingevolge artikel 13, tweede lid, aanhef en onder e, van de WIB behoeft onze Minister geen inlichtingen te verstrekken indien daarmee een commercieel, een industrieel of een beroepsgeheim zou worden onthuld.

3.5. Volgens het bestreden besluit hebben de bevoegde autoriteiten van Italië verzocht om:

- Inkoopfacturen bij Paramount Digital Technology (Hui Zhou) Co Ltd.;

- (Amendment) Trademark License agreement;

- Overzicht royalty-ontvangsten;

- Loan agreement;

- Jaarrekeningen T.S.I. Telesystems Holding BV 2005, 2007 en 2009;

- Resolution of the Board of Directors.

3.6. Verzoekster heeft allereerst aangevoerd dat Italië geen heffingsbelang als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de WIB heeft bij de opgevraagde inkoopfacturen bij Paramount Digital Technology (Hui Zhou) Co Ltd.

3.7. De voorzieningenrechter kan verzoekster hierin niet volgen. Het belang van de verzoekende staat bij inlichtingen op verzoek als bedoeld in artikel 5 van de WIB wordt in beginsel verondersteld. Daarbij komt dat de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis heeft genomen van het door verweerder vertrouwelijk overgelegde inlichtingenverzoek van Italië. De voorzieningenrechter is gelet op de inhoud van het inlichtingenverzoek van oordeel dat verweerder bij het bestreden besluit terecht is uitgegaan van een Italiaans heffingsbelang.

3.8. Verzoekster heeft voorts aangevoerd dat artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, van de WIB aan het verstrekken van inlichtingen in de weg staat omdat niet aannemelijk is dat Italië eerst de gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van de gevraagde inlichtingen heeft aangewend.

3.9. De voorzieningenrechter is van oordeel dat uit artikel 13, tweede lid, aanhef en onder c, van de WIB niet blijkt dat op verweerder de bewijsplicht rust om aan te tonen dat de Italiaanse autoriteiten reeds de gebruikelijke methoden hebben aangewend de gevraagde inlichtingen te achterhalen. De voorzieningenrechter overweegt in dit verband dat aan de strekking van de WIB, te weten het mogelijk maken van de onderlinge uitwisseling van fiscale inlichtingen tussen Staten die zich daartoe wederzijds hebben verplicht, in ernstige mate afbreuk zou worden gedaan, indien de Staat waaraan een verzoek om inlichtingen wordt gericht niet zou mogen afgaan op de mededeling van de verzoekende Staat dat de gevraagde informatie in eigen land niet verkrijgbaar is. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat uit het inlichtingenverzoek blijkt dat de gebruikelijke mogelijkheden voor het verkrijgen van inlichtingen in Italië zijn aangewend. Het is aan verzoekster, die heeft betwist dat de Italiaanse autoriteiten de gebruikelijke mogelijkheden hebben aangewend om in de eigen Staat de gevraagde inlichtingen te verkrijgen, om haar stelling aannemelijk te maken. Het enkele feit dat een van de partijen bij de licentie- en leningsovereenkomst een in Italië gevestigde vennootschap is, is hiertoe naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter onvoldoende.

3.10. Verzoekster heeft voorts aangevoerd dat de opgevraagde inkoopfacturen bij Paramount Digital Technology (Hui Zhou) Co Ltd. commerciële- en bedrijfsgeheimen bevatten die op grond van artikel 13, tweede lid, aanhef en onder e, van de WIB niet behoeven te worden verstrekt aan de fiscale autoriteiten van Italië. Het gaat hier namelijk om facturen die betrekking hebben op verkoop van software via een structuur om bepaalde exclusiviteitsafspraken te omzeilen. Als deze inlichtingen worden verstrekt aan de fiscale autoriteiten van Italië bestaat het risico dat de te verstrekken inlichtingen naar buiten komen, waardoor zowel verzoekster als haar toeleverancier en afnemer aanzienlijke (reputatie)schade kan ondervinden.

3.11. De voorzieningenrechter kan verzoekster hierin evenmin volgen. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat het begrip commercieel geheim zoals neergelegd in artikel 13, tweede lid, aanhef en onder e, van de WIB doelt op productiewijzen, de gebruikte hulpmiddelen, katalysatoren, recepten en dergelijke. Zoals verweerder ter zitting terecht heeft betoogd betreft het hier het onderhouden van zakelijke betrekkingen en valt dit niet onder de uitzonderingen van de WIB die zijn gemaakt op het uitgangspunt dat verweerder de gevraagde inlichtingen dient te verstrekken. Eventuele schade die verzoekster, haar toeleverancier dan wel haar afnemer zouden kunnen lijden valt evenmin onder de door de WIB beschermde belangen.

3.12. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar stand zal kunnen houden. De voorzieningenrechter ziet dan ook geen aanleiding het verzoek tot opschorting van de inlichtingenverstrekking toe te wijzen.

3.13. Voor het treffen van de overige door verzoekster gevraagde voorzieningen bestaat evenmin aanleiding. Ten aanzien van het verzoek van verzoekster om de gegevens van de Chinese partij op de inkoopfacturen en contracten onleesbaar te maken overweegt de voorzieningenrechter dat uit artikel 13 van de WIB volgt dat de inlichtingen worden verstrekt, tenzij een van de weigeringsgronden aan de orde is. De WIB voorziet echter niet in de mogelijkheid om geanonimiseerde inlichtingen te verstrekken. Daarbij komt dat Italië specifiek om deze inlichtingen heeft verzocht. Ten aanzien van het verzoek van verzoekster om voordat de inlichtingenuitwisseling zal plaatsvinden de Engelse vertaling van het bestreden besluit naar verzoekster zal worden gestuurd ter verificatie van juistheid en voorkoming van interpretatieverschillen overweegt de voorzieningenrechter dat de WIB ook hierin niet voorziet. De voorzieningenrechter ziet overigens ook geen reden om te twijfelen aan de bekwaamheid van de vertalers van verweerder, mede gelet op de eenvoud van het bestreden besluit.

3.14. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. de Rooij, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. van Excel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2011.

de griffier de voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Afschrift verzonden op:

D: B

SB


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature